Een echte schrijver maakt iets van zijn mislukkingen. Dat blijkt uit Komrijs roman De lange oren van Midas, in 1965 geschreven op Kreta en nu voor het eerst uitgegeven als onderdeel van een documentair boek over het begin van Komrijs schrijverschap.
Als er iets is dat je niet met Gerrit Komrij associeert, dan is het mislukking. Zijn eerste, op twintigjarige leeftijd geschreven roman De lange oren van Midas werd weliswaar door Van Oorschot, De Bezige Bij en De Arbeiderspers afgewezen, maar dat was achteraf gezien een soort ridderslag die alle deuren opende. Zoals ook het jaar (1965-66) dat Komrij op het Griekse eiland Kreta verbleef: dat was een dal dat nodig was om daarna alleen maar bergopwaarts te gaan. ‘Ik moet in die dagen erg in de war zijn geweest,’ schrijft Komrij in Demonen. Maar een half jaar na zijn terugkeer van Kreta was zijn leven radicaal veranderd: hij had werk (vertalingen), hij was in Amsterdam (‘Deze stad was mijn dagdroom’), zijn eerste bundel gedichten was in aantocht en hij had zijn grote liefde teruggevonden.
De achterkant van de medaille
Bij Komrij moet je altijd rekening houden met de achterkant van de medaille. Met die medaille jongleerde hij dwangmatig. Was de voorkant te lang zichtbaar geweest, dan moest hij hem op een gegeven moment omdraaien, zoals in het jaar 2002. Toen publiceerde hij in het Vlaamse weekblad Humo een column waarin hij wekelijks zijn ‘demonen’ en mislukkingen te lijf ging, de achterkanten van alles wat hij had gedaan. Dat was allemaal niet zo rooskleurig geweest.
Met een beetje goede wil zou je kunnen zeggen, zoals de figuur Tim in zijn roman Hercules namens hem doet, dat zijn leven ‘een aaneenschakeling van mislukkingen was geworden, al had hij zich tot het uiterste ingespannen elke mislukking als een succes te beschouwen, al had hij zich onophoudelijk door valse vleiers laten prijzen en door aandacht in slaap laten sussen.’
Sublieme ijdelheid?
Wanneer Komrij het in de bundel Demonen in deze geest heeft over zijn ‘mislukkingen’, móet hij ter sprake brengen waarom hij, wiens leven allerminst uit falen heeft bestaan, het daar zo nodig over moet hebben. Is het koketterie? Kan hij het zich permitteren het over falen te hebben bij zoveel succes? Is het sublieme ijdelheid?
Het is bij Komrij nooit zo eenduidig, maar je kunt gerust zeggen dat het in Demonen geen koketterie is. Komrij zag zelf de rafels aan alles wat hij deed, maar hij kon er op het moment zelf niet al te veel aandacht aan besteden. Hij moest ook voort. Hij wist dat er een dag zou komen (de dag des oordeels) dat het hem op zou breken, zoals ook gebeurde met het schrijven van Demonen. Komrij was een grootverbruiker van maskers, maar in dat boek probeert hij ze in de feestwinkel te houden. Hij wil over zijn mislukkingen schrijven ‘in de hoop daardoor een vollediger mens te lijken’.
Naar zichzelf op zoek
Komrij is later op veel teruggekomen. Dat hij Harry Mulisch de grond in boorde en daarna in de Herenclub zitting nam. Dat hij de Vijftigers met te weinig gedichten bedeelde in zijn bloemlezing, dat hij in Daar is het gat van de deur jonge schrijvers te willekeurig belachelijk maakte.
Komrij had een ‘versplinterd ik’ dat hem noopte met maskers en vermommingen te werken.
Op veel is hij ook nooit teruggekomen. Al lijkt Komrij de minst aangewezen schrijver om in zijn eigen binnenste te kijken, toch was dát wat hij voortdurend deed.
Komrij had een ‘versplinterd ik’ dat hem noopte met maskers en vermommingen te werken. Als hij niet in beslag werd genomen door wat hij moest schrijven, was hij voortdurend naar zichzelf op zoek. Komrij was vaak besluiteloos en nam dan ineens drastische beslissingen – omdat hij eigenlijk niet wist te kiezen.

De Griekse Man
Zo’n drastische beslissing was zijn vertrek naar het eiland Kreta met zijn vriendin Ellen Jonker in april 1964. Over dat jaar op Kreta gaat De lange oren van Midas.
Het was een cruciaal jaar. Komrij was twintig en werd op Kreta volwassen. Dat jaar besliste over zijn seksuele voorkeur. Hij had in Amsterdam al intensief deelgenomen aan het homoseksuele leven, maar er was ook iets heel dieps ontstaan tussen hem en Ellen Jonker. Die wilde naar Kreta en Komrij volgde haar. Daar kwam Jonker onder de indruk van de Griekse Man en Gerrit had zijn ogen ook niet in zijn zak.
