Is het allemaal geluk in Nabokovs fonkelende woorden?

door Carel Peeters

Het valt niet te ontkennen dat het voorkomt, maar vaak zie je het woord ‘happiness’ niet opduiken in het werk van Vladimir Nabokov. Vandaar mijn verbazing dat het in de ondertitel staat van het boek dat Lila Azam Zanganeh over Nabokov heeft geschreven: The Enchanter. Nabokov and Happiness*. Dat hij het woord zelf zelden gebruikt wil niet zeggen dat ‘geluk’ niet in overvloed aanwezig is zijn romans en memoires – dat toont Azam Zanganeh overvloedig genoeg aan. Maar ‘happiness’ is een veel te banaal woord voor Nabokov.

Azam Zanganeh heeft zelf een heel hoofdstuk (‘The crunch of happiness’) waarin ze Nabokovs specifieke fonkelende woorden (‘scintillating words’) verzamelt, en daarin komt happiness zelf niet voor. Het gaat er juist om dat Nabokov een meester is in het vinden en maken van woorden die op een of andere manier met geluk samenhangen, maar die wel iets specifieks van dat geluk uitdrukken. En dat in eindeloze variatie.

Nabokov geeft in Speak Memory zijn allereerste eerste meisje, Tamara, bijvoorbeeld een naam die (vertaal ik) meekleurt met haar echte naam: ‘to give her a name concolorous with her real one’. Hij had ook kunnen schrijven ‘een naam die wel iets wegheeft van haar oorspronkelijke naam’, maar dat zou heel onnabokoviaans zijn. Kleur is bij Nabokov altijd met   geluk verbonden.

Dat het woord ‘happiness’ te prominent in het boek voorkomt verhindert niet dat The Enchanter een boek is dat er ooit eens van moest komen: een boek waarin iemand alleen maar spint van genoegen bij het lezen en bestuderen van Nabokovs werk, een liefhebber zonder opgetrokken wenkbrauwen, die meegaat met alle spelletjes die Nabokov met de lezer speelt. Azam Zanganeh schrikt er niet voor terug om te schrijven dat Nabokov zich naar het geluk toe heeft geschreven door een liefdesaffaire met de taal aan te gaan. Zijn werk is het verslag van die affaire. Dat is dan een aanstekelijke affaire, want Azam Zanganeh gaat zelf als Nabokov denken schrijven, op het gevaar af te veel met hem samen te vallen.

Dat gevaar wordt min of meer bezworen omdat Azam Zanganeh zich geheel in de geest van Nabokov op de details richt (‘Caress the details! The divine details!’). Daarvoor moet ze terug naar zijn jeugd in en rond Sint Petersburg. Daar bevinden zich de bronnen van Nabokovs geluk: het zonlicht dat door de bomen viel, de carbidlamp op zijn fiets, de vlinders die zich verstopten in de bast van een boom, Tamara die hem, op een hoog muurtje zittend, in de verte aan zag komen fietsen.

Een van de eerste daden die Nabokov verrichtte toen hij in 1919 uit Rusland was vertrokken was het vertalen van Lewis Carrolls Alice in Wonderland in het Russisch. Dat spreekt Azam Sanganeh natuurlijk aan. Ze speelt Alice wanneer ze in haar twaalfde hoofdstuk doet alsof ze in een gat valt en onderweg Nabokov-parafernalia tegenkomt, zoals Alice de voorraadkast. Ook Azam Zanganeh eindigt met een lange nek en lange benen, maar voor haar staat geen flesje klaar met de aansporing Drink me!, maar Read me! geschreven op een exemplaar van de Oxford English Dictionary. Die moet ze raadplegen omdat ze zichzelf heeft toegegeven dat Nabokov niet altijd meteen te begrijpen is. Soms raakt ze geïrriteerd, maar wordt dan wel tegelijk leergierig nieuwsgierig.

Het valt niet te ontkennen dat Nabokov met zijn manier van schrijven altijd uit was op een soort geluk, door hem liever ‘delight’ genoemd. Wanneer je een willekeurige pagina van Geheugen, spreek neemt (bijvoorbeeld pagina 111 in Rien Verhoefs vertaling), dan heeft hij het daar over ‘spannende ochtenden’, ‘verblindend ijzig voorjaar’, daken die ‘blinken’, ‘magnifieke dagen’, gevolgd door iemand die gemakkelijk weer ‘opwinding’ voelt. Het zijn allemaal geluk-verwante woorden die iets fonkelends uitdrukken.

Azam Zanganeh wekt door haar aanstekelijke enthousiasme de indruk alsof Nabokovs betoverende manier van schrijven zijn hele wereld uitmaakt. Dat is natuurlijk niet zo. Nabokovs kleurrijke stijl verbergt bijna dat de wereld van zijn romans wordt beheerst door vleugels én klauwen, van licht en schaduw. Een roman van Nabokov heeft ‘wings and claws’, en niet alleen vleugels zoals Azam Zanganeh min of meer suggereert. Tederheid, onschuld, vlinders, tijdloosheid: dat heeft Nabokov uit zijn jeugd meegenomen en werd bepalend voor zijn leven en het schrijven. Maar tegenover alle sympathieke gevoelens, gewaarwordingen en personages in zijn romans staan de sinistere, wrede, morbide gevoelens en figuren, zoals Rex en Margot in Een lach in het donker, of Walentinov in De verdediging. En Humbert Humbert in Lolita is natuurlijk allerminst man zonder klauwen en schaduwkanten.

Nabokov had oog voor het sinistere en voor het betoverende. Hij wist het betoverende te waarderen. In het fictieve interview dat Azam Zanganeh met hem heeft, herhaalt Nabokov een waargebeurde anekdote: hoe zijn eerste kennismaking voorgoed bepalend is geweest voor zijn kijk op Amerika. Die kennismaking verliep via de taxichauffeur die hem, zijn vrouw Vera en zoon Dimitri in New York naar het adres van zijn nicht Nathalie bracht. Nabokov las op de meter dat de rit ‘90’ kostte en gaf de chauffeur al het geld dat hij had, een biljet van honderd dollar. De man gaf het hem meteen terug. Het was niet 90 dollar, maar 90 cent. ‘I am taken to this day with the civility of our first American’, en voegt er aan toe dat deze vreemdeling in Rusland ‘penniless’ zou zijn achtergebleven. Zo krijg je een zonnig kijk op de wereld.

* Het boek van Lila Azam Zanganeh verscheen in Nederlandse vertaling bij Contact.

 

 

 

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.