VN MediagidsVrij Nederland, Piet Grijs en Buikhuisen
Wetenschap / Vrij Nederland / biologie 15.10.2005
Lang was het een taboe om te zoeken naar aangeboren oorzaken van agressie. Professor Wouter Buikhuisen waagde zich eind jaren zeventig aan ‘biosociale criminologie’. Piet Grijs en Vrij Nederland waren zijn fanatiekste tegenstanders.
‘Ik vond Buikhuisens plannen ook heilloos, maar ik dacht: daar hoef ik niets over te schrijven.’ Zo begon eerste de column waarin Piet Grijs zich verdiepte in ‘Biologie en misdaad’. En hij besloot: ‘Buikhuisen c.s. denken misschien dat het relletje in één week is afgelopen, maar ze vergissen zich.’
Dáárin heeft Grijs gelijk gekregen: de zaak-Buikhuisen was nog lang niet voorbij in de lente van 1978. Inmiddels is de samenstelling van de partijen veranderd, de clash is niet meer dan een af en toe opflakkerende veenbrand, maar de vrede is nooit getekend. Niet na afloop van de Eerste en ook niet na afloop van de Tweede Buikhuisense Oorlog, zoals Piet Grijs zijn guerrilla tegen de hoogleraar in Vrij Nederland noemde.
Waar ging die strijd ook alweer over? Wouter Buikhuisen (1933) was in 1965 gepromoveerd op ‘Achtergronden van nozemgedrag’ en was de bedenker van het begrip ‘provo’. Na een hoogleraarschap in Groningen en een periode als onderzoeker bij het ministerie van Justitie werd hij in 1978 benoemd tot hoogleraar Criminologie en Penologie in Leiden, als opvolger van professor Willem Nagel – de voormalige verzetsman die als J.B. Charles ook columnist was bij Vrij Nederland. Buikhuisen kreeg een ruim budget om te onderzoeken of er biologische factoren zijn die een rol spelen bij het ontstaan van criminaliteit. De criminoloog (van huis uit bedrijfskundige) was een praktisch man: hij wilde empirisch onderzoek doen dat ook tot nuttige toepassingen zou leiden en misschien zelfs de criminaliteit zou verminderen.
Het bleek een stap te ver : ‘links’ had de maatschappelijke orde al als bron van alle kwaad aangewezen. Zonder economische ongelijkheid zou er ook geen criminaliteit meer zijn.
In de eerste publicatie over Buikhuisens nieuwe onderzoeksinstituut, in het reclasseringsblad Kr, werd Buikhuisen vergeleken met de Italiaanse gevangenisarts Lombroso, die een eeuw eerder misdadigers kon herkennen aan hun lage voorhoofd of doorlopende wenkbrauwen. Ook zou Buikhuisen hersenonderzoek op delinquenten willen verrichten en kinderen als proefpersonen willen gebruiken.
Die mythe van de mad scientist die de erfzonde van criminele jongeren door het lichten van hun schedels wetenschappelijk wilde bewijzen, is een kwarteeuw later vervangen door een nieuwe lezing. Die luidt: het politiek correcte Vrij Nederland maakte willens en wetens een geniale geleerde kapot die zijn tijd nét te ver vooruit was. Volgens de VN-ideologie werden, zo wil deze opvatting, schizofrenie, criminaliteit en andere afwijkingen van de norm veroorzaakt door de verrotte, kapitalistische maatschappij en/of de ouders met hun autoritaire opvoeding. Zoeken naar individuele, aangeboren ‘afwijkingen’ was taboe. En weer werden harde historische vergelijkingen gemaakt. Zo schreef Theo van Gogh in 2004 op zijn website: ‘Het is wel grappig om je te realiseren dat de hetze die Grijs en VN tegen Buikhuisen voerden inmiddels door de wetenschap is weerlegd; er schijnt inderdaad verband te zijn tussen erfelijkheid en criminaliteit. So much voor Vrij Nederland, dat zich inzake Buikhuisen als Der Stürmer gedroeg.’ En eerder schreef hij: ‘Grijs was even visionair als de Inquisitie die Gallileï veroordeelde.’
