Meer dan 150.000 jongeren zoeken vergeefs naar een baan en het aantal senioren met een WW-uitkering is in vijf jaar tijd verdubbeld. Asschers nieuwe werkgelegenheidsbeleid lijkt niet te werken. ‘De werkloosheid wordt verschoven van de ene naar de andere groep.’

Met een ietwat bedremmeld gezicht staan zeven Haagse jongeren netjes naast elkaar opgesteld voor de donkerhouten kansel van de Nieuwe Kerk aan de rand van de Schilderswijk. Allemaal houden ze een bosje bloemen in de hand dat ze net hebben gekregen als welkomstgeschenk van de gemeente Den Haag. Een glunderende minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid steekt een kop boven hen uit. Voor het fotomoment hebben ook SER-voorzitter Mariëtte Hamer en PvdA-wethouder Rabin Baldewsingh plaatsgenomen op het podium. De jongeren, afkomstig van het mbo en voor een groot deel allochtoon, mogen het komend jaar bij verschillende diensten van de gemeente laten zien wat ze in huis hebben. Of hij blij is met zijn nieuwe plek, vraagt Hamer aan een van de jongens terwijl ze hem een microfoon onder de neus duwt. Hij knikt verlegen.

MBO-afgestudeerden met Asscher, Hamer en Baldewsigh op het podium bij de WERKtop. Foto: Martijn Beekman

Het is eind september 2015 en de gemeente heeft zoveel mogelijk lokale ondernemers, werving- en selectieadviseurs en onderwijsdeskundigen opgetrommeld voor de WERKtop. Maar liefst 10.000 nieuwe banen wil Den Haag deze collegeperiode in het leven roepen, vooral voor mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’.

Minister Asscher liet zich graag strikken voor een speech op deze bijeenkomst. ‘Wie van u speelde vroeger wel eens Levensweg?’ begon hij zijn betoog. ‘Bij dit bordspel heb je geen dobbelstenen maar een Rad van Fortuin met de cijfers 1 tot 10. En als dit rad je ongunstig gezind was in het begin van het spel, dan kon het wel eens een heel lange zit gaan worden.’ Het échte leven is nog veel oneerlijker, doceerde de minister. Zelfs met een goede opleiding was het voor jongeren de afgelopen jaren bijna onmogelijk om aan een baan te komen. ‘Ze moesten keer op keer een beurt overslaan. Het Rad van Fortuin bleef hen ongunstig gezind.’ Vooral als hun naam niet Jan of Annelies luidde maar Fatima of Ahmed.

De minister deed een moreel appèl op de werkgevers onder zijn gehoor: ‘U bent een belangrijk rolmodel, een inspiratiebron voor jongeren.’ Geef ze een kijkje in de keuken, raadde hij hen aan. Leer ze sociale vaardigheden. Help ze bij het verbeteren van hun netwerk. De ondernemers krijgen er volgens hem een ‘energiekere’ en ‘innovatievere’ organisatie voor terug. Op wervende toon: ‘Dit is een win-winsituatie voor iedereen. U bereidt hen voor op de arbeidsmarkt en zij ú op de toekomst!’

Dertig bedrijven hebben al toegehapt. Later die dag ondertekenen vertegenwoordigers van onder meer McDonald’s, Mediamarkt en T-Mobile samen met wethouder Baldewsingh het Haags Sociaal Akkoord dat in 2016 goed moet zijn voor zo’n 600 nieuwe banen, 250 werkervaringsplekken en 2000 stageplekken. Ze zijn vooral bedoeld voor kansarme jongeren maar ook voor arbeidsgehandicapten die vanwege de nieuwe Participatiewet niet meer tot de sociale werkplaatsen worden toegelaten.

Slecht nieuws voor de PvdA

Allemaal mooie voornemens, maar ze lijken een druppel op een gloeiende plaat. ‘Den Haag heeft een groot probleem,’ zegt Baldewsingh in een gesprek een aantal maanden na de WERKtop. ‘Sinds de crisis zijn we 19.000 banen kwijtgeraakt. Dat komt ook door de bezuinigingen van de rijksoverheid en door de digitalisering. Er is nu weer economische groei, maar die brengt de verdwenen banen niet terug.’

