Morgen begint het Amsterdamse documentairefestival IDFA. Overvalt u bij de keuze uit meer dan 300 films een lichte paniek? Geen nood: Vrij Nederland-redacteuren Frits van Exter, Harm Ede Botje en Sander Pleij selecteerden volgens hen de beste.

Dit zijn ze, op alfabet:

3 ½ minutes and 10 bullets (Marc Silver)

Bij een tankstation in Flordia ontstaat op 23 november 2012 ruzie. De witte Michael Dunn ergert zich aan de muziek die uit een auto schalt en maakt daar opmerkingen over. De 17-jarige zwarte Jordan Davis en zijn vrienden roepen wat terug. Als de woordenwisseling oploopt, pakt Dunn zijn pistool en schiet tien keer. Later zou hij verklaren dat hij meende een pistool te zien en zich bedreigd voelde. Davis wordt gedood. Volgens het politieverslag duurt het hele incident 3 ½ minuut.
De documentaire volgt het proces tegen Dunn vanuit het standpunt van een jury en de verwanten van Davis. Zijn advocaat verdedigt hem op het, ook in de VS omstreden, beginsel van ‘stand your ground’: als je je bedreigd voelt en denkt dat je leven in gevaar is, hoef je je, volgens de wet in Flordia, niet terug te trekken, maar mag je je ‘offensief’ verdedigen. De film lijkt te willen benadrukken dat het rechtssysteem voor zwarten eigenlijk niet werkt. Dat zij slachtoffer zijn van racisme en machtsmisbruik. De maker, Marc Silver, haakt daarmee in op het groeiende onbehagen in de VS over het geweld van agenten en burgers tegen jonge zwarten. Er is ook enig verband met de ervaringen van Europese allochtone jongeren met de politie. Maar de uitkomst van de zaak tegen Dunn werpt uiteindelijk toch een ander licht op het functioneren van het Amerikaanse recht, dan de maker lijkt te willen suggereren. (FvE)

A Family Affair (Tom Fassaert)

Dit jaar heeft het IDFA deze geweldige openingsfilm van de jonge documentairemaker Tom Fassaert. Hij gaat op zoek naar de geheimen in zijn familie en komt uit bij zijn 95-jarige grootmoeder in Zuid Afrika. Zelden zo’n manipulatieve vrouw gezien als deze Marianne, voormalig fotomodel, mannenverslindster, maar ook de moeder die haar twee zonen in een kindertehuis achterliet en naar verre oorden afreisde. Fassaert verblijft naar het lijkt maandenlang in Zuid Afrika en probeert tot zijn grootmoeder door te dringen, maar dat blijkt geen eenvoudige opgave. Deze film speelt op de VN-IDFA-dag. (HB)

A Flickering Truth (Pietra Brettkelly)

Ibrahim Arify keert terug naar Afghanistan om het filmarchief van zijn geboorteland weer op te bouwen. Het is geen sinecure. De Taliban hebben het personeel gedwongen de meeste filmrollen te verbranden, omdat in hun islambelijdenis er geen plaats kan zijn voor film of ander werelds vermaak. In een stoffige loods liggen de resten opgestapeld. Arify zet een aantal werklozen in om bruikbaar materiaal uit de puinhoop te redden. Intussen groeit de twijfel of hij zelf wel een veilige toekomst in Kabul heeft. De documentaire laat veel vermakelijke fragmenten van Afghaanse speelfilms zien, die samen een verhaal vertellen over het nabije culturele verleden van het land. Hoezeer ‘gewone’ Afghanen hunkeren naar de cinema blijkt als een bus dorpen aandoet voor een filmvertoning. (FvE)

Among the believers (Hemal Trivedi en Mohammed Ali Naqvi)

