<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>De Republiek</title>
	<atom:link href="http://www.vn.nl/boeken/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.vn.nl/boeken</link>
	<description>Vrij Nederland</description>
	<lastBuildDate>Wed, 22 Feb 2012 16:07:10 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>De laatste nachten van Parijs &#8211; Philippe Soupault</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/fictie/de-laatste-nachten-van-parijs-philippe-soupault/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/fictie/de-laatste-nachten-van-parijs-philippe-soupault/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 16:07:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Aart van Zoest</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Fictie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensie]]></category>
		<category><![CDATA[Doupsuly]]></category>
		<category><![CDATA[tomsn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2848</guid>
		<description><![CDATA[De lezer beleeft samen met hoofdpersoon Jacques nachtelijke dwaaltochten door Parijse straten en pleinen in de hoop droomvrouw Georgette weer te ontmoeten.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de eerste helft van de vorige eeuw heeft de Franse literatuur reuzen geleverd van het formaat Céline, Proust, Gide, Malraux. Die hadden hun plaats in een context van andere auteurs die minder bekend bleven maar in het letterkundig bedrijf een niet uit te vlakken rol hebben gespeeld. Uitgevers Coppens &amp; Frenks brengen dat in herinnering. Onze kijk op de letterkundige rijkdom van die tijd is daarmee uiteraard gediend. Freud had er intussen op gewezen dat dromen het verdienden om te worden verteld en Apollinaire creëerde het woord ‘surrealisme’. Zo konden er auteurs optreden die zich surrealisten noemden – ze plaatsten gedroomde werkelijkheid centraal in hun werk. Soupault, mindere god, neemt in hun midden een plaats van betekenis in, zoals de vertaalster aantoont in een einleuchtend nawoord (een letterkundecollege). Nauwelijks een plot; de lezer beleeft  samen met hoofdpersoon Jacques  nachtelijke dwaaltochten door Parijse straten en pleinen in de hoop droomvrouw Georgette weer te ontmoeten. Toeval bepaalt de route en de ontmoetingen met figuren die, zoals dat in dromen hoort, duister zijn als de nacht. Die route wordt concreet aangegeven, een liefhebber zou hem vandaag de dag of nacht kunnen nawandelen.</p>
<p><em>Coppens &amp; Frenks, vertaling en nawoord Mirjam de Veth, 157 p., € 24,95</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/fictie/de-laatste-nachten-van-parijs-philippe-soupault/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een rijk alleen &#8211; Niels Gerson Lohman</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/fictie/een-rijk-alleen-niels-gerson-lohman/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/fictie/een-rijk-alleen-niels-gerson-lohman/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 16:04:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjolijn Pouw</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Fictie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensie]]></category>
		<category><![CDATA[fictie]]></category>
		<category><![CDATA[Gerson Lohman]]></category>
		<category><![CDATA[roman]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2846</guid>
		<description><![CDATA[Romandebuten gaan meestal over een kindertijd vol ellende en dan volwassen worden. Ook het debuut van Niels Gerson Lohman.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.vn.nl/boeken/fictie/een-rijk-alleen-niels-gerson-lohman/attachment/gerson-lohman-een-rijk-alleen-hr_preview/" rel="attachment wp-att-2847"><img class="alignright size-medium wp-image-2847" title="Gerson Lohman - Een rijk alleen" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Gerson-Lohman-Een-rijk-alleen-HR_preview-186x300.jpg" alt="" width="186" height="300" /></a>Romandebuten gaan meestal over een kindertijd vol ellende en dan volwassen worden. Ook het debuut van Niels Gerson Lohman. Het door hem opgevoerde jeugdtrauma is een verslaafde vader en de verdrinkingsdood van een oudere broer. Mos Lupin, die het drama vertelt, groeit in de puberteit uit tot een ettertje dat van zichzelf zegt: ‘Ik was niet te vertrouwen en ik was er trots op.’  Hij komt tot inzicht als hij zijn demente, stervende vader uit zijn lijden verlost. Een versleten onderwerp zegt niets over de kwaliteit van een boek, die zit in de aanpak. Heeft Gerson Lohman nog iets aan het genre toe te voegen? De roman is conventioneel opgebouwd, en aanvankelijk vlak en gewild kinderlijk van toon. Daar komt verandering in als Mos de geleidelijke teloorgang van zijn vader beschrijft. De slotscène waarin hij met hem afrekent, laat zien wat Gerson Lohman kan. Van hem kunnen we meer verwachten.</p>
<p><em>Nijgh &amp; Van Ditmar, 224 p., €17, 50</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/fictie/een-rijk-alleen-niels-gerson-lohman/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Frits Staal, gevlogen zoon, 1930-2012</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/frits-staal-gevlogen-zoon-1930-2012/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/frits-staal-gevlogen-zoon-1930-2012/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 10:43:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Carel Peeters</dc:creator>
				<category><![CDATA[Schrijvers]]></category>
		<category><![CDATA[Filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[Staal]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2843</guid>
		<description><![CDATA[De heren op dit Parijse terras in de jaren negentig zijn Willem Frederik Hermans, Max Pam en Frits Staal, de deze week overleden filosoof die eind jaren zestig, nadat De Gids in 1967 zijn artikel ‘Zinvolle en zinloze filosofie’ had gepubliceerd, de Universiteit van Amsterdam verliet omdat de filosofie hier volgens hem werd bedreven door dromers in plaats van denkers. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/staal.png" rel="shadowbox[sbpost-2843];player=img;"><img class="alignright size-medium wp-image-2844" title="staal" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/staal-300x202.png" alt="" width="300" height="202" /></a>De heren op dit Parijse terras in de jaren negentig zijn Willem Frederik Hermans, Max Pam en Frits Staal, de deze week overleden filosoof die eind jaren zestig, nadat De Gids in 1967 zijn artikel ‘Zinvolle en zinloze filosofie’ had gepubliceerd, de Universiteit van Amsterdam verliet omdat de filosofie hier volgens hem werd bedreven door dromers in plaats van denkers.<span id="more-2843"></span></p>
<p>Hij vertrok naar Berkeley waar hij het doceren van rationele filosofie combineerde met Aziatische studies, in het bijzonder het Sanskriet en Vedische Rituelen. Staal vond dat alles rationeel bestudeerd kon worden, ook mystiek en rituelen, zoals hij aantoonde in Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap, Exploring Mysticism en Rules without Meaning. Na zijn emeritaat in 1991 verhuisde Staal naar Thailand waar hij veel schreef over Indiase logica en linguïstiek. Staal is altijd de geniale, uit Nederland gevlogen zoon gebleven. Hij was van mening dat de beschaving zou terugkeren naar Azië, onder leiding van India en China.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/frits-staal-gevlogen-zoon-1930-2012/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Anil Ramdas, intellectueel en clanhoofd</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/anil-ramdas-intellectueel-en-clanhoofd/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/anil-ramdas-intellectueel-en-clanhoofd/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 09:02:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stephan Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Schrijvers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2839</guid>
