De president van de underground, Chilly Gonzales, staat in het Concertgebouw. Sander Pleij zocht hem ter ere van zijn nieuwe cd ‘Chambers’ alvast op in Versailles.
Dit stuk stond op 3 juni 2015 in de papieren Vrij Nederland. Het heeft Sander Pleij (in ieder geval al) een nominatie voor de Jip Golsteijn Journalistiekprijs opgeleverd.

U gebruikt vaak ironie.

‘Ik gebruik niet vaak ironie.’

Niet?

‘Ironie is wanneer het publiek meer weet dan het personageop het podium, ik zie niet in hoe dat hier van toepassing is.’

Advertentie

Advertentie

Ironie ontstaat ook wanneer wij weten dat úmeer weet dan u toont.

‘Nee, dat is niet wat ironie is. Dramatische ironie werduitgevonden door de Grieken en is wanneer het publíek meer weet. Check jeAristoteles.’

Dat is dramátische ironie, maar…

Hij leek te genieten van het duel en sprak met zelfvoldane dictie, maar ook met open gelaat en vriendschappelijke lichaamstaal. Ik mompelde nog wat, maar zag in dat ik via de ironie niet ging achterhalen watik wilde weten: wat legt Chilly Gonzales, succesvol klassiek pianist én rapper,bloot wanneer hij op het podium staat? Waarom trekt zijn combinatie vanschoonheid met een duivels vleugje zo aan? De fascinatie had me eerder naar een concert in Amsterdam gebracht, vandaag naar zijn appartement in Parijs en morgen, misschien zou morgen meer opleveren,dan ging ik hem weer zien en beluisteren.

Rare lobbes, groot kind: bij applaus laat hij zijn handen fladderen, als een koning die het plebs wegwuift. Foto: Stefano de Luigi
Rare lobbes, groot kind: bij applaus laat hij zijn handen fladderen, als een koning die het plebs wegwuift. Foto: Stefano de Luigi
In Versailles.

Vis-à-vis monumentale paleizen probeert het stadje krampachtig gewoon te zijn, maar met haar magistrale gebouwen en puissant rijke inwoners blijft Versailles bepaald exceptioneel. Aan het eind van de dag, als de busladingen toeristen en dagjesmensen vertrokken zijn, vegen opruimploegen er de achtergebleven folders, fastfoodverpakkingen en zwervers van straat. Kort daarop keren de in Parijs werkende papa’s en mama’s terug naar kinderschare en keukentafel.

Ik draalde er rond aan het begin van de avond, mijn ogen gericht op de majestueuze façades, mijn gemoed licht omdat ik wist dat zij op me wachtte: Fabienne, tourmanager van Chilly Gonzales. Een dag eerder was haar verfijndheid direct in het oog gesprongen. Nonchalant-chic gekleed had ze op me staan wachten, rokend op een stoep in Parijs. Een hint in haar handdruk had aangegeven dat ik dichterbij mocht komen. Ik had de geste opgevolgd en was in haar rookwolk komen staan.

Nu stond ze voor de Bibliothèque de Versailles, andermaal met sigaret. Tegenover haar een hunkerende jongeman die er lang over had gedaan om zijn baardje onverschillig te trimmen. Achteloos fladderde Fabienne’s hand voor zijn gezicht, gesteund onder de elleboog door haar onderarm. Ze had me uitgenodigd voor een geheimzinnig ‘intiem concert’ en loodste me snel door een poort de binnenplaats van het gebouw op. Pontificaal stond daar een vrachtauto van de televisie, eromheen druk regelende Parijzenaars. Heel belangrijk alles. Fabienne ontdeed zich van haar sigaret en trok me het gebouw in. Licht in het hoofd volgde ik door smalle, donkere gangetjes haar schijntje parfum. Vele tinten donkerblauw en basic zwart schoten langs me heen. Ze kwamen van nog weer andere Parijzenaars die allen werkten in muziek, film, tv en internet. Net als bij Fabienne schreeuwde ook hun kleding: Understatement!

