VN MediagidsThomas Claus: 'Hij moest werken. Altijd werken'
17.05.2008
Thomas Claus schreef een roman over een afwezige vader. De overeenkomst is groot met zijn eigen, vaak afwezige vader Hugo. ‘Zijn schuldgevoel was even groot als mijn gevoel van gemis.’
Zes jaar lang werkte de zoon van Hugo Claus in het grootste geheim aan zijn boek Lucas Somath. Wie niet al te traag van geest is, weet meteen dat het een anagram is van de naam Thomas Claus. Het meer dan driehonderd pagina's tellende boek kreeg de ondertitel Niets, een komedie. Deels verzonnen, deels autobiografisch schrijft Thomas Claus vaak en veel over de afwezige vader. Thomas is de zoon van Hugo en Elly Overzier, Claus' eerste vrouw. Ze is redersdochter, actrice en deed jarenlang de casting voor Vlaamse en Nederlandse films.
'Toen ik geboren werd,' zegt Thomas Claus, 'leefden mijn ouders in Gent aan de Predikherenlei. Daarna verhuisden we naar een boerderijtje in Nukerke. Zes jaar later besliste mijn vader om er de brui aan te geven. Van de ene op de andere dag. Op een ochtend, in de keuken, zei hij tegen mijn moeder: "Ik ben weg! Nu, meteen!" En hij pakte zijn boeltje en vertrok. Wij verhuisden naar Gent, Hugo trok naar Amsterdam met zijn nieuwe vlam Kitty Courbois.'
Was je vader een toegewijde pappa?
'Absoluut niet. Hij was altijd aan het werken. Ik kan me nog gemakkelijk de blokhut voor ogen halen die hij liet bouwen om rustig te kunnen schrijven. Zodat we hem zeker niet te veel zouden storen. Dat was typisch Hugo. Ik herinner me dat ik veel alleen moest spelen. Ik was enorm opgetogen als er andere kinderen over de vloer kwamen. Ik denk dat Hugo zich aanvankelijk goed in zijn vel voelde, maar naarmate de jaren voorbijgingen, kreeg hij het almaar benauwder binnen ons gezinnetje.'
In je boek gaat het vaak over de afwezige vader.
'Wat wil je? Met een afwezige vader moest ik het mijn hele leven stellen. Het begon al bij mijn geboorte. Hij was er niet, hij moest werken. Altijd werken. Op die bewuste dag was hij een film aan het draaien. Hij was één keer in het ziekenhuis te zien. Voor Hugo al een hele prestatie (grimlach).'
Toch schreef hij een prachtig gedicht over jou: 'Op Thomas zijn vierde verjaardag'.
'Ik ben er ontzettend trots op en ik ben hem dankbaar. Ook Louis Paul Boon schreef in De Vooruit een stukje over mijn geboorte. Ik zou er helemaal blauw uitgezien hebben. Later zou ik me verwonderen over het feit dat er al vanaf mijn geboorte over me in de krant werd geschreven. Het is zo'n boeiend stukje dat ik het nog regelmatig lees.'
Hoe reageerde je moeder toen je vader jullie verliet?
'Ze kon de beslissing van haar man onmogelijk vatten. Bij haar is er die dag iets geknakt. Ik herinner me nog omstandigheden waarin ik haar sterk moest troosten. Haar verdriet was tomeloos. Nooit, maar dan ook nooit, heeft ze zich daar volledig van kunnen herstellen. Daarna had ze enkele losse relaties, maar nimmer heeft ze afstand kunnen nemen van die eerste, verwoestende liefde.'
Was je vader dan zo'n 'koele minnaar'?
'Ja, toch wel. Hugo was genadeloos, zeker in zijn relaties.'
Hoe reageerde je zelf als kind op zijn plotselinge vertrek?
