Jeroen Dijsselbloem heeft stormachtige maanden beleefd als minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep. ‘Mijn stijl van politiek bedrijven is tamelijk recht voor zijn raap. Dat leidt wel eens tot gedoe.’

Jeroen Dijsselbloem vindt het nog steeds een vreemde gewaarwording. Zit hij in het weekend achter zijn bureau een stapel stukken door te nemen om te ondertekenen, ziet hij staan: de minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem. O ja, dat ben ik! denkt hij dan. Ik, minister van Financiën: het zal toch niet waar wezen?

Nog geen acht maanden bewaakt Jeroen Dijsselbloem (47) nu de Nederlandse schatkist, in de diepste economische crisis sinds de jaren dertig. Als landbouweconoom zonder ervaring in de financiële wereld werd de PvdA’er meteen in het diepe gegooid. In één klap werd hij verantwoordelijk voor een rijksbegroting van ruim 250 miljard euro en enorme bezuinigingen. Hij moest voor bijna vier miljard SNS Reaal redden van de ondergang. En in januari werd hij ook nog benoemd tot voorzitter van de Eurogroep, met als belangrijkste taak om de al jaren steggelende Europese landen op één lijn te krijgen. Ook in die rol kreeg hij meteen zijn vuurdoop. Nog maar nauwelijks was hij aangetreden of Cyprus dreigde bankroet te gaan. Na talloze nachtelijke crisisvergaderingen kwam uiteindelijk moeizaam een reddingsplan tot stand.

Ik ben veel minder vermoeid dan ik als Kamerlid was.

Even leek het rustiger te worden. Er kwam een sociaal akkoord met de werkgevers en de werknemers, waarbij Dijsselbloem op de achtergrond betrokken was. Maar inmiddels buitelen de onheilspellende rapporten over de Nederlandse economie weer over elkaar heen: stijgende werkloosheid, dalende export, grotere krimp dan voorspeld, waarschuwingen uit Brussel dat het begrotingstekort ontoelaatbaar groeit. De komende maanden moet Dijsselbloem bedenken hoe hij nog eens zes miljard gaat bezuinigen. Intussen zwelt de kritiek van gezaghebbende economen en instituties als het CPB en het IMF aan: het kabinet zou de economie kapot bezuinigen.

Advertentie

Advertentie

De eerste afspraak voor een interview wordt een paar uur tevoren afgezegd: de minister is ziek naar huis gegaan, alle afspraken zijn uit zijn agenda geschrapt. ‘Ik voel me alweer beter, maar mijn stem heb ik nog niet helemaal terug,’ zegt Dijsselbloem, nog een beetje bleekjes, een halve week later in zijn werkkamer op het ministerie. Het is maandagmorgen. Voor het eerst in tijden heeft Dijsselbloem een paar rustige dagen achter de rug, in zijn verbouwde boerderij in de uiterwaarden bij Wageningen. ‘Ik heb dit weekeinde een paar biggetjes gekocht,’ zegt hij trots. ‘Bij een bedrijf in Haaksbergen in Twente. Ik had al twee grote varkens en nu heb ik er twee kleintjes bij.’

Wie verzorgt ze?
‘Ik hou de varkens samen met vrienden. We verzorgen ze gezamenlijk. Ik altijd ’s ochtends.’

Foto: Jeroen Hofman
Foto: Jeroen Hofman

Gaat u ze opeten?
‘Zeker. Na een kort maar gelukkig leven zijn ze bedoeld voor eigen consumptie. Het vlees is heerlijk, veel smaakvoller dan we gewend zijn van varkensvlees.’

Kunt u uw werk makkelijk loslaten als u thuis bent?
‘Ja. Alleen al door de fysieke afstand. Ik woon meer dan een uur van Den Haag. Vroeger in de trein, tegenwoordig in de dienstauto, lees ik de krant en bekijk ik nog een paar nieuwssites. En dan kom ik thuis: de plek, het uitzicht over de Rijn, de ruimte.’ Maar echt tot rust komt hij pas in de tuin. ‘Dat is mijn grootste liefde, qua ontspanning. Dan ga ik worteltjes zaaien in mijn moestuin, of een beetje houthakken. Dit weekend had ik daar eindelijk weer eens tijd voor.’