Níet fotograferen

Een nauw trappetje bracht ons in een hoge kamer vol boeken achter fijn gaas: eeuwenoude ordonnanties, decreten en concilies. Voor een rivier aan goudgeel tegenlicht stonden een vleugel en vier stoelen voor een strijkkwartet. Op de grond lagen zachte kussens voor de toehoorders die zich later aan de voeten van Gonzo moesten vlijen – een handjevol fans en vrienden van vrienden van vrienden.
Het zou een hele bedoening worden om hier als een fly on the wall aanwezig te zijn. De krappe ruimte werd nog nauwer door diverse camerarails en geluidstechniek. Het intieme concert ging voor de hele wereld live worden gestreamd op internet, gefilmd door tv-zender Arte. Ik vroeg me af hoe geregisseerd hij te werk zou gaan: Gonzo, de onvoorspelbare op het podium, de man met de satanische oogopslag die tijdens een concert gerust een luidruchtige toeschouwer aanspreekt of een bandlid ervan langs geeft, iedereen in verwarring achterlatend of hij in ironie dan wel in irritatie leeft.

Pas toen ik Stefano de Luigi zag, begon ik me echt zorgen te maken. Fabienne had me de afgelopen weken bovenmatig vaak gemaild met het gebod tijdens het concert absoluut alleen te luisteren en schrijven, níet fotograferen. Voorafgaand zou Stefano vijftien minuten krijgen om een portret voor Vrij Nederland te maken. Maar ik verwachtte niet dat de in Parijs wonende Italiaan onder de indruk zou zijn: hij is ook oorlogsverslaggever, van het soort met een hartslag zo constant als de atoomtijd.

Toch nog redelijk op tijd kwam Gonzo binnenlopen. Plastic tasje in de hand, bruine ribfluwelen broek en witte tennisschoenen aan, gevolgd door de vier bedeesde en in smetteloze smokings geklede strijkers van het Hamburgse Kaiser Quartett. Hij nam plaats achter de piano, stelde de kruk af, ramde vijf minuten uitgebreid op alle toetsen en sloeg een paar keer hard met de klep van de vleugel. Technici keken met grote ogen toe, maar Gonzo liep alweer weg, de anderen achterlatend in verwarring omtrent zijn wensen en noden.

Fabienne kwam nog eens vertellen dat tijdens het concert vooral níet mocht worden gefotografeerd. Binnen minuten was Gonzo terug en begon hij klassiek werk te spelen. In zijn karakteristieke houding: een voorover buigende reus, de enorme bakkes vlak boven het klavier en met een enorme bochel als rug. Hij zit graag zoals Maurice Ravel: nederig tegenover het instrument. Theatrale gebaren maken een rare lobbes van het grote kind.

De eerste minuten sloeg hij minimalistisch aan, later dwarrelde de ruimte vol noten. Je kunt zijn pianospel plaatsen door een driehoek te maken met Erik Satie, Glenn Gould en Keith Jarrett op de hoeken. Zet Gonzales in het midden, kantel nu de driehoek en voeg er een derde dimensie van invloeden uit rap en hiphop aan toe.

Hij stampte zo hard op het parket dat de vloer onder me bewoog. Ik trok mijn opschrijfboek om de gebeurtenissen live te gaan noteren.