		<description><![CDATA[Het was uiterst belangrijk dat wij elkaar zagen, hij had al mijn stukken uit De Groene Amsterdammer gelezen en begreep ze, begreep ik, veel beter dan ikzelf.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>We hadden elkaar één keer in levenden lijve ontmoet, na lang aandringen van Anils kant. Hij stuurde me twee keer hetzelfde boek, van hemzelf, en ik reageerde niet. De zonde van de acedia, de gemakzucht, de luiheid, die hij zo in het geheel niet kende. Gebelgde stem aan de telefoon: het was uiterst belangrijk dat wij elkaar zagen, hij had al mijn stukken uit De Groene Amsterdammer gelezen en begreep ze, begreep ik, veel beter dan ikzelf.<span id="more-2839"></span></p>
<p>De afspraak vond plaats in een ongelooflijk modern café, althans voor 1986. Hij was verbijsterd toen hij me zag: ‘Maar jij bent bruin.’ Daar wist ik niets op terug te zeggen. Er stonden toen nog geen auteursfoto’s bij stuk&#8232;jes, en ik had al mijn kroeshaar nog. Het leek net echt, en ik geloof dat ik door Anil ook ter plekke bruin werd.</p>
<div id="attachment_2840" class="wp-caption alignright" style="width: 234px"><a href="http://www.vn.nl/boeken/schrijver/anil-ramdas-intellectueel-en-clanhoofd/attachment/anil-ramdas/" rel="attachment wp-att-2840"><img class="size-medium wp-image-2840" title="Anil Ramdas" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Anil-Ramdas-224x300.jpg" alt="" width="224" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Ivo van der Bent</p></div>
<p>De tweede keer ging ik naar het huis van die razend gedreven man, die lawines van taal over je uitstortte: over Stuart Hall, de Birmingham School, Naipaul, het neokolonialisme, het oriëntalisme, Bollywood, de stijlvastheid van de creool en de noodzaak van het dragen van witte hemden. Hij woonde in de Bijlmer toen, hij was de enige uit mijn kennissenkring die getrouwd was en een kindje had – ik vond het allemaal hoogst exotisch. Ik werd ontvangen. De kamer zat vol familie. Zijn vrouw. Zijn zuster. Haar man. Een zwager. Een neef. Een schoonzuster. Nog een schoonzuster. Plus aanhang. Hij was naast intellectueel ook clanhoofd, ik stapte een familiewereld binnen die ik niet kende. Voor hem was die vanzelfsprekend. Maar ik denk dat-ie ook dondersgoed wist hoe veel indruk het op me zou maken, dat achteloos weggeven van zijn hele familie aan mij, de geadopteerde.</p>
<blockquote><p>&#8220;Anil heeft me tot in de details bijgespijkerd, hij heeft heel Nederland tot in de details bijgespijkerd&#8221;</p></blockquote>
<p>Dat was de onuitgesproken deal: hij zou me alles leren over het leven dat ik ook had kunnen hebben, als ik wat Bruiner was opgevoed; en als ik hem dan wegwijs kon maken in die rare Hollandse gewoonten, zoals psychologie, etiquette, klassieke westerse muziek, dat soort kleinigheden. Binnen drie maanden sprak Anil over Wij. ‘Wij vinden die laatste analyse van Dick Hebdige niet helemaal overtuigend.’ Dat vond hij dan, en ik werd geacht dat ook te vinden. Waarom twee stemmen voor gelijkgezinden waar één volstond. Ik was even gevleid als gepanikeerd. De gevaren van symbiose, Anil, de psychoanalytische theorie, de individuatie. Dat vond hij dan weer zo overdreven aan me, zo Hollands.</p>
<p>Ik schaam me het te zeggen, maar ik schaam me in commissie: voordat ik Anil kende, had ik een wel heel rudimentair begrip van Suriname en de Antillen. Tot mijn achttiende gedacht dat in Suriname de negers woonden, en de kleurlingen op de eilanden. Anil heeft me tot in de details bijgespijkerd, hij heeft heel Nederland tot in de details bijgespijkerd, zijn verhalen waren zo verbijsterend en beschamend rijk en gevarieerd, en ik had dat moeten weten, wij hadden dat moeten weten als voormalige Rijksgenoten, en we wisten van niks. Acedia, hoofdzonde der gemakzucht. Anil Ramdas kon beleren, en god wat had Nederland dat nodig.</p>
<p>Nu moet ik wel verklappen dat het Suriname van Anil een volstrekt magisch land is, dat vooral in zijn verbeelding heeft bestaan.Toen hij na lange tijd terugkeerde naar dat land en mij als nieuweling meenam, begreep ik meteen dat ik zijn roman nooit in de verfilming had mogen zien. Hij schaamde zich voor wat er niet was, misschien zelfs nooit was geweest, zijn schaamte stak mij aan, en van de weeromstuit werd ik koloniaal joviaal: ‘Toch wel een idyllisch tafereeltje.’</p>
<blockquote><p>&#8220;Anil Ramdas kon beleren, en god wat had Nederland dat nodig&#8221;</p></blockquote>
<p>Het hoogtepunt van de schaamte bereikten wij in Nieuw Nickerie, het broeierige landbouwstadje in het westen van Suriname, waar Anil als kind had gewoond, te midden van al die andere Hindoestanen. ‘Een volk dat in twee geschiedenissen leeft’ schrijft Anil daarover ‘in het premoderne waar men de zekerheid vindt, en in het moderne waar die zekerheid aan diggelen wordt geslagen.’ In het hotelletje waar wij niet uit konden, want het avonduur der muskieten was aangebroken, vertelde hij gegeneerd over de Hindoestaanse mannen die zich hier bezopen, huilend in elkaars armen vielen, nog weer later zwalkend op een hoertje klommen, en op het laatst dan zelfmoord pleegden, altijd zelfmoord, want ‘Wij Oosterlingen weten wat het leven waard is, wat de dood waard is.’‘Het is verschrikkelijk volk,’ zei Anil.‘Het is mijn volk,’ zei hij met zoveel woorden.</p>
<p><em>P.S.: Tijdens het schrijven van dit stukje krijg ik het bericht dat Frits Staal is overleden, de filosoof, Veda-expert, de oude vriend en leermeester. Frits Staal en Anil Ramdas kenden elkaar via mij, en vielen in elkaar als broertjes van zeer ongelijke leeftijd. Ik heb dat mogen zien. Ik heb dan nu het nakijken.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/anil-ramdas-intellectueel-en-clanhoofd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Interview: de laatste troubadours</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/interview-de-laatste-troubadours/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/interview-de-laatste-troubadours/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Feb 2012 08:45:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander Donkers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Schrijvers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2833</guid>
		<description><![CDATA[Guido Belcanto heeft een opvolger en zijn naam is Lucky Fonz III]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het is grauw en mistig op het Vlaamse platteland en de pas­sagier op de achterbank van de auto is een beetje nerveus. Lucky Fonz III heeft zijn eigen cd’s meegenomen, om straks cadeau te geven, en in de achterbak ligt zijn gitaar. Omdat je nooit weet. De 29-jarige zanger mag er dan uitzien alsof hij net uit bed is, met haar dat weerbarstig alle kanten op schiet, goed voorbereid is hij wel. Maar naarmate Wechelderzande dichterbij komt, is hij er ook steeds minder gerust op. ‘Hij weet toch dat ik kom, hè?’ <span id="more-2833"></span></p>
<div id="attachment_2837" class="wp-caption alignleft" style="width: 460px"><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/IMG_9490_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2833];player=img;"><img class=" wp-image-2837 " title="IMG_9490_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/IMG_9490_preview-300x200.jpg" alt="" width="450" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Danielle van Ark</p></div>
