Internetactivist Jacob Appelbaum
De laatste tijd zijn de tactieken veranderd. Het is nu minder zichtbaar, meer onder de oppervlakte. Ze wachten hem niet meer op vliegvelden op, nemen zijn telefoons en laptops niet meer in beslag, ondervragen hem niet meer uren achter elkaar. Hij komt ze ook niet meer ‘toevallig’ ergens tegen, het busje om de hoek van zijn appartement is verdwenen, en ’s nachts gluren er geen mannen met nachtkijkers meer door het slaapkamerraam van zijn partner. Maar weg is het niet. Dat weet Jacob Appelbaum zeker. Ze zullen hem altijd in de gaten blijven houden, zijn telefoonverkeer afluisteren, zijn internetverbinding monitoren. En wat óók nooit meer verdwijnt, is de angst. ‘De laatste keer dat ik naar bed ging zonder me af te vragen of ik ’s ochtends wakker zou worden met een pistool in mijn mond kan ik me niet meer herinneren,’ zegt hij. ‘Het is net een posttraumatische stressstoornis. Maar dan zonder “post”.’
‘Ze’, dat zijn de Verenigde Staten. De overheid, de geheime diensten, het leger. Het is dezelfde ‘ze’ waar menig thrillerauteur over schrijft en complotdenkers wilde fantasieën bij krijgen. Maar in het leven van de negenentwintigjarige Appelbaum zijn ‘ze’ niet imaginair. Hij is écht onderdeel van een groot strafonderzoek naar klokkenluiderssite WikiLeaks, waar Appelbaum woordvoerder van was. Om wat voor onderzoek het precies gaat en welke rol Appelbaum daarin speelt, is onduidelijk. Maar het is een feit dat het Department of Justice de adressen van waaruit Appelbaum inlogde op zijn Gmail-account bij Google heeft opgevraagd, samen met al de e-mail- én IP-adressen van iedereen met wie hij mailde. Soortgelijke informatie eiste Justitie ook bij Twitter en internetprovider Sonic op. En, zegt Appelbaum, hij heeft zijn telefoons niet teruggekregen, nadat die hem – zonder huiszoekingsbevel of officiële aanklacht – waren afgenomen tijdens een van de tientallen keren dat hij is ondervraagd op een vliegveld (en waar hij zelf uitgebreid live verslag van deed op Twitter).
‘Ken je de film Das Leben der Anderen?’ vraagt hij. ‘Een van de strategieën van de Stasi was om subversieve mensen heel lang achter elkaar op te sluiten en dan opeens uit het niets weer los te laten. Daarna is iemand niet meer subversief. Die psychologie van de onderdrukking hebben ze ook bij mij toegepast.’
Met welk effect?
‘Ze hebben de verkeerde uitgekozen. Ik schrik niet terug en ben begonnen met het bouwen aan oplossingen om ervoor te zorgen dat als de overheid dit met iemand anders wil doen, met wie dan ook, waar dan ook, ze het erg moeilijk gaan krijgen. Mensen helpen om online anoniem te zijn zodat ze controle en censuur kunnen omzeilen is een manier om de politiestaat zinloos te maken. Het blootleggen van de spionage-industrie is een gevecht dat het waard is om te voeren. Dus gaan we alle software op de wereld onthullen die mensen bespioneert. En gaan we de wereld leren hoe telefoontaps werken en wat je er tegen kan doen. Ik heb hier nogal wat littekens aan overgehouden en ik zou willen dat ze weggaan, maar gelukkig hebben ze me niet in een lafaard veranderd. Moed is geen gebrek aan angst; moed is om in het aangezicht van de angst door te gaan met de dingen waarvan je weet dat ze juist zijn.’
Toen u werd vastgehouden op het vliegveld van Seattle tweette u dat u banger was voor de Amerikaanse douane dan toen u de Iraakse grens overstak. Hoe ging u tijdens die verhoren met uw angst om?
‘Humor is één manier. Ik had tijdens die reis geen enkel apparaat bij me, behalve usb-sticks met daarop de Amerikaanse Bill of Rights. De confrontatie aangaan is een andere manier. Ik vroeg de douanebeambten of ze hun kinderen nog in de ogen konden kijken terwijl ze hielpen een politiestaat te creëren en handlangers van een organisatie aanpakten die in korte tijd ongeveer alle prijzen op het gebied van onderzoeksjournalistiek heeft gewonnen.’
Staat u nog steeds achter WikiLeaks en Julian Assange?