Spitvondige raps

Behalve om zijn pianomuziek heeft Gonzo (Jason Beck, 1972)een cultstatus vanwege zijn eloquente en spitsvondige raps. Ze vormen eengroteske overdrijving van de gebruikelijke grootspraak, en er zit altijd meerachter. Zo kan hij eerst rappend beweren:

I’m a dog shit ashtray
I’m a shrugging moustache, wearing a Speedo tuxedo
I’m a movie with no plot, written in the backseat of a piss-powered taxi
I’m an imperial armpit, sweating Chianti
I’m a toilet with no seat, flushing tradition down
I’m socialist lingerie, I’m diplomatic techno
I’m gay pastry and racist cappuccino
I’m an army on holiday in a guillotine museum
I’m a painting made of hair on a nudist beach 
eating McDonald’s
I’m a novel far too long
I’m a sentimental song
I’m a yellow tooth waltzing with wraparound 
shades on
Om dan te vragen: Who am I?
Het antwoord luidt: I am Europe

De zaal zat vol open monden

Naast de schoonheid fascineert die pesterige, sardonischebravoure. Drie jaar geleden stond hij in Amsterdam nog in een kleine zaal. Hetpubliek bestond voor een aanzienlijk deel uit kenners en coole rappers metentourage, als dat niet op een scene leek. Maar het was ook een verzamelingego’s die gewonnen moest worden, er hing een spanning in de lucht waar jemessen mee had kunnen slijpen.

Gonzo voelde het en ging er vol in: hij nodigde mensen bij zich uit op hetpodium, liet anderen spelen, gaf muziekles, beschimpte zijn publiek enverpletterde het tot slot met zijn theorie over majeur en mineur akkoorden. Diekomt erop neer dat de gevestigde orde haar waarheden er in majeure akkoorden inramt. De jeugd raakt onder de indruk en probeert met gelijke munt terug tebetalen. Maar: dat is een voortzetting van de oude aristocratie, eenfascistische stijl van muziek opdringen. Je hebt ook mineur (‘minor, fromminorities’) dat twijfelender is, opener, niet-dicterend maar onderzoekend enbevragend, mijmerend of melancholisch bijvoorbeeld.

De zaal zat vol open monden. Dit was meer dan entertainment.

De oude wereld

Alle vier zijn grootouders kwamen uit Hongarije enontvluchtten Europa na de machtsovername van Hitler, vertelde hij ’sanderendaags in een Parijs appartement. Ze belandden in Canada, alwaar hunkinderen wortel moesten schieten.
Zo geschiedde. Zijn ouders geloofden in de Canadese droom. Vader werd hardcorezakenman, hij zit in de infrastructuur, moeder was de suburban huisvrouw: destereotiepe Joodse moeder uit een Woody Allen-film. Trauma’s moesten wordenvergeten. Ze hadden besloten om echte Canadezen te worden.
‘We groeiden op zonder veel te horen over de oude wereld. We leerden geenHongaars, zijn nooit naar Hongarije gereisd. We kregen een moderne upperclassopvoeding, met veel tv-kijken, sporten en muziek maken.’

Een opa nam het op zich om Jason en zijn broer toch iets te leren over de oudewereld. On der meer door ze al vroeg pianomuziek te laten horen. Hij leerde hende noten, vertelde dat je ook kunt componeren, dat er een man had bestaan dieMozart heette. Hij bracht ze respect bij voor muziek.

Parallel aan opa’s lessen speelde een ander leven, dat van tv-kijken en stripslezen. Die fantasiewereld van cartoons en videoclips was minstens zo aantrekkelijk.‘Eigenlijk,’ zegt Jason nu hij Gonzo is, ‘draag ik de twee elementen nog steedsin me: de cultuur van de klassieke muziek en de popcultuur.’

Intiem: voor een handjevol fans en vrienden van vrienden van vrienden. Foto: Stefano de Luigi
Intiem: voor een handjevol fans en vrienden van vrienden van vrienden. Foto: Stefano de Luigi

 Zijn broer werd de sterpianist van de twee. Hij is nufilmcomponist en doet de grote Hollywoodfilms. Kleine Jason nam af en aan les,stoppen en weer beginnen. Steeds opnieuw.

‘En nog steeds heb ik momenten waarop ik niet na wil denken over de wetenschapen het respectabele van muziek, de kant van de muziek die gedisciplineerd is,en wil ik gewoon plezier maken, tót ik me weer realiseer dat ik er zo’n respectvoor heb. Zo gaat het altijd: stoppen en doorgaan.’