<p>‘Hij’ is Guido Belcanto, ‘Koning van het Vlaamse levenslied’ en al sinds de jaren tachtig een muzikaal fenomeen in België. Romanticus, bohémien, zeer uitgesproken en niet zelden door controverse omgeven. ‘Hij is de coolste figuur die ik ken,’ zegt Lucky Fonz stellig, waarna hij vertelt over de ‘fokking geniale’ e-mail die hij onlangs van Belcanto mocht ontvangen. ‘Hij is onlangs aan zijn meniscus geopereerd. Schrijft-ie: “Ik ben zo dol op genezen dat ik er bijna weer ziek voor zou willen zij.” Zo tof. Volgens mij zou hij uitsluitend in zulke oneliners kunnen praten. Maar dat doet hij niet, omdat hij niet effectbejagend wil zijn. Maar hé, even serieus: hij weet toch wel dat ik kom, hè?’</p>
<p>Zijn vrees blijkt ongegrond. Na een rit langs wat in Belcanto-termen ‘de pechstrook van het leven’ heet, draait de weg een bos in. En daar, even voorbij Caravanpark Siësta, staat een charmante draadnagel met een wuivende bos grijs haar het bezoek op te wachten, leunend op een wandelstok. Niet alleen is Guido Belcanto op de hoogte van ‘Lucky’s’ komst, de nieuwsgierigheid is overduidelijk wederzijds. ‘Ik heb altijd al gesmacht naar een opvolger,’ zegt hij lachend, met een verrassend diepe bariton, terwijl hij ons het peperkoekhuisje binnen leidt.</p>
<p>Belcanto heeft bovendien het een en ander te danken aan zijn Hollandse vakgenoot. Een klein jaar geleden beluisterde Lucky Fonz, op aanraden van het personeel van een platenzaak, Belcanto’s laatste cd <em>Ik zou mijn hart willen weggeven</em>. De zanger, die net zelf had besloten de overstap naar het Nederlands te maken, schafte spontaan twintig exem­plaren aan, die hij uit puur enthousiasme weggaf aan vrienden. Hij gaf er ook een aan Kees de Koning, platenbaas van het hiphop-label TopNotch, waar hij zelf sinds kort onder contract stond. Aangestoken door de geestdrift van zijn jongste signing, aarzelde De Koning niet en haalde Belcanto binnen. Sinds vorige maand is <em>Ik zou mijn hart willen weggeven</em> opnieuw uitgebracht in Nederland, in september volgt een nieuwe plaat.</p>
<p>‘Da’s romantisch, hè,’ zegt Belcanto, ‘hoe dat allemaal gegaan is. Iemand die twintig cd’s van je koopt&#8230; En het doet mij ook wel iets dat ik nu in een stal zit met die rapgasten. Dat is toch een bewijs dat ik op mijn leeftijd nog een zeker rock-’n-roll-gehalte heb.’</p>
<p>In Vlaanderen is zijn faam onverminderd, maar in Nederland was de schrijver van liedjes met titels als ‘Plastic rozen verwelken niet’ en ‘Een zanger moet trachten de pijn te verzachten’ vrijwel vergeten. ‘Maar houd er maar rekening mee dat jullie me vaker zullen zien. Ik ga geen rustige oude dag tegemoet. Da’s om zeep, dankzij hem. Maar ik zie het helemaal zitten.’</p>
<p>Eén keer eerder ontmoetten ze elkaar, kort, toen Belcanto eind vorig jaar optrad in Amster­dam. Lucky Fonz voelde meteen verwantschap. Allebei begonnen als straatmuzikant, allebei verhalenvertellers, voor wie het schrijven en spelen van hun liedjes niets minder dan een roeping is. ‘Guido’s liedjes hebben alle elementen die ik mooi vind aan muziek. Het Amerikaanse gevoel van vertellen, het chansonachtige, maar vooral de manier van zingen, die heel dicht bij de menselijke spreekstem ligt. Het is geen stem die tegen je schreeuwt of preekt, maar eentje die heel persoonlijk met je praat. Ik snak daarnaar. Maar het is een kunst die aan het verdwijnen is. Ik krijg er een laatste-der-mohikanen-gevoel van.’ Ze zijn twee takken aan dezelfde boom, concludeerde hij onderweg in de auto. ‘Maar dan ben ik wel een twijgje,’ haast hij zich aan tafel bij Belcanto te zeggen.</p>
<p>‘En ik een rottende appel,’ lacht Belcanto.</p>
<p><strong>Troostbrenger</strong></p>
<p>Guido Belcanto spendeerde zijn vroege jaren in het dorpje Wortel, waar zijn zeer katholieke ouders een café bestierden, ‘In de Verzekering tegen de Dorst’. Het stond pal naast de kerk. ‘Ik ben opgegroeid tussen kuisheid en zonde,’ zegt hij. ‘Het liederlijke van de kroeg en de strengheid van de kerk en de pastoor. Dat heeft echt een stempel op me gedrukt. Ik ben een losbol en een monnik tegelijk.’</p>
<div id="attachment_2836" class="wp-caption alignright" style="width: 460px"><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/OA_040911_B_B02_MVI_0194_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2833];player=img;"><img class=" wp-image-2836 " title="OA_040911_B_B02_MVI_0194_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/OA_040911_B_B02_MVI_0194_preview-300x168.jpg" alt="" width="450" height="252" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Danielle van Ark</p></div>
<p>Na een schooltijd bij de Jezuïeten studeerde hij orthopedagogie, omdat hij wilde gaan werken met sociaal verwaarloosde jongeren. Maar in de tussentijd had hij de rock-’n-roll ontdekt en was in bandjes gaan zingen. ‘De muziekmicrobe was veel te sterk. Maar ik beschouw wat ik nu doe zeker als sociaal geëngageerd. Dit is een taak die ik moet vervullen. En het blijkt dat het werkt, want heel veel mensen die mijn platen kopen – ik zal niet zeggen dat het marginalen zijn, maar toch mensen met problemen. Ik trek dat aan.’</p>
<p>Hij is een laatbloeier. Al jaren was hij alom bekend als Guido Belcanto, tv-redacties vonden hem ‘een kleurrijke figuur om in hun programma’s te stoppen’, maar het duurde tot zijn vijfendertigste voor hij zijn eerste plaat maakte. Sindsdien bezong hij, op de tien cd’s die hij tot nu toe uitbracht, de eenzaamheid in alle toonaarden. Sentimenteel, zonder knipoog, in doeltreffende zinnen. Mijn vrouw is er vandoor met mijn beste vriend/ Geloof me, ik mis hem. ‘Dat is het thema dat altijd weer terugkomt,’ zegt hij. ‘De onvolmaaktheid van de liefde, het onbeantwoorde, het net niet vinden, of het weer verliezen. Het is geput uit eigen ervaringen, maar het blijkt dat het troostverwekkend is. Ik ben een troostbrenger.’</p>
<p>De losbol vond zijn inspiratie jarenlang in het Antwerpse nachtleven, tot hij zich realiseerde dat hij de zelfdiscipline miste om de vele verleidingen van de stad te weerstaan. ‘Als ik in Antwerpen was gebleven, dan bestond ik misschien niet meer,’ zegt hij. ‘Ik wilde niet eindigen als iemand als André Hazes, en vroegtijdig overlijden aan drank of drugs. Dus ja, ik zit hier een beetje uit zelfbehoud.’</p>
<p>Daar kwam bij dat hij in de stad een wel erg bekende figuur was geworden. ‘Ik kan me niet meer voorstellen hoe het was om onbekend te zijn, behalve dat het toen veel rustiger was. Ik ben deels weggegaan omdat ik nergens nog gewoon mijn krant kon lezen.’ En dat is, zoals hij het uitdrukt, ‘een tweesnijdend zwaard’. ‘Langs de ene kant is het zeer flatterend, langs de andere word je altijd bekeken. En dat is eigenlijk niet goed voor een liedjesschrijver. Je moet incognito in de kroeg kunnen zitten, mensen kunnen observeren. En die voorwaarde was weggevallen.’</p>
<p>In het bos is hij meer de monnik geworden. ‘En dat bevalt. Ik heb een vriendin die wel eens langskomt, maar verder weinig bezoek. Zoveel volk als vandaag komt hier nooit. Maar al woon ik hier alleen, ik voel me eigenlijk nooit eenzaam en verveel me nooit. Wel als ik mét iemand ben, in een groep – dan krijg ik last van ongemak.’ Voor de deur klinkt het gemiauw van een tenger rood katje dat om aandacht vraagt. ‘Die is een week geleden aan komen waaien.’ Een zucht: ‘Daar gaat de eenzaamheid.’</p>
