Natascha van Weezel keek Zomergasten met Abou Jahjah, die milder en intelligenter bleek dan de ophef deed vermoeden. Maar toch bleef ze achter met een bittere nasmaak.
‘Abou Jahjah lijkt te smullen van de commotie’, kopte de Volkskrant afgelopen zaterdag. Commotie rondom de eerste uitzending van Zomergasten 2016, dat was er zeker. Nooit eerder werd een gast van dit prestigieuze interviewprogramma al weken van te voren zo uitvoerig besproken in de media, nooit eerder zegden 90 VPRO-leden nog vóór uitzending hun lidmaatschap op en nooit eerder raakte mijn Facebook-tijdlijn zo gepolariseerd als op de dag dat bekend werd dat de oprichter van de Arabisch-Europese Liga de eerste Zomergast van dit seizoen zou worden.
Sommigen van mijn virtuele connecties vonden het geweldig: ‘Eindelijk stoppen de westerse media met het meten met twee maten’ en ‘Schud Nederland wakker’ zag ik over mijn beeldscherm rollen. Maar ook: ‘Dat wordt een fijn antisemitisch feestje met Iran-lover Erdbrink erbij’ en ‘altijd al geweten dat de VRPO een wolf in schaapskleren is’.
Zelf wilde ik niet oordelen voordat ik de uitzending gezien had. Laat ik vooropstellen dat ik geen fan ben van de man die de Antwerpse burgemeester ‘een zionistenpijper’ noemde, nadat deze de beveiliging van Joodse instellingen wilde opschalen toen Mehdi Nemmouche op 24 mei 2014 een terreuraanslag pleegde op het Joods Museum van Brussel. Ook de cartoon van de AEL, waarin Anne Frank het bed deelt met Hitler, staat me nog levendig bij. Het feit dat tijdschrift Knack Jahjah uitriep tot de op drie na invloedrijkste allochtoon van België baart me grote zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat hij een soort cultfiguur wordt.
Toch twijfelde ik aan de verschillende oproepen om hem geen podium te bieden. Ik begrijp de weerzin tegen zijn openlijke ‘antizionisme’ volkomen, alleen heeft het volgens mij geen zin om iemand monddood te maken. ‘Misschien wordt het wel saai’, suste Karin de Bok, hoofdredacteur televisie van de VPRO, enkele dagen voor het gedroomde óf gevreesde televisieavondje.
Saai werd het in geen geval. ‘Het is niet mijn bedoeling om lief te zijn, ik ben een activist,’ zei Abou Jahjah op driekwart van zijn zomeravond. Dat bleek uit vrijwel alle fragmenten die hij liet zien. Hij manifesteerde zich als politiek dier bij uitstek, als gevolg van zijn jeugd ten tijde van de Libanese Burgeroorlog. Als tiener hoopte hij op een seculier en socialistisch Libanon. Dit ideaal van een multi-etnische wereldsamenleving blijkt nog altijd de rode draad in zijn leven. Hij straalde bij het filmpje over Jeremy Corbyn, leider van de Engelse Labourpartij, en sprak zijn hoop uit dat Brussel ooit een stad zonder repressie en discriminatie wordt, zonder tegenstelling tussen meerderheid en minderheden. Met zijn Movement X wil hij strijden tegen ongelijkheid. Dit alles maakt hem milder en intelligenter dan menig kijker van tevoren zou hebben verwacht.
Maar toch: het meest heftige deel van de uitzending ging inderdaad over Israël en het zionisme. Abou Jahjah liet stukken zien uit een documentaire over de Palestijnse schrijver Edward Said en de film Waltz with Bashir, over het bloedbad in Sabra en Shatila. Genade voor Israël of het zionisme kent Abou Jahjah niet. Ondanks pogingen van interviewer Thomas Erdbrink om hem tot enige relativering te bewegen, hield hij vol dat zionisme racisme is. Ook de vergelijking van Israël met Nazi-Duitsland kwam weer om de hoek kijken.
Ondanks de mooie fragmenten bleef ik achter met de vraag waarom ik drie uur lang naar de favoriete televisiemomenten keek van iemand die meent wél bruggen te willen bouwen, maar met joden blijkbaar alleen als ze eerst Israël laten vallen. Zelfs zijn prachtig gekozen film The Battle of Algiers kon mijn bittere nasmaak hierover niet wegnemen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.