Afbeelding bij Verweerschrift Paarlberg: ‘OM lijdt aan tunnelvisie’

Verweerschrift Paarlberg: ‘OM lijdt aan tunnelvisie’

Zakenman Jan-Dirk Paarlberg, verdacht van witwassen van afpersingsgeld, wil met behulp van een verweerschrift zijn onschuld aantonen. De kern van zijn betoog: Endstra loog in zijn verklaringen en justitie lijdt aan tunnelvisie. Vrij Nederland kreeg inzage.

Is dit een bom onder de zaak tegen Holleeder? Het verweerschrift van Gabriël Meijers, de advocaat van Jan-Dirk Paarlberg, is op zijn minst explosief. Ruim tweehonderd pagina’s lang betoogt de raadsman dat zijn cliënt onterecht wordt verdacht van witwassen voor Holleeder, dat Willem Endstra heeft gelogen en dat justitie lijdt aan tunnelvisie. En dat alles gestaafd met oude en nieuwe bewijsstukken. Meijers kwam vorige week met het epistel op de proppen en wil dat het wordt toegevoegd aan de zaak-Holleeder (Paarlberg is verdachte in een parallel onderzoek naar het witwassen van afpersingsgeld dat Endstra, gedwongen door Holleeder, zou hebben betaald). De rechters hebben gisteren opnieuw geweigerd om het stuk bij het strafdossier tegen de Heineken-onvoerder te voegen. Via een kort geding probeert Meijers dat vandaag alsnog gedaan te krijgen.

Wat ook de status van het verweerschrift, het stuk leest als een regelrechte oorvijg voor justitie. Meijers schrijft: ‘Het opsporingsonderzoek voor zover gericht tegen Paarlberg is in vele opzichten onder de maat geweest. De belangrijkste onderliggende reden is dat de onderzoekers (en de teamleiding en de beide zaaksofficieren) hebben nagelaten voortdurend kritisch te onderzoeken of de verklaringen van Endstra (en de interpretatie van diens nagelaten aantekeningen) wel juist en betrouwbaar waren.’

Het is slechts één van de vele kritische conclusies die Meijers trekt. Puntsgewijs reageert de advocaat op de verdenkingen tegen zijn cliënt. Het doel? Stopzetting van de vervolging van Paarlberg. Als de rechtbank het stuk uiteindelijk toelaat, kan dat ook grote gevolgen hebben voor het proces tegen Holleeder. Justitie ziet Paarlberg als het ‘doorgeefluik’ voor de afpersgelden. Als hij verdachte-af zou worden, valt ook grotendeels de basis weg onder de verdenking tegen Holleeder. Vandaar dat zowel de verdediging van Jan-Dirk Paarlberg als die van Willem Holleeder er alle belang bij hebben dat de rechters het verweerschrift serieus nemen.

Waar gaat het in de zaak Paarlberg eigenlijk om? Willem Endstra heeft in 2003 in meerdere transacties 17 miljoen euro betaald aan vennootschappen van Paarlberg. Volgens Endstra – en justitie - zijn dit door Holleeder afgedwongen betalingen. Paarlberg ontkent de betalingen niet – dat zou ook zinloos zijn, want ze zijn gedocumenteerd. Maar volgens de verdachte zakenman gaat het hier om geldstromen als gevolg van een eerdere zakelijke ontvlechting tussen hem en Endstra. Paarlberg wilde eind jaren negentig afscheid nemen van Endstra, vanwege diens ‘reputatie’.

Die ontvlechting is volgens justitie een excuus, een manier om een legaal sausje over de afpersingsgelden te gieten. Neem de jachthaven in IJmuiden. In de jaren negentig was dat megaproject gezamenlijk bezit van Endstra en Paarlberg. Toen de laatste eruit stapte, zijn er volgens Paarlberg afspraken gemaakt over toekomstige winstverwachtingen op deze volgens hem ‘lucratieve projectontwikkeling’. Bij het afscheid had Endstra niet voldoende geld: hij zou later betalen voor die te verwachten ‘toekomstwinst’. Het is een van de transacties die justitie ziet als een gezocht excuus om afpersgeld van Endstra naar Paarlberg te laten vloeien; Endstra heeft dit ook zo gesteld in zijn verklaringen. Maar in zijn verweerschrift haalt Paarlberg stukken aan, zaols toelichtingen bij de jaarcijfers, verklaringen van de havendirecteur en de accountant van de jachthaven (van de laatste werd een notitie aangetroffen uit 1999 die op de toenmalige afspraken zou wijzen). Daaruit moet blijken dat de winstverwachtingen wel degelijk reëel waren. ‘De verklaringen van Endstra moeten dus ook op dit punt leugenachtig zijn geweest’, concludeert raadsman Meijers.

