Feuilleton

e mussen vallen dood van het dak. Betty houdt het nauwelijks uit onder de pannen van haar te warme zolderetage midden in de stad, ’s nachts ligt ze wakker bij het lawaai van een oude ventilator naast haar bed, en als ze hem uitzet, ligt ze wakker van de warmte. Alleen op haar dakterras is het uit te houden, en alleen ’s avonds laat met een koud biertje, dan doet ze haar ogen dicht en luistert naar het gekletter van borden en bestek, naar een onverstaanbare ruzie, naar een kurk die uit een fles plopt, naar mensen die kreunen in een slaapkamer – of is het een pornofilm, denkt Betty, het klinkt als het kreunen in een pornofilm, te nadrukkelijk, te gekunsteld, aan de andere kant: dat is wat vrouwen soms doen, nadrukkelijk kreunen, omdat ze in pornofilms gezien hebben dat vrouwen zo kreunen, als bevestiging, ja, zo, ga door, en mannen denken dat als hun vrouw dat niet doet, zij het niet goed doen. Life imitates art. Nou ja, life imitates porn.

Ze denkt even aan hoe...