Jubileum
De waarheid als wapen: 85 jaar Vrij Nederland

Op 31 augustus bestaat Vrij Nederland 85 jaar. Om dit jubileum te vieren, vroegen we verzetshistorica Jessica van Geel het eerste decennium van onze geschiedenis als verzetskrant op te tekenen. Over een 19-jarige typist, zijn vrienden en de waarheid.


1016 min

Het woord ‘jongensboek’ wil ik niet gebruiken, vooral niet omdat we weten hoeveel van die jongemannen voor het illegale blad zijn gestorven. Maar toch. Wie leest over de eerste jaren van Vrij Nederland ziet de blakende jongemannen zo voor zich. Want dat was met wie het begon. Bij een 19-jarige typist en zijn vrienden. Bij de werkelijkheid zien, die benoemen en verspreiden.

Frans Hofker, zoals de typist heette – hij werkte bij de Plaatselijke Telefoondienst van de PTT aan de Amsterdamse Herengracht – kreeg in juli 1940 een ‘rondschrijven’ van H.G. Winkelman in handen. Het was een gestencilde kopie waarin de opperbevelhebber van het Nederlandse leger zich verweerde tegen de Duitse propaganda dat Nederland zélf schuld zou hebben aan het bombardement op Rotterdam.

Hofker las het, wilde dat de waarheid werd doorverteld, en besloot de verklaring van Winkelman ook te gaan verspreiden. Op z’n werk had hij toegang tot een stencilmachine, en eenmaal overgetypt en vermeerderd, deelden Hofker en een paar vrienden de vellen uit aan bekenden. Ook lieten ze exemplaren achter in trams en tramhuisjes en stopten ze exemplaren in willekeurige brievenbussen. Zo begon het: met een jongen die de waarheid wilde vertellen.

Meteen aan het begin van de Duitse bezetting werd de Nederlandse pers gecensureerd. Persbureau ANP kwam bekend te staan als ‘Adolfs Nieuwste Papegaai’ en alleen kranten en tijdschriften die zich aan de propaganda-eisen van de nazi’s hielden, mochten nog verschijnen, zoals De Telegraaf, het Algemeen Handelsblad en de Volkskrant (tot 1941). Sommige bladen, zoals De Groene Amsterdammer, besloten zelf te stoppen.

Als ‘tegengif’ voor de ‘Duitse leugenpropaganda’ wilde Hofker vaker illegale teksten, pamfletten en gedichten bundelen en verspreiden. Zo ontstond het idee voor een krant.

De ‘1001 ex.’, kort voor ‘exemplaren’, zoals op de voorpagina werd vermeld, was spierballentaal richting de Duitse bezetter

Het eerste nummer van de papieren Vrij Nederland verscheen op 31 augustus 1940, de zestigste verjaardag van de inmiddels naar Londen uitgeweken koningin Wilhelmina. Vier aan beide kanten beschreven vellen, groter was de eerste editie niet. Er werden 130 exemplaren van verspreid, toen was het geld op. De ‘1001 ex.’, kort voor ‘exemplaren’, zoals op de voorpagina werd vermeld, was spierballentaal richting de Duitse bezetter.

In oktober 1940 verscheen het tweede nummer (driehonderd exemplaren) en al snel waaierde het gestencilde blad uit. Met meer nieuwe nummers, meer jongens (veelal met een gereformeerde achtergrond), meer dan één blad (er verschenen door het land meerdere edities van Vrij Nederland) en meer dan alleen dit illegale schrijven (sommigen gingen over tot spionage en gewapend verzet, anderen zochten naar de zo gewilde veilige route naar Londen).

Daan Levendig, Arie van Namen, Jan van der Neut, Jan Peppink, Wim van Donge en Cees Galjaard zijn namen uit dat jongensboek dat ik niet zo wil noemen. Jan Kassies. Cees Troost. Het zijn ze lang nog niet allemaal.

