Daar staat mijn huis – Hans Keilson
door Aart van Zoest
Czeslaw Milosz schreef ‘Ik heb een onsterfelijke Getuige nodig, opdat hij weet en het onthoudt, hij alleen.’ We mogen daaraan toevoegen dat wij mensen bovendien sterfelijke aardse getuigen nodig hebben, die het mogelijk maken dat we nalaten om tot vergeten over te gaan, opdat we misdaden en stommiteiten van weleer vermijden. Schrijvers kunnen zulke getuigen zijn. Hans Keilson is er zo een. Geboren in 1909 en thans 101 jaar. Maakte beide wereldoorlogen van de vorige eeuw mee. Als Duits jongetje de Eerste, waaraan zijn vader moest deelnemen. Thuis leerde hij Joodse tradities kennen. Tijdens het interbellum het antisemitisme, triomferend na de opkomst van Hitler. Hij vluchtte naar Nederland in 1936. Daar beleefde hij de Tweede Wereldoorlog, met de Jodenvervolging. Hij overleefde. Het grootste deel van zijn lange leven heeft hij te midden van ons in Nederland gewoond en gewerkt, bereid en in staat tot acculturatie. Essentiële, heldere getuigenis, van een Jood in diaspora, van een door nood gedwongen migrant. Die zeggen kan ‘hier staat mijn huis’.
Van Gennep, vertaling Piet de Moor, 103 p., € 9,90


