Vergruizelde illusies
door Jeroen Vullings
De Amerikaanse televisieserie The West Wing, over de politieke en persoonlijke gang van zaken in het Witte Huis, liep van 1999 tot 2006. Hoofdpersoon daarin is de fictieve president Bartlet, democraat en immens moreel voorbeeld – als iemand presidentieel is, dan hij. Toen de serie begon, werden de Verenigde Staten nog geregeerd door Bill Clinton. Tijdens het zevende en laatste seizoen was George W. Bush nog president.
De werkelijkheid hield zich niet aan het idealisme dat tentoongespreid werd in The West Wing. De serie eindigde namelijk met de inauguratie van de eerste Amerikaanse latino-president, de jonge en charismatische Matt Santos. Afkomstig uit de Democratische partij, maar bepaald geen hokjesdenker. Hij wil de problemen in zijn land en daarna in de rest van de wereld aanpakken door te bemiddelen en tegenstanders te verzoenen. Als minister van Buitenlandse Zaken – een prestigieuze post – kiest hij de Republikein van wie hij net de presidentsverkiezingen heeft gewonnen. Waarom? Omdat die de diplomatieke wereld en buitenlandse staatshoofden als geen ander kent en de best denkbare strateeg is. Hij wordt aangenomen en meteen gaat het over de inhoud. De twee zijn direct gewikkeld in een constructieve discussie over hoe ze de toestand in Kazachstan – lees: Afghanistan – zullen klaren.
Fictie, superieure fictie over een werkelijkheid die we verkozen boven de echte. En toen leek die fictie uit The West Wing een beetje werkelijkheid te worden, met de verkiezing van Barack Obama (1961) tot vierenveertigste en huidige president. Jong, de eerste Afro-Amerikaan die deze functie mocht bekleden, dé belichaming van een mondiaal gevoelde wens tot verandering. Hij hád ’t. Toen de stoere acteur Brad Pitt zijn opwachting bij hem maakte, klapte hij helemaal dicht, Pitt wist geen stom woord uit te brengen tegenover zo veel grootheid. Tekenend.
Obama’s yes we can-charisma, dat uitzinnig enthousiasme opriep bij zijn kiezers, kenden we al uit The West Wing. De makers van die serie onderhielden innige contacten met vooraanstaande Democratische strategen, misschien leek Obama daarom in zijn daden bijna griezelig het draaiboek af te wikkelen uit de serie die kijkers warm had gemaakt voor de komst van zo’n nieuw type politicus – nog voor we van Barack gehoord hadden. Ook Obama vroeg zijn politieke rivaal – Hillary Clinton – als minister van Buitenlandse Zaken en een kundige Republikeinse minister uit de vorige regering mocht op dezelfde post aan de slag blijven. Het leek alsof we voor het vervolg van die fenomenale serie voortaan alleen maar de krant hoefden te lezen of de televisie hoefden aan te zetten.
Dat bleek helaas een illusie. Obama werd niet de president die hij leek te zullen worden in de verkiezingseuforie. De wereld – van de Tea Party-rebellen tot de recessie – hield zich niet aan zíjn scenario, waarin hij rustig de verkiezingsbeloften kon inlossen. Zijn grootste kracht was zijn band met de kiezers en dat contact raakte hij kwijt, eenmaal in het Witte Huis. Zijn dof en geroutineerd klinkende toespraken versterken niet bepaald het gevoel dat hij een sterke president is die zo’n dynamische omgeving heeft als in The West Wing. Tot overmaat van ramp verruilde de stafchef van het Witte Huis, Rahm Emanuel, zijn functie voor het burgemeesterschap van Chicago. In The West Wing is het onweerstaanbare personage Josh Lyman gemodelleerd naar Emanuel. Kijkers weten: zonder de energieke strateeg Lyman loopt het daar in de soep, in het Witte Huis.
Een drukke wijk in Chicago
Jodi Kantor, journaliste van The New York Times, licht de sluier op waar The West Wing eindigde: hoe het er persoonlijk en zakelijk aan toeging na de eerste werkdag van de nieuwe president. In haar boek The Obamas. A Mission, A Marriage – dat minder adequaat vertaald is als Barack en Michelle. Het openbare leven van de Obama’s – schept ze al profilerend een overtuigende reconstructie van de eerste jaren van de president en zijn first lady. Je zou haar fly on the wall-geschiedschrijving een dubbelbiografie kunnen noemen, ware het niet dat het echtpaar Obama een kluwen vormt. Michelle zit zo ongeveer op haar man, op haar gezin, als een tijgermoeder met onstuitbare beschermingsdrift. Wie aan Barack komt, komt aan haar. Zíj is degene die hem aan zijn heilige missie (als geformuleerd in de verkiezingstijd) herinnert, die van hem het allerbeste verwacht.
