Het is een prachtige, goudgele herfstdag als Amsterdammers van divers pluimage met mandjes door de weelderige boomgaard van biodynamische groente- en fruitteler De Fruittuin van West dwalen. Het bedrijf viert zijn jaarlijkse oogstfeest en iedereen is welkom om de laatst overgebleven appels, peren, aardbeien, kiwibessen en ander lekkers te komen plukken.
Naast de stedelingen die proberen hun schoenen netjes te houden, stapt ook de Amerikaanse Charles C. Mann verheugd tussen de rijen paarse boerenkool door. Hij verbaast zich over de hoeveelheid oude appelrassen en wijst op de complexe manier waarop de verschillende gewassen door elkaar heen zijn geplant.
Nog geen kilometer naar het westen, aan de andere kant van de nieuw aangelegde snelweg A5, beginnen de landbouwgronden van de Haarlemmermeer. Ook daar wordt vandaag geoogst. Maar niet door plukkende mensenhanden. Met oogstmachines zo groot als een tuinhuis trekken intensief werkende akkerbouwers ruim zestig ton frietaardappelen van de Agria-variëteit uit de polderklei.
Dankzij een uitgekiend schema van poten, kunstmest toedienen, bestrijdingsmiddelen spuiten, mechanische arbeid en irrigatie – zeker in deze droge zomer noodzakelijk – behoren de monoculturen van de Haarlemmermeerders daarmee qua opbrengst per hectare tot de absolute wereldtop.
Tien miljard mensen
Welke van deze twee teeltsystemen gaat het meest bijdragen aan het duurzaam voeden van de wereldbevolking als deze de tien miljard nadert? Die vraag staat symbool voor een schisma dat Charles Mann door de hele samenleving ziet lopen en die het onderwerp vormt van zijn nieuwste boek.
Na zijn veelgeprezen non-fictiewerken 1491 en 1493, over de geschiedenis van het Amerikaanse continent respectievelijk voor en na de ‘ontdekking’ daarvan door Columbus, kwam onlangs De tovenaar en de profeet in vertaling uit bij uitgeverij Nieuw-Amsterdam. Het gaat over de ideologische kloof tussen voorstanders van technologische oplossingen en voorstanders van een meer ecologische benadering van de problemen waarmee de wereld in de 21ste eeuw te maken heeft.
‘Weinig mensen kennen Borlaug, maar dat is echt onterecht. Hij is ontegenzeggelijk een van de grote figuren van de twintigste eeuw.’
De eerste groep wordt in Manns boek gepersonifieerd door de Amerikaan Norman Borlaug (1914-2009), een razend interessante maar opvallend onbekende landbouwwetenschapper. Het voedsel dat voortkwam uit zijn onderzoek naar graanrassen met hoge opbrengst zou volgens Borlaugs medestanders meer dan een miljard mensen hebben gevoed en gered.
‘Maar weinig mensen kennen Borlaug, maar dat is echt onterecht,’ zegt Mann. ‘Of je het nu met hem eens bent of niet – zijn werk is onvoorstelbaar veelbetekenend geweest. Door zijn inzichten werden oogsten twee, drie en soms zelfs vier keer zo groot. Hij is ontegenzeggelijk een van de grote figuren van de twintigste eeuw.’
Borlaug is de tovenaar uit de titel van uw boek. Waarom zou je het niet eens zijn met een man die de oogst verdubbelt?
‘Borlaug was de uitvinder van de zogenaamde high yielding varieties, graanvariëteiten met een enorm hoge opbrengst. Maar die soorten zijn sterk afhankelijk van zogenaamde inputs zoals irrigatie, pesticiden en vooral kunstmest. Daarmee werd Borlaug een van de grondleggers van wat de geschiedenis in is gegaan als de Groene Revolutie, de modernisering en industrialisatie van de landbouw die vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden.’
‘Dat had naast grotere opbrengsten ook veel negatieve gevolgen. De grond raakt uitgeput, er ontstaat vervuiling door meststoffen, terugloop in biodiversiteit, ontbossing, enzovoort. Borlaug en zijn aanhangers zien die problemen als goed oplosbaar. Gewoon blijven innoveren en je komt er wel. Ze zien intensieve teelt als enige systeem dat in staat is om de toekomstige wereldbevolking van voldoende voedsel te voorzien.’
‘Vogt waarschuwde als een van de eersten dat mensen oog moeten hebben voor de draagkracht van de aarde.’
De tegenstanders van Borlaug worden in uw boek gepersonifieerd door de eveneens Amerikaanse ecoloog William Vogt (1902-1968); de profeet uit de titel.