Is uw werk veel hectischer geworden het afgelopen jaar?
‘Nou, ik vind het zelf wel meevallen. Ik ben veel op pad, zit vaak in het buitenland. Maar het ministerschap is ook beter georganiseerd dan het Kamerlidmaatschap. Als Kamerlid ben je een soort kleine zelfstandige met anderhalve parttimemedewerker. Je rent de hele dag achter je eigen agenda aan, en dan moet je ’s avonds nog optreden in een zaaltje in Appingedam en daarna weer zelf thuis zien te komen. Nu ik minister ben, staat er altijd op de minuut af een auto klaar voor de deur, en alles is door mijn ambtenaren voorbereid.’

Maar u heeft toch ook vaak onverwachte gebeurtenissen die uw agenda doorkruisen?
Grinnikend: ‘Ja, maar hier op het ministerie lijken ze zelfs voorbereid op de meest onverwachte gebeurtenissen. Ik ben veel minder vermoeid dan ik als Kamerlid was. De laatste jaren van mijn Kamerlidmaatschap vond ik echt slopend.’

Capitulatie voor rechts

Jeroen Dijsselbloem kwam in 2000 in de Kamer voor de PvdA. Bij de verkiezingen van 2002 voerde hij campagne als ‘de Rode Ingenieurs’, samen met Diederik Samsom en Staf Depla, die ook aan een technische universiteit hadden gestudeerd. Als jonge Kamerleden trokken ze ten strijde tegen de ‘regentencultuur’ in de door verkiezingsnederlagen geteisterde PvdA. Ze stelden kwesties aan de kaak waar in die multiculturele jaren binnen de partij een taboe op rustte: veiligheid en integratie. Het drietal pleitte voor een harde aanpak van de problemen in achterstandswijken, tot woede van de oude garde. In 2008 maakte Dijsselbloem zich sterk voor een landelijk registratiesysteem van criminele Antillianen, oudgediende Marcel van Dam maakte hem uit voor ‘de Wilders van links’.

Landelijk bekend werd Dijsselbloem als voorzitter van de Parlementaire Enquêtecommissie die het onderwijs onder de loep nam. In 2008 schreef hij een omstreden Integratienota, die door de oud-linkse vleugel in de partij als ‘capitulatie voor rechts’ werd opgevat. Intussen drong hij door tot de top van de partij. Hij was vicefractievoorzitter onder Mariëtte Hamer, Wouter Bos en Job Cohen. De oud-burgemeester van Amsterdam kwam zo slecht uit de verf als oppositieleider dat hij zich in 2012 gedwongen zag terug te treden: zijn positie in de fractie was onhoudbaar geworden. Dijsselbloem bleef loyaal, nooit viel hij Cohen publiekelijk af. Hij was degene die de fractie vanuit de luwte bij elkaar moest zien te houden. ‘Vicevoorzitter zijn van een grote fractie is een vervelend klusje,’ zegt hij zelf. ‘Je wordt bij elke crisis en elk brandje ingeschakeld, dus je staat voortdurend onder stress.’

Vooral onder Job Cohen liepen de spanningen in de fractie hoog op.
‘Dat is waar.’ Stilte. ‘Mariëtte Hamer is een zeer ervaren politica, dus haar hoefde ik nauwelijks te ondersteunen. Voor Job gold natuurlijk dat alles nieuw voor hem was.’

Dus alles kwam op uw schouders terecht.
Weer een stilte. ‘Ja, in feite wel.’

Journalisten riepen massaal dat ik had moeten liegen.

Na het vertrek van Cohen werd Diederik Samsom met overmacht gekozen als fractievoorzitter. Even later kwam Rutte I ten val. Het leek een hopeloze zaak: de PvdA stond zelden zo laag in de peilingen. Maar Samsom, gesteund door Dijsselbloem, voerde een ongekend succesvolle campagne, waarin het ‘eerlijke verhaal’ voorop stond. Naar hun overtuiging had de kiezer schoon genoeg van halfslachtige praatjes over Europa, sussende verhalen over de crisis en loze beloften over belastinggeld dat wel terug zou komen uit Griekenland. Het werkte: onder leiding van de Rode Ingenieurs kwam de PvdA terug in het centrum van de macht.

U bent jarenlang de tweede man geweest. Hoe is het om nu zelf vol in de schijnwerpers te staan?
‘Ik was geen natuurtalent als het ging om media, dus ik had de eerste jaren in de Kamer de neiging om de media en zeker de camera’s te mijden. Uit die tijd komt ook het verhaal dat ik nooit lach. Wouter Bos stuurde mij ooit een sms’je toen ik voor de camera stond met: “Lachen!” Maar goed, twaalf jaar ervaring helpt wel.’