<p>Belcanto kan het niet ontkennen, zijn kijk op het leven is somber. ‘Ik ben niet de plezantste thuis. Ik ben serieus, beschouw het leven als een geschenk van het noodlot. We worden erin gegooid, met als enige zekerheid: we moeten eraan. En ik meen dat schrijven – literatuur, poëzie of songs – tot doel heeft dat doemgevoel te bezweren. Je gaat het gevecht aan, en dat lucht op. Ik denk dat dat is wat me drijft. Op zich heeft het leven geen zin, vind ik. Je moet het zin géven. En ik doe dat door liedjes te schrijven. Het leven is ook niet puur dramatisch, hè? Uiteindelijk, daar ben ik van overtuigd, helt de weegschaal toch over naar de tragiek. Maar ja, we kunnen niet in een hoekje blijven zitten, daar schiet niemand iets mee op. Dus kom, laat ons af en toe lachen, al was het maar om de wanhoop even weg te houden. Het is een tranendal, maar daarom niet getreurd.’</p>
<p><strong>Een moment van glorie</strong></p>
<p>Terwijl Belcanto koffie zet, kijkt Lucky Fonz rond in het gammele huisje. Naar de schilderijen (Jezus, een wulpse naakte vrouw), de in lingerie gehulde romp van een paspop en de vergeelde kaften in de uitgebreide boekenkast. Veel romans en wetenschappelijke werken over seks, veel Oscar Wilde, veel Bukowski. Het leven van de Vlaamse zanger zou in veel opzichten een voorbode kunnen zijn van wat hemzelf te wachten staat. Temeer daar hij, net als Belcanto, vastbesloten is altijd de moderne troubadour te blijven, die zijn vak op een zeer romantische manier benadert. ‘Wanneer ik als kind straatzangers zag,’ zegt hij, ‘dacht ik altijd: dat moet het echte leven zijn. Als tiener werkte ik op een camping op Vlieland, waar veel muzikanten kwamen. Telkens dacht ik: dat zou ik ook willen. Tot mijn vierentwintigste heb ik het niet gedaan, totdat ik een helder moment kreeg en er echt voor koos. Ik was net afgestudeerd, had een baan als leraar Engels op een middelbare school en ben gewoon gestopt. En vanaf het moment dat ik met eigen liedjes op een podium stond, was het duidelijk: dit past zo goed. Sinds ik zanger ben, beleef ik diepere dalen, dat wel, maar ik ben toch gelukkiger. Want daarvoor was ik zo doelloos. Toen ik studeerde had ik haast geen verwachtingen. Ik had me bijna neergelegd bij het feit dat het leven gewoon vervelend was.’</p>
<p>‘Een uitgestippeld parcours?’ vraagt Belcanto.</p>
<div id="attachment_2835" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/IMG_9538_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2833];player=img;"><img class=" wp-image-2835 " title="IMG_9538_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/IMG_9538_preview-200x300.jpg" alt="" width="300" height="450" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Danielle van Ark</p></div>
<p>‘Precies. Nu is er altijd de verwachting dat er weer een moment van glorie zal komen bij een volgend optreden, of het volgende liedje dat ik schrijf. Voor mijn gevoel heb ik net op het laatste moment het stuur omgegooid, de juiste weg in. Zo veel interesses komen hierin ook samen. De liefde voor literatuur, teksten, muziek. Het verlangen naar een nomadisch leven. Hoeveel werkreizigers zijn er nog? Dit is bijna het laatste nomadische bestaan.’</p>
<p>‘Het is het mooiste vak dat je kunt hebben,’ valt Belcanto hem bij. ‘Als ze u vragen: “Wat doe je?” en je kunt zeggen: ik ben zanger. Da’s toch fantastisch? Da’s toch grandioos?!’</p>
<p>Lucky Fonz: ‘De sociale positie die je als zanger hebt, bevalt me ook erg goed. Je hoort misschien nergens bij, en je bent niet rijk, maar je bent wél overal welkom.’</p>
<p>Belcanto: ‘Een ZANGER!’</p>
<p>Lucky Fonz: ‘De mensen houden van je. En dat is een van de basisdingen waar ik mijn bestaan aan ophang. Waar ter wereld ik ook kom, als er een gitaar is, kan ik de mensen vermaken.’</p>
<p><strong>Verslaving</strong></p>
<p>Maar zoals het een romantisch bestaan betaamt, zijn er ook keerzijden. De rusteloosheid bijvoorbeeld. Zangers als zij, zegt Lucky Fonz, kunnen nooit achteroverleunen en vertrouwen op hun routine. Belcanto knikt: ‘Soms denk ik: ik mag fier zijn op wat ik al heb gemaakt. Moest ik morgen doodvallen, ik heb een oeuvre na te laten. Waarom zou ik daar niet op teren? Maar ja, ik ben alleen gelukkig als ik iets nieuws kan maken. Scheppen gaat boven alles, en dat betekent een eeuwige onrust. Je bent maar zo goed als je laatste song. Als ik er een klaar heb, ben ik voor vijf minuten de gelukkigste man ter wereld. Maar daarna ben ik het spoor weer kwijt.’</p>
<p>Onrust is er ook in relaties. ‘De meest vruchtbare tijden in mijn leven waren de periodes dat ik vrijgezel was,’ zegt Belcanto. ‘In een vaste relatie was ik meteen minder productief.’</p>
<p>‘Dat heb ik ook een beetje,’ zegt Lucky Fonz. ‘Als ik alleen ben, is er gewoon meer ruimte in mijn hoofd. En je moet de relatie die je met je fans onderhoudt ook niet onderschatten. Ik ben verslaafd aan applaus, heb mijn fans echt nodig voor mijn eigenwaarde. Als ze het mooi vinden, ben ik heel gelukkig; zien ze het niet zitten, dan ben ik dieptriest. Ik ben afhankelijk van ze. Net als met een vriendin eigenlijk.’</p>
<p>Belcanto heeft drie zoons. ‘Die zijn er zonder voorbedachten rade gekomen, maar ik moet er natuurlijk wel verantwoording tegenover afleggen. Maar goed, dat is het enige. Ik ben nooit keurig getrouwd. Dat was niet voor mij weggelegd. En dat vind ik een van mijn grootste prestaties, een verwezenlijking die respect verdient. Ik heb mijn vrijheid veroverd. Soms, in een zwak moment, ben ik wel eens jaloers op een burgerlijk bestaan, waarin alles is geregeld, geen financiële zorgen. Maar dat duurt nooit lang. Ik ben beter af.’</p>
<p>En dan is er nog de onrust die met optreden gepaard gaat. Zenuwen vooraf, ontlading nadien. ‘Als je wint tenminste,’ zegt Lucky Fonz droogjes.</p>
<p>‘Als je wint,’ beaamt Belcanto. ‘Ik zie dat zoals een bokser een gevecht ziet. Alleen heb je niet alles zelf in de hand. Je kunt het concert van uw leven geven, maar ja: ’t is openlucht en het regent. Dan zeggen de mensen toch: “Belcanto was niet in vorm vandaag.” Optreden is voor mij een lustrijke kwelling. Ik geniet er wel van, maar hé&#8230; Ik ben nog altijd nerveus, maar ik ben ook masochistisch van aard, dus ik wil het ondergaan. En dat wordt een verslaving.’</p>
<p>Lucky Fonz: ‘Dat begrijp ik helemaal: extase komt alleen na kwelling, dat is het hele punt.’</p>
<p>Belcanto: ‘Ah, ben je katholiek opgevoed? Il faut souffrir pour être heureux, zegt men in het Frans. We moeten dat niet overdrijven, vind ik, maar toch.’</p>
<p>Lucky Fonz: ‘Er is niets glorieuzer dan een goede show gespeeld te hebben. Dat is pure euforie. Als je daar eenmaal van geproefd heb, kun je nooit meer terug. Tenminste: ik kan nooit meer terug.’</p>
<p>Belcanto: ‘Je kunt het proberen, maar het zal niet lang duren voordat je weer op die planken wilt.’</p>
<p>Als Lucky Fonz hem vraagt of hij de roep van het podium ook wel eens vervloekt heeft, valt Belcanto een moment stil. ‘Ja,’ zegt hij dan. ‘Ik heb een zware depressie gehad, tussen mijn veertigste en drieënveertigste. Driemaal ben ik opgenomen geweest. En als zanger ben je kwetsbaar, je kunt niet zomaar met ziekteverlof. Ik moest blijven optreden om brood op de plank te krijgen. Dan zat ik soms te huilen in de kleedkamer. Ik wilde niet, maar deed het toch. Puur op de automatische piloot, als een robot op het podium. Het straffe was dat mensen dat hoopje ellende, onder de medicatie, nadien nog kwamen feliciteren met het goede optreden. Hoe ellendig ik mezelf ook voelde, het bleek dat ik nog in staat was om anderen een goed gevoel te geven.’</p>
<p><strong>Personage</strong></p>
<p>Allebei werken ze onder een alter ego. Belcanto zegt gelukkiger te zijn met zijn alter ego, een personage dat hij van lieverlee geworden is, dan hij ooit was met de Guido Versmissen die hij cadeau kreeg. ‘Als ik in de spiegel kijk, zie ik Belcanto. Mijn echte naam is zo banaal. Daarvan zijn er duizenden. Maar nu, nu ben ik the one and only. Ik heb mezelf gecreëerd, naar het idee: die mens wil ik worden.’</p>
