Paniek in de Welzijnsmeter

door Carel Peeters

Omdat de Amerikaan Sam Harris bekender is als militant atheïst dan als hersenonderzoeker wordt zijn nieuwe boek voorzien van een sticker met de tekst Goed leven zonder God. Vanzelfsprekend moet de godsdienst het ook ontgelden in Het morele landschap, een boek waarin Harris probeert aan te tonen dat de wetenschap ons de weg kan wijzen in het bepalen van morele waarden, maar de godsdienst is maar één van de hindernissen die Harris op zijn weg vindt. Het zijn net zo goed ongelovige wetenschappers en andere mensen die van mening zijn dat over normen en waarden maar weinig echt iets wetenschappelijks te zeggen valt.

Harris’ boek Van God los was een genadeloze aanval op de bigotterieën van religies. Ook al was er niet veel op af dingen, de radicaliteit ervan deed af aan het effect. Het was kanongebulder, Harris peperde het je uitvoerig in, terwijl je al vrij snel overtuigd was. Deze instelling om de zaken niet half aan te pakken beheerst ook Het morele landschap. De wetenschap kan ons niet alleen helpen bij het denken over morele waarden en dilemma’s, voor Harris moet de wetenschap de plaats innemen die eeuwenlang door de godsdiensten werd bezet. Dat is radicaal wensdenken.

Ik twijfel er niet aan dat allerlei wetenschappen veel zinniger dingen te zeggen hebben over wat goed en slecht is dan veel godsdiensten. Maar ‘de wetenschap’ kan zich geen moreel oordeel permitteren over de duizenden subtiliteiten en tegenstrijdigheden die zich in het menselijk brein bevinden en die hun gedrag en moraal bepalen. De wetenschap kan wel zeggen dat het voor het welzijn van iemand het beste is als hij zijn ouders respecteert. Dat zou volgens Harris dan de moraal worden. Maar wat als die ouders dat niet verdienen? Het welzijn wordt dan beter gediend door die ouders aan zichzelf over te laten. Die algemene moraal werkt dus niet zomaar.

Harris gaat ervan uit dat we altijd te doen hebben met mensen als bewust levende wezens. Dat wil zeggen: met louter rationeel denkende mensen die alle wetenschappelijke feiten serieus nemen als ze zich ergens over buigen. Dat is als het om goed, kwaad, mooi of lelijk gaat een veel te grove eis. Er is meer dan de ratio nodig als het om waarden gaat. Het is wel heel verleidelijk om rationeel te werk te gaan. Het werkt als een stofzuiger: het kleine verdwijnt, het grote blijft over. Het is de manier waarop totalitaire ideologieën het aanpakten.

Sam Harris

De moraalwetenschap die Harris bepleit heeft als uitgangspunt dat morele waarden goed moeten zijn voor het welzijn van zoveel mogelijk mensen. Dat is een oud negentiende eeuws utilitair idee waar goede kanten aan zitten, maar waarin weinig rekening wordt gehouden met uitzonderingen. Het is wetenschappelijk duizend keer bewezen dat roken slecht is voor het welzijn en toch zien we het zeer bewust levende wezen H.J.A. Hofland van tijd tot tijd met smaak een sigaar opsteken.

Stel dat het Centraal Cultureel Planbureau een Welzijnsmeter zou ontwerpen. Dan zouden daar alleen maar algemeenheden zonder kraak of smaak uitkomen. Elke uitzondering verdwijnt in de grote cijfers of zorgt voor verwarring en paniek omdat hij niet ten goede komt aan zoveel mogelijk mensen. Harris’ criterium dat de moraal ten goede moet komen aan het welzijn van zoveel mogelijk mensen, wordt tegengewerkt door het bestaan van te veel soorten welzijn. Iemand kan zijn welzijn wel vinden door altijd maar op reis te gaan, door vijfhonderd verschillende zelfportretten te maken, door elke dag plakjes hersens te bestuderen, door de filosofie van het utilitarisme te bestuderen – anderen moeten hier niet aan denken.

‘Als er een belangrijke bron van waarde bestaat die niets te maken heeft met het welzijn van wezens met bewustzijn’, schrijft Harris, dan zou dat zijn stelling ontkrachten dat de wetenschap iets belangrijks kan zeggen over waarden. Een belangrijke bron van waarde kan het leveren van een inspanning zijn, zonder dat je weet of die inspanning wordt beloond. Die inspanning heeft niets te maken met welzijn, daar is helemaal geen rekening mee gehouden. Welzijn is helemaal geen, of kan niet altijd een criterium zijn. Degene die een inspanning levert kan er zelfs helemaal geen plezier aan hebben beleefd, maar hij ging toch door omdat er geen andere manier was om tot iets te komen. Mensen doen ontzettend veel zonder dat daarbij ook maar een moment aan welzijn wordt gedacht. Je leeft niet om beloond te worden met welzijn.

Als neurowetenschapper verwacht Harris veel van wat het hersenonderzoek zal opleveren. Bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van een betrouwbare leugendetector. Hij stapt zonder problemen in een Brave New World als hij speculeert over de tijd dat in elke rechtszaal of bestuurskamer onzichtbaar een leugendetector zal worden geplaatst. Dat luidt de komst in van leugenvrije ruimtes, te vergelijken met rookvrije ruimtes. Dat zal ook een einde maken, schrijft hij, aan de feilen van rechters en jury’s, die ‘maar heel gebrekkig afgestelde leugendetectors’ zijn. Harris heeft duidelijk zijn nieuwe geloof gevonden.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.