Per 1 januari is het auteursrecht vervallen op zowel Het Achterhuis als Mein Kampf. De rechthebbenden van de twee bestsellers, het Anne Frank Fonds en de deelstaat Beieren, hebben zich daar goed op voorbereid.
Het ene boek heeft een oplage van naar schatting tien miljoen exemplaren. Het andere komt al snel op twee keer dat aantal. Twee klassiekers zijn voor altijd verbonden aan de holocaust: Mein Kampf door Adolf Hitler en De dagboeken van Anne Frank. De vergelijking van de oplages is niet helemaal eerlijk: die van Hitlers boek is mede lager omdat het niet overal vrij verkrijgbaar is en omdat het aantal downloads van gratis pdf’s niet in de oplage is meegeteld.
De twee bestsellers konden niet meer van elkaar verschillen, al werden ze allebei geschreven door auteurs die onvrijwillig zaten opgesloten. Anne Frank schreef Het Achterhuis van 6 juli 1942 tot 4 augustus 1944 op het onderduikadres Prinsengracht 263. Adolf Hitler begon aan zijn boek in 1924 in de gevangenis van Landsberg, niet ver van München, waar hij vanwege zijn Bierkellerputsch korte tijd gevangen zat – en waar na zijn nederlaag trouwens 290 nazi-misdadigers ter dood zouden worden gebracht. De ontroerende, goed geschreven dagboeken van Frank winnen het zonder twijfel van de onleesbare rants van Hitler over de dolkstootlegende en het Joodse gevaar. Het Achterhuis is een literaire topprestatie van een veelbelovende schrijfster, een tiener nog. Zij was een van de miljoenen slachtoffers van de krankzinnige ideeën die werden geformuleerd in Mein Kampf, het werk van een schrijver die als dertiger aan zijn boek begon.
Bij alle verschillen is er ook een overeenkomst: beide auteurs kwamen in hetzelfde jaar om het leven. Hitler was 56 jaar oud toen hij zich in zijn ondergrondse bunker in Berlijn op 30 april 1945 een kogel door het hoofd schoot met zijn Walther kaliber 7.65. Anne Frank was ongeveer twee maanden eerder al gestorven aan de gevolgen van uithongering en vlektyfus in concentratiekamp Bergen-Belsen. Zij werd vijftien jaar. Dat gedeelde sterfjaar heeft tot gevolg dat het auteursrecht van beide boeken volgens de Berner Conventie van 1886 binnenkort zal vervallen. Want dat gebeurt zeventig jaar na het overlijden van de schrijver, te rekenen vanaf 1 januari, bepaalde die Conventie. Om te vervolgen dat ‘na deze periode het werk vrij verspreid en aangepast kan worden.’
Zowel de Duitse deelstaat Beieren – nu nog eigenaar van het auteursrecht van Mein Kampf – als het in Basel gevestigde Anne Frank Fonds hebben dat moment van ‘vrije verspreiding’ natuurlijk al geruime tijd zien aankomen. In het ene geval kleven daar volgens sommigen ideologische bezwaren aan – nog vorig jaar werd bij een Amsterdams antiquariaat een exemplaar van Mein Kampf in beslag genomen. In het andere geval gaat het volgens de advocaat van het Fonds om het ‘voorkomen van inferieure uitgaven’, maar uiteraard ook om de inkomsten uit de royalties die het Anne Frank Fonds ontvangt en die volgens het testament van Annes vader Otto moeten worden uitgegeven aan charitatieve en educatieve projecten.
De voorbereidingen in München en Basel op de gevreesde datum, 1 januari 2016, waren heel verschillend. Het Instituut voor Eigentijdse Geschiedenis in München kreeg de opdracht om een wetenschappelijke publicatie van Mein Kampf voor te bereiden, zodat het boek in de juiste context en becommentarieerd zou verschijnen, om daarmee mogelijk uitgevers met andere plannen de pas af te snijden. Op het laatste moment schrok Beieren toch terug voor een publieksuitgave, maar een wetenschappelijk becommentarieerde versie komt er niettemin. Het Fonds in Basel bewandelde meerdere wegen om het auteursrecht op de bestseller veilig te stellen. Er werd de opdracht verstrekt voor een nieuw toneelstuk, Anne, om in ieder geval het auteursrecht voor de toneelversie aanzienlijk te verlengen.
Daarnaast werd onder andere bedacht dat Otto Frank, die in 1980 overleed, in feite co-auteur was van het werk van zijn dochter. Daarmee zou het auteursrecht tot 1 januari 2051 zijn veilig gesteld. Otto Frank stelde namelijk de handelseditie van de dagboeken samen uit de twee versies die zijn dochter had nagelaten. En zoals de advocaat van het Anne Frank Fonds vorig jaar in NRC Handelsblad stelde: ‘Hij creëerde een nieuw werk.’ Otto Frank redigeerde ook de tekst, schrapte passages die pijnlijk konden zijn voor nabestaanden en maakte namen uit de dagboeken omwille van privacy-overwegingen onleesbaar – waaronder die van mijn vader. In een latere wetenschappelijke uitgave werd dat na toestemming van de genoemde personen of hun nabestaanden teruggedraaid.
Of de stelling houdbaar is dat Otto Frank door het samenvoegen van twee versies van de dagboeken en het bewerken van de tekst ook werkelijk de co-auteur was zou getoetst moeten worden door een rechter. Als die daarmee akkoord gaat, biedt dat voor de deelstaat Beieren mogelijkheden om te voorkomen dat het auteursrecht op Mein Kampf vervalt. Tenslotte wordt Rudolf Hess genoemd als een van degenen die dat boek voor publicatie bewerkten. Die nazi en voormalige plaatsvervanger van Hitler, die in 1941 naar Engeland vluchtte, maakte pas op zijn 93ste een eind aan zijn leven in de Berlijnse Spandau-gevangenis. Een toneelstuk naar Hitlers onleesbare boek ging eerder dit jaar in première bij theatergroep Rimini Protokoll. Door Rudolf Hess alsnog tot co-auteur te benoemen zou ook het auteursrecht van het boek Mein Kampf nog tot 1 januari 2058 kunnen worden veiliggesteld.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.