<p>Ook Lucky Fonz III (dat cijfer keek hij af van de door beiden bewonderde singer/songwriter Loudon Wainwright III) ziet allang niet meer Otto Wichers in zijn spiegelbeeld. ‘Ik bén ook liever Lucky Fonz. Daarvóór had ik altijd een onbestemd gevoel. En trouwens ook veel last van een gebrek aan beroemdheid. Dat kun je wegstoppen, óf je probeert het te worden.’ Hij refereert aan zijn liedje ‘Once I Was A Lady’, waarvan het refrein luidt: ‘But now I’m somebody else’. ‘Voor mij is dat het belangrijkste in mijn leven. Het is een fijn idee dat ik het roer zelf in handen heb genomen.’</p>
<p>Uniek zijn is het doel, en dat je dan soms onbegrip of zelfs afkeer opwekt, dat nemen ze op de koop toe. Onlangs nog kwam Lucky Fonz op straat een man tegen die hem toevoegde dat hij precies leek ‘op die homo die niet kan zingen uit De Wereld Draait Door’. Waarop de zanger met blij gemoed antwoordde: ‘Maar dat ben ik ook!’ Hij zal zich niet excuseren. Aan ironie, muziek met een vette knipoog, heeft hij een broertje dood. Een begrip als ‘camp’ is volgens hem niets meer dan een omweg om iets wat je stiekem mooi vindt, maar niet mooi mág vinden van jezelf, toch te kunnen waarderen.</p>
<p>Belcanto knikt instemmend. ‘Ik heb mij vroeger wel bezondigd aan ironie, omdat ik schrik had van mijn eigen sentiment. Ik ben een sentimentele jongen, hè. En daar moet je mee oppassen, want je wordt uitgelachen. Maar met het ouder worden, en het succes, is die angst verdwenen. Dat geeft u moed om toch uiteindelijk helemaal te laten zien wie u bent.’</p>
<p>Uiteindelijk is het alleen maar goed, vinden ze beiden, als je verschillende gevoelens opwekt. Controverse. ‘Anders word je zo mainstream,’ meent Belcanto. ‘En dan heb je echt een probleem. Camp heeft nog iets, hmmmm. Aantrekkelijk.’</p>
<p>Lucky Fonz: ‘Het tegenovergestelde van liefde is onverschilligheid. Niet afkeer, of haat.’</p>
<div id="attachment_2834" class="wp-caption alignright" style="width: 460px"><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/IMG_9361_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2833];player=img;"><img class=" wp-image-2834  " title="IMG_9361_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/IMG_9361_preview-300x210.jpg" alt="" width="450" height="315" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Danielle van Ark</p></div>
<p>Belcanto: ‘En denk maar niet dat Lucky of ik de mensen onverschillig laat. Als ze ons op tv voorbij zien komen, gaan ze toch eens kijken. Wat een rare kwiet! Ze gaan van u houden of niet, en er is geen tussenweg. Ik heb altijd mijn gat geveegd aan wat er van me verwacht werd. Trouw aan mezelf, dat is voor mij de enige manier. En als je dat maar lang genoeg volhoudt, krijg je er uiteindelijk applaus voor. Dan vinden zelfs uw tegenstanders dat je integer bent.’</p>
<p>Belcanto ging er ver in. Vooral toen hij er een aantal jaar geleden voor koos om zijn outing als de travestiet Gina Divina te beleven, een stap die hij ooit omschreef als ‘commerciële zelfmoord’. ‘Maar ik kon dat niet krampachtig blijven verbergen, hè. Het is een deel van mezelf. Ik dacht: ik moet dat aan het publiek laten zien, anders word ik gek. Dan speel ik komedie.’</p>
<p>In zijn huis hangen nog een paar foto’s van Gina, in bevallige poses en diverse staten van ontkleding. Maar dat is het dan ook. Sinds hij vorig jaar een boek schreef over zijn vrouwelijke alter ego, is hij er ‘klaar mee’. Maar de behoefte om ergens bij te horen heeft hij nog altijd geenszins. Vorig jaar, een kwart eeuw na het verschijnen van zijn debuut Op zoek naar romantiek, kreeg hij een eigen ster op de Brusselse Walk of Fame. ‘Die plaat werd uitgeroepen tot baanbrekend en grensverleggend voor het Vlaamse chanson. En toen durfde ik eindelijk te zeggen wat ik eigenlijk altijd gedacht heb: de mensen willen mij in een vakje stoppen, maar ik ben een stroming op zich.’</p>
<p><strong>Dag Guido</strong></p>
<p>Op de spiegel in het keukentje heeft hij een krantenkop van twee woorden geplakt – ‘Dag Guido’. Eén van de nummers van zijn laatste plaat heet ‘Aanbid me dan’. Begeerd willen worden, verafgood misschien zelfs – het klinkt wellicht wat schaamteloos, maar een muzikant die beweert dat het hem niet interesseert, die liegt.</p>
<p>Belcanto tegen Lucky Fonz: ‘Jij bent een mooie jongen, je hebt de looks. De meisjes willen u in bed hebben, en de oudere vrouwen willen u bemoederen. Dus je zit altijd goed.’</p>
<p>Lucky Fonz: ‘Om eerlijk te zijn, dat laat ik me soms wel een beetje aanleunen. Ik vind het niet erg dat ik vrouwelijke fans heb.’</p>
<p>Belcanto. ‘Het schijnt dat ook ik voor de vrouwen nog altijd een aantrekkelijke figuur ben. Doorleefd weliswaar, met rimpels en zo.’</p>
<p>‘Is ook het haar, hè,’ veronderstelt Lucky Fonz.</p>
<p>‘Zeker. Op deze leeftijd valt dat nog goed mee. Ik wil graag een sekssymbool zijn. Jij bent het zeker, ik nog een beetje. Tja, als je begeerd wordt, fysiek begeerd, dat is geweldig, hè.’</p>
<p>Al zijn er natuurlijk gradaties. ‘Er is hier in België een dame van middelbare leeftijd die een Belcanto-kamer heeft ingericht. Een soort kapel eigenlijk, waar de muren van top tot teen met foto’s van mij zijn behangen. Daar zet ik geen voet binnen. Voor bepaalde mensen ben ik echt de messias. De reden van hun bestaan is houden van Guido Belcanto. En dat vind ik schrikaanjagend. Maar goed…’ Guido Belcanto haalt zijn schouders op. ‘Men zaait wat men oogst. Wie op een podium gaat staan, zegt eigenlijk: hou van mij.’</p>
<p><em>Voor dit artikel werd gisteren (maandag 20 februari 2012) in Paradiso aan Sander Donkers en David Kleijwegt <a href="http://nederlandsmedianieuws.nl/Media-Nieuws/sander-donkers-en-david-kleijwegt-winnen-jip-golsteijn-journalistiekprijs.html">de Golstein Journalistiekprijs</a> uitgereikt.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/schrijver/interview-de-laatste-troubadours/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Erasmus, of wat literatuur kan doen</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/literaire-kroniek/erasmus-of-wat-literatuur-kan-doen/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/literaire-kroniek/erasmus-of-wat-literatuur-kan-doen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 13:11:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Carel Peeters</dc:creator>
				<category><![CDATA[Literaire Kroniek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2824</guid>
		<description><![CDATA[De brieven van Desiderius Erasmus]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De drieduizend in het Latijn geschreven brieven van en aan Erasmus zijn door menigeen bestudeerd, maar nu ze geleidelijk compleet in Nederlandse vertaling verschijnen (onlangs verschenen de delen  8 en 9 van <em>De correspondentie van Desiderius Erasmus</em> met de brieven uit de jaren 1520-1523), sta je oog in oog met de brontekst waar men zich op heeft gebaseerd voor de weergave en interpretatie van zijn ideeën. Dat kan er voor zorgen dat je ineens met een heel andere voorstelling van zaken te maken krijgt. Zoals over de betekenis van de literatuur en boeken in die tijd. <span id="more-2824"></span>Ik wist wel dat die nog bijna volledig in het teken van de godsdienst stond, maar zoals Erasmus er over schrijft is het alsof  boeken en literatuur  nog maar net serieus werden genomen. Het was nog niet zo lang geleden, schrijft hij, dat liefde voor boeken werd gezien als iets ‘dat nergens voor dient’. Alles stond in het teken van de bevordering van de vroomheid, een ander doel van het lezen was er niet.</p>
