Het volk bestaat niet. Leiderschap en populisme in de mediademocratie – Dick Pels
door Jeroen Vullings
Dick Pels lezen is zwaar, vreugdeloos werk. Een karwei dat toch verricht moet worden, omdat de inzet van zijn opstellen serieus is en omdat hij zijn onderwerpen (die er altijd toe doen) met een prettige, liberale nieuwsgierigheid aansnijdt.
Elke vorm van dogmatisme is hem vreemd. Een partijtijger zal hij (thans werkzaam als directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks) vermoedelijk nooit worden; daarvoor denkt hij te genuanceerd. Dat is uiteindelijk ook zijn grote struikelblok: hij heeft zo veel eerbied voor wat eerder gezegd en geschreven is, wil daar zo veel recht aan doen, in het illusoire streven op de korte baan van zo’n opstel naar academische compleetheid, dat zijn eigen opinies verdwaald raken in dat grote woud van letters van anderen.
Compileren is zijn handelsmerk; hij grossiert in lappendekens van citaten en parafrases. Het stellen van een onbeantwoorde vraag tegen het slot van zo’n lap Pels-proza, neemt niet zelden de plaats in van een heldere en urgente conclusie. De schade valt mee indien we Pels bovenal als wetenschapper zien, die vooral eerdere bevindingen bijeenbrengt. Helaas beschouwt hij zichzelf ook als essayist en daar gaat het mis. Het ontbreekt hem aan geestkracht tegenover de citaten, waardoor de essayist zich speels filosoferend kan uitlaten over het kakelverse heden en de nabije toekomst. De socioloog Pels is vooral sterk in het terugblikken op en het duiden van ontwikkelingen in het verleden.
Ook in zijn nieuwe boek Het volk bestaat niet. Leiderschap en populisme in de mediademocratie zijn de meest interessante (en leerzame) passages gewijd aan het verleden. Het moderne populisme dat ons politieke landschap zo ontregelt en verandert, is zijn onderwerp. Een onderwerp dat hem niet loslaat; in De geest van Pim (2003) ging het er ook al over. Ere wie ere toekomt: Pels is een pionier in het bevragen van het hedendaags populisme van eigen bodem.
Pels wil dit populisme nu aanwenden om de democratische politiek (bestuurlijk) te vernieuwen. In het bijzonder pleit hij voor ‘een vorm van directe democratie ingebouwd in het bestaande vertegenwoordigende stelsel’. Na lezing van wat hij noemt ‘de denklijn van dit boek’ (de noemer voor de gerecyclede opstellen in Het volk bestaat niet) hebben we met Pels’ onder citaten begraven waaier van ragfijne aanbevelinkjes betrekkelijk weinig in handen. De eigenlijke zeggingskracht van Het volk bestaat niet schuilt in zijn overtuigende historische analyse van het populisme.
Pels ziet het moderne populisme als de definitieve bezegeling van de ontzuiling die begon in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij constateert dat de progressieve partijen daar nog geen antwoord op hebben kunnen vinden. Door nader in te gaan op de aard van dat moderne populisme, waarin ‘individualisering en commercialisering van het volk’ een grote rol spelen, maakt hij duidelijk dat het moderne populisme zich principieel onderscheidt van zijn fascistische voorgangers. Elegant neemt hij zo afstand van de overspannen verkettering van een partij als de PVV door enkele televisiepersoonlijkheden en publicisten als Rob Riemen.
Pels beschouwt het ‘neopopulisme’ niet als hersenloze rancunebeweging, maar als ‘de katalysator van een doorbraak op rechts, die een nieuwe samenhang smeedt tussen liberale, conservatieve en nationalistische denkbeelden’. Een nieuw fenomeen dus, dat terdege ontleed dient te worden.
Vervolgens neemt Pels de lezer mee om – ik neem mijn toevlucht tot beeldspraak – met hem vanaf de tribune een anatomische les gade te slaan. We horen PvdA-socioloog Bart Tromp het populisme als ‘plebiscitair virus’ aanduiden, dat de essentie van de representatieve democratie aanvreet. Mee eens, knikken we. Maar dan horen we de politieke columnist Hendrik Jan Schoo het populisme typeren als ‘een nuttige correctie op het democratisch falen’. Ook dat is waar. Maar nog zwaarder wegen de woorden van de liberale reus Thorbecke, die de kern raakt van de situatie waarbij de meerderheid van het getal heerst, in afkeer van de minderheid van een politieke aristocratie (de volksvertegenwoordigers): het volk is dan ‘een romp die geen hoofd duldt’.
En plotseling zijn we, na het beluisteren van dit veelkantig discours, in dezelfde fuik beland als Pels zelf, die niettemin een midden probeert te zoeken tussen de populistische kritiek op de elitaire partijdemocratie en de meerderheidsfilosofie van het populisme. Manmoedig legt hij zich in Het volk bestaat niet een onderzoek op naar de verhouding tussen politieke elite en burgers in de ‘wisselwerkingsdemocratie’. Dat resulteert, na een tocht door een academisch gangenstelsel met vele nissen, waarin bijvoorbeeld een concept als ‘het volk’ gedeconstrueerd wordt, in een voorzichtig pleidooi voor een ‘personenstelsel’, waarin burgers rechtstreeks hun controleurs van de macht en hun machthebbers kiezen.
Tja. Misschien kun je geen concretere aanbeveling verwachten bij een kwikzilverachtig fenomeen als populisme, dat zich manifesteert in bewegingen die altijd net een slag eerder plaatsvinden dan het oog ze registreert. Laat staan de pen.


Pingback: Het volk bestaat wel « Patrick Politiek