Liever luisteren dan lezen? Jan van Mersbergen heeft zijn eigen verhaal ook ingesproken.
6 april 2018
Zeven weken en twee dagen na aswoensdag wordt een spoedzitting ingelast met alle leden van de BBVVV den Amsterdammers in een café dat erg veel lijkt op café Kalkhoven.We kruipen in het strategische hoekje tussen het raam en de bar.
Voorafgaande aan deze belangrijke zitting komen we samen bij het koffiehuis van Heinz. Opwarmertje voor de zitting. Voor de deur van het koffiehuis maken we twee groepsfoto’s: een staande en een liggende foto. Bij de liggende foto werden onze knieën vies, zoals het hoort.
Aanwezig bij deze spoedzitting: meneer de Uil, de Lange, Heinz, Jürgemeister, Engelbert, Uhri, Aspirant 1, Andrelon, Oriëntalischer Job, Knoert, Schaffer (dat is mijn vastelaovesnaam, ik regel dingen) en ons aspirant-lid de Snoeier uit Brabant. Die laatste is van beroep hovenier. Hij heeft zijn werkbus ergens in de Rivierenbuurt geparkeerd. Op de bijrijdersstoel ligt een kussentje.
Er worden geen natte tulen gemaakt deze zitting. In een eerder seizoen werden de vergadernotulen aan een wiebelig tafeltje in de Warmoesstraat gedrenkt in bier. Sindsdien heten ze natte tulen. Groter probleem dan het vocht was dat er die avond te veel werd vastgelegd. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Het leek op werk. Deadlines, verantwoordelijkheden, afspraken, net iets te volledige notulen. Net een echt bedrijf met een oprechte notulist. Gevolg: ook de scheldwoorden kwamen in de natte tulen. Voor je het weet gaan die een eigen leven leiden, net als onze vastelaoves alter ego’s.
Geen notities dus, wel beeldmateriaal: een paar geweldige foto’s van onherkenbaar verwrongen gezichten, beslagen ramen, een schaal kipkluifjes.
Uhri kijkt niet vaak op de klok. De tijd vergeten is soms een doel. De Snoeier is opeens vertrokken. Onze muntenman Heinz vindt hem slapend in zijn bus met zijn hoofd tegen het portier. De auto is niet afgesloten. Heinz kijkt even of alles goed gaat. Ook in de voorbereiding naar vastelaovend moet je voor elkaar zorgen. Als hij het portier opent, valt de Snoeier half uit de bus. Portemonnee en telefoon zijn nog aanwezig. Heinz duwt hem terug de bus in en knalt de deur dicht. Welterusten.
Zomer
Omdat we alweer behoorlijk achter de feiten aanlopen, doen Jürgemeister en ik een rondje over het Waterlooplein. We zoeken mutsen. In de zomer zijn er weinig mutsen, maar de prijzen zijn laag.
Jasper is er. In de winter draagt hij een trui, nu een shirtje. Hij wil ons weer een lammy verkopen. Die droegen we twee jaar geleden, binnenstebuiten als bontjassen, met een grote roofvogel op de schouder. We waren Siberische Pilsjagers.
We zoeken ideeën voor een pekske.
Een succesvol jaar waren we Pruisische Ponyfluisteraars. Natuurlijk kregen we de vraag wat Pruisische Ponyfluisteraars doen. Dan bogen we iets naar voren en fluisterden we in het beschikbare oor: Pony. Eenvoudig en doeltreffend idee. De Après Ski Schule was ook een goed idee. We leerden de mensen après skiën. Het idee voor vastelaovend 2019 staat nog lang niet vast.
22 september
De eerste zitting na de zomer, weer in een café dat lijkt op café Kalkhoven. We zitten in een ander hoekje. Het is druk. D’n Pruus is er ook bij. Hij komt uit Aken. Ooit zei hij een beetje zorgelijk in onze vaste vastelaoveskroeg de Loco: iedereen lijkt hier wel vijftien. Dat klopt, de Loco is voor scholieren. Toch heeft de BBVVV een eigen barretje vooraan bij het kleine tafelkoelkastje waar mimespeler Sandertje traditiegetrouw op vastelaovesmaandag ingevouwen wordt. Dus wij zeiden: geen zorgen, ze zijn geschminkt als vijftien!
