Vandaag maken ze het wereldkundig, op een internationale conferentie in Rotterdam. Het merendeel van de Nederlandse supermarkten (alleen Lidl en Aldi doen vooralsnog niet mee) belooft in 2025 alleen nog bananen af te nemen van plantages die een leefbaar loon betalen aan de werkers.

Slagje om de arm: waar dat niet lukt is driekwart van dat loon ook acceptabel. Maar het doel is nadrukkelijk een salaris waar een gezin van rond kan komen. Dat wordt nog een hele uitdaging, want op veel bananenplantages halen de lonen nog niet de helft van het beoogde niveau.

‘Een hele mooie stap,’ vindt Jennifer Mulder, manager duurzaamheid bij het overkoepelende Centraal Bureau Levensmiddelenhandel: ‘De supermarkten erkennen hiermee hun verantwoordelijkheid voor leefbaar loon. Als het meest verkochte fruit in de supermarkt lenen bananen zich er goed voor om het spits af te bijten.’

Eindstation in de keten

Wat is hier gebeurd? Supermarkten waren er tot voor kort bepaald niet happig op: discussie over de vaak onfatsoenlijk lage lonen voor arbeiders en boeren die de producten maken die wij dagelijks in de winkel aantreffen. De klant vraagt er niet om, was de verdedigingslinie. En voor wie dat wil, is er een aanbod van fairtrade producten. Die bieden weliswaar ook geen garantie dat er lonen zijn betaald waarvan de arbeider kan leven, maar gaan wel een eind in die richting.

‘Wij hebben laten uitrekenen dat 13 cent extra per bosje van tien rozen genoeg is voor fatsoenlijke lonen in de sector.’

De geringe bereidheid bij de supermarkten om te erkennen dat ook zij, als eindstation in de keten van producten als bananen, koffie en cacao, een verantwoordelijkheid hebben voor uitbuiting, frustreerde actievoerders.

Ontwikkelingsorganisatie Hivos pleit al jaren voor betere prijzen voor bosjes rozen uit Afrika, veelal geteeld op bedrijven van Nederlandse eigenaren. Veel is er nog niet bereikt. Het was de reden om vorig jaar een campagne te starten met de ietwat moedeloze titel: Hallo supermarkt: hoe moeilijk kan het zijn?

‘Wij hebben laten uitrekenen dat 13 cent extra per bosje van tien rozen genoeg is voor fatsoenlijke lonen in de sector,’ zegt woordvoerster Nada van Schouwenburg. ‘We zijn daarover wel in gesprek met de supermarkten, maar het schiet nog niet erg op.’

Onderhandelingskracht

Dus waarom nu wel bij bananen? Wat helpt is dat supermarkten hét verkoopkanaal zijn voor bananen. Dat geeft onderhandelingskracht.

‘De discussie over leefbaar loon is volwassen geworden.’

Anders dan bij de Afrikaanse rozen, die maar voor een beperkt deel in de supermarkten belanden. Maar de tijd is er vooral ook rijp voor, zegt Jordy van Honk van het Initiatief Duurzame Handel, de organisatie die de supermarkten gaat begeleiden in het bananenproject. ‘De discussie over leefbaar loon is volwassen geworden. We weten nu veel meer. Bijvoorbeeld dat ook het wettelijke minimumloon in tal van landen veel te laag is om er van rond te kunnen komen. Het blijft een lastig en gevoelig onderwerp, maar ook multinationals en supermarkten erkennen nu dat ook zij hier een verantwoordelijkheid in hebben.’

Elk jaar ten minste 10 procent loonstijging

Wat niet wegneemt dat de afspraken over bananen een ‘absolute doorbraak’ zijn. ‘Het is de eerste keer dat supermarkten gezamenlijk optrekken. En het gaat om de hele bananenketen. Er is in die sector de laatste jaren al best veel gebeurd. Maar de missing link was altijd de marktvraag, vanuit de supermarkten. Die is er nu.’

Het duurt nog wel even voor we er zeker van kunnen zijn dat achter de bananen in de supermarkten geen uitbuiting schuilgaat.

Wat ook helpt, zijn de afspraken die in steeds meer sectoren zijn gemaakt over maatschappelijk verantwoord ondernemen in het buitenland. Zoals in de voedingsmiddelensector. Op initiatief van voormalig minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking besteden dergelijke convenanten ook nadrukkelijk aandacht aan de lonen voor de werkers en de prijzen die boeren in ontwikkelingslanden krijgen voor hun producten. In de afspraken die de voedingsmiddelensector vorig jaar maakte met de overheid en maatschappelijke organisaties, staat dat er vijf projecten worden gestart op dat terrein. Het bananenproject is daarvan de eerste concrete uitkomst.