Maulana Aziz is de geestelijk leider van de Rode Moskee in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. Hij leidt een netwerk van koranscholen waar de radicale islam wordt gepredikt en die als uitvalsbasis dient voor milities die eigenmachtig optreden tegen zedenloosheid in de stad. Aziz is verwant met de Taliban. Voor de arme ouders zijn deze madrassa’s een uitkomst: hier krijgen hun kinderen te eten en iets van onderwijs, ook al bestaat dat uit niet veel meer dan het in het hoofd stampen van de koran. In de gangen en lokalen van de scholen zitten meisjes en jongens, van elkaar gescheiden, wiegend met hun bovenlichamen eindeloos de teksten hardop te reciteren – de betekenis van de woorden doet er niet toe. Maulana Aziz is het middelpunt. Hij laat zich welwillend interviewen en spreekt allervriendelijkst over de noodzaak van jihad en de invoering van de sharia. Hij laat kinderen bij zich komen om te horen of zij hun teksten over de glorie van het martelaarschap met voldoende hartstocht uitspreken. Tegenover hem staat Pervez Hoodbhoy, een seculiere wetenschapper, die moedig campagne voert tegen de madrassa’s. De Pakistaanse regering staat ergens tussenin. Lange tijd laten zij de Rode Moskee ongemoeid, maar in 2007 bestormen veiligheidstroepen twee complexen in Islamabad, die zij met veel geweld met de grond gelijk maakten. Er vielen meer dan honderd doden. Aziz werd aangeklaagd voor opruiing, maar uiteindelijk voorlopig weer op vrije voeten gesteld. De documentaire laat iets zien van de aantrekkingskracht van de radicale islam en de zwakte van de Pakistaanse regering, die daar vooral geweld tegenover stelt. De verwijzingen naar talloze aanslagen met vaak gruwelijke archiefbeelden maken duidelijk welke prijs het land en zijn burgers daarvoor moeten betalen. (FvE)

A Syrian Love Story (Sean McAllister)

De activisten Amar en Raghda ontmoetten elkaar in de gevangenis. Eenmaal vrij stichten zij een gezin in Yarmouk in het zuiden van Syrië. Raghda wordt later opnieuw voor onbepaalde tijd vastgezet wegens het uiten van kritiek op het regime van Assad. Documentairemaker Sean McAllister begint in 2009 het gezin te volgen. De vader voedt de jonge kinderen alleen op. Met de moeder is spaarzaam telefonisch contact. Het jongste kind begrijpt er weinig van. De oudste zoon, een tiener, zoekt zijn vertier elders en de middelste lijkt stiller en stiller te worden. Als Raghda uiteindelijk vrij komt, wordt de liefde van het paar zwaar op de proef gesteld. Zij kan zich niet losmaken van de gevangeniservaringen en van de politieke strijd, die tijdens de Arabische Lente even de wind in de zeilen lijkt te hebben, maar uitmondt in een burgeroorlog. Amar wil, tegen beter weten in, dat alles weer ‘normaal’ wordt. Het gezin probeert het, eerst in een vluchtelingenkamp in Libanon en later in Frankrijk, maar de steeds somber wordende Raghda kan Syrië niet vergeten en Amar trekt zich terug met veel tabak, alcohol en een vriendin. Ze kunnen en willen elkaar niet loslaten, maar ze kunnen ook niet langer samen verder. Sean McAllister volgde het verhaal gedurende vijf jaar van nabij en wordt zelf een soort biechtvader voor de gezinsleden. Er groeit een band tussen hem en de middelste zoon, die, naarmate hij ouder wordt, ook scherper ziet wat er aan de hand is met zijn ouders, slachtoffers van de oorlog in Syrië. Deze film speelt op de VN-IDFA-dag. (FvE)

At home in the world (Andreas Koefoed)

In een school van het Rode Kruis in het Deense Lynge zitten 240 kinderen van vluchtelingen uit de hele wereld. Zij krijgen les in afwachting van een besluit over hun verblijfsstatus. Sommigen moeten terug, andere blijven en stromen door naar een Deense openbare school. Koefoed volgt een vijftal kinderen, maar het middelpunt is de in zichzelf gekeerde Magomed uit Tsjetsjenië. De camera keert steeds naar de jongen terug, die stilletjes in zijn schoolbank zit of op een afstandje buiten naar het voetballen kijkt. De onderwijzers maken moeizaam contact met hem. Zijn vader legt uit dat zijn zoon en de andere kinderen verlegen en angstig zijn sinds de Russen hun huis binnenvielen. Hij zelf heeft enige tijd vastgezeten en zegt te zijn gemarteld. Maar de Deense immigratiedienst vertrouwt hem niet. Zijn lot is tot het einde van de film ongewis. Elk kind heeft zijn eigen verhaal, maar zij kunnen het vaak nog kwijt aan betrokken onderwijzers en hulpverleners. De pijn lijkt vooral bij de ouders te zitten die vaak getraumatiseerd zijn, de taal niet spreken en geen toekomst zien in het grijze Denemarken waar het zo vaak regent. (FvE)