‘Vogt waarschuwde als een van de eersten dat mensen oog moeten hebben voor de draagkracht van de aarde. Draagkracht, carrying capacity, was voordien een vrij specifiek concept uit de biologie, maar Vogt paste het toe op de aarde als geheel. In zijn optiek huist er een groot gevaar in ongebreidelde consumptie en daarom vocht hij zijn hele leven tegen twee kwaden: ongecontroleerde bevolkingsgroei en ongecontroleerd kapitalisme. In 1948 publiceerde hij het boek Road to Survival, wat het eerste moderne “we gaan allemaal de pijp uit”-boek was.’
‘Vogt schetste als eerste een narratief dat je vanaf dat moment met regelmaat ziet terugkeren in wereldberoemde boeken als Paul Ehrlichs The Population Bomb of Rachel Carsons Silent Spring. Het idee dat er een fundamentele grens is aan wat ecosystemen – en de wereld als geheel – aankunnen. Overschrijd die grens en je bent gedoemd.’
Dat klinkt nogal religieus.
‘Franciscus van Assisi en de Boeddha zeiden inderdaad ook al dat mensen goed voor de natuur moesten zorgen. Maar voor hen was dat omdat de natuur heilig was. Het gaat hen niet om de ondergang van de mensheid, maar om de ondergang van de ziel. Vogt schreef als eerste dat er een harde, wetenschappelijke grens was aan wat de natuur aankan. En dat is een ongekend krachtig en invloedrijk narratief dat het fundament van de milieubeweging vormt.’
‘Ik zie het ontstaan van dat verhaal als een van de belangrijkste ontwikkelingen van de twintigste eeuw. Ik bedoel: dit alles hier,’ met een weids gebaar wijst Mann op de biodynamische groentetuin waar we net doorheen struinden, ‘bestaat dankzij die ontwikkeling.’
Borlaug en Vogt zijn vooral relevant als het aankomt op landbouw. Uw boek beperkt zich niet tot het voedselvraagstuk, maar bespreekt ook gedetailleerd de andere grote uitdagingen waar de mensheid voor staat: de energie- en watervoorziening en het veranderende klimaat.
‘De vraag die ten grondslag ligt aan dit boek kwam in mij op toen mijn dochter pas geboren was. Opeens stond er veel meer op het spel. Je wil dat je kind zo zorgeloos mogelijk oud kan worden. En dus vraag je je af: hoe gaat dat werken, met tien miljard zielen op aarde? En niet alleen het aantal mensen is duizelingwekkend, ook de toename van de welvaart is ongelooflijk.’
‘Toen ik in de jaren tachtig voor het eerst Mexico-stad bezocht, gingen mijn fotograaf en ik naar een werkelijk reusachtige vuilstort aan de zuidwestelijke rand van de stad. Kilometer na kilometer strekte het zich in elke richting uit. Het stonk er vreselijk, maar er woonden duizenden mensen die er een leven bij elkaar scharrelden. Er liepen kinderen rond met slechte tanden en dat rare haar wat je krijgt als je ondervoed bent. Het was het ergste dat ik ooit gezien had. Een afschrikwekkend symbool van industriële armoede.’
‘In 2003 gingen we terug. En op diezelfde plaats staat nu een woonbuurt voor de middenklasse!’ Mann maakt een gebaar alsof zijn schedel explodeert. ‘Je kunt je niet voorstellen hoe enorm het is veranderd! Kijk, ik zeg niet dat het een paradijs is, want dat vuil ligt ongetwijfeld nog onder die huizen. Maar man! De kinderen hebben goede tanden nu!’
‘In alle velden van de wetenschap vind je het Borlaugiaanse en Vogtiaanse gedachtegoed terug.’
‘En dat gebeurt op heel veel plekken op de wereld. Dat is natuurlijk prachtig, maar de keerzijde is dat die welvaart voor een veel grotere druk op de natuurlijke hulpbronnen zorgt. Al die mensen hebben behoefte aan voldoende voedsel, energie, schoon drinkwater en een leefbaar klimaat. Dus hoe is dat straks voor mijn dochter? Of voor een kind van haar generatie in India?’
‘Ik begon die vraag te stellen aan experts in die velden en ik merkte dat de antwoorden die ik kreeg altijd in een van twee hoofdcategorieën vielen. Aan de ene kant had je wetenschappers die aan Borlaug refereerden. Ze zeiden dingen als: “We moeten voor energie doen wat Borlaug voor voedsel heeft gedaan.” En aan de andere kant had je experts die stelden dat we ons consumptiepatroon zouden moeten aanpassen aan de draagkracht van de aarde. In alle velden van de wetenschap vind je het Borlaugiaanse en Vogtiaanse gedachtegoed terug.’
Als bacteriën in een petrischaaltje
Ineens lachend: ‘Borlaugians. Het klinkt een beetje als een kwaadaardige buitenaardse soort uit Star Trek: Captain we have the Borlaugian ambassador on screen!’
