Hoe Obama won
Beschouwing / De verkiezingen van 2008
Hoewel de overwinning van George Bush in 2004 bepaald niet indrukwekkend was, beweerden deskundigen dat er sprake was van een blijvend Republikeins overwicht bij de presidentsverkiezingen. Wie toen zou hebben voorspeld dat de drie meest prominente kandidaten vier jaar later een zwarte Amerikaan, een vrouw en een bejaarde zouden zijn en dat de zwarte Amerikaan, die bovendien Barack Hussein Obama heet, zou winnen, zou zijn opgenomen in een gekkenhuis.
Oorzaak van deze transformatie van het politieke speelveld was de dramatische mislukking van het presidentschap van Bush. Afgezien van het feit dat zij beiden aan Harvard University hebben gestudeerd, is Obama de perfecte anti-Bush, zowel qua achtergrond, karakter als politieke opvattingen. Dat brokkenpiloot Bush tot het late najaar van 2005 uit de wind is gehouden door media, deskundigen en het politieke establishment blijft een schandaal dat nadere studie behoeft. Toen orkaan Katrina definitief duidelijk had gemaakt dat de regering-Bush inderdaad helemaal niets kon, volgde in november 2006 de eerste pijnlijke electorale afrekening. Die maakte duidelijk dat het voor de Republikeinen vrijwel onmogelijk zou zijn om in 2008 te winnen. De Democratische kandidaat had een uitstekende kans het Witte Huis te halen.
Aanvankelijk leek het een uitgemaakte zaak dat Hillary Clinton die kandidaat zou zijn. Voor het eerst een vrouw in het Witte Huis, wat een triomf van de emancipatie! Hillary was de bekendste kandidaat, zij had de beste organisatie, zij had het meeste geld en zij had de beste politieke adviseur: haar echtgenoot. Zij kon simpelweg niet verliezen. In september 2007 stond Hillary drieëndertig punten voor op Obama in nationale opiniepeilingen. De twee andere prominente Democratische kandidaten waren John Edwards en Barack Obama. Er waren nog veel meer Democratische kandidaten, maar die hebben geen rol van betekenis gespeeld. Ook Edwards, die het in eerste instantie redelijk leek te doen, wist niet uit de schaduw van Hillary en Obama te komen.
Hoewel Obama ongetwijfeld een uitzonderlijk getalenteerde persoon is, had hij ook, zoals alle werkelijk succesvolle mensen, ongelofelijk veel geluk. In zijn campagne voor een senaatszetel in 2004 raakten al zijn serieuze tegenstanders door eigen toedoen in de problemen, zodat hij het uiteindelijk moest opnemen tegen een zwarte Republikeinse zonderling, die volkomen kansloos was. In juli 2004 had Obama zichzelf in minder dan een half uur veranderd van een veelbelovende, maar onbekende politicus in een nationale ster door een magnifieke toespraak tijdens de Democratische conventie. Vanaf dat moment trok hij overal grote mensenmenigten, alsof hij een zanger of sportheld was, in onze cultuur zoals bekend de enige personen die op ongeremde bewondering kunnen rekenen. Toen Obama zich kandideerde voor het presidentschap in Springfield, de oude hoofdstad van Illinois, waar destijds ook Lincoln zich kandidaat had gesteld, kwamen er ondanks de poolkou vijftienduizend mensen opdagen. Hillary mocht dan een forse voorsprong hebben in de peilingen, de fondsenwerving van de Obama-campagne was spectaculair. Uiteindelijk zou hij, vooral via het internet, ruim vijfhonderd miljoen dollar ophalen.
Amerikaanse winter
De eerste werkelijke krachtmeting tussen Hillary, Obama en Edwards was de caucusverkiezing in Iowa op 3 januari 2008. Zo'n caucusverkiezing werkt heel anders dan een normale voorverkiezing en vraagt ook een ander type organisatie. In een normale voorverkiezing brengt de kiezer zijn stem uit in een stemlokaal en vertrekt dan weer. Hij is in drie minuten klaar. Zo niet in een caucussysteem. Daarvoor komen de mensen per district bijeen in een of andere publieke ruimte en discussiëren enkele uren over de voors en tegens van de verschillende kandidaten. Uiteindelijk wordt er gestemd. De resultaten van al die bijeenkomsten bepalen de statelijke uitslag.
