Boze heren en oude meisjes

door Elma Drayer

VKblog van ‘de Volkskrant’ verdwijnt per 1 maart. Wat heeft vijf jaar ‘burgerjournalistiek’ ons gebracht?

Ene Roland Danckaert schreef afgelopen maandag: ‘Remarque levert ons een vuile streek. Ik zie gewoon aan zijn rotkop dat hij niet deugt. Remarque houdt vooral heel erg veel van zichzelf. En van zijn status.’

De woorden betreffen de huidige hoofdredacteur van de Volkskrant. En ze zijn, ik verzin dit niet, te lezen op een site die opereert onder de vlag van de Volkskrant. De scribent ontstak in woede omdat het ochtendblad per 1 maart ophoudt met het zogeheten VKblog. Belangrijkste reden: de krant kan de benodigde ‘aandacht en technische ondersteuning’ niet langer bieden.

Daarop vlogen niet alleen de getroffenen hoog in de gordijnen, met enquêtes en briesende stukjes ad hominem. Ook oud-redacteur Geert-Jan Bogaerts, destijds initiatiefnemer van het concept, bleek nogal ontstemd. De bloggers hadden ‘recht’, schreef hij, op ‘meer uitleg’ van de hoofdredacteur. En Alexander Pleijter, docent nieuwe media, liet via het platform De Nieuwe Reporter weten dat het dagblad ‘een zorgplicht’ had tegenover de bloggers. Schande dat hun stukjes zomaar in de virtuele vergetelheid zouden verdwijnen!

Moet surfend Nederland werkelijk treuren? Welnee. Hoofdredacteur Philippe Remarque nam een wijs besluit. Het enige wat het VKblog immers heeft bewezen in de ruim vijf jaar dat het bestaat, is zijn eigen overbodigheid.

– Het enige wat het VKblog immers heeft bewezen in de ruim vijf jaar dat het bestaat, is zijn eigen overbodigheid

Eigenlijk ging het van meet af aan mis. Met dit initiatief, schreef chef Geert-Jan Bogaerts in september 2005, zou de krant de nieuwe kaste der ‘burgerjournalisten’ aan zich binden. Zo zou ‘een symbiose’ ontstaan tussen de redactie en het lezerspubliek – partijen die volgens hem lelijk van elkaar vervreemd waren geraakt. ‘De krant is geen meneer meer,’ vond hij, ‘maar moet zich opstellen als de buurman met wie je in debat kunt.’ Ik ben journalist, jij bent journalist, wij zijn allen journalist – dat was zo ongeveer de idee. Zelden iemand zo enthousiast zijn eigen vak in de uitverkoop zien doen.

Waartoe deze postmoderne vervaging zou leiden, was niet heel moeilijk te voorspellen. En inderdaad. Binnen de kortste keren krioelde het op de site van de oude meisjes die hun spirituele gedachtengoed met ons wilden delen, van de boze heren die de multiculturele samenleving te lijf gingen, van matig getalenteerde dichters en gefnuikte wetenschappers. En als ze zelf even niks te melden hadden, kopieerden ze ongegeneerd andermans teksten. Uiteraard verscholen bijna alle bloggers zich achter een geinige schuilnaam, met de anonieme heldenmoed die daarbij hoort. En bijna elk debat werd onmiddellijk gekaapt door stokpaardberijders.

Maar ingrijpen was ten strengste taboe. De internetredactie wilde ‘geen zedenmeester’ zijn, schreef de chef in zijn wekelijkse rubriekje. ‘Het wezenlijke van de burgerjournalistiek is nou juist dat de krant niet meer bepaalt waar de grenzen van het journalistiek betamelijke liggen, maar dit overlaat aan de schrijvers.’ Hardnekkig bleef hij jubelen over ‘de pareltjes’ die hij er aantrof. Ook was hij in alle ernst de mening toegedaan dat ze ‘een grotere plaats’ verdienden in de papieren krant. Nog in december 2009 beschreef hij het VKblog lyrisch als ‘een dorp met alle mooie en minder mooie eigenschappen van het dorpsleven’.

Maar hoezo zouden Volkskrant-abonnees moeten meebetalen aan de instandhouding van een gratis speeltuin voor toetsenbordbezitters met te veel vrije tijd? Elders – van rechts tot links – bloeien genoeg weblogs van ‘burgerjournalisten’ die wél de moeite van het volgen waard zijn. Op eigen kosten, welteverstaan.