Maandenlange arrestatiegolf

Eind februari 1941 pakte de Sicherheitsdienst (SD) – de Duitse geheime dienst – en hun agenten van de Sicherheitspolizei (Sipo) de eerste makers en verspreiders van het illegale tijdschrift op. Wat volgde was een maandenlange arrestatiegolf waarbij zo’n 65 mensen werden gearresteerd, hoofdzakelijk mannen.

Waar waren de vrouwen, de meisjes?

Het ongemakkelijke is dat elk historisch verhaal onontkoombaar met de blik van nu wordt geschreven. Zo dadelijk loopt de held van het verhaal binnen – even geduld nog – maar wanneer ik de historische boeken en artikelen over de beginjaren van Vrij Nederland lees, vraag ik me af waar de vrouwen zijn.

Een paar namen kom ik tegen. Jacoba van Tongeren, de maatschappelijk werkster die haar vader wist over te halen Vrij Nederland die eerste periode niet alleen met een schrijfmachine te steunen maar ook met geld en zijn contacten. Later zou ‘bonnenkoningin’ Van Tongeren de leider van Groep 2000 worden, een omvangrijke verzetsgroep die steun bood aan onderduikers.

Lees hier meerHet verhaal van Jacoba van Tongeren, de vergeten verzetsheldin2 april 2015

Misschien waren er niet veel vrouwen betrokken bij Vrij Nederland. Dat kan. Ik kom jurist en journalist Gezina van der Molen tegen – in 1937 de eerste promovenda van de Vrije Universiteit – en onderwijzeres Ada van Randwijk-Henstra.

Dat was die tijd, hoor ik mijn tante zeggen. Dat zei ze altijd als ik haar ongemakkelijke familieverhalen probeerde te ontlokken.

Hoe zat dat nou, tante?

Ach, dat was die tijd.

Vrouwen hebben in de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog met twee achterstanden te stellen. Ze hadden te maken met de scheve man-vrouwverhoudingen van die tijd. En vervolgens werden ze nogmaals achtergesteld, doordat de oorlogsgeschiedenis vooral door mannen werd geschreven die de verzetsdaden van vrouwen voornamelijk negeerden.

Zo deed Loe de Jong de rol van vrouwen in zijn veertien delen dikke Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog af met een enkele opmerking: ‘Ook vrouwen en meisjes hebben een werkzaam aandeel gehad in het illegale werk.’

Jacoba van Tongeren, 'de bonnenkoninging'
Jacoba van Tongeren, 'de bonnenkoninging'
Jacoba van Tongeren, ‘de bonnenkoninging’
De grote verzetsleider

Goed, tijd voor de grote verzetsleider. Een belangrijk verzetsman was hij zeker, zij het met de kanttekening dat hij – zoals we dat in deze tijd noemen – grensoverschrijdend gedrag vertoonde. Oud-collega’s, vrienden en historici benoemden zijn ‘vaak bazige’ houding, zijn ‘onmogelijke, opvliegende karakter’, en dat hij ‘tact’ miste. Dat hij zijn ogen niet sloot ‘voor vrouwelijk schoon’ en een ‘grote bek’ had.

Henk van Randwijk, over hem heb ik het, alias Sjoerd van Vliet, zoals zijn verzetsnaam luidde. Hij maakte Vrij Nederland groot. In 1988 publiceerden oud VN-journalisten Gerard Mulder en Paul Koedijk een vuistdikke biografie over hem en vorig jaar nog beschreef historicus Peter Bak zijn oorlogsjaren in het boek Een volk dat voor tirannen zwicht

Na de eerste arrestatiegolf binnen de Vrij Nederland-groep die tot ver in de zomer van 1941 duurde, was Henk Kooistra een van de weinige bezorgers die nog niet door de SD of de Sipo was opgepakt. De 21-jarige Kooistra was onderwijzer aan de Eben-Haëzerschool in de Jordaan. Een paar maanden eerder, rond de Februaristaking van 1941, had Kooistra een hakenkruisvlag uit de vlaggenmast getrokken, pal voor het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in de Amsterdamse Euterpestraat, inmiddels de Gerrit van der Veenstraat geheten. Het was rond die tijd dat de jonge onderwijzer bevriend raakte met het hoofd van de school: H.M. van Randwijk.