Dat fenomeen doet zich niet alleen in de hofstad voor, maar in het hele land. Jarenlang gingen alle prognoses van de regering en het Centraal Planbureau ervan uit dat economisch herstel zich op den duur ook in nieuwe arbeidsplaatsen zou vertalen. Maar hoewel het dieptepunt van de crisis al weer een paar jaar achter ons ligt, blijft de werkloosheid op hetzelfde hoge niveau van rond de 600.000 steken. Ook De Nederlandsche Bank constateerde onlangs dat de werkloosheid minder snel daalt dan na vorige recessies. De komende jaren verwacht DNB daar weinig verandering in. Het is te wijten aan het trage tempo van het herstel, de automatisering, de forse bezuinigingen in de zorg en bij de overheid en de groeiende groep 55-plussers die niet meer aan het werk komt. Slecht nieuws voor de PvdA, die haar kiezers in 2017 moet gaan uitleggen dat het de regeringspartij helaas niet is gelukt de langdurige werkloosheid te beteugelen. Het is de achilleshiel van Lodewijk Asscher.

Van de 600 miljoen euro voor de sectorplannen bleef 150 miljoen ongebruikt op de plank liggen.

Een ‘onvoldoende’

Aan het ontbreken van ambitieuze plannen heeft het niet gelegen. Asscher en zijn staatssecretaris Jetta Klijnsma schaakten van het begin af aan op alle borden tegelijk: de jeugdwerkloosheid moest een halt worden toegeroepen, weggereorganiseerde 55-plussers moesten weer zo snel mogelijk aan de slag. Ook voor arbeidsgehandicapten moest een reguliere baan in het bedrijfsleven of bij de overheid worden gevonden. Het wemelde van de goede voornemens en afspraken met de sociale partners, uitzendbureaus en gemeenten: de Aanpak Jeugdwerkloosheid, het Actieplan 55-plus Werkt. Om de malaise in bedrijfstakken als de bouw, de metaalbewerking en de zorg te bestrijden, trok Asscher 600 miljoen euro voor zogenaamde ‘sectorplannen’ uit.
Toch wil de werkloosheid maar niet zakken onder de 6,8 procent van de beroepsbevolking. Meer dan 150.000 jongeren zoeken vergeefs naar een betaalde baan. Nog dramatischer is de situatie voor 55-plussers die langer dan een jaar thuis zitten. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal senioren met een WW-uitkering in vijf jaar tijd verdubbeld. Het Actieplan 55-plus Werkt had tot doel 22.500 mensen aan een tijdelijke baan te helpen. Najaar 2015 bleek maar één derde daarvan gehaald. Bij het aanstellen van arbeidsgehandicapten blijft vooral de overheid zelf in gebreke. Op ministeries, gemeentehuizen en in het onderwijs zouden volgens de planning het afgelopen jaar 3000 ‘garantiebanen’ moeten zijn gecreëerd. Het werden er maar 1500. Van de 600 miljoen euro voor de sectorplannen bleef 150 miljoen ongebruikt op de plank liggen.

Bij de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken kreeg Asscher er flink van langs van de hele oppositie maar ook van regeringspartner VVD. Steven van Weyenberg van D66 noemde zijn werkgelegenheidsbeleid een ‘teleurstellende mislukking’. CDA’er Pieter Heerma vond dat het geld voor de banenplannen beter in lastenverlichting voor het bedrijfsleven had kunnen worden gestoken. In De Telegraaf had Anne Mulder van de VVD de minister vóór het debat al een ‘onvoldoende’ gegeven, al durfde hij dat niet hardop te herhalen waar Asscher bij zat. SP’er Paul Ulenbelt opperde het woord ‘werkgelegenheid’ van de voorgevel van het ministerie af te schroeven.

Superfanatiek

Terug naar de WERKtop in Den Haag. In een bovenzaaltje van het Filmhuis vlak naast de Nieuwe Kerk is het evenement ‘Jongeren in de lift’ gaande. Aan tafeltjes zitten twintigers die moeilijk plaatsbaar zijn op de arbeidsmarkt te speeddaten met lokale ondernemers. Vervolgens worden ze één voor één op het podium geroepen. Daar houdt de ondernemer die ze net hebben ontmoet in één minuut een wervend praatje over hun verborgen talenten om ook de andere aanwezige werkgevers voor hen te interesseren: Franka is ‘superfanatiek’, Rosa heeft een ‘zorgzaam karakter’ dat in een bejaardentehuis goed tot zijn recht zou komen. Raveena hunkert naar een baan waarin ze zichzelf kan ontwikkelen. ‘Ze lijkt me een ideale gastvrouw,’ zegt de zakenman die haar presenteert over de Hindoestaanse.