Best of Enemies (Robert Gordon en Morgan Neville)

Het is de zomer van 1968. In Miami komen de Republikeinen bijeen op hun conventie waar zij hun kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen moeten aanwijzen. De twee grote netwerken, CBS en NBC, doen daar getrouw verslag van. ABC, de eeuwige derde, probeert zich met een eigen aanpak te onderscheiden: debatten tussen twee intellectuele krachtpatsers, Gore Vidal en William F. Buckley. De eerste is links, de tweede conservatief. Zij schelden elkaar in beschaafd accent en met veel omhaal van woorden voor rotte vis uit. Wat ze inhoudelijk willen beweren wordt niet echt duidelijk, maar het is een spektakel. De hoofdpersonen leven niet meer, maar dankzij de scherpe montage en interessante getuigen is het een levendige reconstructie, niet alleen van een opmerkelijke reeks debatten, maar ook van een belangrijke periode in de Amerikaanse politiek en het televisietijdperk. (FvE)

Bolshoi Babylon (Nick Reads)

Op 17 januari 2013 wordt Sergei Filin, de artistiek directeur van het vermaarde Bolshoi ballet in Moskou, belaagd door een gemaskerde man die hem zoutzuur in het gezicht spoot. Daarvoor werd Pavel Dmitrichenko veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. De oud-danser zou het niet hebben kunnen verkroppen dat Filin zijn vriendin niet als prima ballerina ziet. In de documentaire draait het om de nasleep in het daarop volgende seizoen. Een nieuwe directeur poogt schoon schip te maken. Filin keert terug maar is nog niet hersteld (artsen moeten een van zijn ogen zien te redden). Er hangt een sfeer van intrige rondom het corps de ballet waar de invloed van het Kremlin zich overal doet gelden. ‘De theaterwereld is mooi aan de buitenkant, maar van binnen…’ De documentaire suggereert veel, met fraaie beelden, maar onthult toch weinig. (FvE)

Boudewijn de Groot – Come closer (Suzanne Raes)

Overeenkomstig de titel poogt de documentaire inderdaad nader tot Boudewijn de Groot (71) te komen. Geen gemakkelijke opgave, want de zanger en componist is zeer gesloten en zwijgzaam. Je moet zijn emoties aflezen aan de hand van minieme veranderingen in gelaatsuitdrukking. Gelukkig mochten partner, zonen, dochter, vrienden en collega’s dit gemis goed maken in de documentaire. Vooral acteur Jim de Groot spreekt vrijmoedig over zijn complexe vader, die in 1944 geboren werd in een Jappenkamp in Batavia waar zijn moeder een jaar later overleed, zodat hij achterbleef met een minstens zo zwijgzame en vaak afwezige vader. De kijker begint hem daardoor langzaam maar zeker meer te waarderen, ook omdat De Groot in zijn nieuwste songteksten dichter bij zijn eigen persoonlijke geschiedenis komt. Rode draad in de film is een concert, waarin hij voor de ‘allerlaatste keer’ zijn grootste hits als ‘De eenzame fietser’ zingt. In januari begint hij aan een nieuwe tournee met een kleine band. (FvE)

Cartel Land (Matthew Heineman)

In de strijd tegen drugssmokkel nemen aan beide kanten van de Mexicaans-Amerikaanse grens twee mannen het heft in eigen handen. De charismatische arts José Manuel Mireles voert de Autodefensas, een groep gewapende burgerwachten, aan die, bij gebrek aan betrouwbaar gezag, op eigen houtje de strijd aanbinden met de georganiseerde misdaad. Aan de andere kant, in Arizona, patrouilleert ex-verslaafde Tim Foley langs de grens met hetzelfde doel. De beide mannen kennen elkaar niet, maar regisseur Heineman vertelt hun verhalen parallel. Het evenwicht is wat zoek , omdat het Mexicaanse verhaal, in alle gruwelijkheid, veel rijker en gelaagder is. Regisseur Heineman zit er bovenop zonder veel commentaar. Hij wil dat de schitterende beelden zelf het verhaal vertellen. Uiteindelijk is dat een relaas waaruit blijkt dat vrijwel niemand zich kan onttrekken aan de corrumperende kracht van de drugssmokkel. (FvE)