Misschien wist Van Randwijk dat Kooistra vuurwapens op de zolder van de school verborg. In elk geval wist Kooistra dat hoofdonderwijzer Van Randwijk eerder al activistische pamfletten had geschreven tegen de nationaal-socialistische propaganda en ‘Jodenterreur’ van de nazi’s. Hij wist ook dat Van Randwijk in 1936 auteur was van de succesvolle sociaalkritische roman Burgers in nood (goed voor maar liefst 30.000 verkochte exemplaren).

De Sicherheitsdienst bestempelde Vrij Nederland als het ‘meest wijdverspreide en gevaarlijkste, opruiendste’ onder de ondergrondse bladen

Er waren nieuwe redacteuren nodig voor Vrij Nederland, nieuwe koeriers, drukkers én geld. Kooistra vroeg Van Randwijk of hij de nieuwe leider van het illegale blad wilde worden. Van Randwijk was ruim tien jaar ouder dan de meeste jongens die bij het tijdschrift betrokken waren, en strijdbaar bovendien. ‘Dat rotblaadje’, zou Van Randwijk tegen Kooistra hebben gezegd, ‘dacht je dat ik dáár mijn leven voor waag?’ Waarop Kooistra antwoordde: ‘Nou, dan moet je dat rotblaadje beter maken.’

En zo geschiedde. Inmiddels circuleerden honderden ondergrondse krantjes in het bezette Nederland – tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er naar schatting 1300 verzetskranten. Onder Van Randwijk groeide Vrij Nederland uit tot een van de invloedrijkste. Hij maakte van de ‘illegale actiekrant’ een landelijk blad met een hogere oplage, een centrale leiding en een duidelijke redactionele lijn.

Ook haalde Van Randwijk de krant weg bij de arbeidsintensieve stencilmachine. In december 1941 verscheen het eerste gedrukte nummer met een oplage van zesduizend exemplaren. En nog diezelfde maand bestempelde de Sicherheitsdienst Vrij Nederland als het ‘weitverbreiteste und gefährlichste Hetzschrift’: het ‘meest wijdverspreide en gevaarlijkste, opruiendste’ onder de ondergrondse bladen.

En de inhoud? Die was gestoeld op progressief-christelijk idealisme. De artikelen die Van Randwijk schreef – en dat waren er veel – werden in de loop van de tijd minder christelijk en meer openlijk socialistisch. Steeds ‘rooier’, werd gezegd.

1 / 0
Scherpe analyse

Begin 1942 publiceerde hij het artikel ‘Revolutie of inbraak?’ waarin hij benadrukte dat het nazisme de Europese cultuur in z’n geheel bedreigde. Een scherpe analyse.

Verzet is een vak dat je moet leren, betoogde Van Randwijk meer dan eens, en daarbij was veiligheid regel nummer één. Dus gaf hij zijn medewerkers duidelijke instructies, die (ingekort) zo konden luiden:

ZWIJGT.
WEEST VOORZICHTIG MET NIEUWE RELATIES EN MET DE RELATIES VAN UW VRIENDEN.
STAAKT HET AANGAAN VAN NIEUWE RELATIES EN ACCEPTEERT GEEN NIEUWE MEDEWERKERS.
TOONT DISCIPLINE.
PAST OP VOOR DE “GEZELLIGHEID”.

Het kon niet voorkomen dat in 1942 opnieuw veel VN-medewerkers werden gearresteerd. Van Randwijk werd tot twee keer toe opgepakt, maar wist te ontkomen. Ondertussen bleef hij schrijven. De werkelijkheid zien en die vervolgens benoemen – Van Randwijk deed wat Frans Hofker in de eerste dagen van Vrij Nederland voor zich had gezien.

