Jeffrey Eugenides: ‘Literatuur is de beste meditatietechniek’

door Jeroen Vullings

Liefde en literaire theorieën kruisen elkaar in de meeslepende roman ‘Huwelijk’ van de Amerikaanse succesauteur Jeffrey Eugenides. ‘Tussen mij en Jonathan Franzen is het als een tenniswedstrijd tussen Sampras en Agassi. Ik kan niet verslappen.’

In het begin van ons gesprek gaat het even fout. Jeffrey Eugenides’ begin jaren tachtig spelende roman Huwelijk kent drie hoofdpersonen: de romantische Madeleine, de spirituele Mitchell en de manisch-depressieve Leonard. De laatste is in de Amerikaanse pers deels herkend als de schrijver David Foster Wallace (1962-2008), die door zelfmoord om het leven kwam. Hij was een generatiegenoot van Eugenides (1960) en zijn collega Jonathan Franzen (1959) – gedrieën schrijvers die de grote Amerikaanse roman nieuw leven inblazen. De Grote Drie, noemen ze dat in Nederland. Huwelijk kent veel literaire verwijzingen, dus die naar Wallace hoort daarbij – meende ik. Fout.

'Ik ontdekte dat ik de roman vooruit kon krijgen door oude en postmoderne vormen te verbinden'

Op afgemeten toon zegt Eugenides: ‘David Foster Wallace komt níet in mijn roman voor. Leonard draagt een bandana, Wallace droeg wel eens een bandana – dat is de enige overeenkomst. Maar Axl Rose van Guns N’ Roses heeft ook een bandana. De bandana misleidt lezers, ik zou ‘m nu schrappen. Mijn personage droeg al een bandana voordat Wallace zelfmoord pleegde. Had hij dat niet gedaan, dan was er helemaal niet zoveel aandacht geweest voor hem en zijn bandana. Wie verder kijkt dan die bandana, ziet de verschillen. Leonard heeft een andere geestesziekte dan Wallace, hij komt uit een ander deel van de Verenigde Staten, hij is een bioloog en geen schrijver, zijn ouders zijn gescheiden en alcoholist – anders dan Wallaces ouders. Ik had die constante vergelijking met hem moeten voorzien; ik moet nu de consequenties dragen van die bandana.’Eugenides herstelt zich, hij is weer zijn beheerste ik. Er was daarnet merkbaar een teer punt geraakt. Hij schiep met Huwelijk fictie, een rijke roman die op verscheidene manieren gelezen kan worden. Die terugbrengen tot sleutelromanaspecten of autobiografische achtergronden doet zijn jarenlange werk teniet en ontkent de literaire complexiteit waar hij naar streefde.

Hij spreekt bij voorkeur over de techniek van het schrijven, over zijn aanpak bij deze roman, het structureren van zijn vertelmateriaal. Bij iedere vraag kiest hij het meest prozaďsche antwoord mogelijk, direct gerelateerd aan de roman of aan zijn overwegingen bij het schrijven. Zo zal hij met zijn studenten creative writing communiceren aan de universiteit van Princeton. Het valt mij op dat hij bij het formuleren van zijn antwoorden denkt aan hoe die op papier zullen staan. Regelmatig zegt hij, bij een uitleg over zijn personages en hun motieven: laten we de plot niet weggeven. Liever spreekt hij over de aanleiding om voor een romantisch, getalenteerd, beschadigd personage als Leonard te kiezen.

Huwelijk speelt in het universiteitsmilieu begin jaren tachtig, de tijd waarin ik zelf studeerde en die ik mij herinner als de dag van gisteren. Ik dacht terug aan de meisjes daar die manisch-depressieve vriendjes hadden; sommige van die jongens pleegden zelfmoord. Mijn idee was om Madeleine een vriendje te laten krijgen die tegelijkertijd het beste en het verschrikkelijkste vriendje is dat je kunt hebben. Ik heb veel vrouwen ontmoet die hielden van een manisch-depressieve man, ze komen er nooit overheen. Daarmee had ik een waarachtig verhaal in handen waarom liefde zo destructief kan zijn. Madeleines liefde voor Leonard was ook een vlucht voor haar nette komaf. De jaren tachtig aan de universiteit waren een tijd van experimenten voor veel vrouwen. Daten met wilde mannen, mannen uit andere sociale klassen, mannen met minder geld, seksueel opwindende mannen met wie ze nooit zouden willen trouwen.’

'Ik schrijf niet makkelijk, ik maak veel fouten, ik sla verkeerde richtingen in'

Opvallend is de aantrekkingskracht van literaire theorieën op die adolescenten begin jaren tachtig.