Belangrijkste punt van deze zitting: ik heb een sponsor binnengehaald. Een dropdrankje dat door een oud-voetballer uit Venlo wordt vertegenwoordigd. Lekker spul wel. We moeten nog even overleggen met de andere sponsoren, maar waarschijnlijk zien ook de andere leden van de BBVVV Salmari unaniem als een welkome afwisseling.
11 november
Het inschieten van de vastelaovend in Venlo op de Mert. Vier leden van de BBVVV doen de avond ervoor nuttig verkenningswerk. Iemand moet als eerste verkleed de stad in. Ik reis op zondagochtend af. We missen het kanon. Om elf uur is het eerst nog schminken en proosten in de hotelkamer, treuzelen, de laatste pekskescheck, en dan naar de markt van het Stedje van lol en plezier.
Het is een reünie. Er staan ieder jaar meer kinderwagens. Eigenlijk mogen er geen vrouwen mee, toch is mijn vriendin er ook. Zij komt uit deze contreien. Ze danst en straalt. Een damesteam van onze Amsterdamse voetbalclub, waar de BBVVV zijn oorsprong vindt, wilde jaren terug mee naar vastelaovend. Kan niet, zeiden wij. Vrouwen veranderen de dynamiek, vrouwen feesten anders, vrouwen doorbreken de mannenvriendschappen. Een onweerlegbare verklaring was moeilijk te vinden. Tot ik zei: vrouwen, die zijn daar al.
Alle Amsterdammers staan bij Old Dutch: Jürgemeister, meneer de Uil, de Lange, Engelbert, de Snoeier. We verwelkomen de nonnenclub uit Hilversum, Pro Nonsens. Van de ceremoniemeester van Jocus krijg ik vijftig euro. Ik steek het gauw in mijn broekzak. Komt in het potje Steekpenningen en andere opties.
Ik zeg hem: ik ben met een liedje bezig.
Ik ook, zegt hij.
Meneer de Uil heeft het wel gezien, maar draait zijn hoofd wijslijk de andere kant op. Hij ziet alles. Hij kan zijn hoofd bijna helemaal ronddraaien en als je hem in een donkere kamer laat vliegen, vindt hij met behulp van een ingenieuze sensor zonder moeite de uitgang.
Aspirant 1 heeft een vriend meegenomen: Aspirant 2. De jongen doet het goed, praat met iedereen, zwerft de kroegjes door, slaat geen rondje over. Aan het einde van de avond taait hij toch af. Paniekaanval, of iets wat daarop lijkt, meldt hij in de app-groep als hij al in de trein zit. Hij wil ons daarmee niet lastigvallen. Vastelaovend is erg stressvol, maar in paniek raken we nooit.
We willen een soepje eten. Met vastelaovend moet je niet te zwaar eten. Friet en hamburgers in die plens bier laten vallen is de doodsteek. Soep werkt goed, dat mengt het beste.
’s Middags moet ik een toespraak houden bij de boekpresentatie van Hanneke Hendrix in café de Klep. Haar roman heet Aswoensdag. Iedereen heeft zich aangepast aan de titel. Net als op aswoensdag is niemand verkleed. De uitgever heeft een hondenpak aan, of een berenpak. Een redelijk pak, voor een Nijmeegs pak.
Hanneke woonde in Nijmegen. Daar fotografeerde ze een paar jaar terug een café dat tijdens vastelaovend een bordje buiten had hangen: Verkleedkleding gewenst. Dat vertelt alles wel.
Van de avond weet ik vrijwel niets meer.
De volgende ochtend drinken we op het terras van het American Hotel witte wijn.
