Volgens hoogleraar terrorisme Bob de Graaff
De pas aangestelde hoogleraar terrorisme en contraterrorisme Bob de Graaff houdt op 22 januari aan de Universiteit van Leiden zijn oratie. Hij maakt zich zorgen over de steeds verdergaande inbreuken op de privacy. ‘We zijn doorgeslagen in het idee dat de overheid altijd
te vertrouwen is.’
'Als hoogleraar terrorisme wil ik politici en burgers een spiegel voorhouden. Tegen ze zeggen: besef je waar het heen gaat met de Nederlandse samenleving? Wat is het effect van het huidige beleid? Als mensen roepen dat types als Mohammed B. zeven dagen in de week, vierentwintig uur per dag in de gaten gehouden moeten worden, zeg ik: ben je dan niet bezig een politiestaat te creëren?
Nederland heeft voor de bestrijding van terrorisme de Dutch approach, of de brede benadering, ontwikkeld. Dus niet alleen verdachten oppakken, maar ook preventief te werk gaan.
Jeugdwerkers en leraren krijgen, als de plannen doorgaan, cursussen om te identificeren wie van de jongeren met wie ze werken vatbaar zijn voor radicaliseringprocessen. Gemeenteambtenaren moeten bij het verstrekken van subsidies gaan kijken of de organisaties aan wie ze het geld geven geen slechte bedoelingen hebben. Dit alles wordt gepresenteerd als de zachte benadering. Maar klopt dat wel? Is het niet eigenlijk keihard wat we doen? Zijn we niet bezig het wantrouwen te institutionaliseren? Is het wel verstandig om leraren en jongerenwerkers tot verlengstukken van de overheid te maken? Is het niet beter driehonderdvijftig mensen gefocust in de gaten te houden en voor de rest iedereen open tegemoet treden? We moeten oppassen dat we niet bezig zijn met het introduceren van een gedachtepolitie.
Op dit moment is er internationaal een grote discussie aan de gang over de vraag of de veiligheidsdiensten in het kader van de strijd tegen het terrorisme aan datamining mogen gaan doen. Dat wil zeggen dat uit allerlei verschillende bronnen informatie mag worden gehaald om een profiel van bepaalde groepen burgers op te stellen. Rasterfahndung noemden we dat in de jaren zeventig ten tijde van de Rote Armee Fraktion. Zijn alle mensen die een Arabische site bezoeken en naar Arabische landen gaan en ook nog kunstmest kopen verdacht? Of bezoek je een site om Arabische gedichten te lezen? Nu al kunnen de autoriteiten bij openbare bibliotheken navragen welke boeken je hebt geleend. Dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling. De voorstanders zeggen: we zijn technologisch zo veel verder dan dertig jaar geleden dat het nu verantwoord is deze techniek toe te passen. Maar als geheime diensten echt zo gaan werken, zullen burgers daarmee rekening gaan houden. En dan ga je minder snel naar het Midden-Oosten op vakantie en die website met Arabische gedichten bezoek je ook maar niet meer. Je moet nu al sterk in je schoenen staan om een halal-maaltijd aan te vragen als je een vlucht naar de Verenigde Staten boekt. Je krijgt een samenleving waar mensen zich er van bewust zijn dat ze worden gemonitord. Dat moet je niet willen in een rechtsstaat.
In Nederland is zonder slag of stoot bepaald dat, in het uiterste geval, een gekaapt vliegtuig met passagiers en al uit de lucht mag worden geschoten. In Duitsland leidde zo’n zelfde plan tot enorme discussies en het heeft het uiteindelijk niet gehaald. Bij de oosterburen is er ook een actie op gang gekomen tegen plannen om gegevens van telefoon- en internetverkeer een halfjaar lang op te slaan. In Nederland heeft minister Hirsch Ballin voorgesteld om ze achttien maanden te bewaren, maar hier wekken dit soort inbreuken op de privacy nauwelijks beroering. De volkstelling van 1970 leidde nog tot enorme opwinding. Voor je het weet, draag je weer een jodenster, was toen het gevoel. De huidige generatie heeft geen herinnering meer aan wat er fout gegaan is in de Tweede Wereldoorlog. We zijn daardoor doorgeslagen in het idee dat de overheid altijd te vertrouwen is. Het is voor mij frappant dat we nog maar vijftien jaar geleden geheime diensten wilden hebben die zo min mogelijk wisten en dat we nu juist willen dat de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) alles weet. Als de geheime dienst iets mist, staat de politiek op zijn achterste benen, zoals in het geval van de moordenaar van Theo van Gogh.
