Holocaust is niet het product van de moderniteit
door Carel Peeters
Op de vertwijfelde vraag van de Engelse allesweter George Steiner hoe het kan dat een liefhebber van Mozart en Beethoven nazistische misdaden kon begaan, bestaat een even elegant als afdoend antwoord: ‘Voor monsterlijke daden heb je geen monsters nodig’. Het is afkomstig van de Engels/Poolse socioloog Sygmunt Bauman, gedaan in een van de interviews die hij gaf naar aanleiding van zijn Holocaust Memorial Day-lezing in Nijmegen.
Het was niet de eerste keer dat Bauman zich over de achtergronden van de Holocaust uitliet. In feite was wat hij zei een herhaling van zijn boek De moderne tijd en de Holocaust uit 1989. Bauman trad toen in het voetspoor van Richard L. Rubenstein die tijdens een conferentie over Western Society after the Holocaust had gezegd: ‘De wereld van de vernietigingskampen en de maatschappij die deze voortbrengt, onthult de steeds krachtiger zwarte kant van de joods-christelijke beschaving. De beschaving brengt slavernij, uitbuiting en vernietigingskampen. Ze brengt ook geestelijke hygiëne, verheven religieuze ideeën, schone kunsten en verfijnde muziek. Het is een vergissing te denken dat beschaving en woeste wreedheid tegenstellingen zijn. (..) Schepping en vernietiging vormen onafscheidelijke aspecten van wat wij beschaving noemen.’
Bron van deze beschaafde �woeste wreedheid� zou de moderne tijd zijn die met zijn rationalisme voor de bureaucratische en organisatorische middelen zorgde. Die moderne tijd begint voor Bauman tijdens de achttiende eeuwse Verlichting. Dan wil de mens het heft in eigen handen nemen: ‘Hij wil niet meer leven in chaos, afhankelijk van God en natuur, hij wil de wereld in orde brengen. Modernisering is de rationele reis naar deze perfecte orde. Een voor een moeten alle problemen worden opgelost.’ De nazis wilden deze ambitie tot het uiterste doorvoeren: ‘De nazis wilden voor eens en voor altijd afrekenen met alles wat chaotisch, onvoorspelbaar en niet nuttig was’ (Trouw, 28 januari 2012).
Probleem met deze visie op de moderne tijd, het rationalisme en nazisme is dat je de hele moderne tijd, de hele modernisering van de wereld door middel van het gebruik van het verstand, zou moeten afschaffen om te voorkomen dat mensen van dat verstand ook misbruik maken. Iemand anders die Bauman in zijn boek citeert zegt over de gaskamers van de nazis: ‘Zelfs het algehele plan was een uit de hand gelopen weerspiegeling van de moderne wetenschappelijke mentaliteit’. Dit klinkt parmantig, maar deze bijna-gelijkstelling van de wetenschappelijke mentaliteit en de daden van de nazis is onzin. Dat zou betekenen dat die wetenschappelijke mentaliteit er niet zou hebben mogen zijn om de daden van de nazis te voorkomen. Dus: voortaan geen wetenschappelijke mentaliteit meer, dan krijgen we ook geen ellende meer.
Met een eenvoudige vergelijking: de bijl moet worden afgeschaft, want iemand kan op het idee komen zijn buurman er zijn hersens mee in te slaan. Wat teruggedrongen moet worden is het irrationeel gebruik van de wetenschap, of het rationeel gebruik van de wetenschap voor verkeerde doelen.
Door deze nadruk op de aberraties van het rationalisme raken de minstens zo belangrijke andere bronnen van het nazisme op de achtergrond: het irrationalisme, het antisemitisme, de Germaanse mythe en de behoefte aan macht, het idee heer over de hele wereld te kunnen zijn (het Herrenvolk). Dat zijn de echte drijfveren van het nazisme. De organisatie van deze ‘woeste wreedheid’ werd alleen maar ontleend aan wat er op dat moment aan organisatieprincipes in de wereld voorhanden waren, niet verschillend van wat er in alle fabrieken en kantoren over de hele wereld usance was, alleen fanatieker en irrationeler toegepast.
Verwarrend hierbij is dat voortdurend gesproken wordt over ‘de moderne tijd’, ‘het modernisme’ of ‘de moderniteit’. Daarbij gaat men ervan uit dat iedereen weet dat dit een sociologisch begrip is dat begrepen moet worden in het licht van wat de socioloog Max Weber er honderd jaar geleden over heeft gezegd: dat de moderne wereld door het rationalisme is onttoverd, dat er een tendens is tot objectivering van alles, dat alles werd gezien in het licht van de doelmatigheid. Dat rationalisme van Weber was veel te beperkt, er waren toen ook al veel meer invloeden bepalend. De onzekerheid waar het modernisme in de kunst in de eerste helft van der twintigste eeuw voor heeft gezorgd (Valéry, Thomas Mann, Ter Braak) is langzaam tot het hedendaagse denken gaan behoren.
Webers begrip van moderniteit is nauwelijks nog van toepassing. Er zijn hele andere maatschappelijke verschijnselen dominant geworden: de wereldwijde communicatie, de technologische innovaties, neo-liberale hebzucht, monetaire crisis, populisme, de opkomst van China, India, de democratie die de macht veel krachtiger controleert. De hedendaagse wereld is veel minder rationeel, wordt door veel meer factoren bepaald dan alleen rationalisme. Bauman spreekt zelf dan ook van een ‘vloeibare moderniteit’. Maar hij trekt niet de consequentie door afstand te nemen van zijn oude theorie dat de Holocaust de ultieme uitwerking van de moderniteit was. Dat was het alleen maar wanneer je het begrip moderniteit van Max Weber accepteerde. Daarin speelde de irrationaliteit die het nazisme zou gaan beheersen nog geen rol. Ondertussen heeft Bauman natuurlijk gelijk dat je voor monsterlijke daden geen monsters nodig hebt.


