Afbeelding bij Vriend van Endstra weet niets van aanslag

Vriend van Endstra weet niets van aanslag

10-07-2007
Door Marian Husken en Harry Lensink

Een moordaanslag op Leen Bosnie, voormalig zakenpartner van Willem Endstra, ging in 2004 niet door. Dat verklaren meerdere getuigen in de liquidatieonderzoeken. Het beoogd slachtoffer weet van niets. ‘Ik vind het schandalig!’

Zijn naam dook ineens op in verband met liquidaties. Als slachtoffer én als beoogd uitvoerder. Leen Bosnie. Deze Amsterdamse vastgoedhandelaar zou in opdracht van zijn zakenvriend Endstra diens kwelgeest Willem Holleeder uit de weg hebben willen ruimen. Op zijn beurt zou Holleeder samen met z’n maatje Dino Soerel opdracht gegeven om Bosnie te vermoorden. Die aanslag mislukte, omdat Bosnie op het moment suprème niet thuis was.

Een dergelijk scenario schetste het Openbaar Ministerie vorige week aan de hand van meerdere getuigenverklaringen tijdens de eerste zitting rond enkele liquidaties. Zo hoopte het OM duidelijk te maken dat de Heineken-ontvoerder en Soerel de opdrachtgevers zijn in de reeks van afrekeningen.

Kinderen
Wie is deze Leen Bosnie? En wat is zijn relatie tot Willem Endstra en diens vermeende vijanden? Hij wordt ‘Zwarte Leen’ genoemd en volgens Endstra duidde Holleeder hem altijd aan met ‘die neger’. Zeker is dat Bosnie jarenlang goed bevriend was met Endstra en met hem handelde in panden. Hij figureert enkele keren in het onderzoeksdossier tegen Willem Holleeder. Zo wordt Bosnie door de vermoorde vastgoedman genoemd in zijn gesprekken met de recherche op de Achterbank.

‘Leen Bosnie was op kantoor langs geweest [...]. Holleeder vroeg of dat met hem te maken had [...] Hij vindt die Leen eng. Bosnie is een zwager van Etienne Urka. Holleeder noemt hem “die neger”; hij denkt dat ik hem gebruik voor protectie, maar ik doe alleen onroerend goed-zaken met hem. Volgens Holleeder heeft Bosnie Cor (van Hout, red.) en hem eens verraden aan lieden die hen wilden liquideren, en komen hij en zijn kinderen nu dus zelf nog wel eens aan de beurt.’

In een volgende passage zegt Endstra dat hij zijn vriend Bosnie heeft aangeraden om het land te verlaten. Dat is ook wat een ander liquidatieslachtoffer meldt. De vermoorde kroegbaas Thomas van der Bijl zegt in zijn verklaringen: ‘Hebben jullie die Zwarte Leen wel eens uitgehoord? Leen Bosnie. Die kwam heel vaak bij Endstra. Die is ook op de vlucht voor Willem.’

Tipje van de sluier
Blijkbaar heeft de Heineken-ontvoerder een appeltje te schillen met de zakenrelatie van Endstra. Wat en hoe precies, blijft ongewis. Holleeder zelf licht een tipje van de sluier. Als de van afpersing verdachte crimineel januari 2006 wordt gearresteerd, parafraseren de verbalisanten hem als volgt: ‘Leen Bosnie is een lokker. Hij heeft Cor gelokt en Etienne toen op hen een aanslag werd gepleegd.’

Kortom, Zwarte Leen speelt hoe dan ook een rol in de huidige strafzaak. Maar daar is de persoon in kwestie het bepaald niet mee eens, zo blijkt uit de stukken. Logischerwijs is de recherche bij hem gaan buurten. In 2005 en 2006 heeft hij gesproken met de politie, waarvan de weergave in processen-verbaal werd opgetekend. Naar aanleiding daarvan kreeg Bosnie eind vorig jaar ook een oproep om te verschijnen bij de rechter-commissaris. De vastgoedman was verhinderd, maar schreef wel een uitvoerige brief, waarin hij zijn grieven jegens politie en justitie spuide. Die standpunten herhaalde hij begin dit jaar opnieuw toen hij wel verscheen bij de rechter-commissaris. Vrij Nederland had inzage in zijn brief.