Zo schreef hij rond de April-Meistaking in 1943: ‘Eindelijk komt er verzet… (tegen de gedwongen Arbeitseinsatz, red.) Vele burgemeesters, ambtenaren en politiemannen weigeren. De kerken protesteren! De universiteiten en de studenten verdedigen zich met hand en tand. Duizenden verlaten hun huis, gezin, hun werk. Ze verkiezen het rechteloze leven van de voortvluchtige boven het werken voor de vijand!’

Vrij Nederland moest een krant zijn die in de bres sprong voor ‘persoonlijke vrijheid en de democratie’, en ‘principieel anti-autoritair’ en ‘maatschappijkritisch’ zijn

Maar sommigen vonden hem inmiddels te veel overhellen richting het Sovjet-communisme. Dat ‘rooie’ van hem. Medewerkers als Wim Speelman en de eerder genoemde jurist Gezina van der Molen misten het orthodox-protestantse geluid en verlieten Vrij Nederland om begin 1943 verzetsblad Trouw op te zetten. Met succes, want naast Vrij Nederland en Het Parool zou de christelijke verzetskrant al gauw tot de belangrijkste illegale bladen behoren.

In het voorjaar van 1944 bereikte Vrij Nederland een oplage van bijna 44 duizend exemplaren. Tegen die tijd was Van Randwijk, zoals veel verzetsleiders en oud-politici, bezig met de toekomst. Samen met Het Parool schreef hij een politiek manifest waarin hij opriep om na de bevrijding niet terug te keren naar de politiek van vóór 1940, maar om Nederland democratischer en rechtvaardiger te maken. Het Manifest werd in zowel Vrij Nederland als Het Parool afgedrukt.

Ook voor het blad maakte hij toekomstplannen, want hij wilde dat het na de bevrijding zou blijven bestaan. Vrij Nederland moest volgens hem ‘geen partijblad’ worden en dus ‘geen binding (hebben, red.) met een bepaalde politieke of theologische richting’, maar een krant zijn die in de bres sprong voor ‘persoonlijke vrijheid en de democratie’. Vrij Nederland moest ‘principieel anti-autoritair’ en ‘maatschappijkritisch’ zijn.

En toen was daar de bevrijding. Op de Dam vond op 9 mei 1945 het officiële bevrijdingsfeest plaats. En wie mocht er namens het gezamenlijke Amsterdamse verzet als eerste spreken? Juist. Van Randwijk had geen eloquente zinnen, geen scherpe analyse, geen gedicht. Hij benoemde slechts wat de nieuwe werkelijkheid was. Uitkijkend over de menigte zei hij, nee, riep hij: ‘Amsterdammers! We zijn vrij!’ Het publiek joelde.

Henk van Randwijk op de Dam, 9 mei 1945
Henk van Randwijk op de Dam, 9 mei 1945
Henk van Randwijk op de Dam, 9 mei 1945
Publieke figuur

Van Randwijk groeide na de oorlog uit tot een publieke figuur. Hij en de medewerkers van de illegale krant hadden aan de goede kant van de oorlog gestaan en werden erom geëerd. Het bovengrondse Vrij Nederland groeide, per maand kwamen er duizenden abonnees bij tot een recordaantal van 109 duizend.

Totdat. Totdat Van Randwijk weer benoemde wat de werkelijkheid was, dit keer in de voormalige kolonie Nederlands-Indië. Nadat Soekarno daar op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen, greep Nederland militair in, wat uitmondde in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Van Randwijk was voorzitter van de Vereniging Nederland-Indonesië die streefde naar vreedzame dekolonisatie. Nadat hij begin 1947 een reis door Republik Indonesia maakte, werd hij vurig pleitbezorger van de onafhankelijkheid van Indonesië. Zeker na de eerste “politionele actie”, zoals de dekolonisatieoorlog in Nederland tot niet zo heel lang geleden eufemistisch werd genoemd. Dat was die tijd.