'Ik had een enorm gevoel van verlies. Dat heb ik nooit goed kunnen verwerken. Als dat na zoveel jaar nog terugkomt, moet dat toch een uiterst pijnlijke gebeurtenis zijn geweest, hè.'
Zelf heb je ook je kind en je eerste vrouw verlaten. Geen gemakkelijke beslissing?
'O, god, néé! Een grúwelijke beslissing. Ik vond dat heel moeilijk. Ik heb zelf die breuk zo lang mogelijk uitgesteld tot mijn zoon Anwar wat ouder was. Hij was acht toen we beslisten om uit elkaar te gaan. Nog steeds heb ik een uitstekend contact met mijn zoon. We kozen voor een co-ouderschap. Hij woont voor de helft van de tijd bij me. Ik wilde niet in de val van mijn vader trappen. Ik wou per se vermijden dat mijn zoon me als een afwezige vader beschouwde. Ik mag wel zeggen dat we er een uitstekende band op nahouden. Niet zonder emotie stel ik vast dat hij ontzettend fier op me is. Zalig!'
Jij had na de scheiding niet zoveel contact meer met je vader?
'Nee, niet echt. Ik kwam af en toe aan de Raamgracht waar Sylvia Kristel als beginnende actrice was ingetrokken. Sylvia kwam in het leven van Hugo na zijn stormachtige liefde met Kitty Courbois. Toen zij hem verliet, was mijn vader kapot. Hij schafte zich zelfs een revolver aan die hij in de lade van z'n bureau verborg en verwerkte zijn verbittering daarover in Het jaar van de Kreeft.
Hij leerde Sylvia kennen via Elly - die de casting van de film deed - op de set van Because of The Cats. In die thriller van Fons Rademakers had Sylvia een rolletje. Toen Hugo later met haar naar de Rue Dante in Parijs verhuisde, kwam ik daar veel minder op bezoek vanwege het drukke leven dat ze erop nahielden. Maar als ik er was, zorgde hij altijd voor een bijzonder feestelijke ontvangst. Hij maakte dat ik me onmiddellijk thuis voelde. Hij nam me mee naar de mooiste tentoonstellingen, de nieuwste films en de allerbeste restaurants. Ik herinner mij een fantastisch bezoek met Cees Nooteboom aan een Japans restaurant in een zijstraat van de Champs Elysées. We knielden neer op tatami's en de Sencha werd ons geschonken door geisha's. De sake en sushi's waren van een onvergelijkbare kwaliteit. Een ervaring die voor die tijd helemaal uitzonderlijk was.'
Hij maakte zijn afwezigheid goed met verrassende cadeautjes?
'Ja, hij was een pappa van schitterende geschenkjes. Zo bracht hij uit Los Angeles allerlei soundtracks voor me mee omdat hij wist dat ik aan films verslingerd was. De eerste keer dat ik naar New York ging, vloog ik met hem mee. Hij moest daar zijn voor de ondertekening van het contract met Random House, die zijn roman Het Verdriet van België in het Engels uitgaf. Ik werd eenentwintig en mijn vader vond dat de tijd rijp was om me mee te nemen naar de Nieuwe Wereld.'
Schuldgevoel ook?
'Zijn schuldgevoel over zijn afwezigheid was even groot als mijn gevoel van gemis. Tegen mijn moeder zei hij ooit dat hij geen vader was voor mij, maar een soort oom.'
Had je een goede band met je vaders volgende geliefdes?
'Toch wel. Vooral met Sylvia kon ik goed opschieten. Ooit zat ik met haar en mijn vader in de trein naar Milaan. Ik was elf, zij tweeëntwintig. Ik weet dat ik toen enorm naar haar opkeek. Voor mij was het een onwaarschijnlijk mooie en aantrekkelijke vrouw, een heel onstuimig meisje (lacht).'
Had je vader nog veel contact met je moeder?