Wie na lezing van Kantors boek nog eens naar de laatste seizoenen van The West Wing kijkt, die waarin president Santos de verkiezingen aan het winnen is, registreert een scčne waar je eerder aan voorbijging. Lyman koerst zijn kandidaat naar een podium waar hij een toespraak zal houden. In het gevolg is Santos’ (blonde) echtgenote. Achteloos wijst Lyman tijdens de snelle draf een belendende wc aan. Santos holt daarnaartoe. Zijn echtgenote spreekt Lyman aan: ‘Is dat niet betuttelend?’ Die antwoordt vlak: ‘Hij ging.’ Ronduit visionair, die scčne, voor de latere verhoudingen in het Witte Huis. Al direct na de inauguratie verscherpte de spanning tussen de West Wing (waar de president met zijn adviseurs zitten) en de East Wing (de first lady en haar staf). Het Witte Huis sidderde voor Michelle Obama, die van haar hart geen moordkuil maakte en harde kritiek uitte op haar mans medewerkers.
In ballingschap
Barack en Michelle opent al met een situatie die direct uit The West Wing komt. Michelle had helemaal geen trek in leven in Washington. Ze wilde met haar kinderen in hun huis in een drukke wijk in Chicago blijven wonen, zoals mevrouw Santos haar kinderen in Houston op school wilde laten. Dat bleek (om veiligheidsredenen) niet te realiseren, en dus ging Michelle in ballingschap – zoals zij het ervoer.
In zijn boek De herovering van de Amerikaanse droom omschreef Obama het uiterlijk van zijn vrouw als eerder ‘de doorleefde schoonheid van de moeder en drukbezette werkende vrouw dan het geretoucheerde beeld dat we op de cover van glossy tijdschriften aantreffen’. Zelf zei ze over het gedwongen vertrek naar Washington: ‘Als ik erheen moet, sleep ik er een nieuwe jurk uit.’ Haar voorliefde voor topmerken en designers, die ze als first lady eindelijk kon botvieren, leverde haar forse kritiek op. Stond ze, hartje crisistijd, voor het oog der camera’s behoeftige daklozen van eten te voorzien onder het uiten van sociaal bewogen praat, vielen wel even die Lanvin-gympjes op van meer dan vijfhonderd dollar. Ter verdediging zij aangevoerd dat het ook wel een beetje raar is: zonder hun hardwerkende, intelligente vrouwen waren de meeste Amerikaanse presidenten niet in het Witte Huis beland. Maar op het moment dat ze (zoals Hillary Clinton deed) mede beleid wil gaan bepalen, denkt de kiezer: maar op háár hebben we toch niet gestemd? Dus zodra zo’n eega in het Witte Huis komt wonen, wordt ze gedirigeerd naar de East Wing en blijft haar rol beperkt tot vooral ceremoniële karweien. Wees mooi en representatief, dat werk.
Niks voor Michelle Obama, die meer in haar mars heeft. Van het begin af aan zat het fout, weet Kantor. Er zat meer fout, zoals Kantors schokkende – want illusies vergruizelende – boek toont. Eerst met Obama, de politicus die geen politicus wil zijn; de messiaanse vernieuwer wiens grootste prestatie lang zijn verkiezingsoverwinning bleef; de man uit het volk die dat volk niet meer kon bereiken in zijn nieuwe functie. De amateur die nog nooit een grote onderneming had geleid en nu de organisator van het land moest zijn.
De intellectueel die de werkelijkheid negeert en zich blind staart op de eigen denkbeelden, wars van goede raad, verstoken van inlevingsvermogen. Kantor typeert hem zo: ‘Het was Obama op zijn best en op zijn ergst: hij bleef hardnekkig het grote geheel zien en op lange termijn denken, zette zich in, wat zelden voorkwam in de politiek, voor mensen die in sociaal opzicht tussen de wal en het schip vielen en wilde heel graag het onmogelijke doen, wat allemaal gepaard ging met de overtuiging dat hij het beter wist dan alle anderen, van de mensen in het land tot zijn eigen adviseurs.’
Dwars tegen Rahm Emanuels advies in om dat stapje voor stapje te doen, maakte hij nietsontziend werk van de invoering van de zorgwet – een grote prestatie, geen voorganger was dat ooit gelukt. Dat ging onder meer ten koste van zijn steeds schaarser wordende democratische bondgenoten, die politieke hulp nodig hadden van hem – Obama gaf niet thuis, zijn wet ging voor. Obama is gewezen op de problemen: zijn Witte Huis is versplinterd en disfunctioneel, niemand weet waar de echte macht ligt, zijn medewerkers zijn te close met hem, hun blik is te weinig op de buitenwereld gericht. Ze missen Witte Huis-ervaring. Hij heeft het allemaal aangehoord, maar spijt? Een medewerker zegt: ‘Het heeft wel iets weg van een man die zijn best doet om zich bij zijn vrouw te verontschuldigen, omdat hij weet dat hij geacht wordt dat te doen. Maar in zijn hart denkt hij dat de fout bij zijn vrouw ligt.’