Claude Lanzmann, Spectres of the Shoah (Adam Benzine)

Deze documentaire is eigenlijk een terugblik op een documentaire. ‘Shoah’ (1985) van Claude Lanzmann (1925) is nog steeds een van de indrukwekkendste documenten over de Holocaust. In 9,5 uur deden ooggetuigen, slachtoffers én enkele daders hun verhaal. Een van de bekendste scènes was de getuigenis van de man die destijds het haar van Joden knipte voordat zij naar de gaskamer werden afgevoerd. Lanzmann beweegt hem er toe zijn verhaal te doen, terwijl hij het haar knipt van een man in een kapsalon in Israël. Juist wat hij niet kan zeggen – wanneer hij bijna op zijn tong lijkt te bijten – is zo veelbetekenend. Lanzmann zelf bezweek bijna onder de emotionele en fysieke druk van dit project dat vele jaren in beslag nam en zijn blik op de mensheid veranderde. ‘Ik heb de film gemaakt, maar de film heeft ook mij gemaakt.’ (FvE)

Coups de Foudre (Christophe Reyners)

Vijf Waalse vrouwen vertellen voor de camera hoe hun droom een nachtmerrie werd: zij werden allemaal op slag verliefd. Hun mannen waren aanvankelijk vooral charmant en liefdevol, maar ontpopten zich snel als bruten. Zij gebruikten geweld, soms ook hun kinderen, en hielden ze min of meer gevangen in hun eigen woning. De vrouwen vertellen hun aangrijpende verhalen in een sobere setting: recht in de lens kijkend. Zij maken ook duidelijk hoe moeilijk het is om je te onttrekken aan de greep van hun tirannen. (FvE)

Don Juan (Jerzy Sladkowski)

Oleg is een autistische Russische jongen van 22. Hij woont met zijn moeder in een appartement in Nizhny Novgorod. Zij probeert zijn isolement uit alle macht te doorbreken, maar blijkt zo haar eigen problemen te hebben. Ze wentelt zich in vaak hysterisch zelfbeklag, waarbij de rollen soms worden omgedraaid en haar zoon haar moet kalmeren. Oleg belandt bij goedwillende maar weinig succesvolle therapeuten, onderwie een vrouw die hem zo fysiek benadert dat hij doodsbang van haar wordt. Pogingen hem te forceren zich te openen zijn tot mislukken gedoemd. Maar in een toneelklas ontmoet hij een jonge vrouw die zich liefdevol over hem ontfermt. Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn. En dat is dan ook de vraag waarmee Sladkowski, de maker van deze poëtische documentaire, de kijker mee achterlaat. (FvE)

Driving with Selvi (Elisa Paloschi)

Gedurende tien jaar volgde Elisa Paloschi het leven van de jonge Indiase vrouw Selvi. Het is een document van de transformatie van een schuw, misbruikt meisje tot een volwassen, onafhankelijke vrouw. Selvi wordt geboren in een liefdeloos gezin met een hartvochtige moeder, een afwezige vader en een hatelijke schoonzuster. Zij wordt op 14-jarige leeftijd uitgehuwelijkt. Haar man dwingt haar tot prostitutie. Selvi vlucht naar een opvanghuis voor vrouwen, waar zij de documentairemaakster ontmoet. Als zij haar rijbewijs haalt, herleeft zij: zij wordt de eerste vrouwelijke taxichauffeur van het land en geniet met volle teugen van de vrijheid. Uiteindelijk vindt zij ook een man die haar respecteert. Zij is gelukkig met hun baby, maar na een tijdje begint het toch te kriebelen: Selvi wil niet terug in de traditionele moederrol. Het is een opgewekt en kleurrijk portret geworden tegen de achtergond van een immens probleem: de achterstand waar zoveel vrouwen niet uit weten te komen. Deze film speelt op de VN-IDFA-dag. (FvE)

Janis: Little Girl Blue (Amy Berg)

