
De vraagwaarom de Italiaanse schrijver Curzio Malaparte aan het einde van de jarendertig zo’n geliefde en goed betaalde oorlogscorrespondent was voor de Corriere della Sera wordt meteen aan hetbegin van zijn Dagboek van eenvreemdeling in Parijs (Privé-domein) beantwoord. Malaparte is de man diealles in geuren en kleuren vertelt, bij voorkeur in de extreemste bewoordingen,gebruikmakend van de hoogste zegslieden en van de geheimste informatie. In 1947is hij weer terug in Parijs na veertien jaar afwezigheid: dat was ‘dedroevigste en gevaarlijkste tijd van mijn leven’. Begrijpelijk dat hij alspseudoniem ‘Candido’ had, de hoofdfiguur in Voltaire’s gelijknamige surrealistischegroteske verhaal over alle rampen die een mens kunnen overkomen. Malapartesromans Kaputt en De huid over de echte en gefantaseerde verschrikkingen in de TweedeWereldoorlog in Europa, zijn moderne versies van Candide.
‘De schoonheid van vrouwen gaat hand in hand met het vernuft van de natie’
Malapartekan schrijven, maar wel met een ietwat opgewonden, tot overdrijven geneigdepen. Malaparte zou in een stuk van Molière de figuur van ‘de opsnijder’vertolken. Hij laat om de twee zinnen de naam van een graaf of gravin vallen,sprak zojuist nog met een generaal en ontfutselde de ambassadeur gisteren nogeen staatsgeheim.
Een echtdagboek is het niet. Malaparte heeft in 1943 groot succes gehad met Kaputt en is in Parijs bezig met De huid, de roman over de bevrijding vanItalië door de Amerikanen. In hun kielzog trok hij als kersversverbindingsofficier door het land, van Napels tot Milaan. Hij schrijft zonderdatering wie hij in Parijs ontmoet, waar hij dineert, op welke adellijkefeesten hij was, en wat er werd besproken. Hij heeft het over zijn liefstebezigheid: ’s nachts blaffen met de honden, tot ergernis van de hoteleigenaaren de andere gasten, die geen oog dichtdoen. Hij herinnert zich zijn verblijfin 1933 in de Regina Coeli-gevangenis in Rome waar hij als fascist zat omdathij iets anti-fascistisch had gezegd. Daarna werd hij vijf jaar verbannen naarhet eiland Lipari bij Sicilië. Van 1938 tot 1943 schreef hij weer in hetfascistische gareel van Mussolini, rijkelijk beloond. Van dat geld betaalde hijzijn legendarische villa op een rotspunt van Capri. Malaparte was een echteopportunist. Hij vond het geen bezwaar zich een anarchist, marxist of communistte noemen als het hem uitkwam.
Hij denkt in vette statements: de Fransen: dat is ‘een koud en gevoelloos volk van redenaars zonder verbeeldingskracht, zonder intuïtie’
Malaparteziet in iemand al gauw adellijke trekken, daar is hij gek op. In De huid komt een jonge man voor met ‘eenApollo-profiel’ die tot de hoogste graad wordt opgehemeld: ‘Jean-Louis was eenvolmaakt voorbeeld van wat de Italiaanse beschaving in lange eeuwen vancultuur, rijkdom, verfijning, fysieke en intellectuele veredeling, moreleonverschilligheid en aristocratische vrijheid aan manlijke schoonheid hadvoortgebracht.’ De vrienden van Malaparte zijn al snel gerelateerd aan ‘de hoogstekringen’, aan de Montesquieus of de napoleontische adel. Malaparte heeft ook ietsmet ‘bloed’. Hij schreef er een hele reeks verhalen over, want de ‘wetten vanhet bloed’ zouden het voor het zeggen hebben.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.