De alleseter

voor een klein brandweerhuisje in het Betuwse dorpje Varik staan 275 kilo overrijpe conferenceperen in elf kisten opgestapeld. Die gaan zo, tot pulp vermalen, een oude augurkenton van 220 liter in. Dan wordt er met een elektrische betonroerstaaf, door twee man bediend, gist door gemengd. Zes weken later gaat het mengsel een meer dan twee meter hoge koperen destilleerketel in. Na enige tijd loopt er dan ergens links onderaan een dun straaltje transparante vloeistof in een glimmend emmertje. En daar is het allemaal om te doen.