Het verhaal van Janis Joplin is vaak verteld: het jonge meisje uit het Zuiden van de Verenigde Staten wordt een beroemdheid op het hoogtepunt van de flowerpower en gaat op 27-jarige leeftijd ten onder aan drank en drugs. Maar deze documentaire vertelt het verhaal van binnenuit, met niet eerder vertoond videomateriaal en de verhalen van naaste familieleden, vrienden en geliefden. Dat alles natuurlijk gelardeerd met opnames van het ongepolijste zangtalent met de raspende stem en de lange uithalen. Het zijn vooral Joplins brieven die de film bijzonder maken: het rocksymbool, de rebelse zangeres blijkt een onzeker meisje die hunkert naar erkenning en aandacht. (HB)

Mavis! (Jessica Edwards)

Een gewone muziekdocumentaire waarbij veel collega’s aan het woord komen die anekdotes vertellen en de loftrompet steken op het subject, zijn vaak wat minder interessant, maar als Mavis Staples maar vaak genoegt zingt, wordt alles interessant. Wat een vrouw, wat een stem. De documentaire vertelt mooi hoe de Staples-zangers overstappen van het gospel-circuit naar de populairdere popfestivals, over vroege allianties met Bob Dylan en co, en over de belangrijke rol binnen de burgerrechtenbeweging van fan Martin Luther King. Belangrijke bijrollen: Papa, Pops, Staples, de man die zo mooi kon zingen dat zijn stem nog transformaties in je lichaam teweeg kan brengen. Én zus Yvonne, nog steeds zij aan zij naast haar zuster op het podium. (SP)

How to change the world (Jerry Rothwell)

In de archieven van Greenpeace lagen veertig jaar lang filmblikken te verstoffen van de allereerste acties van de milieu-organisatie in 1971. Het levert ongelofelijke beelden op van langharige hippies op bootjes die schepen van Russische walvisvaarders te lijf gaan. Wat de film echt bijzonder maakt is dat de hoofdrolspelers, inmiddels oud en grijs, terugkijken op de gebeurtenissen van destijds. De organisatie groeide razendsnel, wat intern tot grote organisatorische spanningen en felle discussies over de koers leidt. De oprichters blijken niet alleen idealisten maar ook mensen met enorme ego’s die flink met elkaar botsten. Deze film speelt op de VN-IDFA-dag. (HB)

Land Grabbing (Kurt Langbein)

Tranen springen je in de ogen bij het zien van deze film van de Duitse Kurt Langbein. Hij is erbij als in Cambodja kleine boeren van hun land worden gejaagd. De regering heeft hun landerijen verhuurd aan grote buitenlandse investeerders die er suikerplantages willen vestigen. De onteigeningen gaan gepaard met grof geweld. De ontheemde boeren worden opgevangen in een tempel. De mensonterende praktijken in Cambodja worden onbedoeld aangejaagd door de Europese Unie; om het Aziatische land vooruit te helpen zijn er geen importrestricties voor suiker. Ondanks alarmerende berichten over de misdadige praktijken zijn de Europese regels nog niet aangepast.
Langbein reisde naar Sierra Leone, Ethiopië, Roemenië en Indonesië en steeds weer zie je hetzelfde patroon: grote agrarische bedrijven die in hun zucht naar winst lokale boerengemeenschappen ondermijnen. Niet in alle gevallen gaat het er zo grof aan toe als in Cambodja, vaak worden lokale boeren met mooie beloften uitgekocht, een deel mag vervolgens voor een habbekrats op de plantages werken: modern kolonialisme. (HB)

Rebels (Kari Anne Moe)

Ook in Noorwegen heb je drop-outs, in deze film word een groep jongeren van rond de twintig gevolgd, allemaal hebben ze al kansen gehad om te leren of te gaan werken, maar ze hebben telkens gefaald. De een is tienermoeder en te druk in haar hoofd. De ander is superdik en vol van zelfhaat. Er wordt geblowd, er zitten erg agressieve types bij. De innemende hulpverleners proberen hard en rechtvaardig te zijn. Ze schijnen zeer betrokken. In enkele weken tijd moeten de jongeren aan een baan geholpen worden. Maar gaat dat ze allemaal lukken. Het wordt heel spannend met Jan Olav, die niet kan lezen, geen eigen huis heeft en als Afrikaanse Noor tegen de vooroordelen van veel werkgevers moet vechten.(SP)

https://www.youtube.com/watch?v=DNBEWOlnovA

Snow Monkey (George Gittoes)

