Zoon schrijft een boek over papa

door Jeroen Vullings

Nico Dijkshoorn en Robert Vuijsje bleven dicht bij huis in hun nieuwe boeken over vader-zoonrelaties. De ene schrijver stijgt boven de materie uit, de andere niet.

Vaders en zonen, je zult ze de kost moeten geven in de literatuur. Je kunt dat een versleten semi-autobiografische onderwerpskeuze noemen. Maar de horde lezers die niet tot de intimi van zulke schrijvers behoren, maalt er niet om of de vader-zoonrelatie literair versleten is. Wat voor hen telt, is de uitwerking – liefst zo herkenbaar mogelijk. Het échte verhaal in het boek, waarvoor ze warm gemaakt zijn in de interviews waarin die nadruk op het waargebeurde de schrijver extra gezag verleent. Hij is iemand die weet waar hij het over heeft en die – smullen – veel geleden heeft. Zoals, recent, in het geval van Nico Dijkshoorn en Robert Vuijsje. Breeduit mochten ze in de publiciteit vertellen over hun vaders, die in die opvoedersrol geenszins voorbeeldig waren, begrijp ik.

Illustratie: Siegfried Woldhek

Het hachelijke aan zo’n informatiebombardement vooraf is dat de lezer van het boek weinig verrassingen meer wacht. En ja, veel anekdotes doen daardoor vertrouwd aan in Nico Dijkhoorns Nooit ziek geweest. Zijn vader Klaas zit bij aanvang van en bij het slot van het verhaal in een verpleeghuis. Kukeldement. In het tussenliggende bij deze raamvertelling staat opgetekend hoe het was: leven met de honkballende vader Klaas.

Uit de interviews begreep ik dat Klaas zo’n gesellige Amsterdammer was, altijd in om te dollen en practical jokes uit te halen – als bekend zijn dat vormen van sadisme. Zoon Nico, inmiddels al bijna zestig, meet zich nog steeds de slachtofferrol aan, maakte ik op uit zijn bewogen woorden.

Diepe verachtig
Het verrassende nu aan Nooit ziek geweest is dat Klaas daar niet alleen uit naar voren komt als een lolbroek met een ego van hier tot Tokio. Als je die kant voor lief neemt, zie je een man die niet kan omgaan met dat wat hij niet kent en dat waar hij niet bij kan. Geen slechterik, wel een ijdeltuit die een bijna pathologische behoefte heeft het middelpunt te vormen van zijn clan. Vandaar zijn hang om met de hele familie jaar in, jaar uit, naar dezelfde camping in het Catalaanse plaatsje Pals te gaan en daar het ‘kippenrestaurant’ aan te doen, een soort loods waar men zich onder neonlicht massaal te goed kan doen aan kip. Klaas is welbeschouwd een aandoenlijke figuur in zijn angstige beperktheid, maar de luxe van zo’n afstandelijk perspectief is natuurlijk niet gegeven aan de directe familieleden, onder wie Nico. Hij schrijft: ‘Zijn onbeschrijflijke domheid maakt me grimmig.’ En: ‘Ik kijk naar hem en voel een diepe verachting.’ Verderop: ‘Hij kan de tyfus krijgen.’ Vader en zoon Dijkshoorn hebben eenmaal een majeure botsing gehad, waarbij vaderlief in een indrukwekkende woordenstroom zei: ‘Je schaamt je voor ons. Omdat we dom zijn. Omdat we niet hebben gestudeerd. (…) Dat is jouw makke. Iedereen is dom, behalve Nico Dijkshoorn.’