Om te leren lachen?
Grinnikend: ‘Nee, om te ontspannen. Ik kan er nu wel mee overweg. En het is natuurlijk prettig dat ik vanaf deze plaats mijn stempel kan drukken. Ik ben niet meer de souffleur, maar breng het nu zelf.’

Waarom heeft Diederik Samsom juist u gevraagd om minister van Financiën te worden?
‘Dat moet je aan hem vragen. Ik denk dat het een combinatie van dingen is. Lodewijk Asscher wilde liever naar Sociale Zaken. Toen zei Diederik in de eerste week van de formatie: “Dan ga jij naar Financiën.” Hij vertrouwt me en denkt dat ik het kan. Ik ben niet per se een cijferfetisjist, maar ik heb in de Kamer voldoende brede ervaring opgedaan om hier te kunnen zitten. Ik denk dat mensen wel verrast waren. Ze hadden mij denk ik eerder verwacht op Onderwijs.’

Foto: Jeroen Hofman
Foto: Jeroen Hofman

Was u zelf niet verrast?
‘Nee, niet zo. Bij eerdere formaties was mijn naam ook al gevallen. Dan gaan er van die lijstjes rond, in de vorm van een tabel. Daar staat op: Jeroen, benoembaar op: kruisje kruisje kruisje. Op alle namenlijstjes waar Wouter Bos zich mee heeft bemoeid, stond al “Financiën” bij mijn naam.’

Hoe is uw contact met Samsom? Belt u elke dag met elkaar?
‘Nee, ben je gek. Geen sprake van. Ten eerste ben ik geen geweldige beller. En hij belt mij ook heel weinig. Alleen als er echt wat aan de hand is. Verder zien we elkaar elke donderdagavond in het vaste overleg van de PvdA-bewindslieden.’

Past u uw politieke stijl als Rode Ingenieur nu toe in uw werk als minister en voorzitter van de Eurogroep?
‘Wij hebben altijd geprobeerd om dwars door ideologische taboes en heilige huisjes heen problemen ook echt bij de kop te pakken. Soms ook met onorthodoxe oplossingen. Dat probeer ik nog steeds. Het leidt vaak tot een hoop gedoe. Ik had dit voorjaar weer even zo’n momentje tijdens de redding van Cyprus. In een interview met Reuters en de Financial Times zei ik dat beleggers en grote rekeninghouders voortaan zelf de rekening moeten betalen als een bank in de problemen komt. Ik dacht: ik zeg niks geks. Het is volstrekt logisch. En toch stak er een storm van verontwaardiging op. Op dat moment dacht ik: het lijkt wel de integratienota van de PvdA. Ik benoem een probleem, voorzie het van een voor de hand liggende oplossing en toch mag ik het niet zeggen!’

Verbale bom

In het interview met Reuters en de Financial Times eind maart antwoordde Dijsselbloem bevestigend op de vraag of de Cypriotische aanpak een ‘blauwdruk’ kon zijn voor andere landen. Hij zei dat het niet meer vanzelfsprekend zou moeten zijn om alleen de belastingbetalers aan te slaan voor banken in problemen.

Tien dagen eerder was er ook al grote ophef toen de Eurogroepvoorzitter een eerste reddingsplan presenteerde waarbij ook de kleine spaarders werden geraakt.
Meteen na zijn bevestigende uitspraak over de blauwdruk regende het opnieuw vernietigende commentaren in de internationale media. Volgens de Wall Street Journal had Dijsselbloem een ‘verbale bom’ laten vallen op de financiële markten. De net opgeveerde koersen schoten meteen weer in de min. Reuters-columnist Felix Salmon sprak over een ‘schoolvoorbeeld van politieke incompetentie’.

Had u die boze reacties niet zien aankomen?
‘Mijn stijl van politiek bedrijven is tamelijk recht voor zijn raap. Dat leidt soms tot gedoe. Maar in deze omvang had ik het niet verwacht. Er lag al een voorstel bij de Europese Commissie waarin deze aanpak genoemd werd. Ik had niet het idee dat ik iets spectaculair nieuws zei. Mijn stelling was: we hebben tot nu toe veel te veel banken gered met belastinggeld zonder dat de perverse prikkels zijn weggenomen. Banken blijven risico’s nemen, en als het fout gaat, schuiven ze die door naar de overheid. De enige manier om dat tegen te gaan is door tegen de bankiers te zeggen: nee jongens, jullie zijn die risico’s aangegaan, deal with it.’