Dit is een hele rare documentaire, gemaakt door maar ook gaand over een Australische kunstenaar en filmmaker die met zijn vrouw in Jalalabad woont. In zijn compound worden Pashtun-films, goedkope films met veel vechten, gemaakt. Hij gaat op zoek naar bendes van straatjongens om ze ook films te laten maken. Hij komt jongeren tegen die gruwelijk hard zijn en tegelijk ontzettende lol met hem kunnen maken. Soms is niet duidelijk wat echt is en wat niet. Schoonheid en gruwel liggen niet naast maar over elkaar. Er is een tafereel als een modern Guernica, waarbij de jongetjes de scene vlak na een bomaanslag filmen en we doden en zwaargewonden in poelen bloed in een merkwaardige stilte zien. Een rare, lange, soms onduidelijke maar heel opvallende film. (SP)

https://soundcloud.com/user864894122/sets/snowmonkey-2-1

Sonita (Rokhsareh Ghaem Maghami)

Deze film kan je niet zien zonder een brok in je keel te krijgen. Feelgood van de bovenste plank. De 18-jarige Sonita is een Afghaans meisje dat als vluchteling in Iran opgroeit. Ze gaat overdag naar een opvangcentrum voor meisjes. Haar grote droom is rappen, en dat kan ze behoorlijk goed.
Maar rappen? In Iran? Dat mag dus niet. En dan heeft haar moeder ook om plannen om Sonita voor 9000 euro uit te huwelijken aan een haar onbekende man. Ze wil niet, maakt ruzie, maar wat kan ze doen? Haar leven dreigt – net zoals veel van haar leeftijdsgenoten – te veranderen in een uitzichtloos drama, weggestopt in een huis met een echtgenoot die ze niet wil. Maar dan besluit de regisseuse in te grijpen en belandt Sonita in een achtbaan. Over deze film zal vast een discussie losbarsten: hoe ver kan je gaan als regisseur? (HB)

Steve Jobs: Man in the Machine (Alex Gibney)

Als na de dood van Steve Jobs wereldwijd wakes worden gehouden en mensen treuren op sociale media, lijkt het soms of ze een spiritueel leider zijn kwijtgeraakt. Met die gedachte in het achterhoofd begint deze documentaire de successen van Apple’s Steve Jobs te onderzoeken. Een biopic dus, waaruit eerst even het beeld rijst van een gedreven man, maar hoe meer succes er komt, en hoe meer mensen we aan het woord krijgen, hoe meer Jobs verandert in een monomane man. En halverwege kantelt het beeld definitief en wordt Jobs een nare man die zijn naasten, privé zowel als zakelijk, niet zoals we van Kant leerden als eind maar als middel gebruikte. Tot en met zijn kinderen aan toe.
Jobs was geïnteresseerd in oosterse religie, in Japan, maar uiteindelijk kwam daar niet veel uit en krijg je meer de indruk dat hij er een ontsnapping aan zichzelf in zocht, maar niet vond. Nee, de film is interessanter om het unheimische gevoel dat je ervan krijgt: de medeplichtigheid, zeker als je zelf een iPhone of Macbook hebt. Ben je er niet ook een beetje ingetrapt, en volgeling van een spiritueel leider van MacWorld geworden? Iemand gehuld in des keizers kleren die schreeuwde dat we anders moesten denken en dat alles beter ging worden, maar die in essentie telefoons en andere apparaten verkocht? (SP)

The Confessions of Thomas Quick (Brian Hill)

Als in 1980 een jongetje verdwijnt dat nooit meer zal worden teruggevonden, is er geen spoor dat suggereert wat er is gebeurd. Pas twaalf jaar later bekent een man met een strafblad dat hij de moord op zijn geweten heeft. En bij die ene moord blijkt het niet te zijn gebleven, de serie-moordenaar bekent in de jaren daarop nog dertig moorden, waarbij hij naast martelingen is overgegaan tot kannibalisme. Probleem: de verdwijningen zijn echt, maar de slachtoffers worden niet gevonden. Wat is hier aan de hand? Een groep psychiaters komt tot nieuwe wetenschappelijke inzichten: deze dader lijdt net als slachtoffers aan verdringing! Vandaar ook dat alles nu pas en zo langzaam naar buiten komt. Het zou zomaar zo kunnen zijn, of is hier sprake van tunnel-visie? Hebben we hier te maken met een echte serie-moordenaar, of niet? (SP)