'Hij uitte zijn liefde voor haar in enkele prachtige gedichten. Hij bleef haar ook zien tot aan de officiële echtscheiding in 1987. Enkele jaren daarna trouwde hij met Veerle De Wit. Sindsdien verdween mijn moeder definitief uit zijn leven.'
Je moeder is niet naar de begrafenis geweest.
'Dat was helemaal haar eigen keuze. Van die hele heisa wou ze zich heel ver houden. De pers belde haar ook op. Ze werd gevraagd te praten over mijn vader maar ze wilde geen interviews geven. Dat was privé.'
Stimuleerde je vader je in je beeldend werk?
'Stimuleren is een groot woord. Hij deed wel moeite om naar mijn tentoonstellingen te komen. Maar hij was bijzonder schaars met commentaar.'
Beschouwde je hem als een kenner van beeldende kunst?
'Natuurlijk. Niet dat hij die kunsttak op de voet volgde, maar hij was er wel sterk in geïnteresseerd. Zelf was ik niet zo'n bewonderaar van zijn plastisch werk. Een groot deel vond ik nogal gejat bij andere kunstenaars. Zijn Cobraperiode vind ik wel interessant. Daaruit kan ik heel wat boeiende werken aanwijzen.'
Praatten jullie over beeldende kunst?
'Ja, hij vroeg me om hem bij te staan bij de keuze van werken voor zijn tentoonstellingen.'
In je boek beschrijf je een kunstenaar die zeer succesvol is. Was dat ook bij jou het geval?
'Nee, integendeel. De verhoopte kritiek, de aanmoedigende reacties, of de juiste opmerkingen kwamen er maar niet.'
Kreeg je dan steun van je vader?
'Af en toe als het echt te moeilijk werd, klopte ik wel eens bij hem aan. Ik vroeg een beetje geld om verder te kunnen. Dat ik dat moest doen, vond ik nogal vervelend. In de jaren dat ik stempelde en een vrouw en een kind te onderhouden had, was dat soms noodzakelijk. Gelukkig is het niet veel gebeurd.'
Gaf hij dat geld met liefde?
'Hij zei daar niets over. Hij schonk me dat zonder enige commentaar. Hij aanvaardde de situatie.'
Was je vader teleurgesteld toen jij met beeldende kunst stopte?
'"Als je vindt dat je dat moet doen, dan moet je dat vooral doen," zei hij. Hij had mijn laatste werken gezien en stelde al vlug vast dat het de verkeerde kant opging. Mijn hele atelier hing vol met aluminiumpanelen. Daarop had ik met witte lak de achtergrond geschilderd en vervolgens zwarte vierkanten erop aangebracht. Dat werd een witte leegte met zwarte blokken. Een soort wegschilderen van mezelf in de leegte.'
Heb je hem toen gezegd dat je zou beginnen met schrijven?
'Nee, ik stortte helemaal in. Hij had geen woorden nodig om dat te begrijpen en nodigde me uit voor twee weken in zijn buitenverblijf in Zuid-Frankrijk. Connie Palmen en Hans van Mierlo waren er op bezoek. Ontzettend veel hebben we gepraat en het was ontroerend hoe iedereen zo begaan was met me. Aan dat bezoek heb ik heel veel gehad.
Ik liep daar rond als een kip zonder kop: wat moest ik nu met mijn leven aanvangen? Hoe moest het verder? Ik had er geen flauw idee van. Dat Hugo er toen in die netelige situatie stond, dat is mijn vader op zijn best. Jaren later zat ik alweer in grote problemen. Al heel mijn leven worstel ik met mijn biseksualiteit. Ik had wat losse scharrels gehad met jongens, maar in 2000 werd ik smoorverliefd op een zwarte ontwerper uit Londen. Een jaar vol passie en wellust. Maar die relatie eindigde op een verschrikkelijke wijze: ik kreeg via hem hepatitis B. Een zware vorm van geelzucht. Een enorme klap. Relatie kapot en een levensbedreigende ziekte. Ik was er heel erg aan toe, maar mijn vader stond er alweer.'