Een caucus vraagt dus een aanzienlijke tijdsinvestering en dat nog wel in de duistere Amerikaanse winter. De organisatie van de verschillende kandidaten moet er voor zorgen dat de eigen supporters die discussie-avonden bezoeken. Daarvoor is meer nodig dan mooie televisiereclames en toespraken. Obama besloot alles te zetten op de eerste confrontatie in Iowa. Geld had hij genoeg, wellicht nog belangrijker was dat hij beschikte over veel stafleden die Iowa goed kenden en gedetailleerd op de hoogte waren van het caucussysteem. Dat gold niet voor Hillary. De kandidate en haar echtgenoot hadden een broertje dood aan het caucussysteem, zij hadden geen effectief netwerk in Iowa en bovendien werd voor het eerst duidelijk dat er allerlei onderhuidse spanningen in haar verkiezingsorganisatie waren.
De uitslag van de caucus was een doffe dreun voor de onoverwinnelijk geachte Hillary. Obama kreeg zevenendertig procent, Edwards 29,75 procent en Hillary 29,47 procent. Hoe klein het verschil tussen Edwards en Hillary ook was, de mediaboodschap was dat zij derde was geworden. De opkomst was enorm, veel groter dan in andere jaren, een indicatie van de urgentie die de kiezers kennelijk voelden en van het feit dat Obama bezig was een soort beweging te ontketenen. Zijn campagneorganisatie kon beschikken over een ongekend aantal, vooral jonge, vrijwilligers.
Oudere vrouwen
De eerste echte voorverkiezing was in New Hampshire, vijf dagen later. Volgens de peilingen lag Obama daar al meer dan tien punten voor op Hillary. Zou Obama weer winnen, dan waren de voorverkiezingen de facto voorbij, dat zou Hillary niet overleven. Obama had zijn overwinningstoespraak al geschreven, maar het feest ging niet door. Terwijl Hillary's nationale organisatie nog in depressie verkeerde vanwege Iowa, zette haar lokale organisatie alles op alles, vooral om alle wat oudere vrouwen te mobiliseren.
Daarbij hielp een onverwacht incident. Tijdens een matineuze verkiezingsstop in een wegrestaurant schoot Hillary plotseling vol. Kennelijk moe en wellicht lichtelijk wanhopig, brak haar stem en raakten haar ogen betraand. De eeuwig strak gedisciplineerde Hillary bleek een mens! Het traanmoment, dat verder niets te betekenen had, werd miljoenvoudig vergroot door de media en ging de wereld rond. Het was in elk geval voldoende voor een volkomen onverwachte overwinning van Hillary in New Hampshire. Natuurlijk werd gesuggereerd dat Hillary het had gespeeld, maar dat lijkt mij niet waarschijnlijk, ze is geen Meryl Streep. Nu was het de beurt van Obama's campagne om uit het veld geslagen te zijn. Wat een zekere overwinning had geleken en wellicht een snel en triomfantelijk einde van de campagne, was uitgedraaid op een nederlaag. Obama concludeerde koeltjes dat de snik de doorslag had gegeven en dat de campagne lang ging duren.
Tijdens de voorverkiezing in South Carolina ruim twee weken later, die door Obama zeer ruim werd gewonnen, ontstond een onaangename sfeer. Dat was vooral de schuld van de interventies van Bill Clinton, die zijn echtgenote te hulp was geschoten. Over Obama's eclatante overwinning zei Clinton op neerbuigende toon: 'Jesse Jackson deed het hier ook goed,' suggererend dat een zwarte kandidaat het daar aardig kon doen, maar in nationale verkiezingen kansloos was. Daarmee was Obama's optreden onderdeel gemaakt van het moeizame debat over het racisme in de Verenigde Staten.
Clinton zei het niet zo bedoeld te hebben, maar het werd hem enorm kwalijk genomen en Hillary's campagne verloor de steun van het establishment van de partij. Op 28 januari verklaarde Ted Kennedy Obama's campagne te steunen. Mogen we de deskundigen geloven, dan was dat een essentieel moment in de campagne, omdat Super Tuesday, 5 februari 2008, voor de deur stond. Op die dag zouden in een zeer groot aantal staten, waaronder Californië en New York, voorverkiezingen en caucusverkiezingen worden gehouden.
