De literaire kritiek slaat terug

door Carel Peeters

Het is nog maar een paar maanden geleden dat een hoogleraar in de Nederlandse letterkunde aan een kunstzinnig gezelschap vertelde dat de vraag die hem als literatuurwetenschapper op feestjes en in het café verreweg het meest gesteld wordt, is ‘of de boeken van auteur x, y of z wel tot de literatuur gerekend kunnen worden’. Vanuit mijn vakmatige achtergrond, zei de hoogleraar, ‘heb ik eigenlijk alleen maar ontwijkende antwoorden. Ik kan wel vertellen waarom die vraag uitgaat van een achterhaald idee van literariteit, maar ik heb geen set van gedeelde waarden tot mijn beschikking om zelfs maar het begin van een echt antwoord op te baseren.’

Dat nu achterhaalde idee van ‘literariteit’ (jargon voor ‘wat iets tot literatuur maakt’) hield in dat je literatuur kon herkennen door te letten op stijl, originaliteit, diepgang, gelaagdheid, compositie en thematiek. Volgens die hoogleraar doen deze criteria niet meer ter zake omdat die afkomstig zijn van ‘deskundigen en kenners’ en dat zijn niet de lezers, en die bepalen wat literatuur is. Door ‘de democratisering van de smaak’ maken ze nu zelf wel uit wat ze mooi en lelijk vinden. Zijn studenten kan de hoogleraar dus niets meer leren. Anders dan de ‘literariteit’ is het betalen van collegegeld nog niet achterhaald.

Dat zo over literatuur gedacht wordt komt door de opvatting over cultuur die er achter zit en die vooral uitgedragen wordt door de afdeling Culturele Studies. Alles krijgt daarin evenveel gewicht, of het nu Kluun of Grunberg is, Reinbert de Leeuw of Jantje Smit. Ook al misgun je niemand Kluun of Jantje Smit, er is wel een groot verschil in soortelijk gewicht met Grunberg en De Leeuw. Wie dit zegt hecht volgens Culturele Studies aan het uitoefenen van macht.

Gevolg van deze proletarisering van de smaak was dat  Rónan McDonald in 2008 zijn boek The Death of the Critic moest schrijven. De criticus was overleden omdat hij niet meer mocht oordelen. Dat was elitair. Nadat McDonald de doodsoorzaak (te veel theorie, te veel gelijkgeschakelde cultuur) uiteen heeft gezet zorgt hij aan het eind voor een opstanding van de criticus door te herinneren aan illustere critici als William Hazlitt, Virginia Woolf en William Empson (in Nederland Busken Huet, Menno ter Braak, H.A. Gomperts, Kees Fens). Dat waren critici met een persoonlijke stem, voor wie kritieken onverbrekelijk verbonden waren met oordelen.

Zoals McDonald voorzag: the critic strikes back. In Engeland heeft de website voor literaire kritiek The Omnivore een prijs ingesteld voor de beste harde literaire kritiek van het jaar: de Hatchet Job of the Year, anders gezegd: wie de bijl dit jaar het beste wist te hanteren. De bedoeling van de prijs is het aanzien van de professionele kritiek op te vijzelen ‘and to promote honesty and wit’. We hebben mensen nodig, staat in het Manifesto van de prijs, die weten waarover ze het hebben, die kritieken kunnen schrijven die zowel informatief en opwindend zijn. Het is een kruistocht tegen saaiheid, luiheid en onderdanigheid. Het gaat om het belonen van gedurfde en met stijl geschreven kritiek.

De website van The Omnivore is juist niet voor lezers die alles maar eten. De recensies van alle belangrijke recent verschenen boeken zijn er op te vinden, afkomstig van serieuze kranten en weekbladen (The Guardian, The Times, Times Literary Supplement, The Independent, The New York Times, The Spectator). Daaruit komen ook de zes kritieken die naar de prijs gaan dingen, zoals het stuk van Geoff Dyer over The Sense of an Ending, de roman van Julian Barnes die de Man Booker Prize kreeg. Dyer speelt vernuftig met het motief dat de hoofdpersoon het volgens zijn vriendin ‘niet door heeft’. Dyer heeft  op zijn beurt niet door waarom het in de roman draait. Een andere gegadigde voor de prijs is de recensie van Mary Beard over het boek van de kunstcriticus Robert Hughes over Rome. Beard is de gekoesterde classica van de Times Literary Supplement. De eerste twee honderd pagina’s van Hughes’ boek, tot aan het hoofdstuk over de Renaissance, wemelen volgens Beard van de fouten, zoveel dat het ‘little short of a disgrace’ is en ‘will mislead the innocent and infuriate the specialist’.

The Omnivore is ideaal om het sprookje van Thomas Vaessens (de bewuste hoogleraar) uit de wereld te helpen dat er geen criteria zijn om literatuur mee te herkennen. Hier staan bijvoorbeeld alle kritieken bij elkaar over de debuutroman The Art of Fielding van Chad Harbach, de redacteur van het tijdschrift n + 1. Deze roman (‘the Moby Dick of baseball’) wordt door Wyatt Mason in The New Yorker een ‘unusually charming début’ genoemd, onder meer omdat Harbach in de hele roman zo vernuftig met Melville’s Moby Dick speelt. Maar dat gebeurt voor Nat Segnit in The Independent nu juist net iets te veel: het zijn ‘genoeg referenties naar Melville om een heel walvisschip te laten zinken’). Zie hier de literaire kritiek aan het werk. Alle, al dan niet gedeelde, literaire waarden komen er in langs. Zoek de criticus die je bevalt op de hatchetjoboftheyear.com en theomnivore.com.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.