Feuilleton

In het bad van Jonas en Roos zwemt een grote, grijze vis.

Natuurlijk, denkt Betty. Ze kijkt nergens meer van op sinds Jonas en Storm zijn teruggekeerd van hun vader-en-zoon-mannenweekend en in een tent in de tuin zijn getrokken. Weliswaar komt Jonas de hele tijd binnen om zijn nieuwe ­iPhone op te laden en kopjes koffie te zetten met zijn espressomachine, maar hij heeft zijn gevaarlijk scherpe Japanse messenset naar de tent verhuisd. Op gezette tijden vertrekt hij met Storm op expedities naar het Vondelpark en vermoedelijk zelfs de echte natuur, gewapend met hengels en rugzak. Storm kan al grote stukken rood vlees barbecueën en schiet, akelig accuraat voor een zesjarige, blikjes van de schutting met zijn buks, western style.

‘Kom,’ zegt Betty tegen Vlinder, ‘ik poets je wel schoon onder de douche.’ In een onbewaakt moment heeft Vlinder haar rechterarm volgetekend met rode bloemen en groene bladeren, waarmee ze hoge ogen zou gooien op de World Tattoo Convention maar iets minder bij Roos, vermoedt Betty. Nu kijkt ze gefascineerd over de rand van het bad; ze is al gewend aan het feit dat haar vader en broer plots van metrowatjes in ruige oermannen zijn veranderd die levende have dit voormalig vegetarische huishouden binnenslepen. En aan het feit dat haar moeder zich voortdurend opsluit in haar meditatiekamer, naar haar spirituele coachingspraktijkje verdwijnt of naar een terras met witte wijn en vriendinnen, of op hoge toon ruzie maakt met Jonas, terwijl ze de zorg voor Vlinder steeds achtelozer aan Betty overlaat.

‘Hoe heet-ie?’ vraagt Vlinder. In Vlinders wereld heeft alles en iedereen een naam.

Betty kijkt naar het vermoeide dier dat traag rondjes draait.

‘Willem-Alexander,’ zegt ze, Vlinders royaltyhuwelijk-liefde indachtig

‘Neeee…’ zegt Vlinder. ‘Hij heet Anouk.’

Natuurlijk, denkt Betty, terwijl ze op haar telefoon ‘viltstift verwijderen van huid’ googelt, elke week een nieuw idool voor Vlinder.

‘Je kunt hem niet zomaar ziek blijven melden. Hij moet naar school!’ Roos trekt Jonas de huiskamer binnen voor een gesprek onder vier ogen. Betty zit onopvallend aan de keukentafel en bestudeert verwoed een foldertje van Roos: ‘Wie ben je en wie wil je echt zijn? Met oefeningen, visualisatietechnieken, meditatie en tips om te gronden kan ik je begeleiden naar het vinden van je eigen ik.’

Jonas haalt zijn schouders op. ‘Welnee. Jongens moet je de vrijheid laten, dat lees je toch overal tegenwoordig. Ze moeten ravotten, vies worden, een beetje bonden met hun vader. Niet de hele dag netjes opzitten voor de juf en de meisjes. Daar krijgen ze maar ADHD van.’

Jonas is volgens mij al lekker bezig met gronden.

‘Hij krijgt nog eens ADHD van al dat vlees dat je hem te eten geeft,’ schampert Roos.

Betty duikt dieper in de folder. ‘Niks is mooier dan je innerlijke ik te mogen laten zien aan de rest van de wereld,’ leest ze.

Jonas zwaait met een NRC. ‘Hier! Hier staat het: “Jongens zijn van nature baldadig.” En ze moeten helemaal niet doorleren, ze moeten gewoon met hun handen leren werken, op een ambachtsschool.’

‘Sinds wanneer wil jij niet meer dat Storm naar Harvard gaat? Vorig jaar vond je nog dat hij nu al Engels en Chinees moest leren.’

‘Ik ga weer naar buiten. We gaan een buitenslaaphut bouwen.’

‘Welja, ga maar weer, naar je mannenhut, jonge vrouwtjes naar binnen slepen!’

Betty bestudeert het coachingsaanbod voorin de folder. ‘Healing. Je eigen grenzen leren kennen. Huis energetisch reinigen.’

‘Mannen moeten jagen, Roos. Ik wil ook weleens neuken.’

‘Wandelcoaching. Holistische yoga. Tantramassage.’ Tantramassage?

Roos draait zich om en verdwijnt weer naar haar kamer.

Even later is de rust wedergekeerd en zijn de rollen weer pre-Jet Bussemaker verdeeld. De mannen jagen: op vrouwen, op vlees, op een oergevoel. De vrouwen verzamelen: Roos briefjes van honderd in haar geheime la, Vlinder idolen die niet op haar moeder lijken, en Betty moed. Ik moet koken, denkt ze. Heel erg lekker koken. Zo lekker dat ik de jongens en de meisjes weer bij elkaar om de tafel krijg en alles weer goedkomt. Goed idee voor mijn culicolumn. Ze gaat met een notitieblok in de kamer van Vlinder zitten, die in een eindeloze herhaling op YouTube naar Anouk kijkt (alles is goed zolang het maar geen nieuws is, niet die jongetjes), en stelt een jagers-verzamelaarsmenu samen van saignante biefstuk, lavendelijs, kruidige zevenbladsla, ceviche. Ze is er zo in verdiept dat ze het eerst niet hoort: weglopend water, doffe bonken in de badkuip.

Wat nu weer. Ze staat op en loopt naar de badkamer.

Storm staat bij de badkuip met de stop in zijn hand. Roerloos kijkt hij naar vis Anouk, die in het lege bad spartelend naar adem hapt.

Achter hem staat zijn vader. Ze doen niets. Ze kijken, de ogen vol fascinatie en verlangen naar donkere mannendingen, vermomd als nieuwsgierigheid; de blik van dokters, gekken, jongens. Verveelde jongens. Jagers.

‘No air, no pride’, zingt Anouk op YouTube.