‘Omdat ik Nederlander ben’, kopte kort daarop Vrij Nederland op de voorpagina, een artikel waarin Van Randwijk de koloniale oorlog een ‘zedelijk kwaad en een politieke dwaasheid’ noemde.

Lees het stuk hierOmdat ik een Nederlander ben, door Henk van Randwijk'28 juli 1947

‘Omdat ik Nederlander ben zeg ik nee! tegen het geweld dat thans door ons in Indonesië gepleegd wordt. Ik zeg dit met in mijn oren de beschuldiging door mijzelf en anderen geuit tot het Duitse volk, dat uit vaderlandsliefde en éénzelfde verkeerd begrepen nationaal belang meende te moeten zwijgen toen Hitler in zijn naam misdaden beging.’

Volgens de verhalen zou dit artikel veel abonnees hebben gekost, maar daarvoor is – pluizend door de literatuur over de geschiedenis van Vrij Nederland – geen hard bewijs.

Want hoewel kranten als Trouw en de Volkskrant het Nederlandse militaire ingrijpen rechtmatig noemen, en een onvermijdelijke en noodzakelijke gebeurtenis, uitten ook andere bladen als Het Parool, Het Vrije Volk (sociaaldemocratisch) en De Waarheid (communistisch) scherpe kritiek.

Klopt, Vrij Nederland kreeg na de publicatie van ‘Omdat ik Nederlander ben’ afzeggingen en boze brieven, maar Van Randwijk ontving ook veel steunbetuigingen. De daling van het aantal abonnees had te maken met het feit dat de meeste verzetsbladen hun snelle groei na 1945 een paar jaar later weer zagen krimpen. Ook zou vooral Van Randwijks kritische houding ten aanzien van de Verenigde Staten abonnees hebben gekost – want de volgende oorlog, de Koude, was inmiddels begonnen.

Feit was dat Vrij Nederland in januari 1948 op de rand van bankroet verkeerde. Er werd met De Groene Amsterdammer gesproken over een fusie, maar de redactie van De Groene weigerde Van Randwijk als hoofdredacteur te accepteren. Uiteindelijk werd Vrij Nederland overgenomen door uitgeverij De Arbeiderspers, op voorwaarde dat Van Randwijk als hoofdredacteur zou vertrekken – vermoedelijk mede vanwege zijn ‘onmogelijke, opvliegende karakter’. En zo geschiedde.

Was het het waard geweest? Waarschijnlijk zijn 74 medewerkers van de illegale krant vermoord door de nazi’s. Henk Kooistra – Anne Hendrik Kooistra voluit – de onderwijzer die Van Randwijk bij Vrij Nederland had gebracht, was één van hen. Zijn leven eindigde op 4 augustus 1942 in concentratiekamp Groß-Rosen. Het geschilderde portret van Kooistra prijkt nog altijd op de redactie van Vrij Nederland.

Was het het waard?

In zijn in 1967 verschenen boek In de schaduw van gisteren – Kroniek van het verzet in de jaren 1940 – 1945 (ook een bestseller) geeft Van Randwijk er geen antwoord op. Niet echt. Hij signaleert dat de meeste Nederlanders zich afzijdig hebben gehouden, zich passief hebben opgesteld. Daar had hij eloquente zinnen voor, die hij opnam in zijn gedicht Bericht aan de levenden dat hij in 1953 voor de Eerebegraafplaats Bloemendaal schreef. De laatste drie regels hangen op de gedenkmuur aan het Weteringkwartier in Amsterdam. Het is een bericht aan ons.

Allen, die hier tesamen zijn,
de levenden, de doden,
de handbreed, die ons scheidt, is klein
wij zijn tesamen ontboden
voor het gericht …

Gedenk de liefste, die hier ligt
de broeder, vrind of vader
maar gun Uw ogen wijder zicht
aanzie het land en alle mens tegader
hoor dit bericht:

Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen
een volk dat voor tirannen zwicht
zal meer dan lijf en goed verliezen
dan dooft het licht.

Benoemen wat de waarheid is. Dat was die tijd.

Macht
Gerelateerd