Satire in Griekenland

Lakis Lazopoulos is de bekendste Griekse komiek en satiricus van de afgelopen twintig jaar. Hij is inmiddels de zestig gepasseerd maar heeft nog altijd het schalkse van een iets te brutaal neefje, dat je zijn gedurfde grappen op familiefeestjes direct vergeeft. Begin jaren negentig brak hij door met zijn televisieshow Tien kleine Dimitrisjes (‘Deka Mikroi Mitsoi’), waarin hij aan de hand van tien typetjes een beeld gaf van de Griekse samenleving. Tot dan toe was satire op de Griekse televisie niet veel meer dan een soort lach-of-ik-schiet-show. Niet dat daar al te geringschattend over moet worden gedaan: de platte humor gaat al terug tot de blijspeldichter Aristophanes (vijfde eeuw v.Chr). Zijn stukken zijn gelardeerd met grappen die we nu als seksistisch en bot zien. Maar aan het einde van het verhaal is er wel altijd een moraal – iets wat Lakis Lazopoulos zich ook eigen heeft gemaakt. Niet voor niets is hij zijn carrière begonnen in het theater, waar altijd een sterk politiek engagement heeft geleefd. Voor zijn Tien kleine Dimitrisjes ontwikkelde hij, à la Aristophanes, een soort humor met een bijna belerend randje. Zijn ‘doorsnee-bijzondere’ typetjes lieten zien hoe Griekenland bezig was zich in een ongewisse toekomst van geleend geld en te snelle auto’s te storten, waarbij het zich in rap tempo van zijn oude tradities ontdeed. Toen de crisis in volle hevigheid losbarstte, stortte Lazopoulos – inmiddels ook directeur programmering bij een populair televisiekanaal – zich met volle kracht op de actualiteit. Hij scoort al jaren met zijn Al Tsantiri News (een woordgrap gebaseerd op Al Jazeera en ‘vertwijfeling’), waarin hij maar liefst negentig minuten lang commentaar geeft op het nieuws, sketches neerzet en lange conferences houdt die soms meer op politieke toespraken lijken – wat nog wordt versterkt door het aanwezige publiek dat uit zijn hand eet. Je zou kunnen zeggen dat hij de aanpak van Van Kooten en de Bie verruilde voor die van Kopspijkers, waarbij zijn tomeloze energie en zijn contact met het publiek dan weer aan Paul de Leeuw doen denken.

Vorig jaar besloot Lazopoulos met de theatershow Sorry I’m Greek Europa in te trekken. De show was in het Grieks, maar er liep ondertiteling mee, want hij wilde per se dat ook de niet-Grieken zijn boodschap meekregen. ‘Er was een Grieks antwoord op de crisis nodig, en dat kon het best via de satire,’ zegt hij zelf. ‘Mijn opa heeft me een horloge gegeven zodat ik weet wanneer het tijd is om me niet langer in de hoek te laten zetten.’ De drang om internationaal te gaan was groot: ‘We hebben een Europese Unie van Satirici nodig. Wij zien de zaken scherper dan de politici.’

Voor Sorry I’m Greek grijpt Lazopoulos terug naar dezelfde aanpak van de Tien kleine Dimitrisjes: hij voert twaalf Grieken op, van wie sommige terecht kritiek op Europa hebben en andere terecht door Europa bekritiseerd worden. Uiteindelijk kiest hij partij voor de Griek die gepiepeld wordt, en hij laat daarbij geen effect ongebruikt. Zo zei hij in een Duits televisie-interview: ‘Het lijkt erop dat Merkel de resten van de Berlijnse muur gebruiken wil om een nieuwe muur in Europa te bouwen.’

Vorige maand zong hij een liedje over oude mensen die de elektriciteitsrekening niet langer kunnen betalen. Het livepubliek smulde – iedereen heeft wel een oma of een tante in die situatie. Zijn shows zijn uitingen van solidariteit met de gewone Griek geworden, en de satire lijkt plaats te hebben gemaakt voor verontwaardiging. Het schalkse neefje is ouder geworden, en wil nu dat de hele Europese familie naar hem luistert.