The Road (Zanbo Zhang)

Een rauwe film over de aanleg van een stuk Chinese snelweg. De filmcrew moet zich zo ongeveer onzichtbaar hebben gemaakt want we maken alles mee: de omkooppraktijken met de zogenaamde ‘rode envelopjes’, het uitkafferen van boeren die bedeesd protest aantekenen tegen de komst van de weg. Wat opvalt is de onbeschoftheid van de hoofdrolspelers en ook het beroep dat ze steeds weer doen op het belang van het volk dat boven het individu gaat, met als resultaat dat werkelijk alles moet wijken voor De Weg. Het wordt pas echt interessant als de wegenbouwers zelf het slachtoffer worden van een plaatselijke bende die een aantal arbeiders finaal in elkaar slaat. Deze film speelt op de VN-IDFA-dag. (HB)

The Russian Woodpecker (Chad Gracia)

Vroeger, toen de radio nog een draaiknop had, kon je die helemaal naar links of naar rechts draaien en dan een raar tikkend geluid te horen krijgen. Wat was dat? Het bleef maar door gaan: tik-tik-tik-tik-tik. In de tijd van de Koude Oorlog meende men dat het uit de Sowjet-Unie kwam. Het moest een streek van de Russen zijn: misschien, dachten Amerikanen, proberen ze ons mentaal te beïnvloeden, gek te maken. Waarom zou het anders zijn.
In deze documentaire gaat een wonderlijke, Oekraïense kunstenaar, die ooit als kind zijn huis moest verlaten vanwege de Tsjernobylramp, terug naar het rampgebied. Wat is daar precíes gebeurd? Hij ontdekt dat veel geheim wordt gehouden en komt uit bij een wonderlijke installatie, zwijgende bejaarden en de origines van dat rare tikgeluid. (SP)

Thy Father’s Chair (Antonio Tibaldi, Alex Lora)

Wat zijn ze aandoenlijk, Abraham en Shraga, een Joodse tweeling op leeftijd die hun New Yorkse huis hopeloos hebben laten verslonzen. Er moet een schoonmaakploeg aan te pas komen om hen te helpen alles weg te gooien. De spullen die ze zelf hebben gespaard en alles wat ze niet weg konden gooien van hun ouders. De schoonmaakploeg, afkomstig van een joodse organisatie met verstand van de religieuze oorsprong die veel van de troep voor deze twee orthodoxe joden heeft, is streng maar toont ook veel begrip. Steeds duidelijker wordt hoe moeilijk het voor die arme, schattige, broers is om uit het verleden te stappen en een eigen leven te gaan leiden. Maar ze moeten. (SP)

Thru You Princess (Ido Haar)

Princess wil beroemd zangeres worden. Ze zingt voor lege zaaltjes in New Orleans. Met haar telefoon filmt ze zichzelf terwijl ze haar mooie, zelfgemaakte liedjes zingt. Maar doorbreken ho maar.
Aan de andere kant van de wereld, in Israël, zoekt een muzikant filmpjes op YouTube van muzikanten die een instrument bespelen: een amateur-drummer, iemand die gitaar oefent, een pianist etc. Én hij vindt Princess. Hij gebruikt haar zang als basis voor een nummer dat eigenlijk een compilatie is van al die verschillende amateurs. Wat zou Princess ervan zeggen als ze dit merkt? Zou dit haar doorbraak kunnen betekenen? We volgen Princess, waarvan we al in het begin zien hoe ze als verpleegsters oude mensen helpt. Dan ben je al fan, want Princess is een in en in goed mens. Deze film speelt op de VN-IDFA-dag. (SP)

Ukrainian Sheriff’s (Roman Bondarchuk)