Je vader kwam je tijdens je ziekte vaak bezoeken. Toch verlangde je meer van hem.
'Zéér zeker! De gedroomde binding vader-zoon is er nooit geweest. Er was nooit een diepe, intieme band. Terwijl die er toch was - maar die werd door hem genegeerd of totaal ontkend.'
Was hij daar bang van?
'Ja. In intieme relaties was hij niet zo'n meester. Ik herinner me een avond bij zijn schoonzus Motte en zijn broer Guido. Oké, ik was bezopen. Op een gegeven ogenblik stond ik recht. Ik wandelde naar hem toe en ik wilde hem omhelzen. Ik sprak traag: "Ik hou van je!" Hij deed een stap achteruit en zei: "Hou op, je bent dronken!" Die gebeurtenis heeft hij verwerkt in zijn boek De zwaardvis. Hij zat er ook wel mee maar hij kon er niet mee omgaan. It's not as if he didn't care, you know.'
Kafka schreef zeer verrassende brieven aan zijn vader. Had jij niet de behoefte de aandacht van je vader op te eisen?
'Via wat ik deed misschien toch wel. Ik wilde zijn aandacht vestigen op het feit dat ik bestond. Zo van: jezus man, word toch even uit je eigen droom wakker! Je hebt ook een zoon!'
Niet één zoon.
'Ik heb een halfbroer, Arthur.'
Zien jullie elkaar regelmatig?
'Toen Arthur werd geboren, was ik samen met Hugo aanwezig in het ziekenhuis in Amsterdam. Ik herinner me niet zoveel meer van zijn jeugd. We zagen elkaar gedurende die periode weinig. Arthur groeide op in Utrecht. Af en toe kwam ik daar samen met Hugo over de vloer. Ik leidde mijn eigen leven in Gent. Het heeft lange tijd geduurd vóór we elkander weer wat regelmatiger ontmoetten, maar het almaar tragischer ziektebeeld van onze vader zorgde ervoor dat de bloedband wat nauwer werd aangehaald. Het zou goed zijn mochten we elkaar, na alles wat er is gebeurd, weer wat meer zien. Arthur is een fijne, joviale kerel met een groot hart. Hij had het ook niet altijd gemakkelijk. Hij was de vrucht van twee beroemde persoonlijkheden (Hugo Claus en Sylvia Kristel, red.) die het vaak te druk hadden om zich terdege te kunnen bekommeren om de opvoeding van hun kind. Maar uiteindelijk is alles in zijn plooi gevallen.'
In 2003 zocht je je zieke vader gedurende twee weken op in het ziekenhuis van Marseille. Was dat een breekpunt voor jou?
'Absoluut! En bijzonder pijnlijk! Hij had een dubbele longontsteking en twee weken heb ik aan zijn ziekbed doorgebracht. Hij was aan het ijlen. Hij wilde voortdurend uit dat bed vluchten. Hij voelde zich opgesloten. Tegen de dokters en de verpleegsters was hij bijzonder agressief. Op een gegeven ogenblik fantaseerde hij luidop: "O, wat zou ik nu toch graag in het Ritzhotel in Parijs zitten met oesters, champagne en kaviaar." Op een stoel zat ik Die gore klerezooi in de Via Merulana van Carlo Emilio Gadda te lezen. Een heel ingewikkeld boek waarin ik totaal verdiept was. Ik hoorde mijn vader luidop dromen en ik antwoordde: 'Wow, het Ritz in Parijs! Dáár zou ik ook niets op tegen hebben.' Hij veerde plots op uit zijn ijldroom, keek me recht in mijn ogen, heel streng en heel boos, en siste: "Maar jij verdient dat niet!" Waarop hij meteen terug achterover viel.
Dat zijn dingen die je nooit meer vergeet.
