Parels tussen de veredelde folders

door Jeroen Vullings

Jammer voor de gewone lezer dat de nieuwjaarsgeschenken van uitgeverijen alleen bij ‘relaties’ terechtkomen. Er zitten fijne werkjes tussen.

Elk jaar brengt de postbode in december nieuwjaarsgeschenken van literaire uitgevers, hebbedingetjes bestemd voor zo’n duizend ‘vrienden en relaties’ in de boekenbranche. Elk jaar neem ik me voor om, zodra de oogst aan zulke gelegenheidsuitgaven binnen is, daar een stuk over te schrijven. Nooit komt het ervan. Want altijd druppelt er nog wel zo’n verlaat boekje binnen in de eerste week van januari en dan is het alweer aftellen geblazen tot er halverwege die maand een belangrijke roman verschijnt. Die gaat voor, dat spreekt.

De bezige bij schonk een adembenemend facsimile van de Jagtlust-krantjes van Remco Campert

Toch is dat jammer, want het nieuwjaarsgeschenk is een betekenisvol genre. Via zo’n uitgave, die niet (of nog niet) voor de handel bestemd is, presenteert een uitgeverij zich. Het geschenk kan duidelijk maken op welke auteur men trots is of van wie men – zoals dat heet – veel verwacht, welke rijke literaire traditie of uitgeefgeschiedenis men koestert, wat de belangrijkste verandering voor zo’n fonds zal zijn. De nog niet commerciële tewaterlating van een boek dat een paar maanden daarna als reguliere editie zal verschijnen, biedt ook zakelijke voordelen; ‘marketing’ heet dat, geloof ik.P.F. Thoméses rouwnovelle Schaduwkind verscheen eerst als nieuwjaarsgeschenk en werd door de ontvangers direct onthaald als een meesterwerk. Het gegons op orkaansterkte in de maanden voor publicatie toeterde zelfs de suffigste recensenten en boekhandelaars wakker. Gejubel alom. Zo pakt het niet altijd uit. Verleden jaar verspreidde Amstel Uitgevers als nieuwjaarsgeschenk Oek de Jongs kleine tekst Proloog 1952, de opmaat voor een volumineus prozawerk, dat inmiddels staat aangekondigd voor het najaar van 2012. De Jong is een zorgvuldige en trage schrijver, dus het is nog maar de vraag of zijn epos niet nóg later zal verschijnen. Zijn goed recht. Maar een sterk ‘opwarmend’ effect in de boekhandel zal Proloog 1952 daarom, vrees ik, niet hebben.

Prikkelende parabel

Dit jaar kreeg ik, tot het ter perse gaan van dit nummer, zes nieuwjaarsgeschenken binnen. Eigenlijk acht, als ik een sympathieke slobberwijn en de collectie ansichtkaarten met afbeeldingen uit Karina Schaapmans vertederende prentenboek Het Muizenhuis meereken. Maar gericht op het gedrukte woord: zes. Drie van de zes kun je als verkapte reclame zien. Het gaat om Nathan Englanders verhaal De lezer, dat bij Ambo/Anthos in de zomer zal verschijnen in de bundel Waar we het over hebben als we het over Anne Frank hebben. De briefwisseling van Herman Franke en Manon Uphoff Als je me maar blijft schrijven verschijnt, zo meldt een begeleidend schrijven van uitgeverij Podium, ‘aan de vooravond van de Boekenweek’ als handelseditie – de boekenweekthemagetrouwe ondertitel luidt dan ook Een vriendschap in brieven. De Geus maakte een zelfstandig boekje van een in 2010 in een verzamelbundel verschenen verhaal van Kristien Hemmerechts, getiteld Mijn man de schrijver. Handig, want Hemmerechts’ nieuwe roman Haar bloed komt op 16 januari uit.

Tegelijkertijd zijn er valide, niet slechts mercantiele redenen om met juist deze auteurs te paraderen. Ambo/Anthos moet het, naast de bestsellers van Herman Koch en de polderthrillers van Saskia Noort en consorten, vooral van vertaald proza hebben. Nathan Englander is binnen dat echelon een solide literaire schrijver, die naam maakte met de verhalenbundel Verlost van vleselijke verlangens en de roman Het ministerie van Buitengewone Zaken. Die laatste titel is alweer uit 2007, een lange tijd in de huidige literaire conjunctuur. De prikkelende parabel De lezer verhaalt dan ook van een auteur die jaren geleden volle zalen trok en nu vergeten is. Behalve door één lezer, een oud mannetje dat hem de hele tournee volgt en de auteur dwingt voor een op hem na lege zaal voor te lezen.