Was Wouter Buikhuisen inderdaad de verkeerde man op de verkeerde plaats in de verkeerde tijd? Hij had een ambitieuze wetenschappelijke doelstelling en kreeg veel geld om die uit te voeren. Maar hij deed dat aan een (juridische) faculteit waar geen empirische traditie bestond. Buikhuisen kwam van Justitie, waar Van Agt tot 1977 de baas was geweest. Dat was verdacht. Collega-criminologen beschouwden alleen al het feit dat hij voor de overheid had gewerkt als verraad. Grijs: ‘Hoe is het mogelijk dat iemand jaren op het ministerie van Justitie werkt en zulke levensgevaarlijke ideeën bezit?’ En bovenal: hij wilde hersenonderzoek doen, in een tijd dat de antipsychiatrie veel aanhang had – het was nog maar kort na One Flew Over the Cuckoo’s Nest. ‘Buikhuisen’ móest dus wel een cause célèbre worden. Wetenschappelijk Nederland liet de criminoloog enthousiast vallen. In de media, VN en de VPRO voorop, was je ‘goed’ als je biosociale criminologie afwees en ‘fout’ als je zelfs maar bereid was naar de ideeën van Buikhuisen te luisteren.
De demonisering van de criminoloog werd het consequentst volgehouden in de kolommen van VN – in de columns van Grijs, maar ook in achtergrondverhalen die hem in verband brachten met nazicriminoloog Franz Exner. Wetenschappelijke ondersteuning van het anti-Buikhuisen-kamp kwam van professor Cees Schuyt (door Piet Grijs tot zijn ‘generaal’ uitgeroepen), van de ‘radicaal-kritische’ criminoloog Herman Bianchi (‘het zijn de machthebbers die definiëren wat crimineel is’) en uiteindelijk ook van professor Nagel, in een interview in VN: ‘Buikhuisen is natuurlijk geen Exner, net zomin als hij een Lombroso is. Maar wel denkt hij net als Exner en Lombroso.’
Een ‘karaktermoord van links’, werd de zaak-Buikhuisen in een recent profiel van KRO’s Reporter genoemd. Buikhuisen zegt daarin niet veel over de rol van VN, maar wel: ‘Wij waren thuis geabonneerd op Vrij Nederland. Ik vond het te veel eer om het abonnement op te zeggen. Op een gegeven moment kwam mijn dochter Rineke en die vroeg: wat is dat toch met die Piet Grijs?’
Wat was dat toch met Piet Grijs? Buikhuisen zocht volgens hem naar ‘een biologisch kenmerk dat bij alle misdadigers en alléén bij misdadigers voorkomt. Na de steen der wijzen zoekt hij de steen der criminelen. Ik voorspel hem dat hij die niet zal vinden. Er is maar één proef te verzinnen om iemands misdadigheid te meten: kijken of hij een misdaad begaat.’
Het was een ingehouden begin van een woedende eerste reeks columns, later door VN gebundeld in het boekje Buikhuisen, dom én slecht. Daarin werd voorspeld dat de ‘kale, impotente carrièrewetenschapper’ bij zijn oratie met tomaten bekogeld zou worden ‘uit naam van gevangenen en kinderen’. Verder heette Buikhuisen een ‘verblinde vakidioot’, een ‘bedrieger’, een ‘slangenbezweerder’, een ‘aartsopportunist’, een ‘domme charlatan’.
Hij werd vergeleken met de Argentijnse president Videla, en zijn onderzoek met de Vietnamoorlog: ‘Zijn napalmbommen zijn kleiner, maar preciezer gericht: midden in de hersenen.’ En: ‘Het verschil tussen Glimmerveen (leider van de extreem-rechtse Nederlandse Volksunie) en Buikhuisen is een academische opleiding.’
Zijn Tweede Buikhuisense Oorlog begon Grijs in 1980 toen bekend werd dat Buikhuisen biosociaal wetenschappelijk onderzoek wilde doen bij kinderen van tien tot achttien jaar ‘in de sfeer van justitiële kinderbescherming’. Nu noemde hij Buikhuisen ronduit ‘het verzamelpunt van het Nederlandse fascisme’. Vrolijk maakt Grijs zich als hij ontdekt dat Buikhuisen wel eens naar foute dictaturen als Indonesië en Zuid-Afrika reist: ‘Wat zit de wereld toch prachtig in elkaar! Alles klopt.’ Het was inderdaad een overzichtelijke tijd.