Overigens duurt het nog wel even voor we er zeker van kunnen zijn dat achter de bananen in de supermarkten geen uitbuiting schuilgaat. Het komende jaar is uitgetrokken voor een inventarisatie. Hoe groot is op de verschillende plantages waar onze bananen vandaan komen het verschil tussen het huidige loon en een leefbaar loon? En hoe hoog is dat leefbaar loon eigenlijk? Dat kan per regio en land nogal uiteenlopen.

Met ingang van 2021 moeten er dan elk jaar stappen worden gezet van ten minste 10 procent loonstijging om de kloof te overbruggen.

Verborgen kosten

Er is al heel wat bekend over de feitelijke situatie. Zo onderzocht het Amsterdamse onderzoeksbureau True Price onlangs de verborgen kosten in de bananensector. De conclusie: de sociale kosten van de zeer lage lonen (plus milieukosten als ontbossing en waterschaarste) worden niet meegenomen door de bedrijven die de bananen verkopen. Consumenten zien ze evenmin terug op het prijskaartje.

Volgens de berekeningen zouden handelaren gemiddeld 30 cent per kilo extra moeten betalen om de negatieve gevolgen op te vangen. Bij bananen met een keurmerk ligt dat op 15 cent. Fairtrade, opdrachtgever van het onderzoek, verhoogde op basis van de resultaten de vergoeding die boeren krijgen voor hun bananen.

De olifant in de kamer bij discussies over leefbaar loon is altijd de vraag wie uiteindelijk de hogere kosten gaat betalen. Ook de supermarkten zwijgen daar nog nadrukkelijk over. ‘Pas als we meer weten over de feitelijke situatie besluiten we over de stappen die we moeten zetten om het gat met leefbaar loon te dichten,’ zegt Jennifer Mulder van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel.

‘De supermarkt die bananen inkoopt tegen de scherpst mogelijke prijs zorgt ervoor dat die werknemer helemaal geen hogere lonen kán betalen.’

‘Uiteindelijk wordt dit een onderhandelingsspel tussen de eigenaren van de plantages en de overige partijen in de keten,’ verwacht Peter d’Angremond, directeur van keurmerkorganisatie Max Havelaar. Er kan geen misverstand over bestaan dat de werkgevers in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor fatsoenlijke salarissen. ‘Maar de supermarkt die bananen inkoopt tegen de scherpst mogelijke prijs zorgt ervoor dat die werkgever helemaal geen hogere lonen kán betalen.’

Angst voor reputatieschade

De fairtrade aanpak werkt met gegarandeerde minimumprijzen. En met premies die werknemers naar eigen inzicht kunnen inzetten. Een doos bananen van achttien kilo levert op dit moment een dollar aan premie op. Een groeiend deel van die premiebedragen wordt nu ingezet voor aanvullingen op het loon. D’Angremond: ‘Dat is een eerste, mooie stap voor de mensen. Maar het is nadrukkelijk geen vervanging voor de contracten die zij hebben met hun werkgever. Ook wij willen dat betere lonen uiteindelijk gewoon in de contracten worden verankerd.’

‘Cut and run, heet dat in het internationale jargon: bedrijven die alle producenten schrappen waar mogelijk wat aan de hand is.’

In het geval van de bananenaanpak van de supermarkten is het gevaar, aldus d’Angremond, dat de retail tegen de eigenaren van de bananenplantages zegt: betalen jullie maar een leefbaar loon, dan kopen wij bij jullie. ‘Cut and run, heet dat in het internationale jargon. Bedrijven, die, vanwege bijvoorbeeld angst voor reputatieschade, alle producenten schrappen waar mogelijk wat aan de hand is. Die kant moet je nu niet op.’

Doel van de leefbaar loon-discussie is volgens de Max Havelaar-directeur nu juist dat er een dialoog ontstaat. ‘Je wilt dat de hele sector verbetert. Dan kan de uitkomst van je onderzoek zijn dat die werkgever meer moeten gaan betalen. Afhankelijk van zijn winstmarge. Maar het kan ook zomaar zijn dat je constateert dat hen het water al aan de lippen staat. Zoals bijvoorbeeld in de bloemenproductie. Die growers hebben vaak helemaal geen ruimte voor ook maar een cent extra. Dan ontkom je er niet aan om in alle fairheid en openheid met elkaar vast te stellen wie in de hele keten welke bijdrage moet leveren aan leefbare lonen.’

Ondanks zijn kanttekeningen is de Max Havelaar-directeur lovend over het bananeninitiatief van de supermarkten. ‘Zij steken nu hun nek uit. Dat is zeer positief.’

Initiatief Duurzame Handel (IDH) zal, in de ondersteuning van het initiatief, vooral ook werken aan verbreding. Jordy van Honk van het IDH: ‘Wij werken al samen met grote producenten zoals Fyffes en supermarktketens in Groot-Brittannië en Duitsland. Zij kijken met veel belangstelling naar wat hier gebeurt. De stap van de supermarkten is dus niet alleen van belang voor de bananenwerkers, maar kan op termijn ook goed uitpakken bij andere producten waar de lonen en inkomens van de boeren nog veel te laag zijn.’