‘Fuck yeah! Ik steun hem voor honderd procent. Wat Julian heeft gedaan is absoluut belangrijk. Hij heeft niet alleen laten zien dat de meeste journalisten lafaards zijn, hij heeft met zijn acties en de strijd die hij voert ook moed in de wereld gebracht. Hij heeft gebreken zoals iedereen, maar in tegenstelling tot bijna iedereen is hij moedig.’
U waarschuwt al jaren voor de controlestaat. Hebben uw ervaringen u de ogen geopend?
‘Nee, die waren al bijna mijn hele volwassen leven open. Ik heb alleen de keuze gemaakt om niet alleen mezelf, maar iedereen er beter uit te laten komen. Daarom koos ik ervoor om communicatiemiddelen als Twitter en Google te gebruiken. Dát is wat gewone mensen ook gebruiken. Dus nu begrijpt iedereen waar het over gaat. Denk je dat je Gmail-account veilig is? Ja, misschien, behalve als de overheid je als een tegenstander ziet, dan kunnen al je gegevens en die van je contacten worden opgeëist.’
Nobelprijswinnaar
Jacob Appelbaum geldt als een grote jongen in de internationale hackersscene. In 2005 maakte hij furore door met een taxi de Turkse grens met Irak over te steken om in Koerdistan internetaansluitingen aan te leggen. Datzelfde jaar trok hij met een vervalste perskaart naar New Orleans, waar hij als blogger verslag deed van de nasleep van Katrina. Internationale kranten publiceerden zijn confronterende foto’s, hij zette een radiostation op en bracht computers en internet naar het rampgebied.
Over zijn betrokkenheid bij klokkenluiderssite WikiLeaks wil hij weinig kwijt. Feit is dat hij verschillende keren heeft opgetreden als spreker namens de organisatie en dat hij in juli 2010, twaalf dagen voordat hij op het vliegveld werd opgepakt, een lezing gaf als vervanger van voorman Julian Assange. En feit is ook dat Assange in september 2010 in een groot profiel over Appelbaum in Rolling Stone het volgende zei: ‘Achter de schermen is Jake een onvermoeibare promotor van onze zaak.’
Maar boven alles is Appelbaum het publieke gezicht van het Tor-project. Deze gratis software maakt het mogelijk een anoniem online bestaan te leven. Door het internetverkeer van een gebruiker te distribueren over verschillende bij Tor aangesloten computers wordt de locatie van de gebruiker verhuld en is het onmogelijk de afzender te detecteren. Tor is geliefd onder ngo’s, politieke dissidenten en activisten van over de hele wereld – WikiLeaks gebruikt het om de medewerkers en haar bronnen te beschermen, maar ook criminele organisaties en kinderpornonetwerken maken er gebruik van. ‘Mensen van wie ik een grote afkeer heb gebruiken Tor,’ zegt Appelbaum hierover. ‘Maar anonimiteit is een basismensenrecht en dat betekent dat iedereen het krijgt of helemaal niemand.’
Kenners roemen de reikwijdte van Appelbaums technologische expertise; hij kan op veel verschillende deelgebieden – hardware, software, ICT – met de besten meekomen. Daarnaast – en dat is een zeldzame eigenschap voor een hacker van zijn niveau – bezit hij de gave van het woord, een bijna intimiderende vorm van retoriek die je eerder tegenkomt bij Amerikanen die aan een elite-universiteit studeerden dan bij een highschool drop-out als Appelbaum. Het maakt hem een geliefde spreker op congressen, een icoon van de moderne vrijheidsstrijd. Hij vliegt de hele wereld over om activisten en politieke dissidenten in autoritaire regimes de fijne kneepjes van Tor bij te brengen. Hij is net terug uit Birma, waar hij met politica Aung San Suu Kyi sprak over controle en censuur. Een paar weken daarvoor was hij uitgenodigd voor een gesprek met een andere Nobelprijswinnaar, de dalai lama.
Kwaadaardige controle
Het gesprek vindt plaats op het kantoor van de digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom in Amsterdam, waar zich op een ijskoude zaterdagochtend een bijzonder gezelschap heeft verzameld. Er zijn een paar medewerkers van Tor, onder wie de uitvinder Roger Dingledine; er zijn verschillende jonge hackers die geenszins met de verslaggever willen praten en al helemaal niet op de foto willen; er is een docent van Georgia Tech University en een Britse en een Amerikaanse medewerker van Google.
