de trektocht – Albertina Soepboer
door Rob Schouten
Albertina Soepboers gedichten waren altijd op een stugge manier geheimzinnig. Die stugheid is er in de trektocht ook, maar heel geheimzinnig zijn de gedichten niet meer, wel aards en mythisch tegelijk. Soepboer neemt de tijd om haar onderwerp (een vogelvlucht over eigen verleden, de Friese natuur en de zee) flink uit te smeren. Ondanks de vorm, sonnetten, is het allemaal weinig gladjes. Het is ‘klei waar ik tegen de wind meezing’, en over ‘de vogelvrouw’ schrijft ze: ‘ze hipte erover heen alsof ik moet schrijven dat ze klauterde’, geen knieval voor lezer en mode. de trektocht is een uitgestrekte bundel, tegen de honderdvijftig pagina’s Nederlands en Fries, wat veel is voor Soepboers betrekkelijke monotone poëzie; alleen wie zich erin vastbijt, blijft overeind. De zware tijd stroomt de oceaan in, stroomt zwarter / alle diepte als ik duik naar mijn dingen onder water / in stofregels geslagen, in brokkelig beeld neergezet / in vierkant. Soepboer lijkt haar eigen zompigheid ook wel in te zien, ze maakt het tot haar handelsmerk.
Contact, 144 p., € 21,95



