Vijftien jaarĀ geleden spraken we af dat het gesprek eind 1992 herhaaldĀ zou worden. Dan zouden ze alle drie 65 zijn, en dat was nog iets anders dan vijftig. Ziekte, dood, creativiteit en vooral: angst voor afnemende lichamelijke en geestelijke vermogens waren in het gesprek dat R. Ferdinandusse en ik toen met hen voerden al hoofdthemaā€™s. Dat kon dus alleen nog maar schrijnender worden.

Maar in zekere zin was het gesprek nu lichter, ontspannener dan toen. Misschien wel omdat er in de tussentijd weliswaar eĢeĢn ramp had gedreigd (Harry Mulisch besloot gelukkig terug te vechten), maar het leven voor de rest toch voor onze helden heel aardig was geweest. Voorspoedig opgroeiende kinderen en kleinĀ­kinderen, onderscheidingen en prijzen zonder tal, een professoraat, en als klap op de vuurpijl een roman vanĀ meer dan 900 paginaā€™s die ook nog goed werd ontvangen door lezers en critici. Alles bij elkaar misschien wel wat te veel zon en te weinig schaduw voor een goed gesprek....