Koestler: De overtuigde intellectueel – Michael Scammell
door Hans Renders
De Nederlandse vertaling van Arthur Koestlers Darkness at Noon die de Socialistische Uitgeverij Amsterdam in 1979 uitbracht, kocht ik ooit alleen en uitsluitend vanwege het citaat op het achterplat: ‘Ik zou het boek van Koestler geen “slecht”, maar wel een zeer gevaarlijk boek willen noemen, een boek namelijk, dat schandalig misbruikt kan worden en misbruikt wordt.’ Deze waarschuwing of aanprijzing, wat is het, kwam van Annie Romein-Verschoor. Dat was pikant omdat Arthur Koestler zijn roman in 1940 juist geschreven had om aan te geven hoe gevaarlijk communisten als Romein-Verschoor waren door niet te willen zien – laat staan te erkennen – dat in hun geliefde heilstaat Rusland onderdrukking en moord aan de orde van de dag waren.
Darkness at Noon is geschreven tegen de achtergrond van de Moskouse showprocessen in 1937, hoewel nergens in het boek vermeld wordt dat het verhaal in Rusland speelt. Koestler was jarenlang lid geweest van de communistische partij, maar had in de loop van de jaren gezien hoe het bolsjewisme gecorrumpeerd was. Op indrukwekkende wijze wordt in deze roman geïllustreerd hoe zelfs de meest trouwe communisten door hun eigen partijgenoten vervolgd werden en zelfs zo gehersenspoeld dat ze het aan hun toegedichte maar volledig verzonnen verraad van de partij of Stalin ook nog bekenden, voordat ze de kogel kregen.
Koestler schreef zijn roman in het Duits terwijl hij door de Franse autoriteiten in een kamp was opgesloten. Zijn toenmalige vrouw Daphne Hardy vertaalde het boek naar het Engels en smokkelde het manuscript naar Londen. Zelden is een boek geschreven waarin de angst en onzekerheid van de auteur zo overtuigend is overbracht op zijn personages, hoewel Koestlers gevangenschap in Frankrijk helemaal niets te maken had met de situatie die hij in zijn roman beschrijft. De stank van de gevangenis en de claustrofobische sfeer die je op elke bladzijde van dit requiem van linkse politiek in Europa ervaart, kwamen niet voort uit de verbeeldingskracht van Koestler. Hij had het allemaal zelf ervaren in Spaanse en Franse gevangenissen. Darkness at Noon past in het rijtje Brave New World van Aldous Huxley en 1984 van George Orwell, boeken waarin zo angstwekkend wordt beschreven wat er gebeurt als eenvoudigen van geest een politieke ideologie als het nieuwe geloof omarmen. Zonder twijfel steekt Darkness at Noon ook als roman uit boven Brave New World en 1984.
Interview met Einstein
Arthur Koestler (1905-1983) heeft een leven als een wervelwind geleid. Tussen zijn geboorte in Boedapest en zijn kortdurende studententijd in Wenen aan de Hochschule für Techniek woonde de jonge Koestler jarenlang met zijn ouders in hotels. Zijn vader was een avonturier die zich van het ene zakelijke echec in het andere stortte, totdat hij een succesvolle handel in textiel opzette en zijn rijkdom etaleerde door met vrouw en kind permanent in dure hotels te leven.
Ondanks dit jachtige bestaan was Arthur een lezer. Behalve Shakespeare, Rilke, Heine en Byron las hij ook Darwin, Kepler en Newton. In Wenen raakte de Joodse Koestler in de ban van het zionisme. Biograaf Michael Scammell heeft diepgravend onderzoek gedaan naar de jeugdjaren en de omgeving van Koestler en maakt aannemelijk dat hij veel meer antisemitisme heeft moeten ervaren dan hij later in zijn autobiografische boeken heeft willen toegeven. In elk geval vertrok hij als voorzitter van een Joodse studentenorganisatie naar Palestina om in de kibboets te werken. Die handenarbeid vond hij maar niks en al na een paar weken, hij was amper twintig jaar oud, begon hij Duitstalige artikelen te schrijven voor de Wiener Morgenzeitung en de Neue Freie Presse. Een hele prestatie voor een Hongaarse jongeman. Later zou hij het Duits overigens inwisselen voor het Engels.