Bosnie schrijft dat hij in de zomer van 2005 is uitgenodigd door ‘een meneer van het Landelijk Parket’ die ‘gewoon even een gesprekje’ wilde. Een jaar later belde de recherche opnieuw, voor weer een zogenaamd informeel onderonsje. Bosnie hoefde zich geen zorgen te maken, de aanwezigheid van een advocaat was niet nodig. Toen hij zich de tweede keer meldde, bleek er proces-verbaal te zijn opgemaakt van het eerste gesprek. Of Bosnie daar alsnog een handtekening onder wilde zetten. ‘Ik heb dat geweigerd. Het eerste gesprek was een soort gedachtewisseling. Als men toen had gezegd dat ik als getuige gehoord werd, dan had ik zeker dieper nagedacht en mijn woorden op een weegschaal gelegd, want na de dood van Endstra heb ik vele verhalen, roddels en geruchten gehoord.’

Bloedhekel
Wat waren volgens de recherche de woorden van Bosnie waar hij zelf geen handtekening onder wilde zetten? Bijvoorbeeld dat hij wist dat Endstra werd afgeperst. Hij zou hebben gezegd tegen de rechercheurs: ‘Wie hem heeft afgeperst weet u natuurlijk zelf, dat hoef ik u natuurlijk niet te gaan vertellen.’ Verderop in het proces-verbaal staat te lezen:

‘Holleeder ging over mij allemaal rare dingen vertellen. [...] Het schijnt dat hij een bloedhekel aan mij heeft, ik heb geen idee waarom. Ik heb er wel verschillende theorieën op losgelaten waarom hij van mij af wil. [...] Volgens hem zou ik gelachen hebben toen Van Hout om het leven kwam. Ik denk niet dat er mensen staan te springen om te gaan verklaren tegen die man (Holleeder, red.), want er gaat een waar schrikbewind door de stad. [..] Er waren mensen bij Endstra geweest en die hadden gezegd: “Anders schieten we je vriend wel even dood”. En toen ben ik op advies van Endstra even naar het buitenland gegaan. [...] Men had geklaagd dat ik de vloer plat liep daar op kantoor en dat ik handelde met zijn spullen. Mocht blijkbaar niet. [...] Ze zouden mijn kinderen wel even in stukken snijden en die zouden bij hem in de tuin belandden.’

Wijzigingen
Die verklaring is natuurlijk koren op de molen van politie en justitie. Een zakenrelatie van Endstra die min of meer bevestigt dat Holleeder de vastgoedman en zijn omgeving terroriseert. Maar Bosnie weigerde dus zijn handtekening te zetten onder bovenstaande beschuldigingen. Volgens hem was de weergave van het eerste gesprek, ‘een zogenaamde samenvatting, waarin stukken van het gesprek uit hun verband zijn gehaald’ en ‘onjuist zijn’. Datzelfde gold voor Het proces-verbaal van het tweede gesprek. Toen wilde hij opnieuw de verklaring niet ondertekenen. Bosnie eiste dat er eerst zijn wijzigingen in werden aangebracht. De recherche zei daarop dat ook al tekende hij niet, het stuk zou toch worden opgenomen in het dossier tegen Holleeder. ‘De rechercheurs zouden dan bevestigen dat ik verklaard had zoals op het papier stond’, schrijft Bosnie in zijn brief aan de rechter-commissaris. ‘De recherche kan gewoon doen en laten wat zij wil. Zij bepaalt hoe mijn verklaring er uitziet. Ik vind het schandalig!’

Het waren volgens Bosnie de rechercheurs die hem vertelden dat Holleeder een ‘bloedhekel’ aan hem had. ‘Holleeder’ was volgens hem ‘het stopwoord’ tijdens de ontmoetingen met de recherche.

‘Ik heb onder druk – ik wil gewoon van die kerels af – getekend, maar ben het niet eens met de inhoud van die verklaring. [...] Natuurlijk had ik niet alsnog moeten tekenen; natuurlijk had ik niet met hen dat gesprek moeten aangaan anderhalf jaar geleden; natuurlijk had ik hen uit mijn kantoor moeten laten verwijderen en was ik dom. Maar als burger kom je in een situatie waarin je niet weet wat je rechten zijn en hoe je het het beste kunt aanpakken, in tegenstelling tot de geraffineerde, op belastende verklaringen beluste rechercheurs, die dagelijks met dit bijltje hakken.[...] Kennelijk rechercheert men zo in Nederland.’

Absolute onzin
Puntsgewijs vinkt Bosnie de ‘beweringen’ af die hij zou hebben gedaan in de verhoren. Over de ontmoeting op het kantoor van Moszkowicz waarbij Endstra met een vuurwapen zou zijn bedreigd: ‘Endstra heeft mij een keer gezegd dat hij een pistool in zijn buik heeft gekregen. Dat zou in 2002 zijn gebeurd. Waar dat is gebeurd, heeft hij niet gezegd, evenmin door wie. [...] Hij heeft de naam van Holleeder niet genoemd.’