Nog een voorbeeld. Op de achterbank bij de recherche en in z’n dagboek stelt Endstra dat hij gedwongen werd om een waardeloos project (een telecombuis) te kopen voor veel te veel geld. Paarlbergs verdediging stelt in het verweerschrift dat Endstra deze zogenaamde ‘titel’ voor een betaling zelf verzonnen heeft. ‘Uit de overeenkomst […] kan worden opgemaakt dat Endstra zelf meent betalingsverplichtingen te hebben’, schrijft de advocaat. ‘Voor zover zichtbaar heeft justitie dit over het hoofd gezien. […] Vermoedelijk was de buistransactie door Endstra bedoeld uit fiscale motieven.’ Ook hier heeft de verdediging volop documenten toegevoegd waaruit hun gelijk moet blijken.

Paarlbergs advocaat heeft in vele vijvers gevist. Hij is zelfs zover gegaan om hulp in te roepen van de Belastingdienst. Meijers heeft het volgende memo van een belastinginspecteur in zijn verweer opgenomen. De ambtenaar schrijft: ‘Deze suggestie dat Paarlberg de gelden van Endstra ontvangt namens, of ten behoeve van Holleeder wordt niet gesteund door de feiten. Er is namelijk geen doorbetaling naar Holleeder geconstateerd en ook wordt door Paarlberg nergens een schuldpositie aan Holleeder opgevoerd.’

Er is meer. Meijers stelt dat Endstra z’n dagboekaantekeningen achteraf reconstrueert, dat de vermoorde vastgoedman eerder op slinkse manier geld uit een vastgoedvennootschap van Paarlberg heeft gehaald, en dat Endstra op de achterbank bij de recherche de waarheid naar z’n hand zet. Keer op keer probeert Meijers z’n stellingen met bewijsmateriaal te staven; waar dat niet mogelijk is, waagt de raadsman zich aan voorzichtige veronderstellingen die dan – uiteraard - lijnrecht staan op de visie van het openbaar ministerie.

De raadsman van Paarlberg concludeert ten slotte: ‘In dit verkennend onderzoek werd aangetoond dat het niet willen twijfelen aan de verklaringen van Endstra voorzienbare desastreuze gevolgen heeft gehad, en wel moest hebben, voor de geldigheid van het strafrechterlijk onderzoek.’ Kort gezegd: justitie lijdt aan tunnelvisie. Dat heeft geleid tot de neergang van Paarlberg, maar zal tevens de ondergang van de zaak betekenen. Aldus advocaat Meijers.

Natuurlijk, het zijn ‘slechts’ de bevindingen van de verdediging; het verweerschrift dient in eerste instantie het belang van Jan-Dirk Paarlberg. Maar een eerste indruk is dat de vastgoedman en zijn verdedigingsteam niet over één nacht ijs zijn gegaan. De accountants en advocaat Meijers hebben steun gezocht – en klaarblijkelijk gevonden – in informatie uit Paarlbergs eigen administratie. Maar ook in stukken uit het dossier: zaken waar het OM een andere kijk op heeft of die de aanklagers links hebben laten liggen.

Gabriël Meijers, gevraagd naar een reactie, hoopt dat hij in kort geding z’n zin krijgt. Als dat niet gebeurt, verwacht hij dat de verdediging van Holleeder grote delen van zijn verweerschrift zal overnemen in hun pleidooi. Dat staat gepland voor 19 november. De zacht sprekende raadsman vermoedt dat zijn werk hoe dan ook grote gevolgen zal hebben. ‘Hieruit blijkt dat er bij het OM geen sprake is van tunnelvisie, want dan is er op het einde nog kans op licht. Nee, het is veel erger, er is hier sprake van een gesloten universum.’

Door Harry Lensink / Marian Husken / 08 november 2007 / ()