Ongenoegen is geen ressentiment

door Carel Peeters

Iemand van wie wordt gezegd dat hij vol ressentiment zit bekijk je niet met verwachtingsvolle nieuwsgierigheid. Dat is een wandelend brok wrok. Op de onverwachtste momenten komt zijn geheime agenda tevoorschijn en probeert hij af te rekenen wat al lang open staat in de kolom te betalen. Dan wordt er wraak genomen.

Sjaak Koenis. Foto: Uitgeverij Van Gennip

Menno ter Braak zei het al, het woord ressentiment heeft een ongunstige klank. Naast de individuele vorm van wrok bestaat ook een politiek of sociologisch ressentiment: de wrok van de arme ten opzichte van de rijke, van de weinig bezittende klasse ten opzichte van de bezittende klasse. Zo gezien is ressentiment iets van alle tijden, want er zullen altijd mensen zijn die meer hebben dan een ander, dus zal er altijd reden zijn tot afgunst.

Het is niet voor niets dat ressentiment een ongunstige klank heeft. Het is een sfeerbepalende emotie: het is alsof iemand permanent achterdochtig en afgunstig loopt te doen: een en al verwijt. Vandaar dat de Duitse filosoof Max Scheler in zijn boek Het ressentiment in de moraal (1912) ressentiment ‘de zelfvergiftiging van de ziel’ noemt, erger dan afgunst of haat.

Wanneer ressentiment inderdaad de zelfvergiftiging van de ziel is, wat kan Sjaak Koenis dan hebben bewogen om het woord zo prominent in de titel van zijn oratie De democratisering van het ressentiment te zetten? Als de nieuwe hoogleraar in de sociale filosofie aan de Universiteit van Maastricht moet hij gedacht hebben: wanneer Nietzsche, Scheler en Ter Braak het over het verschijnsel ressentiment kunnen hebben, waarom ik dan niet?

Maar Koenis heeft veel minder reden om het zo makkelijk over ressentiment in de huidige samenleving te hebben. Hij gebruikt het woord veel ruimer dan Nietzsche, Scheler of Ter Braak. De laatste keer dat ressentiment uitvoerig werd gebruikt (door Ter Braak) ging het over het nationaal-socialisme als rancuneleer. Dat ressentiment was irrationele haat tegen joden, zigeuners en niet-germanen. De daarmee verbonden beroerde klank heeft het woord nog steeds.

Bij Koenis betekent ressentiment niet veel meer dan maatschappelijke boosheid en onbehagen. Daarvoor lijkt het mij een veel te groot woord. Het klinkt wel heel geïnformeerd en interessant, maar het is verre van adequaat om de boosheid van de vele aanhangers van Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Geert Wilders mee te typeren.

Volgens Koenis denken veel mensen dat de huidige boosheid een teken is van het falen van de democratie: ‘De boosheid is volgens mij juist het gevolg van het succes van de democratie.’ De democratie als uitlaatklep voor ongenoegen. Dat lijkt mij precies waar de democratie onder meer voor is. Ik denk, anders dan Koenis, dat er niet veel mensen zijn die het falen van de democratie de schuld geven van zoveel boosheid. Er is democratie genoeg. Het is de inhoud van die boosheid waar men verontrust over is: de vreemdelingenhaat, de hekel aan kunst en cultuur, het over één kam scheren van de islam. Daar komt afgunst, haat en enig ressentiment bij kijken, maar het gaat te ver om elk ongenoegen of onbehagen ressentiment te noemen.

Het lijkt heel sophisticated om te schrijven dat ‘emancipatie en ressentiment inniger met elkaar verbonden zijn dan veel mensen willen toegeven. Ressentiment levert de brandstof voor de motor van de emancipatie’, maar het is toch iets teveel Grunberg-leuk plagerig. Dit zou betekenen (Koenis heeft het over het zuur van het ressentiment), dat het leven in alle opzichten totaal verzuurd wordt door afgunst en haat, dat emancipatie een gevecht tussen is concurrerende ratten. Dat verband tussen emancipatie en ressentiment is niet meer dan parmantige diepzinnigheid. Het maakt iedereen die verbetering van zijn lot nastreeft verdacht. Koenis heeft veel in Ter Braak gelezen, maar hij heeft helaas over het hoofd gezien dat Ter Braak (die het vaak veel te ingewikkeld maakt), het soms eenvoudig houdt en dan niet meer van ressentiment spreekt, maar van ‘de strijd der mensheid in haar zelfontplooiing’. Dan hebben we het niet over haat, afgunst of de zelfvergiftigde ziel, maar over verbetering, ontwikkeling en verheffing om zichzelfs wil, niet of nauwelijks in concurrentie met anderen.