Wouter Buikhuisen woont nu in Spanje en houdt zich naar eigen zeggen ‘nog steeds enigszins bezig met de biologische achtergronden van agressie en criminaliteit’. Hij is ervan overtuigd dat Grijs’ stukjes grote gevolgen hebben gehad voor hemzelf en zijn onderzoek. In een e-mail waarin Buikhuisen op verzoek van VN terugkijkt, beschrijft hij die gevolgen. Hij noemt Piet Grijs een ‘katalysator’, die een ‘onvoorstelbaar en ongehoord’ proces op gang bracht. Uiteindelijk leidde dat er volgens hem toe dat ‘het grondprincipe van de vrijheid van wetenschap en de terecht in de grondwet verankerde vrijheid van meningsuiting “rücksichtslos” werd aangetast.’
De columns hadden volgens hem tot gevolg dat hij meermalen werd bedreigd. Buikhuisen kreeg politiebescherming aangeboden, maar weigerde die principieel. ‘Met alle denkbare middelen werd geprobeerd te voorkomen dat ik mijn ideeën over de nieuwe biosociale criminologie kon uitdragen en ontwikkelen. Binnenstormen van gemaskerde, met kettingen bewapende personen, bij mijn oratie; Het gooien van een rookbom tijdens deze oratie; Valse bommeldingen waardoor het instituut moest worden ontruimd; Bekogeld en fysiek bedreigd worden bij lezingen; Herhaalde bedreigingen met de dood; Telefonische scheldkanonnades; Poep door de brievenbus; Het door het bestuur van het Academisch Ziekenhuis te Leiden verbieden van lopend onderzoek; De bedreiging dat men mij “te vuur en te zwaard zou bestrijden”, daarbij het geluid van een brand nabootsend.’
Buikhuisen: ‘Eén ding kan men veilig stellen. Dit zou allemaal nooit gebeurd zijn zonder de eindeloze hetze die Piet Grijs tegen mij voerde.’
Het gelijk van Buikhuisen is de afgelopen jaren al vaak verkondigd. Toch heeft hij in zijn tien Leidse jaren niet de basis kunnen leggen voor bloeiend biosociaal onderzoek op het gebied van agressie. Door het taboe dat op zijn onderzoek rustte, was het niet mogelijk aan proefpersonen te komen. Er werd bovendien steeds meer bezuinigd op zijn instituut, en er waren veel interne conflicten.
In 1989 nam Buikhuisen afscheid van de wetenschap met een rede, ‘Waarom straffen weinig helpt’, waarin hij betoogde dat het maatschappelijke milieu de ‘gevangene’ is van de biologie.
De stigmatisering van Buikhuisen had minstens zulke verstrekkende gevolgen als zijn wetenschappelijke werk. Wie het nog waagde biologische factoren in verband te brengen met ‘afwijkend’ gedrag werd hard aangevallen, of bedacht zich wel twee keer om zijn onderzoek te publiceren.
Zo kreeg neurobioloog Dick Swaab politiebescherming nadat hij uitspraken had gedaan over in de hersenen gevonden biologische kenmerken van homoseksualiteit. Hij kreeg bommeldingen, dreigbrieven en gaf colleges onder bewaking. En de Nijmeegse onderzoeker Han Brunner aarzelde begin jaren negentig lang of hij zou publiceren over zijn ontdekking van een mogelijke genetische oorzaak voor het ontstaan van agressiviteit. Hij publiceerde toch, en nam daarmee naar eigen zeggen het risico dat ‘mijn wetenschappelijke carrière kapot gemaakt zou worden’.
Uit het artikel ‘De mythe van het agressie-gen’ (p. 78) blijkt dat de mede door VN veroorzaakte ondergang van Buikhuisen als wetenschapper toch niet het einde betekende van het biosociale onderzoek in Nederland. Zodat de mens zich binnen afzienbare tijd, in de woorden van Buikhuisen, alsnog zal kunnen ‘bevrijden van de biologie’.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