De kritiek is dat dit soort uitspraken tot paniek leiden op de financiële markten.
‘Dat was mijn enige zorg. Als de beleggers massaal weglopen uit Europa hebben we een probleem. We hebben hier van uur tot uur de markten gevolgd. Ik zag een prachtig staatje van de koersen in de afgelopen jaren. Dat ging helemaal zo…’ Hij gebaart woest met zijn arm op en neer. ‘En dan helemaal aan het eind: prrt.’ Hij trilt even met zijn vinger. ‘Een kleine rimpeling. En daar hadden ze ook een pijltje bij gezet: “The Dijsselbloem Effect”. Dat was het! Alle tumult toonde voor mij vooral aan hoe hypergevoelig er wordt gereageerd door iedereen die met de financiële markten te maken heeft. Er hoeft maar iets te gebeuren en meteen is er stress.’

Ik dacht: ik zeg niks geks. Het is volstrekt logisch. En toch stak er een storm van verontwaardiging op

U loopt voor de muziek uit. Zolang er nog geen goede Europese afspraken zijn, blijven zulke uitspraken tot grote onzekerheid leiden.
‘Het voorstel voor een bail in – waarbij beleggers en grote rekeninghouders gaan meebetalen – ligt er al een hele tijd, maar niemand voelde de urgentie. Sommige landen werkten zelfs tegen. Pas de laatste maanden is er druk op gezet en zijn we in een stroomversnelling gekomen. We werken nu aan een afronding van de verordening. Sowieso moeten alle banken worden versterkt: een stevige balans, voldoende reserves en goed toezicht. Mocht het dan toch fout gaan, dan hebben we een gereedschapskist klaarstaan. Daar is de bail-in onderdeel van. Deposito’s tot honderdduizend euro zijn gegarandeerd. Alle overige kapitaalsvormen kunnen onderdeel worden van de redding van een bank. Als beleggers en rekeninghouders weten welke garanties ze krijgen en dus weten welke risico’s ze lopen, kunnen ze er rekening mee houden. Dat zijn we nu aan het regelen. Dus ja, soms moet je voor de troepen uitlopen.’

Ook in de Nederlandse pers kreeg u er enorm van langs.
‘Ik vond die reacties echt onthutsend. Dat was voor mij een eyeopener van jewelste. Journalisten – en echt niet de minsten – riepen massaal dat ik mijn mond had moeten houden en had moeten liegen. In Nieuwsuur zaten een interviewer en een commentator wel twintig minuten tegen elkaar te zeggen wat voor ongelooflijke blunder ik zou hebben gemaakt. Ik vond dat echt ontluisterend. En ik maar denken dat journalisten openhartige uitspraken aan politici proberen te ontlokken. Zo van: zeg nou eens wat je vindt.’

Doe je dat een keer, is het weer niet goed.
‘Zoiets ja.’

Uw woorden worden op een goudschaaltje gewogen. Bent u de volgende keer voorzichtiger?
‘Nee. Politici moeten in dit soort kwesties een leidende rol spelen en daar ook over communiceren. Ik begrijp best dat er op het hoogtepunt van de crisis weinig ruimte was voor discussie. Maar nu we de grootste crisis achter de rug hebben, ben ik ervan overtuigd dat we moeten durven praten over structurele oplossingen. De enige vraag is: zijn we al voldoende uit de crisis om die discussie te kunnen voeren?’

Wat denkt u zelf?
‘Nou, mijn antwoord is: laten we het eens proberen.’

Nationale wensen

De laatste tijd krijgt Dijsselbloem vanuit Brussel toenemende kritiek dat hij als voorzitter van de Eurogroep niet onafhankelijk genoeg zou zijn en zich te veel laat leiden door het Nederlands belang. Zijn pleidooi voor een bail-in-regeling bij de banken en zijn strenge houding ten opzichte van de zuidelijke landen zouden vooral door nationale wensen ingegeven zijn.

Wat vindt u van het verwijt dat u als voorzitter niet onafhankelijk genoeg bent?
‘Ik merkte vanaf het begin dat er veel scepsis was in Zuid-Europa. Zo van: wie is die man? Weer zo’n noordeling, weer zo’n hardliner. Maar mijn Europese collega’s zeggen nu dat ik zo prettig ben om mee samen te werken in vergelijking met mijn voorganger. Jan Kees de Jager ging er voor het Nederlandse belang hard en ruig in.’