Het was altijd de bedoeling van Hillary geweest op die dag de genadeklap uit te delen. Het zag er aanvankelijk ook naar uit dat zij dat zou doen. Zij won in vrijwel alle grote staten. Toen de volgende dag echter het aantal gewonnen gedelegeerden voor de conventie werd geteld, bleek Obama 847 gedelegeerden te hebben gewonnen en Hillary 834. Obama had vrijwel alle kleine staten gewonnen en had het goed gedaan in de grote staten, vanwege het door de Democratische partij gehanteerde proportionele kiessysteem.
Omdat Hillary's campagneorganisatie steeds had gedacht op Super Tuesday klaar te zijn, had zij zich volstrekt onvoldoende voorbereid op de reeks van vooral caucusverkiezingen in kleine staten die nu volgde. Hillary verloor in de volgende veertien dagen elf staten. Obama had nu zo'n voorsprong in gedelegeerden dat zij alleen nog maar een theoretische kans had om te winnen. Ze deed het goed aan het slot van de lange campagne, maar als Obama verloor, was het verschil steeds marginaal. Obama had het onmogelijke gepresteerd, hij had de gedoodverfde overwinnaar verslagen. Dat was het gevolg van een veel betere campagneorganisatie, die een uitgekiende strategie had gevolgd, gericht op het winnen van gedelegeerden en niet op spectaculaire overwinningen in de grote staten.
Leeghoofdige kakelkont
Aan Republikeinse kant was John McCain de kandidaat geworden, ongetwijfeld de enige Republikein die enige kans maakte in 2008, omdat veel onafhankelijke kiezers hem wel zagen zitten. Toch was het voor Obama vrij makkelijk hem aan de mislukte president te koppelen, omdat McCain in negentig procent van de gevallen met de president had meegestemd. McCain voerde een zwakke campagne zonder duidelijke boodschap en lag steeds iets achter op Obama.
Hij moest iets opmerkelijks doen om in november een kans te hebben. Dat was de reden dat hij voor de Republikeinse Conventie begin september een opmerkelijk konijn uit de hoge hoed toverde: Sarah Palin, de volkomen onbekende gouverneur van Alaska. Zij hield een kwieke rede tijdens de conventie en was een sensatie. Het aartsconservatieve Republikeinse kernelectoraat, dat niet veel ophad met McCain, ontwaakte uit zijn dommelslaap en ook vele onafhankelijke vrouwelijke kiezers waren van Palin gecharmeerd. Twee weken lang constateerde ik dagelijks met klamme handen van ontzetting dat de bejaarde oorlogshitser een lichte voorsprong had genomen op Obama. Gelukkig hebben Palin en McCain in de tweede helft van september hun campagne bekwaam getorpedeerd. Palin bleek een leeghoofdige kakelkont en McCain reageerde zo verward op de economische crisis die zich explosief aankondigde na het faillissement van Lehman Brothers dat Obama al in de loop van september een voorsprong kon nemen die hij niet meer heeft prijsgegeven. Hij won ook met gemak de debatten met McCain, die steeds een bozige en stuurloze indruk maakte.
Obama won met negenenzestig miljoen stemmen, tien miljoen meer dan McCain. Hij gaf daarvoor bijna tweehonderd miljoen dollar meer uit. Obama scoorde bijna drieënvijftig procent van de stemmen, McCain ruim vijfenveertig procent. Ik moet zeggen dat ik dat verschil, gezien de kwaliteit van de kandidaten en het optreden van de Republikeinse partij in de voorgaande acht jaar, verrassend klein vind. Laten we niet vergeten dat McCain in de eerste week van september nog een kleine voorsprong had. De opkomst was voor Amerikaanse begrippen hoog, ruim zestig procent van de mogelijke kiezers kwam ook opdagen. McCain won een vrij ruime meerderheid van de blanke kiezers, hetgeen ook weer te denken geeft. De jonge blanke kiezers (18-29) stemden echter in even ruime meerderheid op Obama. Ook blanken met een universitaire opleiding stemden in meerderheid op hem.