Het zijn allemaal jongeren met een moeizame voorgeschiedenis, vertelt organisator Willem Greving na afloop. ‘Ze komen uit de jeugdzorg, sommigen zijn uit huis geplaatst of zijn drop-out geweest. Er zitten crimineeltjes tussen en prostituees.’ Greving, projectleider De Toekomst bij de charitatieve stichting Boschhuysen, heeft de Haagse afdeling van MKB-Nederland zover gekregen dat ze zich over de kwetsbare jongens en meiden ontfermt. De gemeente steunt het project. In het begin was er best wat overredingskracht voor nodig. ‘MKB bestaat voornamelijk uit blanke ondernemers en die jongeren zijn vaak gekleurd. Ik kreeg vragen als: spreken ze wel Nederlands? Maar als je ze één op één met elkaar in contact brengt, krijgen ze een zwak voor zo’n jongere. Dan zeggen die ondernemers: hé, het zijn net mensen!’

Solidaire stad

Vanuit het Haagse stadhuis timmert wethouder Baldewsingh stevig aan de weg. Hij struint de hele stad af op zoek naar stages, leerwerkplekken en tijdelijke baantjes voor de grote groep werklozen uit probleembuurten als de Schilderswijk, Transvaal en het Laakkwartier. Ook probeert hij zoveel mogelijk kansarmen op de arbeidsmarkt onder te brengen bij de gemeente. ‘Zo heeft Den Haag recent nog 260 straatvegers in vaste dienst genomen,’ zegt hij trots. De VVD- en PVV-fracties in de gemeenteraad zijn niet gecharmeerd van het ruimhartige beleid van Baldewsingh: ‘Ze maken me uit voor Sinterklaas. Ik zou strooien met overheidsgeld. Dat is dan maar zo. Mijn ambitie is een solidaire stad.’

De kleurrijk ingerichte werkkamer verraadt de Surinaams-Hindoestaanse achtergrond van de sociaaldemocratische bestuurder: een Indiase mat met daarop sierkussens en een Boeddhabeeld, en aan de muur foto’s van de schepen die contractarbeiders als zijn eigen grootvader van India naar Suriname brachten. Hij kan zich met gemak verplaatsen in de migranten die maar liefst de helft van de Haagse bevolking uitmaken. Onder jongeren ligt dat percentage zelfs nog iets hoger. Het is een van de redenen dat de jeugdwerkloosheid in Den Haag met 19 procent ver boven het landelijk gemiddelde uitstijgt. Baldewsingh: ‘Ik lig daar wakker van.’

De wethouder stoort zich aan het gebrek aan belangstelling van de Tweede Kamer voor dit onderwerp: ‘Het debat gaat nu alleen over vluchtelingen, Keulen en populistische onderwerpen. Er dreigt een hele generatie verloren te gaan maar dat is geen politiek issue. Ik hoor landelijke politici niet zeggen: het gaat om werk, werk en nog eens werk. Sterker nog, aan het Binnenhof is werk een woord dat zelden valt.’ Hij noemt Asscher een ‘geweldige partijgenoot’ maar is niet onder de indruk van het werkgelegenheidsbeleid van dit kabinet. ‘Het legt de verantwoordelijkheid te veel bij de sociale partners en de gemeenten en voert zelf te weinig de regie. Asscher schaakt op verschillende borden tegelijk waardoor zijn beleid te weinig focus heeft. Zijn sectorplannen hebben bijna geen nieuwe banen opgeleverd. Ik denk nog wel eens met weemoed terug aan de tijd van Kok en Melkert toen de overheid zelf volop gesubsidieerde banen in het leven riep. Melkert is ervoor uitgejouwd maar hij heeft het land met zijn werkgelegenheidsbeleid een grote dienst bewezen. Ik kom er eerlijk voor uit: ik geloof nog in de maakbare samenleving.’

Écht aan het werk

Dat is nou precies wat Asscher niet wil: in de voetsporen van Melkert treden. Bij zijn aantreden als minister van Sociale Zaken in 2012 liet hij meteen weten niet op ‘Asscher-banen’ te zullen aansturen. Hij wilde niet het verwijt krijgen dat hij net zo’n dirigistische drammer was als zijn voorganger in het kabinet-Kok. Werk moest in de bedrijfstakken en in de regio gecreëerd worden, door ondernemers, vakbonden en gemeentebesturen samen. Vanuit Den Haag wilde Asscher hen hoogstens een steuntje in de rug geven. ‘Ik wil mensen écht aan het werk krijgen. Dat kan alleen samen met werkgevers en werknemers,’ zei hij bij de lancering van zijn sectorplannen medio 2013. Eenzelfde geest ademde het Sociaal Akkoord dat Rutte en hij eerder dat voorjaar sloten met de voormannen van de polder, na wekenlang geheim overleg met Ton Heerts van de FNV en Bernard Wientjes van VNO-NCW op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum. Sinds dat akkoord is er een onontwarbare kluwen ontstaan van arbeidsregio’s, werkbedrijven, werkkamers, sectororganen en andere overlegstructuren.