Twee jaar later werd hij voor het Duitse uitgeefconcern Ullstein correspondent in het Midden-Oosten, de jongste die het bedrijf ooit had aangesteld. Voortaan waren zijn artikelen voor de Neue Freie Presse ook te lezen in de Vossische Zeitung. Koestler was journalist geworden, en hij viel op omdat hij de actualiteit verwerkte in prachtig geschreven literaire verhalen onder titels als ‘Het café van 1001 nachten’. Tevens leverde hij reisreportages en essays over buitenlandse politiek die volgens de biograaf vandaag zo weer afgedrukt kunnen worden.
Het vertrouwen bij Ullstein was groot, want kort daarna werd de jonge correspondent in Parijs gestationeerd. Met een tomeloze energie begon hij naast zijn reguliere werk ook reeksen artikelen te schrijven over techniek. Bij Ullstein was altijd wel een tijdschrift dat kopij kon afdrukken met titels als ‘Het mysterie van licht’, zeker als de auteur ervan ondertekende met ‘Ingenieur Arthur Koestler’.
In 1930 werd hij naar Berlijn gehaald en was hij van dichtbij getuige van Hitlers grote verkiezingsoverwinning. De Duitse hoofdstad was the place to be voor een journalist. Er verschenen alleen al eenentwintig volwaardige stadskranten en de redacties van talloze landelijke kranten en weekbladen waren er gevestigd. Koestler was een gevierd journalist die werkelijk over elk denkbaar onderwerp publiceerde. Dankzij zijn korte, niet afgemaakte, technische studie kon hij ook artikelen over radioactiviteit, quantummechanica en genetica schrijven. Onder het mom van ‘de utopie van vandaag is de werkelijkheid van morgen’ schreef hij naast deze natuurwetenschappelijke artikelen ook met enthousiasme over occultisme en telepathie.
Een interview met Einstein was een journalistieke scoop van de eerste orde. En hij werd werkelijk een beroemdheid door zijn reportages over zijn reis per zeppelin naar de Noordpool. Onder invloed van zijn vriend Wilhelm Reich, die propageerde dat het werkelijke geluk bereikt kon worden door ongelimiteerde seksuele activiteit, leidde de goeduitziende Koestler een promiscue leven in Berlijn.
Ondertussen was hij adjunct hoofdredacteur van de Berliner Zeitung am Mittag. Plotseling werd hij door Ullstein ontslagen. Waarschijnlijk omdat uitgelekt was dat hij een jaar eerder lid was geworden van de Duitse communistische partij, aanvankelijk omdat hij hoopte dat de overwinning van het communisme een einde zou maken aan het antisemitisme. Na zijn ontslag was er tijd om in opdracht van de Komintern (het samenwerkingsverband van communisten wereldwijd, onder leiding van de Sovjet-Unie) en de Carl Duncker Verlag, een uitgever, boeken en reportages te schrijven. Tevens publiceerde hij samen met een Hongaarse psycholoog twee detectives. Een jaar later woonde hij weer in Parijs en verzamelde daar (in opdracht van de Komintern) documenten voor het geruchtmakende Bruinboek tegen Hitler. Ook redigeerde hij vanuit Parijs het eerste en enige nummer van een satirisch tijdschriftje: Die Saar-Ente.
Een beetje politiek naïef was Koestler ook. Hij vertrok naar Spanje om tegen het fascisme te strijden, maar werd slachtoffer van de politieke controverses tussen de communisten. Verdacht van trotskisme werd hij opgesloten, ter dood veroordeeld en weer vrijgelaten – dit alles beschreef hij later in Dialogue with Death.
Koestler wist onder meer via aansluiting bij het Vreemdelingenlegioen in 1940 in Londen te belanden. Dat bleef vanaf toen zijn thuisbasis. Hij had een lange weg afgelegd. Dankzij de publicatie van Spanish Testament in 1937 was hij in alle opzichten onafhankelijk geworden, niet in de laatste plaats omdat het boek een overweldigend verkoopsucces was. In 1938 had hij de partij verlaten omdat hij het communisme tot een moreel gedegenereerd ideaal had zien afglijden en tot het inzicht was gekomen dat, in de woorden van Albert Camus, elke revolutionair uiteindelijk een onderdrukker of een verrader wordt. Koestler was bij het uitbreken van de oorlog een echte intellectueel geworden die definitief koos voor het adagium: geen enkele ideologie is een mensenleven waard. Hij wilde geen lippendienst meer bewijzen aan het communisme of aan wie dan ook.