Dat was de kans voor de zoon om zijn hart te luchten en daardoor, wie weet, nader tot zijn vader te komen. Maar nee, hij doet het voorstel hun communicatie te beperken tot smalltalk en vader gaat daarop in. Zo bezien is Dijkshoorns boek het niet-gevoerde gesprek met zijn vader. Jammer alleen dat hij niet boven de vertelde gebeurtenissen uit weet te stijgen. Introspectie en reflectie ontbreken nagenoeg geheel. Over alles. Op een gegeven ogenblik verlaat hij zijn echtgenote, want ze leefden ‘als broer en zus’. Dat zal best, maar is het niet inzichtelijk je af te vragen hoe dat komt? Heeft die onvoorbeeldige vader daar ook schuld aan? Dijkshoorn vertelt erop los, gerieflijk op de sofa, en de lezer krijgt ongevraagd de rol van zielskundige toebedeeld. De bouwstof is rijkelijk aanwezig, daar niet van. Zo vertelde vader Klaas aan Nico’s zevenjarige zoontje dat Sinterklaas niet bestaat. Nico boos. Begrijpelijk, maar zegt zo’n voorval niet iets over Klaas, wiens zelfbeeld zo groot was dat daar geen verbeelding van anderen bij paste? Laat staan de grote verbeelding van zijn zoon, de schrijver.

Je moet het maar willen: eerst 18,95 euro voor Nooit ziek geweest betalen en Dijkshoorn op je nette sofa erbij krijgen. Voor deze lezer is zijn relaas in deze voortemmerende vorm van meet af aan te particulier en daarmee een kleine bezoeking.

Het kroost met de ex
Bovenstaande bezwaren gaan niet op voor Robert Vuijsjes vader-zoonboek Beste vriend. Hij is juist wel in staat boven het autobiografische materiaal uit te stijgen. Al is de verhouding van hoofdpersoon Sam Green tot zijn aandachtsloze vader en die tot zijn zoontje Sammie de rode draad, Beste vriend leest ook als een satire op de media- en televisiewereld en het Bekende Nederlanderschap. ‘Religie is uit,’ zei ik. ‘Roem is de nieuwe religie.’ Het hoogst haalbare voor zo’n beroemde Nederlander is dat je niet langer wordt uitgenodigd voor een televisieoptreden om de oorspronkelijke aanleiding – bijvoorbeeld het boek dat je schreef. Het hoogste is als je zelf de aanleiding bent geworden, je eigen onderwerp. Beste vriend is in dat inkijkje scherp en geestig. Vuijsjes verteltroef is zijn droogkomische toon, die het best tot uiting komt in de relationele omgang van zijn personages. Of het nu Sam, zijn Surinaamse geliefde Venus of haar moeder Cynthia is, er schuilt iets verregaands onredelijks in die personages en vooral dat maakt zijn roman a good read. Eigenlijk is dat het vertelmateriaal dat we kennen uit Vuijsjes gelauwerde debuutroman Alleen maar nette mensen (2008), zijn doorkijkje in de multiculturele samenleving.

Maar Beste vriend wil meer zijn dan dat. Dus het Bekende Nederlanderschap in het lege, door roem geregeerde televisiemilieu. Dus de vader-zoonrelatie, op twee manieren: zijn eigen vader wil hem pas kennen nu Sam beroemd is, en als hij kwaliteitstijd met zijn zoontje doorbrengt, hangt hij aan de lijn met zijn personal coach Rocky. Pas tegen het langs de kitsch scherende slot, ziet hij in wat echt belangrijk is in het bestaan.

Beste vriend
is duidelijk een tweede roman, altijd een lastige hobbel om te nemen voor een schrijver. Het is duidelijk dat Vuijsje, die door het succes van zijn debuutroman opeens beroemd werd, heeft moeten zoeken naar een onderwerp. Die vond hij zeer nabij: de vader-zoonverhouding, het Bekende Nederlanderschap, de gedeelde zorg voor het kroost met de ex. Ook draagt Beste vriend – een romantitel die overigens eerder door Doeschka Meijsing is gebruikt – sterk de tekenen van secure lezing van het proza van Bret Easton Ellis. Yuppies in de ban van merkkleding, dat werk.

Nogmaals, Beste vriend is een onderhoudend boek. Maar op deze manier doorgaan is een doodlopende weg: voor je het weet krijgen we dan een verhaal te lezen over een schrijver zónder onderwerp, maar mét writersblock – het definitieve eindpunt. Weer wat essentie bij de derde, graag.

Nico Dijkshoorn, ‘Nooit ziek geweest, Contact, 247 p., € 18,95.
Robert Vuijsje, ‘Beste vriend’, Nijgh & Van Ditmar, 238p., € 17,50.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.