Ze zijn naar Amsterdam gevlogen om te praten over OONI, het Open Observatory of Network Interference, een plannetje van Appelbaum, die een paar dagen in Nederland is voor lezingen en ontmoetingen. Waar Tor miljoenen internetgebruikers de mogelijkheid biedt om censuur en controle te omzeilen, is het doel van OONI om internetters inzicht te bieden in de manieren waarop overheden en bedrijven invloed uitoefenen op het web. Door de OONI-software op een computer te laten draaien, kan een gebruiker met eigen ogen zien waar en hoe lokale websites en datastromen geblokkeerd of gefilterd worden.
De bedoeling is dat die gegevens publiekelijk toegankelijk worden zodat er een staalkaart van internetcontrole en -censuur ontstaat. De eerste resultaten zijn hoopvol. Zo ontdekte een van de OONI-hackers dat zijn T-Mobile prepaid kaart in de Verenigde Staten bepaalde software (‘Web Guard’) gebruikte die niet alleen de toegang blokkeerde naar sekssites, maar ook naar een website die in het teken stond van complottheorieën over 9/11. En in april gebruikte het Palestijnse nieuwsagentschap Ma’an OONI om aan te tonen dat lokale internetproviders de toegang blokkeerden tot oppositieblogs en bepaalde nieuwssites. Naar aanleiding hiervan trad de minister van Communicatie van de Palestijnse Autoriteit af.
‘Het is tijd dat de discussie over internet, censuur en controle met feiten wordt gevoerd in plaats van met emoties,’ zegt Appelbaum na een middag lang praten en prutsen met apparaten. ‘OONI stelt ons in staat om met data aan te tonen wat we eigenlijk al weten. Op de een of andere manier hebben we de waarden die wij als samenleving hebben geformuleerd over privacy en censuur niet naar het internet getransporteerd. We hebben totalitarisme en de politiestaat op elk gebied van ons leven afgewezen, maar op het moment dat we een apparaat aanzetten dat op het internet is aangesloten, gooien we alle vrijheden waar we in de echte wereld voor hebben gevochten overboord. We hebben er vormen van de meest kwaadaardige controle geïntroduceerd die ooit zijn uitgevonden. Daar gaat deze bijeenkomst vandaag over.’ Lachend: ‘Een erg licht onderwerp dus.’
Google kan als de beste het gedrag van internetgebruikers monitoren en staat niet echt bekend om zijn privacyvriendelijkheid. Google is ook een belangrijke donateur van Tor en van OONI. Waarom zitten er vandaag twee medewerkers van het bedrijf aan tafel?
‘Ik kijk daar als volgt tegen aan: er bestaan gewoon geldbronnen in de wereld en het is niet slecht om geld aan te nemen om aan dingen te werken waar je toch al van plan was om aan te werken. Het is wel slecht om geld aan te nemen van partijen waardoor je aan iets anders gaat werken dan waar je van plan was om aan te gaan werken.’
Tor wordt ook gesubsidieerd door verschillende takken van de Amerikaanse regering. Levert dat voor u geen moreel dilemma op?
‘Wij werken aan een anonimiteitsnetwerk voor iedereen op de wereld. Als iemand daar geld voor wil geven: perfect. Als mensen er ongelukkig van worden dat wij door bedrijven en overheden worden betaald: ook prima, laat ze hun beurs maar trekken en ons geld doneren. Wij zouden het heerlijk vinden om totaal zelfvoorzienend te zijn. En weet je wat ook geweldig zou zijn? Als alle overheden Tor gaan gebruiken en subsidiëren. Anonimiteit is een universeel mensenrecht. De mogelijkheid om vrij te spreken en het recht om te lezen zijn fundamenteel voor een vrije samenleving.’
Waarom moet iedereen Tor gebruiken? Waarom zouden we allemaal anoniem willen zijn? De meeste mensen vinden dat ze niets te verbergen hebben.
‘Draag je kleren? Heb je gordijnen voor het raam hangen? Is dat omdat je iets te verbergen hebt? Nee, dat is omdat jij de keuze hebt, de autonomie om voor jezelf te beslissen of je jezelf of je lichaam afschermt. De juiste vraag is niet of ik iets onder deze trui te verbergen heb, de juiste vraag luidt: is dit mijn lichaam? Ben ik vrij om te kiezen of ik deze trui draag? Ga jij mij nu vertellen dat ik geen recht heb deze trui te dragen omdat ik geen excuus – zoals dat ik iets te verbergen heb – voor die keuze kan aandragen? Nee, nee, nee. Het is andersom: het is aan jou om mij ervan te overtuigen vrijelijk te beslissen om die trui niet meer te dragen. En welke keuze ik ook maak, die heb jij te respecteren. Dat is de hoeksteen van de vrijheid. Het is niet aan de samenleving om te bepalen of ik mijn privacy opgeef.’