De afgelopen jaren zijn veel nieuwe maatregelen genomen in het kader van de terreurbestrijding. Zo mogen de veroordeelden van de Hofstadgroep geen financiële handelingen meer verrichten. Help je daarmee de strijd tegen het terrorisme of is het niet meer dan pesterij? Er zijn plannen voor een beroepsverbod voor bijvoorbeeld haatzaaiende leraren. Maar moeten we dat wel willen? Mij lijkt dat je mensen zo lang mogelijk gewoon moet laten functioneren in de maatschappij. En wat zijn de effecten van de identificatieplicht, die mede is ingevoerd in het kader van de strijd tegen het terrorisme? De identificatieplicht maakt het ook mogelijk om bepaalde bevolkingsgroepen te discrimineren en dan ben je eerder achterop geraakt dan opgeschoten. Maar er is niet veel protest. Het overheersende maatschappelijke klimaat is er een van angst. Mensen zijn niet al te kritisch, zijn al snel bereid hun privacy op te geven in ruil voor veiligheid.
Nederland is een gepolariseerde samenleving geworden na 9/11, de moord op Fortuyn en de moord op Van Gogh. Iemand als Geert Wilders is nauwelijks bereid te luisteren. Zijn uitspraken vergroten tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen. Maar het is nog maar de vraag of het ook leidt tot feitelijk radicaal geweld. Hoofdcommissaris Welten van Amsterdam maakt zich zorgen over de mogelijke effecten van Wilders’ veelbesproken film over de islam. Ik vraag me af of dat terecht is. Wilders is heel handig geweest in het doen van uitspraken waarmee hij steeds weer de media trok. Oneliners waar ook de politiek geen antwoord op had. Maar als je dat een halfjaar lang iedere twee weken doet, moet je wel met iets nieuws komen. Anders neemt het effect van al die choquerende uitspraken af. En dat is precies wat je nu ziet gebeuren. Bij mijn onderzoekscentrum houden we in de gaten wat er op internet gaande is. En je merkt een enorme lauwheid rondom Wilders. Sommige moslims zeggen: Wilders is niet óns probleem, maar júllie probleem. En ik denk dat dat klopt.
De AIVD heeft al in een vroeg stadium gewaarschuwd voor de opkomst van religieus terrorisme, dat was goed gezien. Maar ik ben het niet eens met een aantal observaties in het laatste rapport Radicale Dawa in verandering. Hierin maakt de dienst melding van een nieuw opgekomen groep radicale moslims, de zogenaamde neoradicalen. Het gaat om naar schatting 2500 mensen. Zij streven de stichting van een islamitische staat na, maar wijzen geweld af. De neoradicalen zijn jong, goed opgeleid en gaan modieus gekleed. Ze zijn dus eigenlijk niet te onderscheiden van niet-radicale moslims. Mijn probleem is dat je het zo als moslim nooit meer goed kan doen. De AIVD creëert een angstbeeld in een samenleving die toch al heel erg verdeeld is.
Jarenlang heb ik samengewerkt met Cees Wiebes, die net als ik als academicus het debat rond terreur en de geheime diensten volgde. Hij is nu medewerker van Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding Tjibbe Joustra. Als we samen een glas wijn drinken, moet hij op een gegeven moment zijn mond houden. En dat is maar goed ook want geheim is geheim. Ook ik ben – zij het indirect – verbonden met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Joustra betaalt vijf jaar lang mijn leerstoel. Dat wil niet zeggen dat ik niet kritisch ben. Mijn academische vrijheid is gegarandeerd. Joustra heeft met mijn aanstelling zijn eigen oppositie gecreëerd.'