Zijn vrouw is in dit geval niet Michelle, maar het publiek, de media, in ieder geval altijd de anderen – de buitenstaanders. Uiteindelijk, dat is het schokkendste aan Kantors boek, zijn heel erg veel problemen terug te voeren op Obama’s karakterstructuur. Goed, de rol van verzoener tussen Republikeinen en Democraten is hem niet gegund door toedoen van de populistische Tea Party-beweging, die als hoofddoel zijn vernietiging heeft. Maar het is Obama’s eigen verantwoordelijkheid dat hij geen onderscheid maakt tussen traditionele Republikeinen en Tea Party-figuren die menen dat de 9/11-terroristen uit buurland Canada komen. Hij reageert als een groot beledigd kind, dat nog argwanender wordt dan hij al is en nog stelliger weigert bij nationale gelegenheden waar dat vereist is de emotiepedaal diep in te trappen. Hij acht zich daar (begrijpelijk genoeg) boven verheven, maar de kiezer rekent hem daarop af. De keerzijde van zijn vele talenten (waardoor hij de zorgwet erdoor wist te krijgen, vrouwen in het hooggerechtshof benoemd kreeg en Osama Bin Laden kon pakken) is zijn onwil te communiceren en zijn naďviteit – een groter karakterverschil met Bill Clinton is hierin niet denkbaar. Obama oefent liever macht uit dan dat hij politiek beoefent.
De eerste jaren van zijn bewind versterkte Michelle zijn afkeer van het (conventionele) politieke bedrijf. Het Witte Huis is al een glazen stolp en daarin leefden de Obama’s in een nog kleinere stolp. Ze gingen slechts om met hun veelal Afro-Amerikaanse vrienden van vroeger, een zeer kleine kring waarin ze zich diep ingroeven. Socialiseren of netwerken deden ze nauwelijks, een half uur per gala, dat was het wel. Maar zagen ze onder de gasten vrienden van vroeger, dan doken ze daarop. Buitenstaanders bekeken ze wantrouwend. Obama’s voornaamste politieke adviseur is een huisvriendin die afwijzend staat tegenover andere adviseurs. Het grote publiek heeft een sprookjesbeeld van het leven in het Witte Huis.
Maar de first lady had last van claustrofobie, ze voelde zich opgesloten en gedesoriënteerd. Hun kinderen moeten voor ze buiten kunnen spelen altijd eerst kijken of daar geen toeristen lopen. Kantors boek onthult een benauwd bestaan van een gezin in ballingschap. Tragisch is het beeld van de president die iedere dag tien brieven van Amerikanen leest en verbitterd is dat hij daar geen lof voor krijgt toegezwaaid.
Als je hard werkt
Het leek een neerwaartse spiraal met de Obama’s. In een maand dat 131.000 Amerikanen hun baan verloren ging Michelle met een van haar dochters op vakantie naar Spanje. Dat zat zo: de dochter van een vriendin werd tien en ze mocht als cadeau een bestemming van haar keuze uitzoeken waar het moeder-dochter contact zich innig kon verdiepen. Spanje. Michelle ook mee, met dochter – leuk! Ontvangen door de Spaanse koninklijke familie.
Maar dat was buiten de fotografen gerekend. Die beelden vielen slecht in het thuisland. Een columnist noemde haar een hedendaagse Marie Antoinette. Overdreven natuurlijk, maar ze had die reacties kunnen voorzien in zo’n gepolariseerd klimaat. Leek een neerwaartse spiraal, schreef ik net. Want de tussentijdse verkiezing in 2010, Obama’s grootste nederlaag, heeft zijn vechtlust aangewakkerd. En de hare. Het echtpaar gaat ervoor. Eindelijk heeft, toont Kantor aan, Michelle de rol gekregen die ze begeert: die van een first lady met inhoud.
East Wing en West Wing omarmen elkaar nu. Michelle staat klaar om haar boodschap te verkondigen aan jongelui: dat je kunt worden wie je maar wilt zijn als je hard werkt. Het campagnevoeren en de fondsenwerving ziet ze als wapens tegen die vermaledijde Republikeinen die haar man zo dwarsgezeten hebben in het volvoeren van zijn missie en hem zo vernederd hebben: hij zou te buitenlands zijn, een socialist, een moslim. De ironie is: hoe zwakker Obama wordt, des te nuttiger wordt Michelle. Hij wilde zijn gezin buiten de politiek houden, maar de enige manier om populair te blijven is door zichzelf te tonen als echtgenoot en familievader. De overbekende staatsiefoto van het verwoed verstrengelde echtpaar spreekt boekdelen: hij staart in de verte, naar idealistische vergezichten. Zij kijkt recht in de lens, direct naar ons.
Jodi Kantor, ‘The Obamas. A mission, a Marriage’, Allen Lane, 358 p., € 16,50
Jodi Kantor, ‘Barack en Michelle. Het openbare huwelijk van de Obama’s’, vertaling Peter Diderich en Inge Kok, Atlas, ?349 p., € 29,95