Doolhof

Wie feilloos de weg weet te vinden in dit labyrint, is Ton Heerts, nog tot mei dit jaar voorzitter van de FNV. Geen wonder, de vakbondsvoorman heeft dat doolhof zo’n beetje zelf in elkaar geknutseld. Wientjes en hij schrokken zich te pletter toen ze er tijdens de kabinetsformatie achter kwamen hoe radicaal Rutte II de arbeidsmarkt op de schop wilde nemen. In het conceptregeerakkoord stond van alles dat de polderbazen niet beviel: Heerts vond dat de WW werd uitgekleed, Wientjes zag niets in een wettelijke verplichting voor het bedrijfsleven om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Met hun lobby achter de schermen kregen ze voor elkaar dat in de uiteindelijke tekst stond dat de sociale partners een flinke vinger in de pap zouden krijgen. En zo geschiedde. De WW werd weliswaar ingekort tot twee jaar, maar er kwam een derde jaar bij waarover werkgevers en vakbonden zelf afspraken konden maken. Het wettelijke quotum voor arbeidsgehandicapten werd opgeschort zodat het bedrijfsleven de mogelijkheid kreeg dit zelf te regelen. Ook het idee van de sectorplannen ontstond tijdens dat overleg over de bijstelling van het regeerakkoord. Kenmerk van die plannen was dat werkgevers en vakbonden nauw bij het arbeidsmarktbeleid betrokken werden. Vooral de FNV, die door de interne broedertwisten al tijden buitenspel stond, zag het als een unieke kans om bij belangrijke beslissingen weer een voet tussen de deur te krijgen. Ook Asscher zag veel heil in die opzet. Het was midden in de economische crisis en de sectorplannen konden er volgens hem aan bijdragen dat kwakkelende bedrijven niet verder inzakten en de werkgelegenheid niet nog meer deuken opliep. Zijn voorwaarde was wel dat het bedrijfsleven zelf minstens de helft van de kosten ophoestte. Dan was hij bereid er 600 miljoen in te steken.

Heerts is het oneens met de kritiek van de Kamer dat de sectorplannen geen nieuwe banen hebben opgeleverd en dus jammerlijk zijn mislukt. Volgens hem heeft Asscher nooit gezegd dat het om banenplannen zou gaan, dus daar moeten die Kamerleden niet zo flauw over doen. ‘De sectorplannen waren onder meer bedoeld voor scholing en voor werk-naar-werk-trajecten.’

Als een boemerang

De plannen hebben ook wel iéts aan werkgelegenheid opgeleverd. In zijn eerste voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer van eind mei 2014 meldde Lodewijk Asscher trots dat meer dan 185.000 mensen door de maatregelen in de sectorplannen zijn ‘geraakt’. Maar hij hanteerde een wel heel ruime interpretatie, blijkt uit de brief. Iedereen die ook maar één loopbaangesprek had gevoerd, één sollicitatietraining had gevolgd of een gezondheidscheck had ondergaan, telde al mee. Bijna 20.000 mensen zouden door een werkgever in dienst zijn genomen, maar bij het overgrote deel daarvan ging het om tijdelijke leerwerkplekken. Slechts 2000 mensen werden dankzij de sectorplannen aan een volwaardige baan geholpen. In de laatste voortgangsrapportage van eind vorig jaar is dit – lage – aantal niet veranderd.

Asscher heeft ook wel heel strenge voorwaarden gesteld aan de sectorplannen, zegt Paul van den Boom. De beleidsadviseur sociale zekerheid van de FNV is tijdelijk gedetacheerd bij het Actieteam Crisisbestrijding van de Stichting van de Arbeid en bewaakt de voortgang van de plannen. ‘De bedrijfstakken moesten voor minstens de helft meefinancieren en dat was moeilijk midden in de crisis. Bovendien moesten ze aantonen dat ze met de plannen activiteiten in gang gingen zetten die anders achterwege waren gebleven. Ook mochten die activiteiten niet botsen met de Europese regels over concurrentievervalsing en staatssteun. Het ministerie van Sociale Zaken was doodsbenauwd de grip op de gang van zaken te verliezen. Ook was het bang de kritiek te krijgen dat er geld over de balk was gegooid.’

