VN MediagidsZwarte school wordt succesverhaal

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving / integratie / Onderwijs 20.06.2009

Door Margalith Kleijwegt

Afbeelding bij Zwarte school wordt succesverhaal

Een chaos was het Calvijn met Junior College toen Margalith Kleijwegt er zes jaar geleden binnenstapte: pislucht, ratten, lamgeslagen leraren en ongrijpbare leerlingen. Ze bewoog bestuurders de verkommerde school weer toekomst te geven. En dat lukte.

De leerlingen van de eerste klas moeten tegenwoordig van half negen tot vier uur naar school. Behalve de traditionele vakken krijgen ze extra Engels van native speakers, leren ze debatteren, gaan ze skaten en mountainbiken. En leerlingen die het verdienen gaan een dagje uit in een auto met een door de ING geleverde chauffeur. Ze gaan naar de Tweede Kamer, Madurodam, of een andere hot spot waar ze nooit eerder zijn geweest.

Zes jaar geleden, de eerste keer dat ik het Calvijn
met Junior College bezocht, was de situatie heel anders. Gillende leerlingen struikelden over elkaar op de trappen, overal lagen lege zakjes chips of leeggedronken flesjes frisdrank. Leerkrachten leken aan het eind van hun Latijn op deze zwarte school in Amsterdam-West.

De directeur had net als de leerkrachten het beste met de leerlingen voor, maar de problemen
waren zo groot – agressie, spijbelen, verstoorde
lessen, totaal afwezige ouders – dat het leek alsof ze het collectief hadden opgegeven. De school, ooit een havo-atheneum met witte leerlingen, was nu een vmbo met uitsluitend allochtone leerlingen. Vaak spraken ze slecht Nederlands en hun ouders voelden zich niet bij de school betrokken. Dat vergde een andere aanpak van leraren die helemaal niet op deze nieuwe taak waren voorbereid.

Sinds die eerste schokkende confrontatie en in het besef dat er in de grote steden veel meer van dit soort scholen waren, ben ik naar het Calvijn blijven gaan en schreef ik er behalve verhalen voor Vrij Nederland ook het boek Onzichtbare ouders over. Maar verslag doen alleen was niet voldoende. Er moest iets gebeuren, vond ik.

Minder uitval, meer plezier
Het gebouw dat er toen haveloos bijstond, heeft inmiddels een metamorfose ondergaan. Een aantal klassen is geschilderd, het is overal schoon, buiten staan vrolijke rode
bankjes tussen het groen. Ook het lerarencorps is gedeeltelijk vernieuwd: meer jonge docenten, veel van Turkse of Marokkaanse afkomst. Het verzuim is sterk gedaald, het taalniveau sterk gestegen. En het belangrijkste: de leerlingen gaan met veel meer plezier naar school.

De sfeer op het Calvijn College is niet langer verslagen, maar optimistisch. Over twee weken worden de handtekeningen gezet onder het voorstel een heel nieuw gebouw neer te zetten. Na jarenlang gesteggel tussen het schoolbestuur, de woningcorporatie en de gemeente lijken ze er nu uit te zijn. Dan komt er eindelijk een prachtige sportzaal die overdag door school zal worden gebruikt en ’s avonds door verenigingen. Kleinschalige ondernemingen worden gevestigd in het schoolcomplex, leer-werkbedrijfjes met een uitstraling naar de hele buurt. In die nieuwe school zullen vmbo-leerlingen ook hun mbo-diploma kunnen halen zodat er van uitval na het vmbo geen sprake meer is. Ook zullen alle leerlingen de extra aandacht krijgen die nu alleen nog voor de eersteklassers is weggelegd. Dat kost veel geld, maar de komende vier jaar lijkt er voldoende te zijn.

Drie jaar geleden liet Felix Rottenberg op mijn verzoek tijdens een speciaal belegde en drukbezochte sessie op het Calvijn zien hoe slecht de school eraan toe was. De pislucht bij het gymlokaal, de ratten, de verstopte wc’s, de slechte samenwerking met Bureau Jeugdzorg, niets bleef onbesproken. En dat in aanwezigheid van het verantwoordelijke college van bestuur van Amarantis, de organisatie op christelijke grondslag die van de overheid geld krijgt voor het besturen van 30.000 leerlingen op 59 schoollocaties, waaronder het Calvijn. Ook aanwezig waren burgemeester Cohen, stadsdeelvoorzitter Marcouch en gemeentesecretaris Erik Gerritsen. Rottenberg probeerde erachter te komen hoe de school zo in het slop had kunnen raken en spaarde daarbij niemand.