Hij was nooit alleen een goeie student of alleen een rebel. Altijd allebei. Hetvalt hem op dat zijn muzikale vrienden Feist, Peaches en Tiga ook al de jongstezijn binnen een gezin. In de gezinsorde moet de jongste misschien het meestintens vechten om aandacht. De broers puberden in diverse bands, Gonzo opdrums, omdat zijn broer al op synthesizer was.

‘Door de drums is mijn pianostijl erg ritmisch geworden, dat maakt me eenbeetje anders. En doordat ik ritmische intenties meteen oppik, zet ik wat ikhoor in rap en elektronische muziek gemakkelijk over naar piano. Mijn favorietemuziekstijl is ook rap, dat heel sterk de nadruk op ritme legt.’

Vrij associërend ontglipte me iets stoms: ik vroeg me af of harmonie geschikterwas om emotie op te roepen dan ritme, waarmee je dat toch niet echt kon.

‘Dat kan wel. Dat kan wél.’

Hoe kon ik dat nou zeggen! Gonzo begon direct oplopende en aflopende ritmes tetrommelen en te roepen:

‘Tikttatatatataaataaaataaaaa – Suspense!

Tádá! – Anger.

Pap-pap-pap – Affection.

Ritme is zachte klopjes geven op het bolletje van een kind. Ritme is aanraking.Aanraken is het overbrengen van emotie!’

Er volgde een uiteenzetting waarin hij stelde dat muziek vier elementen heeft:toon, melodie, harmonie, ritme – of zes wanneer je tekst en uitvoering toevoegt. ‘Harmonie is het meest subtiel, het kan emotie verveelvoudigen, maarje kan er niet instinctief bij. Voor harmonie heb je kennis nodig. Niet per seuit een tekstboek of op school. Je kunt het ook leren door lang te luisteren.Ik heb er mijn specialiteit van gemaakt. Maar je komt er niet zomaar, het kostje veel tijd om te leren, en daarom blijft harmonie ook het meest mysterieus.’

Op pantoffels

In Versailles loopt de soundcheck af met een rap waarvan ik de woorden noteer:
Harmony’s French but the melancholy melodies are so Slavic. Whether I rap fast or slow the rap flows poly-syllabic.

Hij eindigt met de pesterige herhaling: I’m a lot of things but a left wing singer song writer I’m not. Opeens staat hij op en loopt weg, Stefano volgt tevergeefs in zijn kielzog,krijgt hem weer niet even apart.

Het publiek komt opgetogen binnen en neemt plaats op de kussens. Niemand die erom heeft gevraagd, maar er wordt in deze ambiance meteen een plechtige stilteopgezet. Raar om met zo’n groep onbekenden in een donkere ruimte te zitten,slechts verlicht door enkele kaarsen. Verbonden in het moment. Iedereen, krapvijftig man, fluistert, schijnbaar in afwachting van iets heel speciaals.

Het nog frisser gewassen kwartet komt op. Allen nu met wit pochet. De besnordecellospeler heeft zijn snor een snelle beurt gegeven, zo recht en glimmend zitdie. Eigenlijk heeft geen van de vier een gezicht zónder beharing.

Entrée Gonzo! Op pantoffels en in een prachtige, zijden kamerjas van naaraubergine neigend bordeaux, met koninklijk crèmekleurige kraag en manchetten. We klappen.

Eerst klinken twee gedragen stukken. Van een ernstig, klassiek tempo glijdt hijlangzaam naar complexere ritmen. Soms roetsjt zijn vinger over de toetsen enramt hij zo hard dat je het geluid niet alleen vanaf de klankkast maar ook vande toetsen hoort opstijgen.