Wat niet wil zeggen dat er geen sprake is van maatschappelijk ongenoegen waar kanten aan zitten die op ressentiment lijken, met name bij de aanhangers van Geert Wilders. Dat ongenoegen heeft, Koenis signaleert het zelf, te maken met de tragische kloof die aan het ontstaan is tussen hoger en lager opgeleiden, tussen mensen die van hun talenten gebruik kunnen maken, en mensen die te weinig talent hebben. In onze diplomademocratie of meritocratie moeten manieren gevonden worden om mensen met minder talent (‘de verliezers van de moderniteit’) toch hun trots te geven.

Er is iets paradoxaals aan de hand in Koenis’ oratie: hij geeft het onbehagen van de ‘boze burgers’ de omineuze naam ressentiment, en tegelijk maakt hij het kleiner door het uiten van dat ressentiment als het succes van de democratie te zien. Kennelijk vindt hij het begrip ressentiment niet zo negatief als Scheler. Maar dan had hij het niet over het ‘zuur van het ressentiment’ moet hebben. Zuur is niet zoet.

Gepubliceerd op: | 2 Comments


  • Susanne

    Ken je het ressentiment volgens Peter Sloterdijk in Woede en Tijd ?

  • Leckerbeetje

    Falen van de democratie? Succes van de democratie?
    Democratie is geen gedefinieerd begrip. Het is een wensbeeld, een ideologie waarin iedereen zijn eigen normen, waarden en wensen projecteert. En daarmee de ander om de oren slaat wanneer het hem uitkomt.Over welke democratie heeft Koenis het eigenlijk?Ook is er een heel groot gebied tussen een stalinistische dictatuur en een volledig uitontwikkelde democratie waarin burgers inderdaad zichzelf regeren. Op zijn best zit onze ‘democratische rechtsstaat’ daar ergens tussenin. (Voor de twijfelaars onder u: sla het jaarverslag van de ombudsman er even op na.)Eén keer per vier jaar of zoveel eerder als onze bestuurders het nodig vinden mogen de nederlanders een rood stippeltje zetten op een van rijkswege verstrekt, voorbedrukt formulier. Om daarmee een systeem te legitimeren dat vervolgens een lange neus tegen diezelfde burgers trekt.Volgens het SCP vreest inmiddels 80% van de nederlanders dat hun kinderen het slechter zullen hebben dan zijzelf. (Nederland is daar in het westen geen uitzondering in.) Sociologisch is dat een aardverschuiving van jewelste, maar onze politici weten van niets of kijken de andere kant op.De 3, 5 of 10 zaken waar nederlanders zich zorgen over maken liggen allemaal op het bordje van de politici en die kunnen/willen/doen er niets mee. De nederlanders hebben dan ook alle redenen om boos op hun politici zijn.Dat ligt niet (alleen) aan die politici persoonlijk, maar (vooral) aan het feit dat heel nederland inmiddels ontzuild is, behalve ons politieke systeem. Dat de politici bij gebrek aan een anker in de samenleving het spoor bijster zijn geraakt en het politieke proces ‘geprivatiseerd’ hebben is dan ook niet vreemd.Burgers willen het systeem veranderen maar kunnen het niet. Politci (helaas de producten van een zelf-selecterend systeem, vergelijk de banken) kunnen het wel maar willen het niet. Om een welbegrepen materieel en ideologische eigenbelang. En zo modderen we verder.Woody Allen heeft eens gezegd: “het feit dat ik paranoide ben wil nog niet zeggen dat ze niet achter me aan zitten.” Het feit dat ik boos ben wil nog niet zeggen dat ik geen goede reden heb om boos te zijn.Het gemak waarmee mensen als Koenis, die reeel bestaande boosheid – hoe onhandig misschien vaak ook geformuleerd – wegrationaliseren, maakt de zaak er bepaald niet beter op.Bovendien maken zij en Koenis niet alleen de fout om oorzaak en gevolg door elkaar te halen, maar wat nog erger is: de wenselijkheid van de democratie te verwarren met het feitelijke functioneren van de democratie. Ook intellectueel nederland heeft nog een lange weg te gaan.

© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.