Die middag staat Bert Molenkamp – voorzitter van het college van bestuur van Amarantis – in het geheugen gegrift, vertelt hij in zijn royale kantoor in het Atrium aan de Amsterdamse Zuidas. ‘Het was een zwarte bladzijde in mijn loopbaan. Het verwijt aan ons was dat we onze plicht verzaakten. We hadden het Calvijn laten verkommeren.’

Diezelfde middag nog riep Rottenberg de Commissie Nix in het leven, bestaande uit Bert Molenkamp, toenmalig gemeentesecretaris Erik Gerritsen en soms een speciale gast. Rottenberg kreeg de verantwoordelijken keer op keer om de tafel. Ze mochten pas zijn huis uit als er beslissingen waren genomen. Bert Molenkamp: ‘Hij forceerde doorbraken, hij dwong ons om eruit te komen.’

Jaloezie onder bestuurders
Amarantis zorgde dat de school weer acceptabel werd. De wc’s werden opgeknapt, er kwam een voetbalveldje en het terrein buiten werd leerlingvriendelijk gemaakt door het struikgewas weg te halen en een fatsoenlijke tuin aan te leggen. Maar Felix Rottenberg, een deel van het lerarencorps en ikzelf wilden méér. We wilden van deze verwaarloosde school het beste vmbo in Amsterdam-West maken, een voorbeeld voor scholen waar soortgelijke problemen spelen. Een proefschool, waar een nieuwe aanpak van dit soort leerlingen kon worden uitgeprobeerd. Wat er lukte, kon door andere vmbo’s worden overgenomen.

Dat zo’n speciale aanpak tot jaloezie en soms zelfs tot tegenwerking van andere Amarantis-scholen zou leiden, hadden we van tevoren niet bedacht. Bovendien was Felix Rottenberg daar ook niet van onder de indruk. Hij hamerde er op dat alleen de allerbeste manager deze school uit het slop zou kunnen trekken. Een man of vrouw die zich door niets of niemand zou laten tegenhouden. Alleen zo iemand was in staat om zo’n ingewikkeld proces te overzien en bij tegenwind door te zetten.

Die droomkandidaat bleek niet eenvoudig te vinden. Net voordat iedereen de hoop had opgegeven, toonde de Amsterdamse topambtenaar Eric ten Hulsen zich bereid het Calvijn tijdelijk te leiden. Onder zijn bewind verdween de chaos en kwam er weer structuur in de school. En dankzij zijn directe lijn met de gemeente kon hij lobbyen voor de nieuwbouw, extra gelden voor een nieuw onderwijsprogramma en verlengde schooldagen.

Na anderhalf jaar stapt Ten Hulsen nu op om terug te keren naar de gemeente. Is dat niet te snel? Laat hij het Calvijn wel met een gerust hart achter? ‘Dat is een gewetensvraag. Ik denk dat we de weg omhoog hebben gevonden. Het leerlingenaantal groeit weer behoorlijk, we werken met veel externe partners: de ING, ABN AMRO, Nike, de Rotary, de gemeente Amsterdam. De plannen voor de toekomst zien er solide uit. Ik was nooit van plan om lang te blijven, ik wilde processen in gang zetten. Mijn opvolger moet voor vier jaar tekenen, pas aan het eind daarvan kun je zeggen dat het is gelukt.’

Inflexibele leraren
De afgelopen periode was voor Ten Hulsen een gemengd genoegen, vertelt hij op zijn opgeruimde kamer met uitzicht op het voetbalveldje waar dagelijks gebruik van wordt gemaakt. Eerst voetbalden alleen de jongens maar nu doen de meisjes ook mee, vertelt hij tevreden.

Hij vond het fantastisch om wat voor deze leerlingen te kunnen betekenen – ‘zij waren mijn drijfveer’ – maar het werk was zwaar, loodzwaar. ‘Deze organisatie was er zo slecht aan toe, de structuur binnen de school moest van de grond af aan worden opgebouwd.’