Het derde stuk is losser, af en toe een trillertje met pink en duim als bij een stomme film met Charlie Chaplin. Maar steeds weer de dreiging, die hij doetvoelen door pauzes net te lang te laten duren, of door ongewoon hard te rammenop de toetsen, met vingers of een slof.

Bij applaus laat hij zijn hand fladderen, als een koning die het plebs wegwuift.

Zijn voorovergebogen gestalte zwoegt, meestal zwenkend. Hijwordt steeds groter, de vleugel almaar kleiner. Het schijnt hem zwaar toe, alshij buigt naar de uiteinden van het klavier. Hier wordt noest gewerkt met aldie donkere of juist lichte noten. De klanken lijken niet alleen je oren binnente komen, er gebeurt ook wat met het lijf. Eerst botsen de geluidsgolven ertegenaan, stuiten ze op weerstand, maar dan sijpelen ze door de huid naarbinnen.

Alleen beats en provoceren

Snel na de universiteit tekende hij een platencontract bijWarner Brothers Canada en flopte hij grandioos. Het was niet echt, te gewild.De oplossing was: experimenteren met rap, electroclash, samenwerken metmuzikale partners in crime als Peaches en Mocky. Het was bevrijdend, geweldig,maar optredens kregen ze niet. De mensen vonden hen raar.

‘We verkasten van Toronto naar Europa. We hadden het gevoel dat daar meer onzesmaak lag. Ik wist dat het alleen zou werken als ik honderd procent mijn hartvolgde. Ik begreep ook beter wat ik wilde, hoe ik mezelf kon beschermen, wie ik wilde zijn op het podium.’

Berlijn beviel?

‘Yeah, Duitsers kunnen nogal droog zijn. Maar Canadezen zijnheel extrovert, vrolijk en ze willen iedereen erbij betrekken. De Duitsers herkendendat als iets wat ze niet kunnen maar wel willen. Dat is eigenlijk een heelgoeie match. Het was steeds van: Oh, kom in mijn kunstgalerie spelen!’

Was je in het buitenland vrijer op het podium?

‘Natuurlijk. Ik was nooit gaan rappen als ik in Canada wasgebleven. In Canada en Amerika is rap zo verbonden met een specifieke socialebetekenis. Hier hoef ik niet na te denken over mijn culturele situatie en ofhet me wel is toegestaan een bepaalde muziek te spelen. Hier is het gewoon eenmuziekstijl. In Europa zijn we bevrijd.

Ik vond rap het coolste dat ik ooit had gehoord. Het was zo inspirerend. Hoedie rappers kinderachtig en slim deden tegelijk. En zowel avantgarde alscommercieel waren. Voor mij was het een openbaring. Busta Rhymes is een superheldmet een belachelijke naam, ik dacht: ik word ook een superheld met eenbelachelijke naam.’

En Jason Beck creëerde de larger than life persoonlijkheid die hij ChillyGonzales noemde. In een theatrale persconferentie stelde hij zich kandidaat alsPresident van de Berlijnse Underground. De piano ging eruit, het werd: alleenbeats en provocerend optreden.

Hoe provoceer je Duitsers? 

‘Nou, door te vertellen dat je een Jood bent die teruggekomen is om wraak op ze te nemen. En met Peaches kwamen er seksuele taboedoorbrekende dingen bij.’
Peaches zou in 2000 doorbreken met de hit Fuck the pain away, korte tijd later verscheen haar album Fatherfucker, op de hoes Peaches met een baard.

Wie wilt u eigenlijk provoceren?

‘Ik wil niet speciaal het slechte aan de wereld tonen, maarik wil het ook niet ontkennen. Ik probeer te ontdekken hoe ik meersurrealistisch kan zijn, subversief, maar uiteindelijk met een positiefgevoel.’

Als voorbeeld noemt hij de openbare muziek lessen waar zijn concerten soms inontaarden. Hij publiceerde recent Re-Introduction Etudes, een boek met cdbedoeld om afgehaakte liefhebbers het pianospelen weer te laten oppakken.