Twee eenvoudige mannen tuffen in een aftands Oostblok-autootje door het Oekraïense landschap. Een gek geluid. Wat was dat? Oh, het vlaggetje is van de auto gewaaid, Oekraïens vlaggetje dat aanduidde dat deze heren het lokale gezag vertegenwoordigen. Laat maar. Ze gaan echt niet terugrijden.
Dit zijn onze helden, de sheriffs van deze streek, maar het zijn vooral twee aandoenlijke schatten die zijn ingesprongen omdat de afgelegen locatie niet meer door het centrale gezag te besturen was. Te duur. Nee, ze zijn geen echte politie, en nee ze zijn niet opgeleid, maar hoe erg is dat eigenlijk wanneer je in een kleine dorpsgemeenschap ook een soort sociaal werker bent? Ja, er is een man gesignaleerd met een bijl, maar wat was er nou precies? Het loopt wel los. En die twee drinkebroers die ruzie kregen? De een moet beloven dat hij de kapotgemaakte deur van de ander betaalt. En die dronkenlap die zijn vrouw steeds sloeg? Erewoord hij heeft het al lang niet meer gedaan en kom, hij gaat zijn leven beteren. Dit is een caleidoscopisch portret van een gemeenschap waar het centrale gezag geen oog voor heeft en waar burgers zelf in moeten springen om er maar wat van van te maken. (SP)

Under the Sun (Vitaly Mansky)

De Russische filmer Vitaly Mansky volgt een perfect Noord-Koreaans meisje afkomstig uit keurige partijgetrouwe Noord-Koreaanse ouders tijdens haar gang naar school en de voorbereidingen voor haar lidmaatschap van de jeugdorganisatie van de communistische partij. Echt spontaan is de familie niet. Elke stap, elke hap wordt geregisseerd door een partijfunctionaris, en scènes worden herhaaldelijk overgedaan. Wat de familie en de partijmensen niet weten is dat de camera de hele tijd draait en dus alle voorbereidingen voor die ene perfecte scène worden opgenomen. En zo is het een film over een film over een perfect gezin in Noord Korea.

Volgens protocol (Anne-Marieke Graafmans)

In deze korte Nederlandse documentaire spelen twee vrouwen de hoofdrol. Zij werken op een 112-meldkamer. Sinds enige tijd moeten zij daarbij een protocol volgen waarbij de vragen bedoeld zijn om zo snel mogelijk vast te stellen of en welke spoedhulp is geboden. Geen sinecure omdat veel bellers in paniek zijn, soms ook dronken, de taal niet goed spreken en in enkele gevallen geen enkel begrip hebben voor de vragen omdat zij gewoon op dat moment een ambulance eisen. Een medewerkster heeft baat bij het protocol, maar dat heeft misschien ook met haar meer onverstoorbare karakter te maken. Haar collega laat zich eerder door de emoties van de wijs brengen. In de film zie je ze aan het werk: de camera blijft gericht op de geconcentreerde gezichten voor hun schermen. Acteurs spreken de teksten van de bellers na, maar verder is alles, soms bloedstollend, echt. Ook de functioneringsgesprekken, waarin een meerdere de resultaten van het werken met protocol doorneemt. De doelmatigheid lijkt in het belang van efficiënte hulp, maar je vermoedt dat het ook te maken heeft met de noodzaak te bezuinigen: hoe minder ambulances rijden, hoe beter. (FvE)

https://www.youtube.com/watch?v=Ws7n8usvSO0

Women in Sink (Iris Zaki)

Palestijnen, Joden, Arabieren, Christenen – in kranten en op tv zijn dat de termen die worden gebruikt, in deze film zijn de mensen die dan worden aangeduid gewone vrouwen die naar de kapsalon gaan. In kapsalon Fifi’s in Haifa zijn ze allemaal gelijk en leggen vrouwen van alle gezindten hun hoofd in de wasbak. Die is in deze korte film (37 minuten) van boven gefilmd en zo zien en horen we vrouw na vrouw haar verhaal doen. Met een heerlijke intimiteit vertellen ze hun verhalen die ook over de harde realiteit kunnen gaan, over oorlog, dood en verdriet, maar die boven alles de anonieme burgers waar het in de krant en op tv over gaat menselijk maken. Zwaarte en lichtheid gaan daartoe hand in hand. En humor speelt een grote rol: Na een paar indringende verhalen is het volgende beeld niet een vrouwenhoofd maar een bergje afwas, die ook gewoon in de wasbak wordt gedaan. (SP)

https://vimeo.com/128285330