Maar in Londen verleende hij toch weer lippendienst: hij werkte namens de inlichtingendienst bij de BBC en schreef propagandistische luisterspelen over Heydrich, Julius Streicher en andere nazi’s. Samen met George Orwell redigeerde hij een antifascistische boekenserie. Toen de The New York Times hem vroeg om een verhaal te schrijven over zijn ervaringen en zijn strijd voor democratie, weigerde hij omdat ‘niemand voor zoiets abstracts als democratie zou moeten sterven’.
Banden met de CIA
Michael Scammell gebruikt soms grote woorden. Zoals waar hij uitlegt dat Koestler een hekel aan psychoanalyse had omdat emoties door Freud teruggebracht werden tot effecten van infantiele impulsen, ‘net zoals Marx complexe politieke en economische krachten uitsluitend verklaarde uit klassentegenstellingen’. Maar naarmate je meer leest in deze vuistdikke biografie, wordt duidelijk dat Koestler zijn leven zelf ook inrichtte naar dit soort denken. Hij was ongelooflijk leergierig en in eerste instantie gevoelig voor elk denksysteem. Gretig werd hij zionist, communist of anticommunist om vervolgens zijn eigen denken serieus te nemen en weer naar een volgend systeem over te stappen. Zo is te verklaren dat hij net zo makkelijk een pleitbezorger van de natuurwetenschappen was als van de parapsychologie.
Voor Koestler was overtuiging, welke dan ook, geen loos begrip. Als zionist ging hij naar Palestina, als communist ging hij naar Spanje en Rusland en in 1950 was hij een van de oprichters van het Congress for Cultural Freedom, een mantelorganisatie van de CIA die Europese intellectuelen en kunstenaars verleidde tot de ideologie van het liberale Amerika. Het illustreert weer hoe naïef Koestler kon zijn. Hij moest uit de krant lezen over de banden met de CIA. Nog maar een jaar eerder had hij zijn indrukwekkende bijdrage geleverd aan The God that Failed, een boek waarin zes bekende schrijvers hun afscheid van het communisme toelichtten. En nu dreigde hij alweer verstrikt te raken in de ideologische fuik van de tegenpartij.
Koestler bleef ongelooflijk actief. Hij publiceerde boeken over de slavenopstand onder Spartacus, creativiteit in wetenschap en kunst, over erfelijkheid, hallucinaties en het gebruik van drugs. Daarnaast publiceerde hij dagboeken, reisverslagen, een biografie van Johannes Kepler, een verzameling essays over de werking van hersens en diverse studies over telepathie. Toen bij hem de ziekte van Parkinson geconstateerd werd, verscheen daar natuurlijk enige tijd later ook een boek over.
Koestler nam zijn eigen denken serieus. Hij had gezien hoe Franco en Stalin hun eigen burgers over de kling joegen, wat martelen betekende en hoe barbaars de doodstraf was. In Engeland initieerde hij de beweging tegen de doodstraf en werd hij vicevoorzitter van de vereniging die het recht op vrijwillige euthanasie bepleitte. Scammell onthult dat Koestler zijn leven lang aangetrokken was door suïcide en al minstens drie pogingen daartoe had gedaan voordat hij in 1983 samen met zijn (derde) vrouw een einde aan zijn leven maakte.
Koestler was zevenenzeventig jaar en ziekelijk, Cynthia vijfenvijftig en kerngezond. Had Koestler haar van deze ultieme beslissing moeten afhouden? Er werd na zijn dood heftig over gediscussieerd, evenals er her en der vrouwen opstonden die beweerden door hem te zijn aangerand of erger. Ook de biograaf schrijft kritisch over Koestlers omgangsvormen. Toen zijn zeventienjarige dochter uit een vorig huwelijk aandrong op een ontmoeting, schreef de zevenenzestigjarige vader terug: ‘Je hebt een paar boeken van mij gelezen. Waarschijnlijk heb je daardoor een iets te positief beeld van me, dat ik niet wil verstoren.’ Het was het enige contact ooit tussen vader en dochter.
Deze biografie is al een tijdje geleden in Amerika en Engeland verschenen. Het is werkelijk onbegrijpelijk dat geen enkele Nederlandse uitgever het initiatief heeft genomen dit schitterende boek in vertaling uit te brengen. Scammell laat op eloquente wijze zien hoe Koestler ervaringen uit zijn persoonlijk leven steeds weer verwerkte in zijn journalistieke, essayistische en literaire werk, met als hoogtepunt Darkness at Noon waarin die drie genres met elkaar zijn verweven. Als afschrikwekkende illustratie van wat het betekent als kritische intellectuelen zich overgeven aan gelovigen van welke soort dan ook, is Scammells boek bovendien angstaanjagend actueel.