Stel dat ik besluit om als een digitale nudist door het leven te gaan. Heb ik Tor dan niet meer nodig?
‘Anonimiteit kan óók een strategie zijn om jezelf te beschermen tegen wat er in de toekomst allemaal kan gaan gebeuren. Stel dat jij online veel leest over obesitas en jouw verzekeraar is op de een of andere manier in staat om jouw data en zoekgedrag in te zien – en geloof me, dat is niet heel ingewikkeld. En stel je dan voor dat de verzekeraar erachter komt dat jij in een gebied woont waar veel mensen wonen die zoeken naar obesitas en daarom besluit om de premies in dat gebied te verhogen. Misschien zocht jij wel naar die informatie omdat je moeder diabetes heeft of omdat je er onderzoek naar doet. Maar daar gaat het niet eens om; het dataspoor dat jij achterlaat online vertelt een verhaal. Wat als iemand anders dat narratief beheert en interpreteert? En zo voor ons beslissingen gaat nemen die ons misschien helemaal geen recht doen?’
Holocaustmuseum
Appelbaum is net een paar dagen terug uit Birma. Hij sprak er uitgebreid met politica Aung San Suu Kyi – ‘zij begrijpt de mechanismen van autoritaire controle veel beter dan ik’ – en deed onderzoek naar de internetinfrastructuur en het telefoonnetwerk van het land. Met OONI ontdekte hij dat de Birmese overheid software van het Californische bedrijf Blue Coat gebruikt om het internetgebruik te censureren en te monitoren. ‘Dat soort bedrijven zijn onze echte vijanden,’ zegt Appelbaum. ‘Zij verkopen hun technologie aan regimes als in Birma en Syrië. Blue Coat – en heel veel soortgelijke westerse bedrijven – helpen regimes met het afslachten van hun burgers. De reactie is vaak dat het slechts bedrijven zijn die neutrale technologie leveren. Nee. In het Holocaustmuseum in Washington kun je de ponskaartmachines van IBM die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de concentratiekampen werden gebruikt nog zien staan. In theorie zijn het maar ponskaarten. In de praktijk waren het machines die het executeren van gevangenen makkelijker maakten. Als we nu een museum zouden bouwen voor de slachtoffers in Syrië, dan zouden we waarschijnlijk een stuk software van Blue Coat exposeren. Maar we hebben nog geen museum want we leven nú in die wereld. Vandaag bouwen we de wreedheden van morgen. En engineers uit Californië zijn medeplichtig aan de genocide die daar plaatsvindt.’
Een gesprek met Jacob Appelbaum is heftig. Hij is emotioneel, hij betrekt veel op zijn eigen leven, hij provoceert, citeert anarchistische schrijvers en noemt Ulrike Meinhof van de RAF een van zijn favoriete politieke denkers van de vorige eeuw. Maar het is te makkelijk om zijn verhalen over de controlestaat met paranoia te verwarren. Daarvoor heeft hij te veel het gelijk aan zijn zijde. In april van vorig jaar schreef Wired een schokkend artikel over de bouw van een bijna honderdduizend vierkante meter groot datacentrum van de National Security Agency (NSA) in Bluffdale, Utah. Aan het woord kwamen oud-NSA-medewerkers die een boekje open deden over wat er in het datacentrum ging gebeuren: de interceptie, ontcijfering, analyse en opslag van grote delen van ’s werelds digitale communicatie. William Binney, een van de NSA-klokkenluiders, vertelde voor het eerst on the record over een geheim programma van de NSA waarbij de telefoongesprekken en e-mails van miljoenen Amerikanen en buitenlanders zonder juridisch mandaat wordt gemonitord. ‘Vroeger,’ zegt Appelbaum, ‘als ik of iemand anders het had over de controlestaat en wireless wiretapping, dan vonden mensen ons totaal gestoord. Nu ontkennen ze het niet meer. Dat is winst.’
Wat houdt die controlestaat in?