‘Madeleines liefdesproblemen zijn ontstaan toen ze een Franse theorie leerde die de notie “liefde” deconstrueerde. Daar begon het voor mij mee: de ironie van een jonge vrouw die liefst romantische romans leest, maar zich tegelijkertijd daarvan probeert te onthechten. Tezelfdertijd wordt ze verliefd op iemand uit haar klas, Leonard. Zo had ik alles in handen: de jaren tachtig, semiotische theorie, jonge mensen op de universiteit die worstelden met deze denkbeelden en die verrast werden door hun hartstochten. Door het verhaal in de jaren tachtig te plaatsen, krijgen de universele problemen van de personages meer nadruk. De literaire theorieën uit die tijd – míjn tijd – zitten in mijn hoofd, ze vormen een onderstroom in mijn werk. Ik ging naar de universiteit om schrijver te worden, dus ik stelde me teweer tegen de meest extreme theorieën van docenten. Dat er geen noodzaak meer is verhalen te schrijven, dat alles al gezegd is, dat de echte literatuur nu literaire kritiek heet. Toch heeft hun manier van denken mij zodanig geraakt dat die aanwezig is in mijn proza. Mijn vorige roman, Middlesex, ontstond toen ik Michel Foucault las, in Huwelijk weerklinken vooral Roland Barthes en Jonathan Culler.’

Nog steeds wordt door sommige theoretici gezegd dat de roman dood is of weldra sterft.

‘Ach, dat wordt al zo lang gezegd en de roman wordt nog steeds geschreven. De roman kan overleven als hij zowel de emoties als het intellect van de lezer weet te raken. En zie, de vitaliteit van Jane Austens romans, over vrouwen die een man vinden, is nog enorm. Zelf verkies ik George Eliots Middlemarch en Henry James’ Portrait of a Lady, romans over de tragedie die begint na de huwelijksvoltrekking die resoneren in Huwelijk. Mijn roman kan ook gezien worden als een commentaar op het instituut huwelijk. Je kunt het lezen als een heel pessimistische blik op het huwelijk, de illusie over het bestaan van ware liefde, die we oplopen door boeken en films. Maar je kunt Huwelijk ook lezen als een les over hoe je de juiste persoon kunt kiezen om van te houden – ook als je niet in romantische illusies gelooft. Dat spreekt mij meer aan.’

Bent u zelf getrouwd?

Kortaf: ‘Ik bén getrouwd, ja. Maar ik wil niet over persoonlijke dingen praten. Het is te gecompliceerd.’ Dan, met gewapende ironie: ‘Democratie is een verschrikkelijk instituut, maar het is het beste wat we hebben. Huwelijk is als democratie.’

Huwelijk is ook een roman over boeken, over lezen. Uw eerste hoofdstuk begint direct over romans.

‘Absoluut. Voor ik schrijver werd, was ik een echte lezer. Voordat je zelf je pen op papier kunt zetten, moet je eerst zo veel mogelijk boeken tot je nemen als je jong bent. Je kunt niet schrijven zonder gelezen te hebben. Veel mensen proberen het lezen over te slaan en direct te schrijven, maar dat loopt altijd spaak. Dan blijkt hun verhaal al geschreven te zijn en weten ze dat niet. Of ze komen niet verder dan hun autobiografisch relaas.’

We horen almaar over mensen die minder en minder lezen, over de verminderde status van de roman, over de oprukkende elektronica. Baart dat u zorgen?

‘De elektronische media zorgen voor meer afleiding in ons leven. Maar tegelijkertijd wordt er heel veel gelezen en geschreven, dus dat is tegenstrijdig. Mijn zorg is dat het midden in de literatuur verdwijnt. Enkele schrijvers, vooral de grote namen en debutanten, krijgen veel aandacht en veel lezers. De midlist-schrijvers krijgen niks. Het gros daarvan moet doorploeteren voordat er wat succes komt. Almaar doorgaan is het devies, maar financieel is dat steeds moeilijker geworden. Het hangt ervan af waar het lot je geplaatst heeft als schrijver. Ikzelf verwachtte dat mijn romans slechts door mijn docenten creative writing gelezen zouden worden, de grote omvang van mijn lezersschare verbaast mij. Goed schrijven wordt uiteindelijk altijd beloond, denk ik. Kijk, Jonathan Franzen en ik zijn hoogst leesbaar, al zijn mijn thema’s donkerder dan de zijne. Maar Wallace is ook geliefd, en zijn werk is moeilijker en experimenteler dan het onze. Anderzijds: stel dat James Joyce, de grootste experimentele schrijver, nu leefde, dan zou het voor hem uiterst lastig zijn geweest om door te breken.’

Wilde u zelf een vernieuwer zijn?

‘Ik begon als een modernist en een experimentele schrijver. Maar op een zeker moment merkte ik dat alle experimenten al gedaan waren in de jaren twintig. Ik ontdekte dat ik de roman vooruit kon krijgen door oude en postmoderne vormen te verbinden. Mijn boeken bevatten de traditionele middelen – een verhaalelement, personages, een plot -, maar ook een onderstroom met zelfreflecterend commentaar op de roman zelf.’

Ondervindt u een gezonde competitie met andere schrijvers?

