Onthullend: biografieën die écht de onthullingen bieden die ze beloven
door Hans Renders & Binne de Haan
Sommige biografieën bieden écht de onthullingen die ze beloven. Een selectie.
Hendrikus Colijn
Ten gevolge van het eerste deel van de biografie van Hendrikus Colijn (Hendrikus Colijn 1869-1944: Dit leven van krachtig handelen), minister-president in het interbellum, geschreven door historicus Herman Langeveld en verschenen in 1998, verklaarde toenmalig premier Wim Kok op televisie dat er een onderzoek moest komen. Straten die vernoemd waren naar Colijn dreigden een andere naam te krijgen. Er brak zelfs een kleine Historikerstreit uit rond deze biografie. En dat allemaal door het grondige onderzoek van Langeveld, die brieven van de jonge officier Colijn boven water haalde waarover eerdere biografen uit onwetendheid of bewust niet hadden geschreven. Colijn schreef in 1894 aan zijn vrouw: ‘Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten en ze zoo dood laten schieten.’ En aan zijn ouders: ‘Ik keerde mij naar achteren om een sigaar op te steken. Eenige hartverscheurende kreten klonken en toen waren ook die 13 dood.’ Met zijn openbaring over deze uiterst eerzuchtige mannetjesputter raakte Langeveld vol de nog altijd gevoelige zenuw van het koloniale Nederlandse verleden. (BdH)
Jo Cals
De biografie Cals. Koopman in verwachtingen 1914-1971 van Paul van der Steen kreeg grote media-aandacht omdat daarin werd verteld dat de vader van Pieter van Vollenhoven ooit even lid was geweest van de NSB. Van der Steen wijdt er gelukkig maar een paar regels aan. Deze biografie van de katholieke premier Jo Cals, als minister van Onderwijs verantwoordelijk voor de Mammoetwet, bevat ook een onthulling over het declareren van Cals. Mokkend over zijn gedwongen vertrek uit de politiek na de Nacht van Schmelzer, begon hij te rommelen met declaraties. Hij rekende erop dat men een oud-premier niet op de vingers zou durven tikken, maar het ministerie van Financiën weigerde een rekening van 5200 gulden voor meubilair te voldoen. (HR)
Roald Dahl
Uit Verhalenverteller. Het leven van Roald Dahl, de biografie die Donald Sturrock eind vorig jaar publiceerde, bleek dat schrijver Roald Dahl (1916-1990) tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de British Security Coordination (BSC) werkte, een schimmig spionageclubje dat de Britse belangen in Amerika moest behartigen. Zo loslippig als Dahl zijn hele leven was, zo discreet was hij over zijn werk voor BSC. Des te knapper van Sturrock dat hij op basis van gesprekken, particuliere correspondenties, archiefonderzoek en wat al niet meer een buitengewoon spannend hoofdstuk over deze periode uit het leven van Dahl heeft geschreven. Met zijn charisma en charme lukte het Dahl vriendschap te sluiten met de Amerikaanse vicepresident Henry Wallace. Dahl wist hem informatie te ontfutselen over de Amerikaanse ambitie om na de oorlog de ‘koloniaal overheerste landen’ in Azië te helpen bij hun zelfbeschikkingspolitiek. Voor de koloniale grootmacht Groot-Brittannië was dat toen nog een schokkende politieke opvatting. (HR)
J. Edgar Hoover
Uit J. Edgar Hoover. De man en zijn geheimen komt de oprichter van de FBI, die het als directeur veertig jaar en acht presidenten lang volhield, naar voren als een perverse manipulator die in ieder mens wel iets subversiefs zag, als je zijn telefoongesprekken maar lang genoeg afluistert. De echte onthulling was dat de ongetrouwde Hoover overdag vervolgde wat hij ‘s nachts zelf najoeg: homoseksualiteit. (HR)
Anton Philips
Anton Philips (1874-1951) heeft Philips tot een wereldconcern gemaakt. De ontdekking van de getrokken wolfraamdraad in 1911, die de levensduur van een gloeilamp verlengde, deed de omzet omhoogschieten. Maar het werkelijke succes van het Eindhovense familiebedrijf sproot voort uit Antons strategische maar niet altijd legale werkwijze. Marcel Metze geeft in zijn biografie Ze zullen weten wie ze voor zich hebben. Anton Philips 1874-1951 voorbeelden van hoe Philips zich schuldig maakte aan bedrijfsspionage en van geheime financiële transacties. Helemaal spectaculair waren zijn methoden om de internationale markten open te breken met behulp van omgekochte journalisten. Minstens één Franse journalist nam onderhands geld aan om het Philipsconcern in Frankrijk van een gunstige publicitaire omgeving te voorzien. Het is een onthulling die doet vermoeden dat er op dit terrein nog veel onthuld moet worden. (HR)

