Het meisje met de afstandsbediening – Allard Schröder
door Rob Schouten
Gedichten als bijvangst maar met de smaak van het hoofdgerecht, dat is de aangename verrassing van Allard Schröders poëzie. De prozaïst schreef ze door de jaren heen, tot misschien wel vijfendertig jaar terug, vandaar de diversiteit, van realisme tot lyriek, van hermetisch tot anekdotisch. Maar wat het allemaal verbindt is de heidense extase van de vrijdenker. Hier wordt nieuwsgierig gekeken, ondergaan en gehoopt, zoals in ‘Kleine antimetafysica’: ‘Kuilen waar koningen volbaards zich verschuilen, / bergvorsten, eeuwig hopend wachten in hun steen // om stralend te verrijzen, omgeven door wolken duisternis, / in het eeuwig nooit, in de ijdele hoop op ijler licht’. Mythe en supermarkt gaan hier hand in hand, niet als symbolen van elkaar, maar als onderdelen van eenzelfde ervaring. Ik proef er iets van sprezzatura in, bevochten lichtheid in steeds weer iets anders. Hoe klassiek ook, Schröder zapt: ‘Dan verschijnt het meisje met de afstandsbediening; gedwee maar opgelucht gaan we haar achterna.’
De Bezige Bij, 48 p., € 17,50