Opgewonden epistels

Vergelijkbare fondsbepaalde redenen spelen bij de keuze voor Hemmerechts. De Geus, eveneens een uitgeverij die grossiert in vertaald proza, rust op twee pijlers: het Scandinavische spannende boek en de werken van Kader Abdolah. Nederlandstalige literatuur is recentelijk een ambitie en dan kom je binnen hun fonds natuurlijk – op welke grote naam anders? – direct uit op Kristien Hemmerechts. In Mijn man de schrijver, een losjes op Albert Camus’ De pest geïnspireerd verhaal, komt een schrijversweduwe erachter dat te veel kennis van de niet-fictionele achtergrond van een roman lezing van zo’n boek danig versjteert.

Uitgeverij Podium, bakermat van Kluun en tweede huisje voor Renate Dorrestein, zet even nadrukkelijk literair in, met de briefwisseling tussen Herman Franke en Manon Uphoff. Slijp ik scherp, dan is dit geschenk niet representatief voor het huidige Podium, want Franke overleed in 2010 en Uphoff vertrok al jaren geleden naar De Bezige Bij. Wat vermoedelijk de doorslag gaf om toch te kiezen voor Als je me maar blijft schrijven, is het bentgevoel dat Podium kennelijk typeert – Uphoff refereert daar in haar brieven aan. Zelfs rept ze van vier ‘musketiers’, waarmee ze ‘Joost’ (Nijsen, uitgever), ‘Ronald’ (Giphart), haar penvriend Herman Franke en zichzelf bedoelt. De briefwisseling bestaat uit lange, opgewonden epistels van Uphoff over alles wat ze denkt, leest en doet, en korte, vaderlijke antwoorden van de terminaal zieke Franke. Het gebodene stijgt niet uit boven veelvuldig gebezigde opinies over de Nederlandse politiek en even obligaat aandoend gepraat vanuit de idiosyncratische schrijverswerkplaats – Franke en Uphoff zullen vast dikke vrienden zijn geweest, maar voor de lezer blijft dit helaas te particulier.

Antireclame

De drie resterende geschenken zijn – hulde – geschenken waarbij de gedachte aan reclame geenszins opkomt. Misschien wel, bij Nachoem Wijnbergs dichtbundel Gelukkig nieuwjaar gewenst, de gedachte aan antireclame. Het titelpoëem gaat zo: Als ik terugkom / staat de voordeur open. / een inbreker van twintig jaar geleden / had langs kunnen lopen / en het opnieuw zien. Aha. Nee, dan is de keuze van De Arbeiderspers voor Sylvia Witteman prozaïscher. Nog nét geen draaiorgel is een selectie ‘Amsterdamse columns’ ter gelegenheid van de verhuizing van deze uitgeverij (door een fusie met Bruna) van de Amsterdamse gracht naar ballingsoord Utrecht. Ik moet zeggen: nog nooit zo’n hilarisch, begenadigd geschreven verhuisbericht ontvangen, laat dat maar aan Witteman over. Hoe ze de vader-dochterproblematiek tot de kern terugbrengt, draag ik voor als moderne klassieker: ‘Dat zou hem leren, de zeikerd.’ De Bezige Bij snuffelt voor het nieuwjaarsgeschenk traditiegetrouw in de archieven van een van haar schrijvers. Ditmaal werd het Remco Campert, die onder de naam Wouter Kampert van 15 juni 1956 tot 28 juni 1957 de Jagtlustkoerier schreef, een eenmanskrantje dat hij tijdens zijn verblijf in het Blaricumse kraakpand Jagtlust tikte. Hij deed dat uit liefde voor de dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek, de spil van de in dat landhuis verzamelde bohème – haar verzameld werk verschijnt later dit jaar. Camperts als huis-aan-huiskrantjes vermomde liefdesbrieven – ditjes en datjes over gasten, huisdieren en bewoners, alsmede zelfgeschreven porno – moesten haar aan hem binden. Vergeefs, zo bleek. Het plakband waarmee Campert de negen door Fritzi verscheurde Jagtlustkoerier-afleveringen probeerde te repareren, is pijnlijk goed zichtbaar in deze adembenemende facsimile-uitgave.

Remco Campert, ‘de Jagtlustkoerier’, De Bezige Bij; Nathan Englander, ‘De lezer’, vertaling Nicolette Hoekmeijer, Ambo/Anthos, 32 p.;

Herman Franke & Manon Uphoff, ‘Als je me maar blijft schrijven’, Podium, 123 p.;

Kristien Hemmerechts, ‘Mijn man de schrijver’, De Geus, 63 p.;

Nachoem Wijnberg, ‘Gelukkig nieuwjaar gewenst’, Contact, 28 p.; Sylvia Witteman, ‘Nog nét geen draaiorgel. Amsterdamse columns’, De Arbeiderspers, 30 p.

Illustratie: Siegfried Woldhek

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.