Toen Mark Rutte van de week voor de zoveelste keer in de Tweede Kamer moest opdraven om zich te verweren tegen lastige vragen over de afschaffing van de dividendbelasting – deze keer over de mogelijk onwettige deal die Shell al jaren geleden sloot met de Belastingdienst om miljarden aan dividendbelasting te ontwijken – moest ik opeens weer denken aan Jan Peter Balkenende.

Lees ookMeer Macht op vrijdag: Trump is ontzettend ongeschikt22 juni 2018

Jarenlang verzette de christendemocratische premier zich met grote koppigheid tegen een onderzoek naar de Nederlandse steun aan de inval in Irak. Juist vanwege die ijzerheinige houding beten de oppositie en de media zich vast in het onderwerp. De ene onthulling volgde op de andere, in een eindeloze reeks Kamerdebatten werd de premier door de mangel gehaald.

Toen Balkenende uiteindelijk tandenknarsend had ingestemd en het rapport van de Commissie-Davids was verschenen, kwam er vrijwel niets nieuws aan het licht. De toon van de reacties was dan ook: was dat nou zo moeilijk? Voor Balkenende werd de grootste schade niet aangericht door het door hem langdurig geblokkeerde onderzoek, maar door zijn eigen ijzerheinigheid die eraan vooraf ging. Hij kwam de verzuurde verhoudingen met de Kamer en in de coalitie met de PvdA niet meer te boven, met de uiteindelijke val van zijn laatste kabinet tot gevolg. Als Rutte niet uitkijkt gaat hij Balkenende achterna, op weg naar de uitgang.

Nóg een lastig debat

Aanvankelijk leek de afschaffing van de dividendbelasting nog een klein kiezeltje in de schoen: Rutte liep monter door. Maar inmiddels gaat er geen dag meer voorbij of de oppositiepartijen hameren op de omstreden maatregel. Geen dekking voor een nieuw plan voor de zorg of het onderwijs? Jawel hoor, we weten nog wel anderhalf miljard. Intussen rijgen de Kamerdebatten zich aaneen. Eén van de moeilijkste debatten van zijn politieke carrière – over de memo’s waarop de beslissing om de dividendbelasting af te schaffen al dan niet was gebaseerd – kreeg Rutte nog geen maand geleden voor de kiezen.

Deze week werd hij opnieuw naar de Kamer gesommeerd onder dreiging van een hoofdelijke stemming, volgende week staat hem nóg een lastig Kamerdebat te wachten. Er zullen er ongetwijfeld nog vele volgen. De dividendbelasting, kortom, begint voor Rutte een molensteen te worden.

‘Maar laat dit duidelijk zijn: we gaan de afschaffing van de dividendbelasting slopen.’

Daar komt nog bij dat de coalitie bij de Statenverkiezingen in maart naar alle waarschijnlijkheid haar nipte meerderheid in de Eerste Kamer zal verliezen. Reden waarom GroenLinks-aanvoerder Jesse Klaver afgelopen weekeinde alvast zijn eisen voor mogelijke steun aan het kabinet presenteerde, waaronder: het schrappen van de afschaffing van de dividendbelasting. Ook PvdA-leider Lodewijk Asscher, die vrijwel op hetzelfde moment een ánder lijstje eisen formuleerde (meer dan het minimumloon voor arbeidsgehandicapten, schrappen van de bezuinigingen op de huurtoeslag, het eigen risico omlaag), laat er geen twijfel over bestaan dat de afschaffing van de dividendbelasting ook wat hem betreft van tafel moet.

Afbrokkelende steun

Toen ik hem van de week sprak, verklaarde de oud-vicepremier dat hij juist die drie eisen nu op tafel had gelegd vanwege de timing: die kwesties moeten deze zomer worden meegenomen bij de onderhandelingen over een nieuwe begroting. ‘Maar laat dit duidelijk zijn: we gaan de afschaffing van de dividendbelasting slopen.’

Intussen begint de steun voor de omstreden maatregel ook binnen de coalitie af te brokkelen. Voor het Kamerdebat van volgende week over de deals met de Belastingdienst hebben ook de financieel woordvoerders van de coalitiepartijen, onder wie de gevreesde CDA-pitbull Pieter Omtzigt, een reeks kritische vragen gesteld. En eind vorig jaar verklaarde VVD-senator Frank de Grave al dat hij open stond voor alternatieven voor de afschaffing van de dividendbelasting, zolang die maar het bedrijfsleven ten goede komen.

dividendbelasting
Rutte moet Kamervragen beantwoorden over de dividendbelasting. Foto: Peter Hilz/HH.

Als Rutte verstandig is, laat hij het niet op de Statenverkiezingen aankomen, met alle politieke schade en verzuurde verhoudingen van dien, en zet hij de afschaffing van de dividendbelasting zo snel mogelijk overboord. De anderhalf miljard die vrijkomt kan prima naar lastenverlichting voor het MKB, ter compensatie van de BTW-verhoging die juist daar hard aankomt. Dan is het bedrijfsleven alsnog blij. En er is nog breed politiek draagvlak ook: steun voor het MKB is wél in bijna alle verkiezingsprogramma’s te vinden. Zo moeilijk kan het niet zijn.