10 december
Spoedpekskesoverleg op de Noordermarkt bij café Hegeraad, om elf minuten over negen, met Jürgemeister en meneer de Uil die zijn aantekeningenboek heeft meegenomen. Op een lege bladzijde schrijft hij: LIJST.
De lijst wordt gevuld met oude ideeën om uiteindelijk tot een nieuw idee te komen. Bierologische hopboeren? Franse kelners die steeds zeggen: Wie? Wie? Wie? Stuc-adores, die alles met liefde dichtsmeren?
Meestal kiezen we eerst een land van oorsprong. Onze wingebieden: zuip-Tirol en het Caraïbisch gebied, zo lang we niet als piraat gaan. Na deze zitting zijn alle landen in principe nog in de race, maar geen Italië.
Jürgemeister heeft al een jas gekocht. Hij is knalgeel. Meneer de Uil trekt hem aan. De jas staat Jürgemeister heel goed, als meneer de Uil hem aan heeft, verandert hij in een citroen.
Zullen we dat illegale naaiatelier weer eens oppakken, vraag ik. Jürgemeister vindt het al jaren een goed idee, als die ruimte boven de Loco nog vrij is. Meneer de Uil schudt zijn hoofd. Is dat twijfel of doen uilen dat nu eenmaal, op zoek naar een prooi?
We gaan naar buiten. Jürgemeister heeft accessoiresstress. Wat zoeken we op deze maandagmarkt: beenwarmers, sjaaltjes, mutsen. Vinden we bij een oude bekende: Daryl van Wouw. Zo noemen we sinds jaar en dag een marktkoopman die op het Waterlooplein ooit jasjes verkocht van ontwerper Daryl van Wouw.
We kopen tien items. Ze zijn vijf euro per stuk. Voor vijfenveertig nemen we alles mee.
Wat we ook nog moeten hebben: nieuwe jubileumspeldjes. De BBVVV bestaat dit jaar 27×11 jaar. Laten we maken in China. Ieder lid krijgt er 11. We verkopen ze niet, maar willen er wel wat voor terug. Ze mogen alleen opgesteld in bijzijn van minstens twee Amsterdammers. Ga ik bestellen, zegt Jürgemeister. En voor het weer te zeer op een werkoverleg gaat lijken, zegt Meneer de Uil: we gaan het helemaal anders doen.
13 -17 december
Voor komende vastelaovend staan vijf kamers gereserveerd in het vaste hotel aan de Parade. Zondag en maandag zijn we met zeker twaalf Amsterdammers. Ik reserveer een extra kamer. Schaffer is de naam.
Oriëntalischer Job meldt zich op de app. Hij gaat ook mee. Nog een kamer erbij dus. Met Oriëntalischer Job weet je het nooit. Hij wil heel graag, maar sinds zijn vriendin een cursus bondage heeft gedaan, komt hij moeilijk de deur uit. Nu staat hij paraat en vragen wij hem of hij soms op zijn beurt een Houdini-cursus heeft gedaan.
21 december
Tweede officiële zitting van de BBVVV den Amsterdammers in het vastelaovesseizoen 2018-2019. Deze zittingen vinden plaats op de 11ste, 22ste of 33ste van de maand, mits die dagen op een vrij- of zaterdag vallen. In december was zaterdag 22 ideaal, maar een prominent lid kon die avond niet en dus kozen we voor een dagje eerder. Na middernacht is het toch ook de 22ste. We zitten bij Hesp aan de Amstel waar ze twee enorme stamtafels hebben. Engelbert wordt vooruitgestuurd om een tafel bezet te houden.
Bij binnenkomst treffen we Ferry, een Amsterdamse vastelaovesvierder die ook ieder jaar Venlo opzoekt. We gaan met hem op de foto. Twee jaar terug was hij met zijn vrienden verkleed als Ghanese koningen.
Meneer de Uil zei tegen ze: dus jullie zijn geen-eens koningen?