Maar De Jager was alleen minister, geen voorzitter van de Eurogroep. Zit u in een spagaat?
‘Daar zit ik zelf niet zo mee. SP-leider Emile Roemer zei laatst op televisie dat ik te veel mijn Europese pet op heb en dat het een schande is dat ik niet meer voor het Nederlandse belang opkom. Maar Europese ambtenaren en diplomaten die fulltime in Brussel zitten, vinden dat ik niet Europees genoeg ben. Soit. Het is maar aan wie je het vraagt. Zulke kritiek komt allemaal voort uit het idee dat je voor of tegen Europa moet zijn. Ik heb me daar altijd tegen verzet. Het zegt namelijk helemaal niks. Ik ga er heel pragmatisch mee om. Als ik in een vergadering zit, stel ik mezelf bijvoorbeeld de vraag: geloof ik écht dat Europees toezicht op banken nodig is? Het antwoord is: ja, dat is beter, zowel voor Nederland als Europa.’

De kritiek is ook dat u te streng bent voor de zuidelijke landen.
‘En waar blijkt dat dan uit?’

Dat u er regelmatig op hamert dat ze nog steeds te weinig concurrentievermogen hebben en nog meer moeten hervormen.
‘Dat vinden we met elkaar in Europa, dacht ik. En wij moeten hier trouwens zelf ook hervormen, net als Frankrijk, België en eigenlijk ook Duitsland. De enige manier om samen uit de crisis te komen, is dat iedereen zich aan zijn begrotingsafspraken houdt. Dat verhaal houd ik consequent, waar ik ook ben. Punt.’

Over eerlijke verhalen gesproken: in de aanloop naar de verkiezingen zei Diederik Samsom dat het terugdringen van het begrotingstekort naar 3 procent voor de PvdA ‘op geen enkele wijze een totempaal’ is. Nu u in het kabinet zit, lijkt die 3 procent ineens heilig.
‘Nee nee. In ons verkiezingsprogramma kwamen we ook keurig onder de 3 procent. En toen gedurende dit jaar de economische prognoses slechter werden, heeft het kabinet besloten voor 2013 de 3 procent los te laten om de economie te ontzien.’

Volgens de Vlaamse topeconoom Paul de Grauwe zitten de noordelijke landen juist opnieuw in een economische dip omdat de overheden zoveel bezuinigen. De bestedingen van huishoudens liepen al terug, de overheden versterken die neerwaartse spiraal. Hij verwijt het Nederlandse kabinet cijferfetisjisme.
‘Het wordt door economen nog niet erg opgepikt, maar de uitgaven van de Nederlandse overheid zijn sinds het begin van de crisis nog nauwelijks gedaald. We bezuinigen wel, maar de uitgaven aan bijvoorbeeld de zorg stijgen nog steeds. Dus de stelling dat de overheid de economie kapot bezuinigt is niet te onderbouwen. Het pakket van 45 miljard bezuinigingen – de optelsom van Rutte I, het Lenteakkoord en Rutte II – zijn vooral hervormingen die pas neerslaan vanaf 2015. Het beeld van mensen is: de overheid zit enorm veel geld uit de economie te trekken en daardoor krimpt de economie nog verder. Dat klopt dus niet.’

Toch hebben mensen minder geld te besteden, blijkt uit recente rapporten van het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank.
‘Zeker. Maar dat komt vooral door de oplopende werkloosheid en door de dalende huizenprijzen, de afgelopen jaren tot zo’n 20 procent. Inmiddels hebben bijna 1,3 miljoen mensen een hogere hypotheek dan de waarde van hun huis. Als je huis onder water staat, doe je er verstandig aan om te sparen en af te lossen. Ik doe dat zelf ook.’

Te veel schulden

Anderhalve week voor het interview. In een zaal van de Erasmus Universiteit in Rotterdam geeft Jeroen Dijsselbloem een gastcollege over de ‘Uitdagingen van de Nederlandse economie’. Er zijn zo’n tachtig studenten komen opdagen. De bewindsman heeft wallen onder zijn ogen maar ziet er ontspannen uit. Tijdens de vragensessie wil een van de studenten weten wat de minister zou willen studeren als hij opnieuw kon kiezen. ‘Diergeneeskunde,’ antwoordt Dijsselbloem. Dat was indertijd ook zijn eerste keuze, bekent hij. ‘Maar ik werd uitgeloot, het zal nu ook wel weer niet lukken.’ In zijn betoog, verlevendigd met een Powerpoint-presentatie van talloze grafieken, stelt de minister dat de hoge schulden van de huishoudens Nederland ‘kwetsbaar’ maken, en dat we ‘buffers’ moeten opbouwen om ‘schokbestendig’ te worden.