De roman is verrassend wijs, erudiet én onwijs, onschuldig en verward.
De verhouding werd met de dag lastiger, ook omdat het vinden van een geschikt huis niet lukte en het geld opraakte. Over het gedoe met de liefde, de onbetrouwbare Griekse mannen, het gebrek aan geld en aan behoorlijke behuizing gaat De lange oren van Midas, maar niet op een conventionele manier. De roman is te dicht geschreven op wat zich direct voordeed (‘Gisteravond’), maar is verrassend wijs, erudiet én onwijs, onschuldig en verward.
Verkeerde keuze
De titel De lange oren van Midas gaat terug op het verhaal over koning Midas, die vond dat Pan de mooiste muziek maakte en niet Apollo. Daarop ontstak Apollo in woede en veranderde de oren van Midas in ezelsoren. Om die te verbergen, droeg Midas voortaan een tulband.
Komrij maakte net als Midas een verkeerde keuze. Hij had niet met Ellen Jonker mee moeten gaan naar Kreta, maar thuis moeten blijven. Voor hij wegging was hij verliefd geworden op Charles Hofman. Toch ging hij naar Kreta om zijn woord tegenover Ellen te houden.
De roman eindigt in Amsterdam, waar hij in gedachten Charles terugziet: ‘Ik ben blij als een kind dat van geen wanten weet, dat ik Charles mee mag nemen naar mijn eerste huis.’
Van louter sentiment begint hij kinderlijk te schrijven en hij is blij dat hij Charles in een echt huis kan ontvangen: met ‘een marmeren schoorsteenmantel & boekenrekken’. Hij heeft de ‘kachel hoog laten branden & koffie in de muts gezet. In heg noch steg valt iets goedkoops te bespeuren. Ik hoop dat hij er snel zal zijn. Ik ben blij met hem. Ik wil over hem schrijven. Hij is mijn jongen met groene ogen, mijn kleine priester. Hij is een elegie. Ook Charlie zal wel niet uit de verf komen.’
Komrij en Charles Hofman werden een van de trouwste koppels van de Nederlandse literatuur.
Dat Charlie ‘niet uit de verf’ zou komen, is eclatant door de werkelijkheid geloochenstraft. Komrij en Charles Hofman werden een van de trouwste koppels van de Nederlandse literatuur. In december 1966 zagen ze elkaar weer, een gebeurtenis die Komrij in het gedicht ‘Utrechtsestraat, zebrapad’ heeft beschreven: ‘De straat verandert als bij toverslag./Er vliegen stalen platen in het rond./Een vuurbal zet de stad in lichterlaaie.//Rondom begint het grandioos te waaien./Ik lig al honderd jaar in de grond./En nog staat op mijn hersenpan de lach.’
Een levenslente
Kreta was in Komrijs herinnering decennialang ‘een levenslente’, een periode waaraan hij met genoegen terugdacht, als een niet verwoest Arcadië. Een tijd van ‘ongestoord geluk’, ‘een toonbeeld van rimpelloosheid en vreugde. De herinnering aan het geluk had het geluk alleen nog maar gelukkiger gemaakt.’
Tot hij op zolder op een onbewaakt moment zijn dagboek uit die tijd terugzag. Hij wilde er eerst niet inkijken. Hij kwam tot de ontdekking dat hij als twintigjarige op het eiland ‘niet één seconde van geluk had gekend’.
Dat Komrij veertig jaar lang heeft gedacht dat hij op Kreta gelukkig was, is een kras geval van zelfbegoocheling.
Het boek dat Arie Pos aan de hand van Komrijs dagboek, de ongepubliceerde roman en een hoofdstuk uit Hercules heeft samengesteld en ingeleid, is een documentaire over het begin van Komrijs schrijverschap. Dat Komrij over zijn tijd op Kreta veertig jaar lang heeft gedacht dat hij er gelukkig was geweest, is een kras geval van zelfbegoocheling. Helemaal voor Komrij, die niet terugdeinsde voor enige zelf-ontmythologisering. Het laat zien dat Komrij zichzelf soms met een gerust hart iets wijs kon maken, alles ten dienste van de vitaliteit en de voortgang van het werk.
Komrij heeft het nodige over zijn ‘mislukkingen’ geschreven. Maar hij zou Komrij niet zijn als hij niet ook van mening was dat in de literatuur van mislukkingen eigenlijk geen sprake kan zijn. Een echte schrijver maakt iets van zijn mislukkingen.
De lange oren van Midas. Het begin van een schrijverschap door Gerrit Komrij, ingeleid en bezorgd door Arie Pos, is uitgegeven door De Bezige Bij.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.