In sommige bedrijfstakken zijn prima plannen opgesteld, vervolgt de FNV’er. Maar dan gaat het wel vooral om traditionele sectoren als de bouw, de grafische industrie en de metaalbewerking. ‘In de metaal is het geld gebruikt om mensen van werk naar werk te begeleiden, zodat ze niet in de WW komen. Dat loopt als een tierelier. Het openbaar vervoer had altijd de gewoonte elkaar de tent uit te vechten. Daar zitten ze nu in elk geval met elkaar om de tafel.’ Moeizamer kwam de samenwerking van de grond in moderne sectoren als de ICT. ‘Daar zijn ze minder hecht georganiseerd en op elkaar ingespeeld dan in het traditionele bedrijfsleven. Er ligt nu wel een ICT-plan maar het moest van ver komen.’

Net als Heerts erkent Van den Boom dat uit al die inspanningen weinig échte banen zijn voortgekomen. ‘Het woord banenplan is er in geslopen. Dat is een communicatiefout waar we met zijn allen schuldig aan zijn. Nu slaat het als een boemerang op Lodewijk Asscher terug.’

Asscher wordt bijgepraat over de sectorplannen in de praktijk, begin 2015. Foto: Dirk Hol/ANP
Ziek, zwak, misselijk

In de verblindend witte Polarzaal van het Mediaplaza in Utrecht zitten zo’n vijftig medewerkers van gemeentelijke Sociale Diensten, reïntegratiebedrijven en het UWV aan ronde tafeltjes. Ze zijn bijeengekomen voor een congres over de nieuwe Participatiewet waaronder bijstandsgerechtigden en arbeidsgehandicapten vallen.
De stemming is geladen. Bij de Sociale Diensten blijkt grote wrevel te heersen over de afspraak uit het Sociaal Akkoord dat bedrijfsleven en overheid op vrijwillige basis 125.000 arbeidsgehandicapten in dienst zullen nemen. Zo staat het ook in de wet van staatssecretaris Klijnsma. Het zou ten koste gaan van de arbeidsbemiddeling van langdurig werklozen uit de bijstand.

Alleen wie ziek, zwak, misselijk en op sterven na dood is, krijgt een vinkje.

De gemeenteambtenaren klagen dat mensen uit de sociale werkplaatsen en Wajongers (jonge arbeidsgehandicapten) voorrang krijgen van werkgevers die bang zijn dat er anders alsnog met een wettelijk quotum wordt gezwaaid. Om kans te maken op een van de 125.000 ‘garantiebanen’ moet je in het ‘doelgroepenregister’ van het UWV zijn opgenomen en dat is geen sinecure. Je arbeidsbeperking moet wel heel zwaar zijn, anders val je meteen buiten de boot.

‘Ik voel me belemmerd door de wetgeving,’ roept iemand uit de zaal. En een man die bij de Sociale Dienst in Oss werkt: ‘Wij hebben veertig gevallen aan het UWV voorgelegd waarvan er maar één in aanmerking kwam voor beschut werk.’ Hij raakt geëmotioneerd: ‘Alleen wie ziek, zwak, misselijk en op sterven na dood is, krijgt een vinkje. De andere langdurig werklozen krijgen we niet meer verkocht aan de werkgevers.’

Net Kafka

Een van de sprekers op het congres is Patrick Welman, CDA-wethouder van Enschede en voorzitter van de landelijke Werkkamer die de uitwerking van de Participatiewet bijhoudt. Aan hem de nobele taak de kibbelende sociale partners en wethouders die samen in de Werkkamer zitten met elkaar te verzoenen.

Als geen ander weet Welman hoe zwaar het is om geen werk te kunnen vinden. ‘Als bestuurskundige kwam ik in 1995 de arbeidsmarkt op en dat was een moeilijke tijd. Ik heb thuis nog een hele stapel afwijzingen liggen voor banen waarop honderden andere mensen hadden gesolliciteerd. Door al die afwijzingen ging je aan jezelf twijfelen, dat was heel confronterend. Ik heb van alles gedaan: schoonmaakwerk, voor een garage auto’s opgehaald uit Italië, en in de cliëntenraad van een tehuis voor demente bejaarden gezeten.’