Toen hij aantrad, trof hij een docentenkorps aan dat probeerde te overleven, maar meer ook niet, zegt Ten Hulsen. ‘Iedereen draaide zijn lessen, maar niemand vroeg zich af of wat ze deden wel voldoende opleverde. Het was heel lastig om die ingesleten cultuur – een reactie op jaren van verwaarlozing – te veranderen. Het zit nu eenmaal in de genen van leerkrachten om individueel te opereren. Begrijpelijk, want ze staan alleen voor die klas, met als belangrijkste instrumenten hun passie voor het vak en hun liefde voor kinderen.’

Ten Hulsen schrok vooral van het gebrek aan organisatie. De roosters klopten niet, de jaarplanning was niet op orde, er was geen goed verzuimsysteem. Wat kapot was, werd niet gerepareerd en na drie keer vragen lieten leraren het maar zitten. ‘Ze accepteerden iets wat je nooit moet accepteren,’ zegt Ten Hulsen. ‘Verwaarlozing gaat op den duur in het hoofd van mensen zitten.’

De belangrijkste verandering was dat de lat weer hoog werd gelegd. De nieuwe directeur streefde naar het inspectieoordeel ‘excellent’. Toen hij aantrad, voerde Ten Hulsen eerst gesprekken met alle leraren: ‘Wie niet goed functioneerde, werd daar vroeger niet op aangesproken. Natuurlijk waren er ook leraren die de school overeind hielden, echte helden, die onvoldoende werden gesteund door de leiding en collega’s.’

Het gebrek aan flexibiliteit bij leraren, iets waar minister Plasterk landelijk ook al op heeft gewezen, baart hem zorgen. ‘Leraren blijven te lang op één school zitten en dan dreigt het gevaar van cynisme. Waarom is het binnen het onderwijs niet gewoon dat je met je baas over je toekomst praat? Dat je jezelf de vraag stelt of het misschien tijd is om weg te gaan?’

Ten Hulsen hoopt dat zijn opvolger met kracht de ingezette veranderingen zal doorzetten: ‘Je moet scherp aan de wind varen en buitengewoon onverstoorbaar blijven. Voor je het weet ben je weer aan het pappen en nathouden. Dat kan niet, je moet dóór! Als je je doelen niet hoog stelt, glijd je zo weer af. Zorg voor feedback, stel jezelf voortdurend de vraag hoe je kunt verbeteren. Zo’n omslag kost echt vier à vijf jaar.’

Gelijkheidscultuur
Zonder Felix Rottenberg als aanjager en Vrij Nederland dat over de school bleef schrijven, was het waarschijnlijk anders uitgepakt. De gemeente heeft de afgelopen jaren bijna een miljoen in het Calvijn College gestoken, geld dat werd besteed aan alle extra activiteiten zoals sporten, huisbezoeken en les in debatteren. ‘In ruil daarvoor wil de gemeente zien dat de school er ook echt op vooruitgaat,’ zegt Ten Hulsen. Externe druk blijft nuttig, vindt hij. ‘De toekomstige directeur moet de ruimte krijgen onorthodoxe dingen te doen. Amarantis moet de school ook de komende jaren extra aandacht blijven geven.’

Felix Rottenberg hamerde erop dat een veranderingsproces alleen kans van slagen had als de directeur van het Calvijn geen verantwoording schuldig zou zijn aan de regionale groepsdirectie van Amarantis. ‘Er heerst daar een gelijkheidscultuur,’ beaamt Amarantis-voorzitter Molenkamp. De uitzonderingspositie van het Calvijn werd door anderen niet op prijs gesteld.

De medezeggenschapsraad was geïrriteerd door de onorthodoxe aanpak van Ten Hulsen, die erop stond dat er van half negen tot half vijf docenten in de school aanwezig waren. ‘Dat stond niet letterlijk in de cao,’ legt Molenkamp uit. ‘Dus werd mij gevraagd wat ik daaraan ging doen. Ik antwoordde dat ik het maar zo liet, omdat dat voor deze school noodzakelijk was.’

Het Calvijn College zal zijn bijzondere status na het vertrek van Ten Hulsen niet behouden, tot verdriet van Felix Rottenberg: ‘Die school vergt zo veel van een directeur, die moet zich beschermd weten door het bestuur.’

