★★★★☆

Vrede op Ithaca – Sándor Márai

door Lex ter Braak

In vele boeken deint en ruist de Odyssee. Vermomd als Aeneas stichtte Odysseus Rome, later werd hij in het Dublin van Joyce gesignaleerd. De bakermat van Europa noemt Joep Leerssen de Odyssee in Spiegelpaleis Europa – zozeer heeft het verhaal van de man die tegen zijn zin naar Troje trok en daarna als straf van de goden een eindeloze zwerftocht naar huis moest doorstaan, de verbeelding en geest van het oude continent gevormd. Dichter Derek Walcott laat hem in zijn epos Omeros langs de Caribische eilanden zeilen, over de zee ‘die het leven is’. En zo zien dichters en schrijvers hem graag: rusteloos, ‘I cannot rest from travel’, een Griekse Faust, op zoek naar kennis ‘beyond the utmost bound of human thought’, zoals Tennyson in Ulysses over hem dicht. Ook de oude Grieken konden zich een Odysseus die voorgoed tevreden naast de haard wegdommelde, niet voorstellen. De verloren gegane Telegonie uit de zesde eeuw voor Christus is een, volgens de overlevering, middelmatig vervolg – maar nu met de zoon van Odysseus en Circe als hoofdpersoon.

Aan de ontelbare boeken en apocriefe teksten die de sporen van de Odyssee dragen is er in het Nederlands een toegevoegd met de vertaling van Vrede op Ithaca van de Hongaarse schrijver Sándor Márai. Dat Márai zich bewust is van de slagschaduw van de imposante stamboom van de Odyssee blijkt uit alles. In zijn ‘Nazang’ herhaalt hij wat eerder Calypso al tegen Telemachus zei: sage wordt werkelijkheid en geschiedenis om uiteindelijk weer in een verhaal omgezet te worden. De Odysseus van Márai bestaat in de speculatieve verhalen, ‘Zangen’, van anderen: zijn vrouw Penelope vertelt over hem, dan hun zoon Telemachus, en tot slot Telegonus, zijn buitenechtelijke zoon met Circe. Alle drie proberen ze het raadsel van zijn persoonlijkheid, zijn reisdrift en zijn lotsbestemming te doorgronden. Nadat hij op Ithaca is teruggekeerd en meedogenloos orde op zaken heeft gesteld, vertrekt hij weer, ruw het gangbare beeld van het happy together met Penelope verstorend. Odysseus leeft in het avontuur dat zich afspeelt in het ijle grensgebied tussen de wereld van de goden en die van de mensen. Maar Hermes, de boodschapper van de goden, laat er geen misverstand over bestaan dat deze tijden voorbij zijn. Circe krijgt van hem te horen dat zij niet meer mag interveniëren in het leven van de mens en ook niet in dat van Odysseus. De mensen zullen zonder de directe bemoeienis van de goden een Spartaans leven van orde gaan leiden. Met deze boodschap is de dood van Odysseus onontkoombaar geworden, geen god die hem meer beschermt.

Márai schreef Vrede op Ithaca in 1952, in hetzelfde jaar dat Simon Vestdijk zijn tweede Griekse roman, De verminkte Apollo, publiceerde. Deze heroriëntatie op de Oudheid na WO II is zeker geen toeval. Maar dat Márais Vrede op Ithaca in opbouw, taalgebruik en verhaal veelvuldig aan Vestdijk doet denken, is voor de Nederlandse lezer een verrassende list van de goden. Zij brengen ook hem na veel omzwervingen thuis.

Sándor Márai, ‘Vrede op Ithaca’, Vertaling Frans van Nes, Wereldbibliotheek, € 24,90

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.