‘Ik probeer mensen in te wijden in de muziek door ze een idee te geven vanwaarom ik verliefd werd op muziek. Toen mijn grootvader me iets voorspeelde enik dat drie uur later terug hoorde op tv in een nummer van Lionel Richie,begreep ik instinctief dat er geen essentieel verschil bestaat tussen MTV enhet Bach-stuk van mijn grootvader. Dat idee zette mijn hoofd op de kop, en ikwil daar nu mensen in betrekken. Dat is een fundamenteel positieve manier vanomgaan met muziek. Het is een humanistische wijze van kijken naar allemuziekstijlen van alle tijden en zien dat die meer hetzelfde zijn dan dat zeverschillen. Niet dat ik barrières wil slechten, maar ik zie dat muziekstijlenal voor 98 procent hetzelfde zíjn. Het gaat slechts om 2 procent die afwisseltdoor technologie, of sociale betekenis en cultuur. Dat maakt ook dat ik mensendingen ga vertellen als over majeur en mineur.’

Rapbeat en strijkers

Er zat een uiterste houdbaarheidsdatum aan zijn optreden als provocatievepersoonlijkheid in Berlijn. Hij regelde een afscheidstournee waar vrienden alsPeachers, Mocky en Feist zijn nummers speelden, en vertrok naar Parijs om er tewerken met onder meer Jane Birkin en de dancerevelatie van begin deze eeuw:Daft Punk. Én hij maakte Solo Piano.

‘Ik ging terug naar alleen de piano, net als toen ik twaalf, dertien was: uren en uren spelen. Het was de oplossing. Natuurlijk, dit was wie ik ben. Ik hadgeen idee of het mijn underground-publiek zou aanspreken. Ik vroeg me af of dievan mijn muziek hielden of van mijn gekke persoonlijkheid. Maar ze bleven, én ik kreeg een nieuw publiek.
Ik heb nu weer dat gevoel met de kamermuziek van Chambers: dat ontdekken van de strijkers, wat er allemaal mee kan. Ik krijg de meest belachelijke ideeën: kanik deze rap-beat vertalen naar strijkers? Alles wat ik heb geleerd van electro en rap probeer ik nu op piano en strijkers.’

Bitch

In de bibliotheek is het moeilijk om echt te lúisteren naar de muziek. Het is meer: proberen het ritme te volgen en dan maar hopen dat je overeind blijft en niet door een associatieketen in een droomsequentie wordt geleid.

‘We worden bekeken door de wereld!’ roept hij ineens uit, ‘en beóordeeld! Numoeten jullie er goed uitzien voor de rest van de wereld. Nu representerenjullie alle Parijse publieken. Ook als je niet zo mooi bent: doe net alsof je dat wél bent.’

Hij lijkt vrolijk te worden, vertelt over de schandaal verwekkende eerste opvoering van Le Sacre du Printemps, over arpaggio en pizzicato. Over Wagner enBrahms. Die Wagner, dat was een zak: ‘He is a genius but he is still anasshole, like Kanye West.’

Hij nodigt iedereen ter wereld uit om het volgende nummer te sampelen. Het iseen rap, maar ik hoor alleen pianomuziek, die weliswaar doet denken aan hiphop.Tot de laatste klank is aangeslagen en hij ter afsluiting zegt: Bitch.

Dat maakt het publiek uitgelatener en een mevrouw giechelt nog wat na. Gonzodraait zich naar haar om en doet ssshhttt – daar zit het dus: eerst opfokken endan afstraffen. En dat felle lijkt op een of andere manier voort te komen uitdezelfde kracht als die waarmee ik via een paar noten in vervoering wordt gebracht.