Jürgemeister, Engelbert, Heinz, Aspirant 1 en ik schuiven aan de tafel, bestellen bier en apfelkorn en vergaderen razendsnel over het nieuwe pekske. Een van de beste ideeën: als Siamese tweelingen die met de hoofden aan elkaar zitten. Onze Lange koppelen we dan aan Jürgemeister, die twee koppen kleiner is. Engelbert wordt met zijn neus aan de slaap van Knoert geplakt, dan moet die arme Knoert de hele dag dat slappe geouwehoer aanhoren. Kroeggangers die aan onze tafel aanschuiven, gaan al snel weer elders zitten.
We vergeten de tijd, zoals gezegd een van de hoofddoelen van deze zittingen en van vastelaovend.
1 januari
Direct op deze ochtend zoek ik een vlag op van een land dat in het Andesgebergte ligt. Moet passen bij de Venlose kleuren. Ecuador blijkt ideaal. Op het logo midden op deze vlag drijft een bootje op een rivier, onder toeziend oog van een roofvogel – ik denk een gier of arend. Die vogel vervangen we nog wel. Ons oude symbool is de volwassen behoorlijk blauwe reiger. Komt die wel voor in de bergen?
8 januari
Verzamelen om 11 uur bij de Munt aan het begin van de Kalverstraat, met windkracht 9, voor een tussenweekse pekskesstrooptocht. We zijn met de Lange, Jürgemeister, meneer de Uil en ik.
Ik zoek eigenlijk een ouderwetse rugzak, met een aluminium frame. Moet op het Waterlooplein te vinden zijn. Later misschien.
Meneer de Uil en Jürgemeister zijn hier eerder geweest. Bij iedere winkel weten ze: daar hangen kleurtjes, hier hebben ze mooie jassen boven bij de heren, bij deze winkel links hangen damesjasjes, erg krap, maar leuk. Die kleur daar, dat is joeksig zeeblauw. Mooi. Bershka is een goedkope winkel met leuke damestruien. Pull&Bear heeft jasjes, ook voor dames. Niet duur.
Wat opvalt: damesjasjes zijn eindeloos veel kleurrijker dan herenjassen. Wat we ons afvragen: zijn wij de enige mensen die lol hebben in winkelen? Al die andere mensen kijken zo somber. Bij Zara sluipen we steeds terug naar hetzelfde rek. Daar hangen leuke kleurrijke damesjasjes. Ze zitten krap maar na een tijdje zitten ze al beter. Ze hebben één L en de rest is maat M. Dat is eigenlijk te klein, vooral aan de bovenarmen en schouders. Is wel iets aan te doen, denken we.
We passen. We maken een foto en zetten die op de app-groep. Een Marokkaanse jongen die langsloopt zegt: klasse heren!
Dank je wel vriend.
Echt een mooi jasje. Schouders, dat komt wel. Afgeprijsd van 80 naar 50 euro. Jürgemeister chat met een medewerker van de online winkel. We moeten er zeker tien hebben. Hier hangen er zeven, de rest misschien in een ander filiaal. Online lukt zeker. Beslissen? Doen! Even later staan we bij de kassa.
Op de terugweg komen we langs een klein winkeltje. Er zit een fotograaf in. Hij maakt portretten van mensen in kostuums van schilderijen uit de gouden eeuw. Jürgemeister wil wel zo’n foto.We gaan naar binnen. Even een extraatje.
De Lange wordt een stadhouder, Jürgemeister wordt de burgemeester, meneer de Uil wordt Rembrandt, ik de Vrolijke Drinker. Ook deze foto gaat op de app, met daarbij: we gaan het toch helemaal anders doen!
Later die dag vind ik op internet een legergroene rugzak voor een veldradio met veel haken en banden. Alleen het frame. Het ding kost 22 euro, inclusief verzenden. Dat is twee keer elluf.
9 januari
Ik breng de jas terug. Er zit een lusje los, hij zit toch net iets te krap met een truitje eronder en hij is vandaag weer een tientje extra afgeprijsd. Dat laatste is een detail.
