Schrijvers en Japan
door Sander Pleij
Een mooi ding over een niet mooi ding: een citaat over een natuurramp in Tokio.
‘Voorwerpen die niet over water vervoerd behoren te worden, tollen voorbij. Iemand heeft een radio, maar krijgt hem alleen maar op een woeste atmosferische storing afgesteld. De vloedgolf kruipt tegen het raam omhoog – hij is nu bij het middenmerk. Verzwolgen brievenbussen, motorfietsen, verkeerslichten. Een krokodil zet koers naar het raam en geeft een snuitstoot tegen het glas. Niemand gilt. Ik wou dat iemand het deed. Er trilt iets in zijn mondhoek – een hand. Zijn oog kijkt ons taxerend aan en kiest mij uit. Ik ken dat oog. Het fonkelt en het dier glijdt langzaam weg met een slag van zijn staart. “Tokio, Tokio,” kakelt Lao Tse. “Als het geen brand is, dan is het wel een aardbeving. Als het geen aardbeving is, zijn het wel bommen. Als het geen bommen zijn, is het wel een overstroming.”’
Het komt van David Mitchell en staat in de roman Droom Nummer Negen (Querido, 2003).
Nog net lukte het om in de Vrij Nederland van deze week enkele citaten bij het fotodocument te plaatsen uit boeken van Heinrich von Kleist en Haruki Murakami (Na de aardbeving). Maar Mitchell mailde om te vertellen dat hij nu beter niet in Vrij Nederland over deze aardbeving kon schrijven.
Mitchell: ‘Ik zou slechts de zoveelste commentator zijn in een luid koor dat het er over eens is hoe verschrikkelijk het is. In het ergste geval zou het lijken op een soort literair rampentoerisme. Het is nu aan de woordvoerders van de rampenbestrijding, de seismologen en de nucleaire technici. Ieder ander is slechts ruis.’