‘Jij hebt vanmorgen met je fotograaf gebeld en mijn naam genoemd. De kans is aanzienlijk dat de NSA een kopie van dat gesprek heeft, dat naar een database gaat zodat jouw en mijn naam voor altijd aan elkaar zijn gekoppeld. Dat is scary shit. Maar ook het aantal telefoontaps in Nederland is absurd. In theorie gebeurt dat om drugkoeriers en kinderpornografen te vangen, maar waarom zou de politie niet gewoon in die databases gaan gluren? Waarom zouden ze hun autoriteit níét misbruiken? Ze kunnen het.’
In een recente speech in Hamburg zei u dat het ieders verantwoordelijkheid is om zich te verzetten tegen de macht van de staat. Hoe?
‘We kunnen dingen veranderen. Wij hebben een keuze die elke morgen begint als we bepalen wat we die dag gaan doen. Het allerbelangrijkste wat we kunnen doen is ons herinneren dat het niet altijd zo geweest is. We moeten ons herinneren dat we keuzes hebben, dat de menselijke waardigheid iets is om voor op te komen.’
In diezelfde speech in Hamburg sprak Appelbaum over zijn moeder. Rond dezelfde tijd dat zijn betrokkenheid bij WikiLeaks bekend werd, vertelde hij, werd zijn moeder gedwongen opgenomen in een psychiatrische kliniek. Zij zegt dat ze verschillende keren is ondervraagd over WikiLeaks. ‘Mijn moeder is écht gek,’ zei Appelbaum. ‘Dus ik weet niet of ze de waarheid spreekt.’ Waarom vertelde de privacystrijder zo’n persoonlijk en intiem verhaal?
‘Ik heb lang getwijfeld of ik dat verhaal wel moest vertellen,’ zegt Appelbaum. ‘Mijn moeder is haar huis uitgezet en opgenomen zonder rechterlijke uitspraak. Of dat nou door mijn betrokkenheid bij WikiLeaks komt of niet, ik heb het verteld omdat mijn moeder staat voor wat er elke dag met gewone mensen gebeurt. En dat is niet alleen mijn, maar iedereens probleem.’
Zes redenen om iets te verbergen
‘Ik heb toch niets te verbergen’ is het standaardantwoord van mensen als het gaat over privacy. Als je niets verkeerds doet, waarom zou je je dan zorgen maken over de persoonsgegevens die je afstaat en het dataspoor dat je achterlaat? Zes redenen waarom dit een vals argument is.
1. U heeft niet zozeer iets te verbergen als wel te beschermen. Identiteitsfraude is een van de snelst groeiende vormen van criminaliteit. Paspoorten, rijbewijzen en bankafschriften zijn in de regel geen zaken waar u zich voor schaamt, maar als u ze al te vrijelijk en onbeschermd rond laat slingeren, bestaat het gevaar dat iemand anders zich als u voordoet. En met de digitalisering en technologisering van onze persoonlijke gegevens wordt dat alleen maar prangender. Als een identiteitsdief uw paspoort uit uw schoenendoos heeft gepakt, dan is dat vervelend, maar herstelbaar. Moeilijker wordt het als uw biometrische data worden gestolen. Vraag maar eens een nieuw oog of vervangende vinger aan.
2. De beveiliging van uw gegevens is feilbaar. Lees de krant. Elke dag worden er bedrijven gekraakt, databanken gelekt, gegevens gestolen. Denk aan DigiD, de OV-chipkaart, het elektronisch patiëntendossier. De overheid en de bedrijven die voor de overheid werken hebben een track record dat weinig vertrouwen inboezemt.
3. Uw gegevens worden in de loop van de tijd voor een ander doel gebruikt dan oorspronkelijk de bedoeling was (function creep).
Zo werden biometrische data in 2010 ingevoerd om identiteitsfraude tegen te gaan, maar wilde het voortvarende kabinet die gegevens ook gaan gebruiken voor opsporingsdoeleinden. Ook het burgerservicenummer – ooit bedoeld voor het contact tussen burger en overheid – wordt al op meerdere plaatsen gebruikt, zoals in de zorg. Camera’s op snelwegen worden ingevoerd om criminelen op te pakken, maar kunnen uiteindelijk gebruikt worden om belastingfraude op te sporen. Of misschien bepalen we wel dat het ophangen van camera’s in huiskamers nuttig is om huiselijk geweld tegen te gaan, maar wordt over twintig jaar, pak hem beet, homoseksualiteit weer strafbaar.