‘Tussen mij en Franzen is het als een tenniswedstrijd tussen Sampras en Agassi. Ik word door hem aangespoord en hij door mij – dat is gezond. Ik moet m’n A-game meebrengen, ik kan niet verslappen, want ik weet dat hij een geweldige schrijver is die hard werkt. Ik kan alleen concurreren met schrijvers die ik bewonder; ik ben blij als zo’n schrijver een goed boek heeft geschreven. Ik schreef Franzen een felicitatiebrief over Freedom en wees hem op twee foutjes. Je wilt van de besten horen wat je niet goed gedaan hebt. Franzen is een generatiegenoot, maar ik heb datzelfde met een oudere schrijver, Richard Ford.’ Op verliefde toon: ‘Hij heeft een van de meest complexe prozastijlen die ik ken, hij is proustiaans in zijn reminiscenties en kwalificaties. Ik ben onder de indruk van de vrijblijvendheid en de verzorgdheid die zijn woorden op papier hebben. Hij beschrijft het Amerikaanse leven met zulke precisie, met zulk oog voor detail en zo verstoken van clichés dat het waar lijkt. Bij Franzen houd ik van de narratieve sweep van zijn romans, van het grote portret van een natie in een bepaalde tijd; hij schrijft extreem leesbaar, meeslepend en intelligent. Het is niet alleen een voorrecht om zulke schrijvers te lezen, maar ook een opdracht.’

Om zelf te schrijven.

‘Om zelf op dat eenzame niveau te schrijven. Huwelijk is een roman over jonge mensen die hun eerste obstakel tegenkomen bij de vervulling van hun dromen, illusies, idealen. Bij het schrijven moet ik obstakel na obstakel trotseren, nog steeds. Het is altijd moeilijk mijn boeken te schrijven, ik schrijf niet makkelijk, ik maak veel fouten, ik sla verkeerde richtingen in. Het gaat erom dat je geen fouten publiceert. Ik publiceer niet omdat ik verondersteld word dat elke twee jaar te doen. Er is al zoveel goeds te lezen in de wereld en er is zo weinig tijd, dus ik vraag pas iemands aandacht op het moment dat ik echt iets tot stand heb gebracht.’

Wat is het moeilijkst om te schrijven?

‘Ik moest mij met de scčnes waarin Leonard in manische toestand een soort seksgod is, over mijn preutsheid heen zetten. Maar het moeilijkst vond ik het deel in India, over Mitchell die daar vrijwilligerswerk gaat doen. Mitchell is al het personage op wie ik het meest lijk en in dat deel heb ik geput uit mijn eigen ervaringen. Mijn herinneringen wonnen het daar van mijn fantasie. Alles wat ik mee heb gemaakt, leek waardevol voor het verhaal, en dat is niet zo. Ik moest heel veel schrappen.’

Mitchell werkte voor Moeder Teresa; u ook?

‘Ik ging naar Calcutta, werd vrijwilliger in de organisatie van Moeder Teresa. Ik wilde weliswaar schrijver worden, maar ik las altijd veel over godsdienst, ging door een religieuze fase heen als Mitchell, en wilde mezelf op de proef stellen. Het hart van de religie is je gedrag. Christendom is nutteloos zonder moraal. Daarom wilde ik mensen verzorgen die in nood zijn en vaak unlovable. Missionariswerk is heel moeilijk, ondervond ik. Ik hield het vol door aan de nonnen te denken die hun hele leven dat werk deden, onplezierige dingen, excrementen opruimen. Het bleek een verhelderende ervaring. Ik verliet Calcutta met een combinatie van schaamte, vanwege het mislukken van mijn roeping, en krankzinnig geluk. Ik wist nu: ik word schrijver, geen priester.’

Die hang naar religie is nu geheel verdwenen?

‘Ik kon de geloften niet aan. Ik was met name verontrust over het celibaat. En ik was niet zo gelukkig onder gelovigen. Het ergste aan geloof zijn de andere gelovigen. De gelovigen die ik ontmoette waren ófwel erg goed, zeg maar: saai. Nooit maakten ze grappen. Dat terwijl ik een gemeen soort humor heb. Óf ze waren fanatici, dat was nog erger. Ik hield het niet vol met al die vroomheid om me heen. Ik dacht toen: er moet een andere manier bestaan om spiritueel te zijn. Schrijven. Schrijven voelt als werk, maar het verbindt mij fundamenteel met het leven – dat beschouw ik als spiritueel. Mijn werk bestaat uit het onderzoeken van mijn leven en dat van andere mensen. Schrijven houdt je alert over je leven, net als lezen. Literatuur heeft een zen-factor waardoor zij de beste meditatietechniek is, waardoor je aanwezig bent in het moment. De eenzaamheid van het schrijven is prettig, in deze hectische wereld.’

Jeffrey Eugenides, ´Huwelijk´, vertaling Jan de Nijs en Gerda Baardman
Prometheus, 497 p., €19,95

Fotografie: Jeroen W. Mantel

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.