11 januari
Geen zitting met alle leden van de BBVVV, maar uitgebreid verkenningswerk in het Stedje van lol en plezier door drie prominente leden van de vereniging: Heinz, Uhri en Schaffer.
Ik heb contact met muzikant Frans Pollux, die ik de tekst van mijn liedje al heb gestuurd. Heinz heeft contact met oud-Prins Lex Uiting. Heinz heeft zijn huis verbouwd in Amsterdam. Lex is nog steeds bang dat wij als Amsterdammers de vastelaovend nog steeds niet helemaal begrijpen, dat we een spoor van vernieling achterlaten, dat wij alleen zuipen en voor gemakkelijke seks komen. Dat cliché kleeft evenzeer aan ons als aan de Venlonaeren en ook aan deze verwesterde Oud-Prins. Hij vroeg ooit in de Loco: pakken jullie nog steeds al die vrouwen hier? Wij antwoordden: nee hoor, Lex, alleen die van jou.
We krijgen zes keer de vraag: zijn jullie nu al hier? We antwoorden dat we in het eerste weekend van maart niet kunnen, de vriendinnen hebben wintersport geboekt, jammer maar helaas. Ontzetting op de gezichten. Geen Amsterdammers met vastelaovend. Dozen flügel en jäger worden in gedachten afbesteld. Ons barretje in de Loco zal leeg zijn. Moet vastelaovend wel doorgaan? Een halfuurtje houden we dit vol.
33 januari
Twee dagen na 31 januari valt op een zaterdag. Perfect. Laatste zitting voor de vastelaovend. Fine-tuning. Meneer de Uil heeft afgelopen week iedere ochtend zijn pekske gepast. Jasje, broek, beenwarmers, sjaal, muts. Nu hebben we de jas mee, de logo’s zijn geborduurd, broeken verdienen nog wat kleur.
Schmink is een heikel punt. De kleur is bepaald, maar van de cursus bij schminkkoningin Josje Wolters, die we ook dit jaar weer op de planning hadden staan, kwam niks. Ik laat proefmodellen zien, een baan over de ogen. Doet denken aan de vlag van Corsica. In de natte tulen staat: We gaan het helemaal Anders doen. Inderdaad: Anders met een hoofdletter.
16 februari
De nieuwe stadprins van Jocus wordt bekend gemaakt op het Hofbal. Ik volg het via internet in Amsterdam Nieuw West.
23 februari
Lange Zaterdag begint bij de supermarkt van oud-Prins Geert Benders, die zijn parkeerterrein heeft omgetoverd tot festivalterrein. Boven in zijn personeelskantine staan soep, broodjes en bier voor optredende gasten. Daar hoor je al gauw bij, zeker als bekende Venlonaer. Met vastelaovesvriend Cor traden we als invallers op toen de Naate Raaf met een schamel gezelschap op de proppen kwam. Alle gezelschappen komen langs.
Na deze ochtend is het pronken in de Klaasstraat: vastelaovesgroepen presenteren hun nieuwe pekske, of hun mooiste veren. Doet niemand van de BBVVV aan mee, traditiegetrouw presenteren wij ons nieuwe pekske op vastelaoveszondag om 11 over 11 voor het hotel op de Parade.
In de avond is er het Bal Maskeej van de Naate Raaf. Vroeger in het American, tegenwoordig in Hotel Wilhelmina. Leukste bal voorafgaande aan vastelaovend. Deze jongens houden van old school. Daar houdt de BBVVV ook van: een plan maken en uitvoeren. Inmiddels is de Naate Raaf elite, ze leverden al flink wat Jocus Prinsen. De BBVVV levert niemand, wij zijn volledig onszelf als we verkleed zijn als iemand anders. Dus maskers af!
2 maart
Vastelaovend is begôs.
Jan van Mersbergen (1971) is schrijver. Zijn roman Naar de overkant van de nacht (2011) speelt zich af gedurende één lange met alcohol doordrenkte carnavalsnacht in Venlo, een nacht waarop de hoofdpersoon de dieperliggende lagen van het feest ontdekt.




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.