Kamervragen over afluisterende privédetective

door Rudie Kagie

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) moet antwoord geven op de vraag hoe het mogelijk is dat geen aangifte kan worden gedaan van het afluisteren van telefoongesprekken door een privédetective. Naar aanleiding van berichtgeving, deze week in Vrij Nederland, over de praktijken van de firma Quso wil Kamerlid Ronald van Raak (SP) van de minister weten wat er terechtgekomen is van de twee jaar oude belofte dat de politie ‘meer en beter’ toezicht gaat houden op particuliere recherchebureaus. Hij vraagt hoe de bewindsman de naleving van de Privacygedragscode voor particuliere onderzoeksbureaus denkt te verbeteren en met welke maatregelen zal worden voorkomen dat privédetectives tegen de regels in burgers blijven afluisteren.

Het politiekorps Hollands Midden weigerde proces-verbaal op te maken toen de Leidse advocaat Ralph van den Hoek aangifte wilde doen van ‘het aftappen of opnemen van telefoongesprekken met een technisch hulpmiddel.’ Volgens de politie mocht Quso afluisteren omdat het vergunning van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft. Inmiddels deed de cliënte van de advocaat met succes aangifte van het aftappen van haar mobieltje. Ze kreeg de beschikking over e-mails van haar ex-echtgenoot, diens advocaat en bureau Quso over de alimentatiekwestie die aanleiding was voor de inbreuk op haar privacy. De ex-echtgenoot wilde voor een civiele procedure bewezen zien dat zijn ex-vrouw inkomsten had en dat er sprake was van een nieuwe liefde. ‘Telefoongesprekken wordt wel opgenomen, maar kan niet gebruikt worden. Dus wat in rapport staat kan gebruikt worden’, mailde de privédetective op 23 maart van dit jaar aan de advocaat van de man.