<p><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/De-correspondentie-van-Desiderius-Erasmus-8.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2824];player=img;"><img class="alignleft size-medium wp-image-2825" title="De-correspondentie-van-Desiderius-Erasmus--8" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/De-correspondentie-van-Desiderius-Erasmus-8-218x300.jpg" alt="" width="218" height="300" /></a>Dit veranderde pas door de aandacht die ontstond voor de literatuur van de klassieke oudheid. Dat ging gepaard met veel weerstand. Het was al bijna ketters om je voor Cicero, Plutarchus, Plato, Tacitus of Horatius te interesseren. Dat in die tijd de Republiek der Letteren ontstond, de gemeenschap van schrijvers en dichters, moet letterlijk worden genomen: door Erasmus’ vriendschap met Thomas More, de Engelse humanist en staatsman in dienst van Hendrik VIII en schrijver van <em>Utopia </em>(1516), ontstond de liefde voor een ‘republikeins’ en humanistisch soort literatuur, dat wil zeggen: literatuur zonder uitgesproken religieus oogmerk, louter vanwege de schone letteren.</p>
<p>Erasmus had uitvoerig bij Thomas More in Engeland gelogeerd en correspondeerde met hem alsof ze bij elkaar in de buurt woonden. In 1521 ontmoette ze elkaar weer in Brugge toen More in het gevolg van de kardinaal van York besprekingen kwam voeren met keizer Karel V (in wiens gevolg Erasmus zich bevond). Erasmus vertelt over dit weerzien in een brief aan de Franse humanist Guillaume Budé. Hij gebruikt zijn uitvoerige brieven meestal om iets uiteen te zetten. In dit geval heeft hij het over de heilzame invloed die de studie en het lezen van boeken op More had gehad. Budé had er bij Erasmus over geklaagd dat hij alleen maar nadeel had ondervonden van de studie en het lezen. Het had hem zijn gezondheid gekost en hem maatschappelijk geen voordeel gebracht. De studie, waar More zich aan over heeft gegeven, stond slecht bekend omdat ‘fervente beoefening ervan zou leiden tot vervreemding van de maatschappij’. More, schrijft Erasmus, heeft juist niets te klagen. More heeft ‘het aan boeken te danken dat hij een goede gezondheid heeft, dat hij bij de voortreffelijke vorst, in eigen kring en daarbuiten geliefd en in de gratie is, dat hij het financieel ruimer heeft, dat hij voor zichzelf en voor zijn vrienden prettiger gezelschap is, dat hij meer kan doen voor zijn vaderland’, enzovoort. De boeken hebben More alleen maar voordeel gebracht: ‘er is geen reis, er zijn geen taken, hoe talrijk of zwaar ook, die de boeken uit More’s handen kunnen trekken; en toch zul je niet gauw een ander vinden die meer dan hij voor iedereen iemand van alle momenten is, die meer bereid is tot inschikkelijkheid, met wie je makkelijker een ontmoeting hebt, die opgewekter is tijdens een gesprek, die zoveel waarachtig inzicht combineert met zulke prettige omgangsvormen.’</p>
<p>Gold de liefde voor boeken tot voor kort nog als iets ‘wat nergens toe dient, omdat het geen praktisch nut heeft of tot eer strekt’, maar nu is er volgens Erasmus niemand meer in de hogere kringen die zijn kinderen afhoudt van de  literatuur:  ‘Zelfs bij de monarchen lijkt een belangrijk deel van de koninklijke waardigheid te ontbreken, als men bij hen belezenheid mist.’ In feite beschrijft Erasmus hiermee het begin van doordringen van de literatuur in wat hij de ‘hogere kringen’ noemt. Daarvoor behoorde het in het beste geval tot het beschaafde amusement.</p>
<div id="attachment_2826" class="wp-caption alignright" style="width: 221px"><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Holbein-erasmus.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2824];player=img;"><img class="size-medium wp-image-2826" title="Holbein-erasmus" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Holbein-erasmus-211x300.jpg" alt="" width="211" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Desiderius Erasmus door Hans Holbein de Jonge (1523)</p></div>
<p>De vriendschap met Thomas More zorgde er ook voor dat Erasmus anders ging denken over vrouwen. Dat was wel nodig, want daar had hij lang nogal primitieve ideeën over. De vrouw moest de vier deugden vroomheid, bescheidenheid, soberheid en ingetogenheid praktiseren en zich beschouwen ‘als helpster van de man en als hulpmiddel bij de voortplanting’, geheel overeenkomstig de opvatting van de apostel Paulus. Net als ‘iedereen op de wereld’ ging Erasmus ervan uit dat vrouwen niets aan boeken hadden als het ging om hun ‘reine zeden en goede naam’. Daar heeft More hem wel van af gebracht: ‘More heeft mij volledig op andere gedachten gebracht’. Met ontwikkelde vrouwen ‘is het pas werkelijk een vreugde samen te leven!’, schrijft hij nu. Ze weten een gesprek te voeren, ze weten een preek samen te vatten, ze worden afgehouden van het voor vrouwen gebruikelijke nietsdoen, de studie neemt hen volledig in beslag. Bovendien zullen ze niet zo gauw hun eer verliezen, aangezien ze niet meer naïef en onwetend zijn. Erasmus blijft natuurlijk enigszins een paternalist wanneer hij schrijft dat echtgenoten niet hoeven te denken ‘dat ze minder gehoorzame vrouwen hebben als ze geleerde vrouwen hebben’, want gehoorzaam moeten ze in zijn ogen wel blijven.</p>
<p>Wat Erasmus op andere plaatsen over vrouwen heeft geschreven (zoals dat ze ‘praatziek’ zijn), blijft natuurlijk bestaan, maar zulke brieven over Moore’s verlichte opvoeding van zijn dochters maken duidelijk dat hij soepel met zijn eigen vooroordelen wist om te gaan. Van de ‘nieuwigheid’ dat More niet alleen zijn zonen een degelijke opvoeding gaf, maar ook zijn dochters, moesten streng katholieken en Bijbelvaste figuren niets hebben, maar Erasmus bewonderde zijn moed. De deugden waar mannen toen speciaal in moesten uitblinken (gematigdheid, dapperheid, bezonnenheid en rechtvaardigheid), kwamen daarmee ook langzaam binnen het bereik van vrouwen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/literaire-kroniek/erasmus-of-wat-literatuur-kan-doen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wij zijn maar wij zijn niet geschift. De schietpartij van Columbine &#8211; Tim Krabbe</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/wij-zijn-maar-wij-zijn-niet-geschift-de-schietpartij-van-columbine-tim-krabbe/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/wij-zijn-maar-wij-zijn-niet-geschift-de-schietpartij-van-columbine-tim-krabbe/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2012 09:26:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Vullings</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Non-Fictie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2821</guid>
		<description><![CDATA[Tim Krabbé over Columbine]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vanaf 2007 was Tim Krabbé in de ban van de schietpartij op Columbine High School, die op 20 april 1999 plaatsvond in Littleton, Colorado. Twee tot de tanden bewapende jongens, gehuld in lange zwarte regenjassen, liepen hun school binnen en openden het vuur: dertien doden. Daarna pleegden ze zelfmoord.</p>
<p><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Krabbe-Wij-zijn-maar-wij-zijn-niet-geschift_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2821];player=img;"><img src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Krabbe-Wij-zijn-maar-wij-zijn-niet-geschift_preview-195x300.jpg" alt="" title="Krabbe - Wij zijn maar wij zijn niet geschift_preview" width="195" height="300" class="alignleft size-medium wp-image-2822" /></a>Een schietpartij inspireert tot een schietpartij, zegt hij over die twee jeugdige moordenaars in Wij zijn maar wij zijn niet geschift, maar die uitspraak is ook op hemzelf van toepassing. Hij zag door de massamoord op Virgina Tech van voorjaar 2007, waarbij de dader geïnspireerd zei te zijn door ‘Columbine’, het licht: Columbine was de oergebeurtenis. ‘Columbine was een aanslag op de Amerikaanse Droom vanuit die droom zelf.’</p>