Daar in dat ziekenhuis begreep ik dat zijn krachten ten einde waren. Sinds 2000 waren er ook al de eerste tekenen van Alzheimer. Hij vergat veel en in het midden van een zin was hij de draad kwijt. Hij probeerde zich dan te redden met te zeggen: "Een andere keer…"'
Hoe ga je om met het feit dat zo'n scherpzinnige vader plots zo aftakelt?
'Je verliest hem. Terwijl hij nog leeft, is hij al weg. Zeker voor een schrijver moet dat geheugenverlies een verschrikkelijke ervaring zijn. Het woord is het belangrijkst en als je dat mist, blijft er nog weinig levensvreugde over.'
Hoe ga je ermee om dat hij voor euthanasie koos?
'Ik vind dat fantastisch. Dat was de laatste actie, de laatste handeling van een held. Begrijp me niet verkeerd. Voor mij is Hugo ook een ware held.'
Wanneer ben je op de hoogte gebracht dat je vader heel binnenkort euthanasie zou plegen?
'Een week daarvoor werden we bij hem ontboden. Toen deelde zijn vrouw Veerle ons mee dat hij een datum had uitgekozen. Ik leefde in de veronderstelling dat hij zeker nog zijn tachtigste verjaardag wou halen, maar dat was dus niet het geval. Hij ging heel snel achteruit. Hij viel in slaap, had moeite bij het eten en zat zwaar onder de pillen.'
Uit je boek blijkt dat de angst voor de aftakeling jou ook bezighoudt.
'Constant vlucht ik daarvoor. Die neurose, de angst voor het verliezen van je mogelijkheden. Dat is altijd op de achtergrond aanwezig. Ik weet niet vanwaar het komt. Misschien heeft het te maken met het feit dat Hugo me zo vroeg heeft verlaten. Hij was zelf in het internaat geweest, hij had gezworen nooit zijn kinderen in een internaat te steken. Maar met die scheiding met Elly - die door haar beroep veel in het buitenland zat en van huis was - ben ik toch in een internaat in Keerbergen terechtgekomen. Ik herinner mij dat ik huilend afscheid nam van mijn ouders.
Hugo kwam soms mee als ik weer naar school moest. We gingen dan kaaskroketten en choucroute in een restaurant in de buurt eten. Dat werd dan vaak een heel moeilijk afscheid. Ik heb daar een jaar of twee gezeten. Daarna ben ik nog in Gent aan de Poel in een ander internaat geweest. Daar heb ik zelfs met een studiemeester gevochten. Die had me verplicht om mijn bed twee keer opnieuw op te maken. De eerste keer heb ik dat plichtsbewust gedaan: iedereen stond daarbij te kijken. De tweede keer is hij te ver gegaan door te zeggen dat ik het opnieuw moest doen. Dat kon ik niet pikken. Ofschoon de leerlingen in die slaapzaal aanwezig waren, pakte ik hem vast bij zijn jas, plakte hem tegen de kast en trok zijn toupet van zijn hoofd. Zo kwaad was ik. Ik werd naar de prefect gestuurd en er ontstond een zwaar dispuut. Toen is Hugo uit Amsterdam gekomen om eens een hartig woordje met de prefect te spreken. Zo ging je met zijn zoon niet om.'
Heb je aan dat verblijf op een internaat even grote haatgevoelens overgehouden als je vader?
'Ja, ik voelde mij daar absoluut niet thuis.'
Nu verschijnen in de pers de eerste berichten omtrent je roman. Als zoon van Hugo Claus ben je al verzekerd van je lezerspubliek.
'Dat zou dan een fout publiek zijn. Het is zeker geen makkelijk boek, maar ik hoop dat het toch toegankelijk is. Ik heb gewoon mijn zin doorgedreven. Die staalharde koppigheid heb ik van mijn vader. Toen ik hem vertelde dat ik een boek aan het schrijven was, reageerde hij met: "Olie blijft bovendrijven." Geloofde hij dan toch in mij?'
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