In de Werkkamer merkte hij hoe groot het onderlinge wantrouwen tussen sociale partners en de gemeenten is. ‘Iedereen verdenkt de ander ervan alleen aan cherry picking op de arbeidsmarkt te doen.’

Welman kijkt nu wel met ‘een goed gevoel’ naar de Werkkamer, maar in het begin, drie jaar geleden, schrok hij van de heftige aanvaringen. ‘Er ontstond meteen ruzie over definitiekwesties. Gemeenten zeiden: wij zijn er voor iedereen die in de bijstand zit. Werkgevers en vakbonden hielden vast aan de strenge doelgroepeisen uit het Sociaal Akkoord.’

Op de achtergrond speelde ook animositeit tussen de gemeenten en het kabinet. Rutte I had beloofd dat de gemeenten behalve over de bijstand ook de regie zouden krijgen over de sociale werkplaatsen en een groot deel van de jonge arbeidsgehandicapten. Maar daar haalde het Sociaal Akkoord een streep doorheen. Opeens moesten de gemeenten de zeggenschap delen met werkgevers en vakbonden en dat zat hen niet lekker. Al helemaal niet omdat het kabinet ook nog eens fors bezuinigde op hun reïntegratiebudgetten. Terwijl er in Den Haag wel geld bleek te vinden voor het subsidiëren van sectorplannen. Zoals Welman het zegt: ‘Asscher heeft daar 600 miljoen euro voor uitgetrokken, maar als er niet zo hard op de gemeenten was bezuinigd, was dat helemaal niet nodig geweest. Het kabinet had beter kunnen zeggen: langdurige werkloosheid is een belangrijk onderwerp, daar willen we afspraken over maken met de gemeenten. De arbeidsmarkt is een regionale aangelegenheid en daar ligt dus de oplossing. Nu is er een hele kerstboom opgetuigd in de polder. Met al die regels, blauwdrukken en overlegorganen. Soms lijkt het net Kafka.’

Heerts heeft er alle begrip voor dat de wethouders ervan schrokken dat ze ineens zaken moesten doen met zijn FNV over de Participatiewet. ‘Wij moesten ook even wennen aan de wethouders.’ De vakbondsvoorman geeft wel toe dat de gemeenten aan de late kant werden geïnformeerd over het op handen zijnde Sociaal Akkoord. ‘Ze zijn een paar weken van tevoren wel bijgepraat, maar toen stonden de grote lijnen al vast.’ Heerts benadrukt dat het hem echt niet alleen gaat om de 125.000 ‘garantiebanen’ voor arbeidsgehandicapten: ‘Ik vind de andere langdurig werklozen óók belangrijk. Als er klachten zijn over de strenge keuringen van het UWV, moet dat worden aangepakt. Maar zonder het Sociaal Akkoord zouden de gemeenten uit zichzelf geen extra aandacht hebben besteed aan de Wajongers en mensen in sociale werkplaatsen. Nu gebeurt dat wel. Daar ben ik supertrots op.’

Heen en weer geschoven

Ze hebben het er allemaal reuze druk mee, met het uit het slop trekken van de arbeidsmarkt: de minister en zijn staatssecretaris, de werkgevers en vakbonden, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de sociale diensten, het UWV, charitatieve instellingen als de Stichting Boschhuysen, de sectororganen, de Werkkamer, het Actieteam Crisisbestrijding van de Stichting van de Arbeid. Voor wie het in elk geval werkgelegenheid oplevert: de congresbureaus die er in het hele land bijeenkomsten over beleggen en de consultants die inmiddels stapels quick scans en evaluatierapporten hebben geproduceerd. Maar verder blijft het tobben. Want alle goedbedoelde pogingen blijven steken in een sollicitatietraining hier, een begeleidingsgesprek daar en een stage of leerwerkplek voor een paar maanden. Ook worden groepjes werklozen heen en weer geschoven, zoals tussen de sociale diensten en het UWV gebeurt met mensen met een arbeidsbeperking. De werkloosheid als geheel daalt ondertussen niet.

‘Het kabinet is alleen bezig de schaarste op de arbeidsmarkt te verdelen,’ zegt Arjan Vliegenthart, namens de SP wethouder van Sociale Zaken in Amsterdam en voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG. ‘De werkloosheid wordt verschoven van de ene naar de andere groep. Je kunt de mensen die nu achter in de rij staan wat naar voren halen maar een ander zet dan weer een stap naar achteren. De rij wordt er niet minder lang van. Ik voel me zelf ook wel eens de wethouder van verdringing.’