<p>Dergelijke uitspraken-met-vleugels zijn op de vingers van een hand te tellen in Krabbés biografie van een onvatbare misdaad. We kenden zijn hang naar feitelijkheid al vanaf zijn faction-debuut, het wielerboek De Renner (1978). In dit uit een obsessie ontsproten non-fictieboek over Columbine gaat het hem om niet minder dan de jacht op de waarheid, lees hier: de werkelijkheid. De exacte toedracht, ontdaan van onzinverhalen, mythes, leugens, ideologische vertekeningen. Een hele klus, ambitieus bovendien. En urgent, want bij al die zinloze terreurdaden, van Alphen aan den Rijn tot Noorwegen, komen we nooit verder dan de dooddoener dat de dader getikt is.</p>
<p>Met zo’n simpel antwoord neemt Krabbé terecht geen genoegen. Hij wekt de indruk alles wat hij over Columbine te pakken kon krijgen, of het nu politieverslagen zijn, dagboeken van de daders, of romans en films geïnspireerd door de gebeurtenissen, gelezen of gezien te hebben en dat dwingt respect af. Inderdaad: dwingt.<br />
Wij zijn maar wij zijn niet geschift biedt namelijk overwegend ontoeschietelijk leesvoer, door de degelijkheid en feitendrang van Krabbés onderneming. Eerst maakt hij van de schietpartij een vloeiend en coherent verhaal, een spannend verhaal zelfs. Laat dat maar over aan de romancier Krabbé, die daarna in zijn hok moet. Want vervolgens deconstrueert de feitenjager Krabbé dat vloeiende verhaal weer, door alsnog voetnoten aan te brengen en die stuk voor stuk af te werken. Dit alles teneinde de mythes te ontrafelen. Als dat gebeurd is, buigt hij zich over de dagboeken van de daders: Dylan Klebold en Eric Harris. Hij vergelijkt ze, duidt ze, blijft dicht op de huid in zijn exegese. In die sectie doet hij het grootste beroep op het uithoudingsvermogen van de lezer – het lezen is dan een karwei. Daar tekent zich het probleem bij de door Krabbé gevolgde werkwijze af: je moet als lezer zijn obsessie met Columbine delen, op of zijn minst daarin mee willen gaan, in de hoop op een beloning die de getrooste inspanning overstijgt.</p>
<p>Krabbé bijt zich vast, staat zich geen panorama toe, laat staan geestkracht tegenover de feiten, die de lezer wat lucht had gegeven. Zulks is niet de bedoeling: ‘Wie een historische werkelijkheid gebruikt voor fictie heeft verplichtingen aan die werkelijkheid.’ We lezen door omdat we willen – anders hebben we onze tijd verdaan – dat Krabbé slaagt in zijn ambitieuze opzet: door de zoektocht naar waarheid/werkelijkheid een interpretatie van de daad van Dylan en Eric te ontwringen die dwingender is dan de waaier van mogelijkheden die altijd geboden wordt: gekte; ze werden gepest op school door ‘jocks’ (sporters); kwalijke invloeden van gewelddadige popcultuur; eenvoudige toegang tot wapens. Op pagina driehonderd is die grote duiding er nog niet en vérder gaat het: Krabbé behandelt de navolgers van Columbine, de verwerking van het drama in boeken en films. En dán is het zover: in het zesde en laatste hoofdstuk. Krabbé is toe aan waar het om te doen is: het eindspel. Ook stilistisch schudt hij de zware kluisters van zijn feiten af. De geest mag waaien, dat slothoofdstuk redt alles.</p>
<p><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Krabbe-Tim_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2821];player=img;"><img src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Krabbe-Tim_preview-197x300.jpg" alt="" title="Krabbe, Tim_preview" width="197" height="300" class="alignright size-medium wp-image-2823" /></a>‘Hoe was gedrag als dat van Columbine mogelijk?’ vraagt hij zich af, en bij de beantwoording blijkt hij in de voorgaande, ploegende hoofdstukken zijn schaakstukken strategisch opgesteld te hebben. Hij concludeert rap dat hij niks wijzer wordt van de uitingen van Eric en Dylan zelf. Ja, gek waren ze. ‘Maar wat is “gek” als niemand in je omgeving op het idee komt dat je dat bent? De enigen bij wie dat opkwam waren zijzelf: “wij zijn maar wij zijn niet geschift,” (we are but we arent’t psycho).’ Een term als ‘psychopaat’ acht hij in zijn onderzoek onbruikbaar: die vermindert juist het inzicht. Hij wil juist kijken naar die jongens zoals hun omgeving dat deed, als individuen.</p>
<p>Dan komen de antwoorden. De ergernis van Dylan en Eric over het pesten doet hij af als vooral een gezochte rechtvaardiging. Hun vuurwapenbezit inspireerde zeker tot geweld, zoals eerdere schietpartijen dat deden. De cultuur waarin ze leefden, maakte – in de woorden van Bill Clinton – mensen ongevoelig voor geweld. Hier had Krabbé wat mij betreft de registrerende pen van Truman Capote (In Cold Blood) mogen inruilen voor die van cultuurfilosoof Hans Magnus Enzensberger. Het is duidelijk dat de first-person-shooter-game Doom, waarin een ruimtemarinier op mensen gelijkende zombies afmaakt, een kwalijke rol speelde: beide jongens waren verslaafd aan het spel en Eric maakte zelfs tal van nieuwe levels. Maar de belangrijkste duistere invloed ging uit van Oliver Stones nouvelle violence-film Natural Born Killers, naar een script van Quentin Tarantino. De slachtoffers daarin zijn sukkels, de moordenaars supersterren, een hogere levensvorm. Representatief voor het klimaat van de permissieve jaren negentig – dat had ik Krabbé graag zien uitlichten.</p>
<p>Columbine was een school, schrijft hij, waar ondanks alle christelijkheid veel kon, en die ‘falende tegenhouders’ (ouders, leraren, politie) die door tijdig in te grijpen hadden kunnen voorkomen dat het zo uit de hand liep, handelden, vul ik aan, in de geest van hun tijd – bewust of onbewust. Raar klimaat, daar in Littleton; scholieren hebben het steeds over ‘de school opblazen’. Met vuurwerk spelen en staafbommen maken is populair onder jongeren.</p>
<p>Maar Krabbé is op iets anders uit: hij toont dat wat we aanzien voor een filosofische misdaad ingegeven is door strikt psychische factoren. Eric voelde zich respectloos behandeld, hij wilde een blijvende herinnering achterlaten. Dylan wilde dood, vanuit een fantasie om met een geliefde (een onbereikbaar meisje) de halycon te bereiken, een paradijselijk hiernamaals. Alleen: hij durfde niet alleen zelfmoord te plegen, daar was Eric voor nodig. ‘Columbine kwam door de toevallige samenkomst van twee totaal verschillende jongens die precies de rampzalige combinatie vormden: één jongen die massamoord wilde plegen en daar zijn eigen dood voor overhad; één jongen die dood wilde en daar massamoord voor overhad.’ Ze leerden elkaar beter kennen in een reclasseringsprogramma, en toen ging het snel: ‘De cultuur moedigde ze aan, de omgeving hield ze niet tegen.’</p>
<p>Het is knap hoe Krabbé in zijn grimmige waarheidsvinding van de twee monsters tragische mensen maakt. En passant ontzenuwt hij de mythe dat de kleine Eric het kwade meesterbrein was en de boomlange Dylan de zwakke volger. Het was eerder omgekeerd; Dylan was de bezielende gek. Eigenlijk, zo toont Krabbé aan, wilden ze op het uur U die schietpartij helemaal niet meer. Eric deed nog onbewust pogingen om tegengehouden te worden. Maar niemand zag het – op tijd.</p>
<p><em>Tim Krabbé, ‘Wij zijn maar wij zijn niet geschift. De schietpartij van Columbine’, Prometheus, 480 p., € 19,95</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/wij-zijn-maar-wij-zijn-niet-geschift-de-schietpartij-van-columbine-tim-krabbe/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe te leven. Een leven van Montaigne &#8211; Sarah Blackwell</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/hoe-te-leven-een-leven-van-montaigne-sarah-blackwell/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/hoe-te-leven-een-leven-van-montaigne-sarah-blackwell/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Feb 2012 14:22:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Aart van Zoest</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Non-Fictie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensie]]></category>