4. Uw gegevens kunnen misbruikt worden.
Zo bestaat er in Nederland een centrale overheidsdatabank (CIOT), waar de telefoon- en internetgegevens van Nederlandse burgers in opgeslagen liggen. Politiediensten gebruiken deze data om erachter te komen van wie een bepaald IP-adres of telefoonnummer is. Vorig jaar werd bekend dat er 2,3 miljoen aanvragen werden gedaan die niet allemaal volgens de regels plaatsvonden. Met andere woorden: sommige politieagenten kijken graag in die gegevens als zij binnen handbereik zijn.
5. U weet niet precies waar uw digitale gegevens voor gebruikt worden.
Weet u wat Google doet met uw data? Weet u hoe overheden uw data interpreteren? Zoals Jacob Appelbaum in het stuk hiernaast zegt: uw dataspoor vertelt een verhaal, maar weet u ook hoe anderen dat verhaal interpreteren?
6. Privacy is iets positiefs, een menselijke basisbehoefte, een vorm van vrijheid.
Dit is het allerbelangrijkste argument tegen ‘ik heb niets te verbergen’. Privacy is niet iets negatiefs dat alleen voor criminelen is bedoeld, om iets fouts te verbergen. Zoals de poster van Loesje zegt: ‘Ik heb niets te verbergen, maar dat hoeven ze niet te weten.’
Maurits Martijn
Hoe communiceer ik veilig?
Internet
Iedere internetgebruiker is te herkennen aan zijn IP-nummer. Dit nummer kun je zien als de ID-kaart van je computer die nodig is om over het internet te reizen. Om dit nummer te verbergen, kun je een anonieme proxyserver gebruiken. Zo’n server fungeert als tussenstation en maskeert jouw computer voordat je een bepaalde website bezoekt. Hiervoor hoef je niets te downloaden. Verschillende websites zoals surf-anoniem.nl en proxysmurf.nl bieden de gratis mogelijkheid om vermomd te internetten. Sites als hidemyass.com, zowel gratis als tegen betaling, bieden daarnaast lijsten met servers aan die je in je browser kunt invoeren, zodat je anoniem kunt surfen.
Een andere manier om je IP-nummer te verbergen is een Virtueel Particulier Netwerk (VPN), zoals hidemyass.com (circa € 8,– per maand), wingate.com (circa € 41,–) of openvpn.net (gratis). Een VPN geeft jouw computer een nieuw IP-nummer. Als je vervolgens via dit VPN een verzoek over het internet verstuurt, wordt het IP nogmaals aangepast en je verzoek versleuteld. Voor derden is bijna niet te achterhalen wie er achter een specifiek IP-nummer zit. Tor (zie het hoofdartikel) gaat zelfs nog een stap verder en wordt door experts gezien als zeer veilig.
Door je e-mails te versleutelen kun je ervoor zorgen dat niemand buiten jijzelf en de ontvanger deze mail kan lezen. Dankzij de gratis verkrijgbare PGP-techniek – PGP staat voor Pretty Good Privacy – wordt elke e-mail gecodeerd doorgestuurd. De afzender beveiligt de mail met encryptie zodat alleen de ontvanger de mail kan lezen. PGP is bij elke e-maildienst te gebruiken.
Computer
Je harde schijf kun je beveiligen met encryptieprogramma’s zoals TrueCrypt (gratis) en BestCrypt (vanaf € 59,–). Hiermee kun je bepaalde bestanden of mappen op slot gooien en zelfs onzichtbaar maken voor degene die niet over het juiste wachtwoord beschikt. Zo kun je ervoor zorgen dat je met verschillende wachtwoorden delen van je harde schijf verbergt. Met het ene wachtwoord lijkt het of je volledige toegang tot de computer hebt, maar het andere wachtwoord ontsluit alle geheime bestanden. Ideaal voor activisten en verzetsgroepen, maar ook Robert M. maakte gebruik van deze techniek.
Telefoon
Voor wie niet wil dat zijn telefoongesprekken worden afgeluisterd, is er al jaren de prijzige cryptofoon (vanaf € 1300,–). Deze heeft een ingebouwde chip die het uitgaande signaal codeert en een binnenkomend gecodeerd signaal kan ontcijferen. Voor andere partijen is het gesprek dan niet te volgen. Om veilig te bellen is het wel vereist dat beide partijen een cryptofoon hebben. Inmiddels zijn er ook apps voor smartphones zoals Silent Phone (gratis) die beloven dat ze al het communicatieverkeer via je smartphone kunnen coderen en beveiligen. Gratis programma’s als Skype en Zfone bieden ook mogelijkheden voor veilig bellen, hoewel veiligheidsexperts daar vraagtekens bij zetten.
David Hompes
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.