Ook in het interview in zijn werkkamer benadrukt Dijsselbloem dat huishoudens te veel schulden hebben. Maar Mark Rutte riep rond de presentatie van het sociaal akkoord in april juist dat we niet zo moeten somberen: ‘Laten we wél die auto kopen, laten we wél dat huis kopen, we moeten een beetje risico nemen en vertrouwen hebben.’

Foto: Jeroen Hofman
Foto: Jeroen Hofman

Dat was dus niet zo handig van de premier.
‘Dat ligt eraan. Als je huis onder water staat en je moet het toch verkopen, blijf je met een restschuld achter. Dan moet je zuinig zijn. Maar dat geldt niet voor iedereen. Er zijn ook mensen die wél geld hebben.’

Dat onderscheid maakte Mark Rutte niet.
‘Maar ik wel. Het verhaal van Rutte kan nauwelijks gelden voor jongeren, zeker niet voor jongeren die de afgelopen jaren een huis hebben gekocht. Met name de oudere generaties hebben in de afgelopen twintig, dertig jaar een groot vermogen kunnen opbouwen, onder andere in hun huis. Die vermogens zou je willen mobiliseren. Geef het uit, ga het investeren, geef het aan je kinderen.’

Brussel eist inmiddels zes miljard aan extra bezuinigingen om het begrotingstekort volgend jaar terug te dringen naar 3 procent. Het kabinet heeft rond het sociaal akkoord afgesproken dat over de invulling hiervan pas in augustus wordt besloten. Lukt het dan nog wel om er echte hervormingen doorheen te krijgen?
‘Nee. Maar dat kon in maart ook niet. Echte hervormingen vergen veel tijd.’

Dus het worden platte bezuinigingen?
‘Voor hervormingen moet er wetgeving door de Tweede en Eerste Kamer. Daar is geen gelegenheid meer voor.’

Hoe kan je dan überhaupt aan die zes miljard komen?
‘Je kunt wel allerlei uitgavenregelingen versoberen. Ik zie geen enkel beleidsterrein dat we kunnen ontzien. Iedereen met makkelijke verhalen – bijvoorbeeld: er moet niet bezuinigd worden, of er kan makkelijk bezuinigd worden maar er mogen geen lasten worden verzwaard – houdt die verhalen alleen maar voor de bühne. Eén ding weten we zeker: dat we zes miljard moeten bezuinigen van de Europese Commissie. Daar komen we niet onderuit. Dit kabinet is er niet voor om eenzijdig begrotingsafspraken op te blazen. Anders vrees ik dat de Europese Monetaire Unie een sombere toekomst tegemoet gaat.’

Volgens de Franse president Hollande is de Eurocrisis voorbij. Bent u het daarmee eens?
‘Ik vind het nog een beetje vroeg om dat te zeggen. We hebben het grote dieptepunt achter de rug, dat is duidelijk. De financiële markten zijn veel stabieler. De werkloosheid in Spanje begint terug te lopen. En de concurrentiepositie van landen als Portugal en Griekenland is een beetje verbeterd. Maar er moet nog veel gebeuren. Het is nog heel kwetsbaar.’

In Nederland beginnen mensen de crisis nu juist te voelen. Er zijn meer faillissementen, de werkloosheid groeit. En nu gaat u ook nog zes miljard extra bezuinigen. Moeten wij het ergste nog krijgen?
‘Ik hoop het niet. Het klopt dat de werkloosheid in Nederland fors is opgelopen. Maar volgens de verwachting van het CPB wordt de stijging in de tweede helft van het jaar minder.’ Fel: ‘Je kunt de krant niet openslaan of de sombere berichten komen over je heen. De woningmarkt zakt verder in, de export laat een dip zien, er zijn meer ontslagen in de bouw. Zelfs als wij zouden zeggen: we laten het tekort en de schuld oplopen, denk ik dat mensen toch wel zien dat we in een crisis zitten. Laten we de discussie niet versmallen tot: crisis is bezuinigen en bezuinigen is crisis. We hebben de afgelopen decennia in Nederland veel te veel schulden gemaakt. Daar betalen we nu de prijs voor. Daar zullen we doorheen moeten.’

En al die lasten rusten op uw schouders.
‘Jarenlang had ik de vaste oneliner: “Met mij gaat het goed, nu nog met de PvdA.” Tegenwoordig is het: “Met mij gaat het goed, nu nog met de Nederlandse economie”. Dat is zo’n beetje de samenvatting van mijn leven.’