'Soms wil ik niet nadenken over het respectabele van muziek.' Foto: Stefano de Luigi
‘Soms wil ik niet nadenken over het respectabele van muziek.’ Foto: Stefano de Luigi
Spitsroeden lopen

Een paar weken later spreek ik Martin Bentz van het KaiserQuartett. Hij hoopt over enkele weken de studio in te duiken met Gonzo en diensvoormalige buurman in Parijs: Jarvis Cocker (van PULP). Hij vertelt dat Gonzohen vroeger steevast introduceerde door te zeggen dat hij het goedkoopstestrijkkwartet uit Duits land had meegenomen, maar dat hij daarmee is gestoptomdat hij ze te aardig was gaan vinden. Dus is het nu: ik heb het duurstestrijkkwartet uit Duitsland meegenomen.

Maar nog steeds is het soms spitsroeden lopen. In The Barbican Hall in Londenging het onlangs weer fout. Direct in het begin liep een akkoord mis en Gonzostuurde hen hup het podium af. ‘We mochten niet meer terugkomen! Volgens mij is zo’n reactie echt én show. Híj is zo geconcentreerd. Altijd honderd procent,voor vijftien mensen in een klein stadje of voor een volle zaal, Gonzo geeft altijd alles.’

Rare energie

In Versailles zit Gonzo er inmiddels bij als de wildedrummer van The Muppet Show. Naast me hoor ik klik, klik. Het is de sluiter vande camera van Stefano. Ik heb hem al met een 
iPhone in de weer gezien maar nuheeft hij een joekel van een camera te pakken en begint hij jonge mensen opkussentjes opzij te bonjouren. Het klamme zweet breekt me uit. Maar Gonzo klimtop zijn vleugel en schijnt er gelukkig niets van te merken.

Grappen maken ten koste van wie dan ook, geïrriteerd doen – het lijkt vanhetzelfde laken een pak. De ervaring heeft hem een theorie gebracht: ‘Ik heb mealtijd erg gericht op het publiek. Je zoekt een overlap naar wat zij mooivinden en waar ik hen naartoe wil brengen. De humor gebruik ik om te voelen ofze met me zijn, om wat spanning te breken en om intimiteit te suggereren.Daarvoor helpt humor het beste. Eergisteren nieste een vrouw in het publiekheel hard tijdens een intiem moment, précies binnen de maat. Ik speelde doortot ik weer bij hetzelfde stukje kwam en zei: kom op, nu jij weer. Iedereenmoest lachen. Als ik dat níet had gedaan, was de spanning blijven hangen en hadhet publiek gedacht: gaat die vrouw nog een keer niezen? En is hij erdoorafgeleid? Nu bracht ik de mensen weer terug in de muziek.

Maar soms maken mijn concerten een negatieve draai. Dan is er een rare energie,zien mensen me als arrogant misschien. Maar ik denk dat als een concert misdreigt te gaan en er antagonisme is, je dat beter kunt aankaarten dan dat jedoet alsof er niks aan de hand is. Soms, als ik mensen iets vraag, vind ik hetniet leuk hoe ze reageren en dan zeg ik: hé, wil je muziek leren met mij? Ofwil je je fucking uitsloven voor je vrienden?
Het publiek kan dan geschokt reageren, maar ik toon wel hoe ik me echt voel.Mensen moeten dan maar het gevoel hebben dat er iets echts kan gebeuren. Dat ikook echt iemand kan wegsturen, dat ik kan zeggen: Nee! Ga weg! Ga!

Mensen kunnen daarvan schrikken, maar het biedt een gelegenheid om ze te latenvoelen dat het echt is wat er gebeurt. En zo breng ik ze ook weer in de muziek.Het is niet zo dat ik dan óf honderd procent klootzak ben, of honderd procentnep. Het zit ergens tussenin en het is waar de show me heen heeft getrokken.Het was niet míjn keuze. Ik word ook gelukkiger van een show met alleen maarliefde en positieve energie. Maar als het een andere kant opgaat, dan ga ik erook vol in.’

Met zijn muziek schudt hij ons steeds weer even wakker om ons eraan te herinneren: we willen iets échts ervaren.