		<category><![CDATA[Filosofie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2817</guid>
		<description><![CDATA[Sarah Bakewell schrijft over Montaigne en zijn leven alsof ze als vriendin bij hem over de vloer heeft verkeerd.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/BakewellHoeteleven_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2817];player=img;"><img class="size-medium wp-image-2819 alignright" title="BakewellHoeteleven_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/BakewellHoeteleven_preview-177x300.jpg" alt="" width="177" height="300" /></a>Montaigne (1533-1592) is door de kenner S. Dresden de spelende filosoof genoemd en zo is het ook. Montaigne was inderdaad een onbevangen denker. Zonder zwaarwichtigheid putte hij uit zijn ervaringen en zijn lectuur. Uitgever Van Gennep heeft ervoor gezorgd dat zijn zeer leesbare humanistische gedachtenspel in het Nederlands toegankelijk is. En voegt daar nu de essayistische biografie aan toe van Sarah Bakewell. Zij schrijft over de auteur en zijn leven alsof ze als vriendin bij hem over de vloer heeft verkeerd. Ze behandelt haar lezers daarbij als vrienden met wie ze het allerbeste voor heeft door ze in contact te brengen met Montaignes overdenkingen over het leven. Hoe je er wat van maken kunt in contact met je medemensen, daar gaat het vooral over. Over vriendschap dus, bijvoorbeeld, een prachtig essay. En nog veel meer goedgemeende raadgevingen: maak je geen zorgen over de dood, lees veel, doe je werk goed maar niet té goed, wees gewoon en onvolmaakt. Een dik mensenboek van grote klasse, om langdurig hap voor hap van te genieten.</p>
<p><em>Van Gennep, vertaling Dick Lagrand &amp; Marjolijn Stoltenkamp, 492 p., € 22,50</em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/hoe-te-leven-een-leven-van-montaigne-sarah-blackwell/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verrassing &#8211; Etgar Keret</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/fictie/verrassing-etgar-keret/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/fictie/verrassing-etgar-keret/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Feb 2012 14:21:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjolijn Pouw</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Fictie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensie]]></category>
		<category><![CDATA[Keret]]></category>
		<category><![CDATA[verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2815</guid>
		<description><![CDATA[Etgar Kerets verhalen worden met Kafka’s werk in verband gebracht. Vanwege de raadselachtige gebeurtenissen waarin zijn personages verstrikt raken?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Verrassing_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2815];player=img;"><img class="alignright size-medium wp-image-2818" title="Verrassing_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Verrassing_preview-221x300.jpg" alt="" width="221" height="300" /></a>Etgar Kerets verhalen worden met Kafka’s werk in verband gebracht. Vanwege de raadselachtige gebeurtenissen waarin zijn personages verstrikt raken? De overeenkomst tussen beide schrijvers is oppervlakkig, al verwijst Keret naar Kafka. Neem zijn verhaal ‘Pudding’. Daarin wordt de goudeerlijke, brave Avisjai Aboedi op een dag door agressieve criminelen uit zijn huis gesleept. Hij denkt dat zijn laatste uur heeft geslagen en misschien is dat wel zo, maar dat blijft in de verborgenheid want de ontvoerde Avisjai krijgt een roze droom: ‘Wakker worden! Wakker worden!’, denkt hij, maar de werkelijkheid is onaantrekkelijk en dus droomt hij door, hopend op het lekkere toetje dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld: ‘En misschien als hij eenvoudig weigert alles om hem heen in zich op te nemen, als hij het betwijfelt, dat het dan allemaal plotseling wegsmelt. In alle gevallen is het onnodig om je druk te maken,’ stelt de verteller koeltjes vast.</p>
<p>Aboedis ontvoering lijkt op de arrestatie van Josef K. in Het proces, Kafka’s in 1925 gepubliceerde roman. Ook Josef K. wordt zonder dat hij zich van enig kwaad bewust is opgepakt en ook hij protesteert krachtig, maar anders dan Aboedi voelt hij zich schuldig en is hij bang. Aboedi vindt zijn lot onverdiend en eclipseert, K. kan zich niet aan zijn schuldgevoel onttrekken en gaat ten onder. Zowel bij Kafka als bij Keret is wat er gebeurt bizar, maar bij Kafka is alles op de werkelijkheid terug te voeren terwijl Keret het bovennatuurlijke een rol geeft. Ook de (technische) invalshoek is anders. Kerets verteller levert ironisch commentaar en houdt afstand, waar Kafka’s verteller nagenoeg met K. samenvalt. Dat maakt Het proces zo beklemmend, Kerets verhalen wekken eerder de indruk van een vernuftig spel. Het ene procedé is niet beter dan het andere, maar een wereld van verschil geeft het wel te zien.</p>
<p><em>Podium, vertaling Adriaan Krabbendam en Ruben Verhasselt, 240 p., €18,50</em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/fictie/verrassing-etgar-keret/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ademhalen onder de maan &#8211; Ingmar Heytze</title>
		<link>http://www.vn.nl/boeken/fictie/ademhalen-onder-de-maan-ingmar-heytze/</link>
		<comments>http://www.vn.nl/boeken/fictie/ademhalen-onder-de-maan-ingmar-heytze/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Feb 2012 14:05:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob Schouten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Fictie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensie]]></category>
		<category><![CDATA[Heytze]]></category>
		<category><![CDATA[poëzie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.vn.nl/boeken/?p=2813</guid>
		<description><![CDATA[Heytzes manier om met de fundamentele eenzaamheid om te gaan, is van anderen te houden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Ademhalen-onder-de-maan_preview.jpg" rel="shadowbox[sbpost-2813];player=img;"><img class="alignright" title="Ademhalen onder de maan_preview" src="http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Ademhalen-onder-de-maan_preview-204x300.jpg" alt="" width="204" height="300" /></a>Onlangs pleitte Ingmar Heytze voor verstaanbare poëzie die de lezer meeneemt. Zit namelijk in z’n eigen DNA. Maar het voormalige wonderkind is wel allang volwassen geworden. Hoe toegankelijk ook, zijn onderwerpen zijn gerijpt. In Ademhalen onder de maan gaat het om existentiële, zelfs kosmische zaken: wat moeten we hier eigenlijk? Wie zijn al die anderen? Kan het ook heel anders? Maar ook: ‘Ik zou niet weten wat ik door moet geven.’</p>
<p>Heytzes manier om met de fundamentele eenzaamheid om te gaan, is van anderen te houden, daarom nogal wat verzen over liefde en dood, maar ook over het verlangen naar huiselijkheid: ‘Men hoort kinderen te hebben / die nog even wakker mogen // en te wonen in een tuinwijk.’ Heytze is hier meer bezig met de wereld dan met zichzelf; hij voelt zich alles en iedereen tegelijk. Als je de bundel van voor naar achteren leest merk je trouwens dat zijn aanvankelijke, haast oosterse welbevinden almaar onrustiger wordt.</p>
<p><em>Podium, 48 blz, € 15,00</em></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.vn.nl/boeken/fictie/ademhalen-onder-de-maan-ingmar-heytze/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