Obama's winst kwam vooral van de minderheden. Hij kreeg negentig procent van de zwarte stemmen en ook de hispanics en Aziatische Amerikanen stemden voor zo'n tweederde deel op hem. Gegeven de demografische trends is dit een aantrekkelijke electorale coalitie. Het zijn immers vooral oudere blanke kiezers met een lage opleiding die niets van Obama moeten hebben. De hispanics vormen verreweg de snelst groeiende bevolkingsgroep en jonge blanken hebben kennelijk veel minder last van racistische hang-ups dan de oudere blanken. Bovendien neemt het opleidingsniveau nog steeds toe. Als Obama het redelijk doet en die coalitie bij elkaar weet te houden, zou hij wellicht de Democraten voor een langere periode aan een bruikbare meerderheid kunnen helpen. Dat is echter pure speculatie.
Nobelprijs
Obama is nu tien maanden president, we kunnen dus een soort voorlopige, zeer voorlopige, balans opmaken. Ongetwijfeld heeft hij zijn meest fervente aanhangers diep teleurgesteld. Zij die in hem de nieuwe Messias zagen, zijn van een koude kermis thuis gekomen. Obama heeft allerlei nuttige dingen gedaan, maar hij bleek veel voorzichtiger, of pragmatischer, en afwachtender dan zijn fans hadden gehoopt. De restanten van de Republikeinse partij hebben met name deze zomer een hysterische haatcampagne tegen Obama gevoerd, die toch enige indruk lijkt te hebben gemaakt op de gematigde kiezers in het centrum. Dat alles verklaart wellicht waarom op de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan Obama zo zuurtjes is gereageerd, in het bijzonder in de Verenigde Staten. Maar we moeten Obama's optreden niet meten aan de overspannen verwachtingen na de verkiezingscampagne, maar aan het optreden van zijn voorganger. Dan heeft hij die prijs, zoals ze in Noorwegen ook vast hebben gedacht, ten volle verdiend.
Lezen
Er zijn over de campagne van 2008 in de Verenigde Staten al tal van boeken verschenen. Ik heb deze reconstructie deels gedestilleerd uit: Dan Balz en Haynes Johnson, The Battle for America 2008: the Story of an Extraordinary Election (Viking Books 2009). Dat is een zeer leesbaar boek, dat beschrijving en analyse prettig afwisselt. Andere boeken over de campagne: Chuck Todd en Sheldon Gawiser, How Barack Obama Won: a State-by-state Guide to the Historic 2008 Presidential Election (Vintage Books), een handig en informatief boek, maar niet meer dan een naslagwerk; Richard Wolffe, Renegade, The Making of a President (Crown New York), een goed boek dat zich echter uitsluitend met Obama en zijn campagne bezighoudt, waardoor een aanzienlijk deel van het electorale circus niet in beeld komt; David Plouffe, The Audacity to Win: the Inside Story and Lessons of Barack Obama's Historic Victory (Viking) - dit boek verschijnt op 3 november en is van belang, want Plouffe was de campagnemanager van Obama; Greg Mitchell, Why Obama Won, The Making of a President 2008 (Sinclair Books 2009), een wat zonderling, maar soms verrassend informatief boek dat een overzicht van de campagne geeft van dag tot dag.
Top 5 best bekeken
Twitterfeed van vrij_nederland
-
jackdevries: Het is weer laat geworden. MP moest tussendoor nog reactie geven op trieste overlijden van Van Mierlo. Nu bijna thuis. 1:38 AM, 12 mrt
-
wimvandecamp: Mr. H.A.F.M.O. van Mierlo overleden. Hij was een coryfee, niet alleen van D66, van de hele Nederlandse Politiek. En in alles een katholiek 1:32 AM, 12 mrt
-
ahmedmarcouch: Hollands humeur !RT: @jmetoren "Mens meer is dan een individu. Als consument is hij gelukkig, als burger niet." [text] http://bit.ly/dolZFt 12:53 AM, 12 mrt
-
jcdejager: Op weg naar huis. Nog even stukken doornemen voor morgen in Ministerraad. 12:42 AM, 12 mrt
-
jaapjansen: http://twitpic.com/17zmfm - Adieu 12:41 AM, 12 mrt
-
barackobama: The time for talk is over. It’s time to take health reform across the finish line. http://j.mp/dl3C4Q 12:25 AM, 12 mrt