Ook zijn opmerking dat hij wist dat Endstra werd afgeperst, ontkent Bosnie. Endstra heeft hem ‘slechts’ verteld dat hij mensen moest betalen. ‘Dat hij werd afgeperst heb ik pas na zijn dood uitvoerig gehoord (radio/tv/geruchten) en gelezen (pers en internet). Dat zijn de bronnen van mijn wetenschap. [...] Ik ben nooit bedreigd door Holleeder of door een derde, niet direct noch indirect. Ik heb Holleeder al jaren niet gesproken en het is absolute onzin. Ik moet hem niet, het is niet mijn type. Hij schijnt mij ook niet te mogen. Waarom? Dat moet u aan hem vragen, ik heb daar geen concrete wetenschap van. Voor de dood van Endstra had ik geen wetenschap dat hij mij iets zou willen aandoen.’

Ook is hij nooit gevlucht voor Holleeder, stelt Bosnie. ‘Ik was en ben niet bang, noch bedreigd. Voor wie zou ik dan vluchten? [...] Holleeder zou mijn vrouw en kinderen vermoorden, mijn kinderen de keel afsnijden. Ik weet niets van die bedreiging. Deze bedreiging is mij pas ter ore gekomen via de recherche.’

Lokaas
Bosnie is kwaad dat de recherche hem niet heeft gemeld dat er volgens haar een ‘zeer ernstige’ dreiging was. ‘Ze hamerden er telkens op in de gesprekken met mij. Desalniettemin vonden ze het niet ernstig genoeg om, toen zij kennis namen van die bedreiging (eind juni 2003 en in oktober/november 2003), mij en mijn familie daarvan op de hoogte te stellen.’ Namen ze het zelf ook niet serieus, of werd hij als lokaas gebruikt? Dat vraagt de zakenrelatie van Endstra zich af. In dat laatste geval ‘hebben ze mij en mijn familie willens en wetens gebruikt als lokaas. Immers indien mijn familie c.q. ik vermoord zou worden, dan zou de recherche het bewijs hebben dat Endstra in zijn verklaringen tegenover hen de waarheid zou hebben gesproken.’

Aan het einde van de brief zit het venijn. Bosnie schrijft: ‘In oktober 2003 zou Endstra hebben verklaard “dat Holleeder bang en boos op mij is en dat Holleeder vermoedt dat Endstra mij voor protectie gebruikt. En weer komt het verhaal naar voren dat ik hem en Cor van Hout zou hebben verraadden aan gasten die hen zouden hebben willen liquideren en dat Holleeder mijn kinderen wil vermoorden omdat zij misschien wraak willen nemen voor wat hun vader zou zijn aangedaan.” Dit is weliswaar al eerder gezegd, maar nogmaals, het is mij nooit ter ore gekomen. Ik deed nimmer protectie voor Endstra. Voor niemand. [...] Endstra [heeft] mij nooit benaderd omtrent een liquidatie en ik [ben] geen familie van Etienne Urka.’

Creditcardgegevens
We vroegen Bosnie om een reactie. Hij geeft via zijn advocaat per fax een aanvulling op zijn brief aan de rechter-commissaris: ‘Ik ben in 2004 en evenmin later nimmer in verband met een bedreiging (al dan niet op advies) weggegaan. Dit is eenvoudig te controleren aan de hand van mijn creditcardgegevens, mijn pingedrag, verkeersboetes, telefoongegevens, zakelijke agenda, emailverkeer etc.’ Ook benadrukt hij zich nooit een ‘tegenstander’ van Holleeder te hebben gevoeld.

Wie spreekt de waarheid? De vermoorde Endstra, van wie vaststaat dat hij niet in zijn laatste leugentje is gestikt? Hoofdverdachte Willem Holleeder, die bij zijn arrestatie met de vinger wijst naar Bosnie als ‘de lokker’ voor twee aanslagen? Of Bosnie zelf? ‘Ik heb geen idee wat Holleeder bedoelt als hij zegt dat ik een lokker ben’, schrijft de vastgoedhandelaar in zijn fax aan VN. Hij en zijn advocaat merken daarbij terecht op dat voor zover bekend er nooit een aanslag op Urka is gepleegd.

De fax, de brief en zijn verklaringen bij de rechter-commissaris lezen als de reactie van een oprecht verontwaardigde getuige. Iemand die door de recherche wordt ingezet om een zaak coûte que coûte rond te krijgen. Aan de andere kant ligt er wel degelijk een verklaring van meerdere (kroon)getuigen dat de oud-zakenpartner van Endstra moest worden opgeruimd. Blijkbaar stond Leen Bosnie in de weg, ook al wist hij zelf van niets.


Door Harry Lensink / Marian Husken / 10 juli 2007 / ()