Feitelijke macht
Schoolbestuurders zoals Amarantis hebben in Nederland de feitelijke macht in het onderwijs. Zij beslissen over beleid en inhoud, de gemeente is alleen verantwoordelijk voor de huisvesting. De laatste jaren heeft de gemeente Amsterdam steeds meer moeite met die taakverdeling. De gemeente kan niet ingrijpen als een school slecht functioneert, zegt wethouder Asscher (PvdA). ‘Maar als een school het niet redt, willen wij helpen. Het gaat om Amsterdamse kinderen en die zijn ook onze verantwoordelijkheid.’

Molenkamp is blij met de financiële steun van de gemeente maar niet met ‘de toenemende bemoeizucht’ van de lokale overheid. Hij beseft dat ze zullen moeten samenwerken, maar wat hem betreft alleen op basis van gelijkwaardigheid. ‘En daar heeft de gemeente Amsterdam wat moeite mee, is mijn ervaring. De gemeente wil politieke macht over het onderwijs. Die houding is onwenselijk en bemoeilijkt de samenwerking. Wettelijk zijn wij nu eenmaal verantwoordelijk.’ De gemeente, vindt Molenkamp, moet zich met haar kerntaken bezighouden: ‘De werkgelegenheid, de demografische ontwikkeling, ruimtelijke ordening. Laat ons maar zorgen dat de scholen op orde zijn. En spreek ons daarop aan.’

Die gespannen verhouding tussen schoolbestuur en gemeente is een vervelend obstakel bij het al dan niet slagen van het Calvijn-project. Asscher, die de afgelopen jaren vijf leerlingen van het Calvijn bij hem stage liet lopen, laat weten niet onder de indruk te zijn van de kritiek van Bert Molenkamp: ‘Wij laten de school niet los, wij willen graag helpen. Amsterdamse kinderen hebben recht op goed onderwijs.’

Felix Rottenberg hoopt dat Asscher en Molenkamp elkaar vooral als partners zullen gaan zien. ‘Die stille machtsstrijd moet ophouden. Het gaat erom het onderwijs te verbeteren, niet om wie de baas is. De gemeente heeft tonnen in het Calvijn gepompt. Bert Molenkamp moet zich gelukkig prijzen dat hij met Asscher als wethouder een enorme sprong kan maken.’

Trotse ouders
De afgelopen jaren heb ik van dichtbij kunnen meemaken hoe moeilijk het is om echt iets te veranderen. Het is soms makkelijker om de dingen zo te laten als ze zijn, zelfs al lopen er ratten door de school. De leerling, waar het allemaal om zou moeten gaan, wordt door alle partijen regelmatig uit het oog verloren. Genoeg redenen om de moed op te geven, maar dat deed Felix Rottenberg niet: hij had de wind eronder en iedereen luisterde naar hem.

Bert Molenkamp is ondanks zijn kritiek op de gemeente trots op wat er is bereikt, een van zijn vmbo’s is mede dankzij zijn inzet geen probleemschool meer, maar een voorbeeldschool, waar iedereen naar komt kijken. Ook wethouder Asscher is tevreden over de vooruitgang, al beseft hij dat vooral de komende jaren cruciaal zullen zijn. De lessen die zijn geleerd, daarover zijn Molenkamp en Asscher het eens, moeten gedeeld worden met andere scholen in een vergelijkbare positie.

En ikzelf? Ik ben ook tevreden. Verslag doen van wat er mis gaat in de wereld, is belangrijk. Maar soms is iets méér dan alleen een belangrijk verhaal. Ditmaal voelde ik me verplicht om mijn eigen reportage binnen te stappen en in te grijpen. Zoiets kan uitlopen op een desillusie, maar niet in dit geval. De inzet die iedereen heeft getoond, de discussie die de afgelopen jaren binnen en buiten de school is gevoerd, het heeft werkelijk tot iets concreets geleid.

Zelfs op microniveau had het effect. Vroeger kwamen de ouders nooit op school, ze wisten soms niet eens waar het gebouw stond. Nu gaan de leraren bij alle leerlingen op huisbezoek. Ouders zijn vereerd met dit hoge bezoek en pakken enorm uit. En de docent krijgt zo een goed idee over wat zich bij een leerling thuis afspeelt. Leraren en leerlingen voelen zich veel meer bij elkaar betrokken dan toen ik, zes jaar geleden, voor het eerst op het Calvijn College kwam. Dat is voor een school essentieel. En de toekomst? Na zo’n lange weg van vallen en opstaan heb ik er alle vertrouwen in.





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?