Wie zijn er aan het winnen? De Borlaugianen of de Vogtianen?
‘De aanhangers van Borlaug winnen denk ik wereldwijd de politieke strijd. Maar de aanhangers van Vogt winnen de culturele strijd. Ik weet niet goed wat belangrijker is.’
Nu u dit boek heeft geschreven, bent u ook expert, maar u weigert een voorkeur voor een van beide wereldvisies uit te spreken. Waarom eigenlijk?
‘1491 ging over het verleden, 1493 over het heden en met De tovenaar en de profeet heb ik een relevant boek willen schrijven over de toekomst. Dan moet je je niet wagen aan te concrete voorspellingen. Kijk naar An Inconvenient Truth, het boek over klimaatverandering van Al Gore. Dat maakt veel ijzersterke punten over klimaatverandering. Maar er staat ook in dat in 2010 de helft van het ijs op de Noordpool gesmolten zou zijn, en dat is gewoon niet gebeurd. Dat wordt door klimaatsceptici nu gebruikt om het hele boek in twijfel te trekken.’
‘Ik weet niet wie er gaat winnen. En ik weet niet precies wat de consequenties van intensieve of meer ecologisch geënte keuzes zullen zijn. En ik denk dat beide visies in veel gevallen kunnen werken. Maar we zullen soms wel moeten kiezen en daarom is het belangrijk dat we de ideeën die ten grondslag liggen aan die ideologieën kunnen beoordelen. Daar is mijn boek een poging toe.’
Moeten we niet juist toewerken naar een soort combinatie van beide wereldbeelden? Carola Schouten, de Nederlandse minister van Landbouw ontvouwde onlangs haar visie op de Nederlandse landbouw. Het toverwoord was ‘kringlooplandbouw’. Dat gaat niet alleen om biologische teelt, maar ook voor de gangbare landbouw. Beide systemen kunnen van elkaar leren, is de gedachte.
‘Echt waar? Is dat de beleidsvisie? Dat had in de VS niet gekund. Dan hadden ze haar beticht van marxisme!’
‘Een combinatie van de wereldbeelden zou natuurlijk prachtig zijn. Maar in mijn ervaring komen dat soort syntheses niet vaak voor.’
‘Inderdaad, een combinatie van de wereldbeelden zou natuurlijk prachtig zijn. Maar in mijn ervaring komen dat soort syntheses niet vaak voor. Kijk naar het debat over kernenergie. Dat zou een gemakkelijke manier zijn om op korte termijn veel energie op te wekken zonder meer CO2 uit te stoten. Het zou een overgangsenergiebron kunnen zijn tussen fossiel en volledig hernieuwbare bronnen. Er bestaan tegenwoordig kleine, zeer veilige kernreactoren die behoorlijk veilig in staat zouden zijn op redelijk korte termijn grote gebieden van energie te voorzien. Maar zowel voor- als tegenstanders van kernenergie willen er niet aan. De tegenstanders vinden dat het volledig moet worden uitgebannen en de voorstanders ervan willen het gewoon groot uitrollen.’
In uw boek beschrijft u nog een derde visie op de wereld, namelijk dat mensen simpelweg gedoemd zijn ten onder te gaan aan hun eigen succes.
‘Die visie komt van Lynn Margulis, een bekende microbioloog en een vriendin die me vaak plaagde als ik me weer eens zorgen maakte over de wereld. Zij keek – ze is in 2011 overleden – naar het grote plaatje en stelde dat de dominante positie die mensen hebben helemaal niets nieuws is. Het is wel vaker voorgekomen dat er één soort de aarde volkomen overheerste. En zonder uitzondering helpen die soorten zichzelf om zeep: als bacteriën in een petrischaaltje vreten ze hun laatste eten op, sterven in hun eigen stront of een combinatie daarvan.’
‘Het feit dat mensen nadenken over de toekomst vond Margullis geen reden voor optimisme. Als argument wees ze dan op het gekibbel over Borlaugiaanse of Vogtiaanse oplossingen voor serieus prangende problemen zoals klimaatverandering. Zij was daar heel laconiek over; ze kon zich goed verenigen met dat lot. Sterker nog, ze vond het belachelijk pretentieus om er anders tegenaan te kijken.’
‘Maar dat is precies wat zowel Borlaugianen en Vogtianen doen. Daarin schuilt ook ook hun enige overeenkomst: ze denken dat mensen speciaal zijn, dat we de uitzondering op de regel zijn en dat we de ondergang kunnen afwenden, als we maar links- of rechtsom gaan.’
Charles Mann, De tovenaar en de profeet, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 688 p., €39,99


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.