In het nieuwe boek van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk wordt een wankele wereld geschetst: alles is instabiel, voorlopig, hangt aan een draadje, is improvisatie en bodemloos. Weg traditie, weg betrouwbare vaders, weg de solide ketting van het bestaan.

Peter Sloterdijk is een goochelaar die niet in zijn oude kunstjes blijft hangen, maar steeds weer nieuwe bedenkt. Het is alsof hij zijn vorige kunstjes ook vergeten is; hij maalt er in ieder geval weinig om. Wie zijn grote boeken met elkaar probeert te verbinden vindt er niet meteen opzichtig verwante thema’s: gemeenschappelijk aan Kritiek van de cynische rede, Sferen, Je moet je leven veranderen en zijn nieuwe boek Die schrecklichen Kinder der Neuzeit is misschien dat hij pleit voor een nieuwe ‘grootse ethiek’, een kosmopolitische moraal, die de traditionele, falende, christelijke en islamitische moraal zou vervangen en corrigeren.

Waarmee niet gezegd is dat Sloterdijk denkt dat zo’n nieuwe moraal er zomaar zal komen. Zo’n verandering duurt even en er is veel oefening voor nodig, vandaar dat het refrein van Je moet je leven veranderen ‘üben, üben üben’ is.

Peter Sloterdijk probeert zijn standpunt of mening zo min mogelijk rechtstreeks te uiten
Peter Sloterdijk probeert zijn standpunt of mening zo min mogelijk rechtstreeks te uiten

De nogal heftige titel van zijn nieuwe boek slaat op de ‘verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’ die sinds de Franse Revolutie is bijgebracht dat het niet vanzelfsprekend is de waarden van hun ouders over te nemen. Er moest vernieuwd worden, het generatieproces moest niet organisch worden voortgezet.

Sinds de Franse Revolutie is er volgens Sloterdijk een ‘hiaat’ tussen ouders en kinderen ontstaan waardoor elke generatie met zijn eigen nieuw verworven waarden moet improviseren, niet door kan gaan op de traditionele manier. Het is een breuk met de traditie. Elke generatie zet zich nu af tegen de vorige, en moet dus alles opnieuw doen. Dit heeft, Sloterdijk doet het niet zonder drama, tot een ‘leven op bodemloosheid’ geleid.

In het duizelingwekkende historische, psychologische en sociale panorama dat Sloterdijk schetst om de consequenties van die breuk te illustreren komen we alles en iedereen tegen. Alle politici die door een staatsgreep, of op een andere onrechtmatige manier, aan de macht zijn gekomen, en dus met de traditie hebben gebroken, zoals Marat, Robespierre, Napoleon, Lenin, Mussolini, Stalin, Mao, Peron, Nasser, Pol Pot tot Sadam Hussein en Gadaffi.

Wij lijden aan ‘neofilie’, alles moet voortdurend nieuw zijn. Hij heeft het over ‘de conformisten van het anders zijn’

Maar ook Jesus, Alexander de Grote, Hitler en Himmler duiken op. En Freud die het Oedipus-complex introduceerde waarin de zoon zijn vader vermoordt. En Madame de Pompadour, die het van eenvoudig meisje tot de maîtresse van de koning bracht. Zonder met de aristocratische traditie vertrouwd te zijn zei ze in 1757, aan de vooravond van de Franse Revolutie: ‘na ons de zondvloed’, waarmee ze alle solide traditie weggaf aan de willekeur.

Sloterdijk weet een beeld van de huidige wereld te schetsen waar je draaierig van wordt, zo instabiel en pessimistisch. Wij leven ‘zonder bodem’. Alles is fragiel, alles is improvisatie, niets is meer symmetrisch, alles is experiment, onvolmaakt en in beweging. Er vindt een permanente destabilisering plaats.

De bijpassende woorden daarvoor zijn opties, wensen, kredieten, ambities, begeerte – allemaal woorden die niets stabiels in zich hebben. Wij lijden aan ‘neofilie’, alles moet voortdurend nieuw zijn. Hij heeft het over ‘de conformisten van het anders zijn’. Sloterdijk zegt het Nietzsche na in De vrolijke wetenschap: ‘Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, alle kanten op? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets?’

Sloterdijk betreurt de breuk met de traditie. Maar hij heeft ook een hekel aan de burgerlijke ‘filisters’ die de traditie tot gestold moralisme hebben gemaakt

Deze kern moet je uit het marmer van Die schrecklichen Kinder der Neuzeit hakken, want er komt nog heel wat meer in ter sprake. Wanneer Sloterdijk het zo betreurt dat de bodem uit de beschaving is geslagen door de terreur van de Franse Revolutie, is hij dan een steile conservatief? Nee. Sloterdijk is dubbelzinnig. Hij betreurt de breuk met de traditie, hij zou willen dat het generatieproces niet verstoord werd en dat jongeren van ouderen leren. Maar hij heeft ook een hekel aan de burgerlijke ‘filisters’ die de traditie tot gestold moralisme hebben gemaakt. Sloterdijk heeft het niet op ‘het ankerloze vrijheidsstreven van de subjectieve willekeur’. Hij moet ook niets hebben van mensen zonder remmingen.

Bij Sloterdijk moet je rekening houden met onverwachte gasten aan tafel. Zoals de aarts-conservatieve katholiek Joseph de Maistre (1753-1821), die zich afvroeg hoe God de Franse Revolutie heeft kunnen toelaten. Hij gebruikt de conservatief De Maistre op een strategische manier: als iemand die hem als geheel weinig te zeggen heeft, maar door zijn totale afwijzing van de Franse Revolutie scherp het probleem laat zien.

Op dezelfde manier gebruikte Sloterdijk eerder de Engelse conservatief Edmund Burke, die al meteen in het eerste jaar (dus voor de Terreur) niets van de Franse revolutie moest hebben: door hem te lezen (en dat is geen straf, hij was een stilist) zie je de niet-conservatieve wereld beter. Maar een andere katholiek, Augustinus, die het idee van de erfzonde in de wereld heeft geholpen, noemt hij ‘de hystericus van Hippo’.

Sloterdijk noemt zichzelf ook wel een ‘elastische conservatief’

Sloterdijk probeert zijn standpunt of mening zo min mogelijk rechtstreeks te uiten. Hij bouwt er van alles omheen en verpakt op die manier zijn ideeën. Aan zijn lezers de taak ze uit te pakken. De ‘grootse ethiek’ waar hij het in Je moet je leven veranderen over heeft schrijft hij niet zo maar uit als een programma, die moet je zoeken in alles wat hij schrijft: in zijn voorbeelden, zijn nieuwe woorden en begrippen, in zijn metaforen.

Door dat ‘uitpakken’ van zijn voorbeelden en metaforen weten we inmiddels dat Sloterdijk een catastrofe voorziet wanneer er niet drastisch verandering komt in het omgaan met de aarde en zijn hulpbronnen. Daar is hij nu ondubbelzinnig in, al tamboereert hij er niet steeds op. Hij is een ‘indirecte moralist’. Je zou het niet zeggen bij iemand die zoveel schrijft en doet, maar op de achtergrond bevindt zich een zekere ‘gelatenheid’. Iets moet voor Sloterdijk ook vanzelf kunnen gaan. Vandaar dat hij zichzelf een ‘elastische conservatief’’ noemt.

‘Die schrecklichen Kinder der Neuzeit’ is uitgegeven door Suhrkamp