Theo leeft! Portret van Column Producties
05-11-2005
Door Ingrid Harms
Ze laten zich niet kisten, door niemand. De mensen van Column Producties, het productiebedrijf van Theo van Gogh en Gijs van de Westelaken, werken als bezetenen. Aan films, aan documentaires. ‘We zijn back in business. Dat is mooi om te zien.’
Je zou het een kantoortuin kunnen noemen, maar in deze ruimte geen treurende Ficus Benjamini of bruingerande potpalm. Hier gedijt de cactus: de stekelige overlever, in al zijn schoonheid en tal van verschijningsvormen, stuk voor stuk in goede doen. Rond, groot, klein, een enkeling meer dan een meter hoog.
Op bureaus, kasten en de leestafel staan ze, naast een Gouden Kalf, tussen de verzameling felgekleurde kinderpistooltjes (‘Heeft u al raak geschoten?’), lege magnumflessen Taittinger en Ursus-wodka, en de her en der zorgvuldig in rijtjes gerangschikte, onaangebroken pakjes ouderwetse Gauloises. De grappige stekelplant in de keuken is versierd met een vlaggetje: ‘We blijven zeggen wat we willen! Lang leve de dialoog!’
Het duurt even voordat ons oog blijft haken aan het ingelijste briefje, opgesteld tussen vrolijke werkfoto’s, cartoons en andere gelegenheidsparafernalia. De wrange inhoud dringt langzaam tot ons door.
‘In Naam der Koningin: Column Producties B.V.
De griffier van de Rechtbank van het Arrondissement Amsterdam deelt mede, dat bij vonnis van de Meervoudige Kamer te Amsterdam van 26 juli 2005, dat bovengenoemde benadeelde partij als schadevergoeding een som dient te ontvangen van € 8267,13 welke betaald dient te worden door de veroordeelde, zijnde Bouyeri, M. geboren te Amsterdam op 8/3/78, wonende (...) thans gedetineerd, terwijl Bouyeri. M. bovengenoemd, bij dat vonnis tevens werd veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het vonnis nog te maken tot op heden begroot op nihil.
Uitgegeven voor grosse; de griffier van het Arrondissement Amsterdam, N. Oelenkamp, wnd.’
De vordering komt regelmatig ter sprake in ‘het zitje’ van Column Producties, bekend geworden als ‘het productiebedrijf van Theo van Gogh’. Gelegen op een bovenetage aan de acaciarijke Van Breestraat in Amsterdam-Oud-Zuid, geleid door Gijs van de Westelaken, sinds 2 november vorig jaar ‘BN’er tegen wil en dank’. ‘Wij vonden het niet onredelijk de kosten van de lijkbezorging op Mohammed B. te verhalen. Hij heeft het lijk tenslotte gemaakt,’ zegt Van de Westelaken droog.
‘Meneer heet insolvent te zijn,’ valt Theodor Holman in. ‘Wordt het niet eens tijd dat hij wasknijpers gaat maken en begint te sparen om zijn schuld af te lossen? Het lijkt me een goed idee voor een film: hoe wij van Column ons geld terug proberen te krijgen!’
‘Je zult zien’, vervolgt Hans Teeuwen, ‘dat we uiteindelijk moeten aanbellen bij de koningin. Mevrouw! Doe iets! Uw naam is niets meer waard!’
Terwijl Van de Westelaken grinnikend terugloopt naar zijn kamer, dollen Holman en Teeuwen voort, tegenover elkaar hangend in de zwartleren banken. Om hen heen, achter de volle boekenkasten, wordt stevig gewerkt. Aan de voorbereidingen van Oorlogsrust, een nieuwe ‘kleine’ film, geschreven door Holman, te regisseren door Doesjka van Hoogdalem. Aan Prettig weekend, ondanks alles, de grote documentaire van Katja Schuurman en onderzoeksjournalist Stan de Jong voor BNN. In een verduisterde ruimte achter het keukentje (waar Daan van de Westelaken, alias Junior, monteert) tuurt beeldredactrice Wendela van Rijmenam op een monitor naar bruikbare ‘Theo’-fragmenten.
Het onverstoorbare producersduo Alexandra Keddeman en Natasja Möhrs ten slotte, gezeten aan twee forse bureaus, vormt het zenuwcentrum van deze georganiseerde chaos. Met Van de Westelaken vormen zij het eigenlijke Column. De anderen zijn meer de familie van vertrouwde los-vaste makers.
Het productiebedrijf, in 1999 door Van de Westelaken en Theo van Gogh opgericht, kwam voort uit hun samenwerking voor IDTV en de Storms Factory van Pieter Storms. ‘Theo en ik wilden weg uit Het Gooi, naar Amsterdam,’ vertelt de producent. ‘De programma’s met Max Pam en Jeroen Henneman, Gert-Jan Dröge, de filmplannen van Theo, zijn interviews. Al zijn programma’s, De Tien Geboden, De Hunkering, Onder Dak, tot en met Het laatste Oor heb ik, net zoals zijn films, altijd als één grote column gezien. Hij interviewde dag en nacht.’
Hij kende Van Gogh uit de stad, sinds midden jaren tachtig, en van diens columns in Het Parool. ‘Toen ik adjunct-hoofdredacteur van de Haagse Post was, bood hij wel eens wat aan. Belde hij vanuit de Verenigde Staten: ik heb een mooi stuk voor je, over necrofilie. Daar zag ik dan niks in. Omdat ik zijn stukken weigerde, schreef hij wel eens lelijk over me. Maar nadat HP de tekst van Fassbinders Het Vuil, de Stad en de Dood had afgedrukt en na de val van De Muur een coververhaal maakte onder de titel Het gelijk van rechts, was ik okay. Hij heeft me voor de camera’s van AT5 publiekelijk “gerehabiliteerd”.’
Eenmaal aangetreden als programmabedenker-documentairemaker bij IDTV heeft Van de Westelaken met Van Gogh een paar pilots voor Veronica gemaakt. ‘De eerste jaren werkten we gewoon prettig samen. Dat groeide later uit tot vriendschap. Eind jaren negentig was ik voor het eerst in Katwijk, waar de familie Van Gogh een huisje heeft. Daar maakte ik kennis met zijn idee van vakantie vieren. Een bespreking op zondagmorgen, op het strand. Een oude vriendin van hem zat er al, strandhoed op, in Primo Levi te lezen. Daar kwam hij, met gekoelde champagne en lekkere taart. Zaten we in het zonnetje plannen te maken terwijl achter ons de zwarte hoedjes ter kerke gingen.
Een andere keer nam hij me mee naar zijn favoriete slagerij, waar de rondborstige bediendes Tast Toe Tis van Takes in borduursteek op hun schorten droegen. Heel vrolijk. We kregen steeds meer een vriendenband. Ik ben een gelijkmatig type. Ik had vaak de relativerende, afremmende rol: het kan niet altijd en niet allemaal nú. Maar ik heb dat andere, dat ongebreidelde nodig. Anders ga ik me vervelen.’
Hun eerste dramaproductie was Najib & Julia, voor de Avro. ‘Low budget. Dat vonden we leuk. Drama vraagt veel energie, maar heeft ook een veel langer leven dan non-fictie. Interview draait nog steeds, in het buitenland. Cool ook. Najib & Julia is een succès d’estime geworden. Gemaakt zonder subsidie van het Stimuleringsfonds, volgens de snelle methode Van Gogh, met drie camera’s tegelijk. Later subliem verfijnd door Thomas Kist, Theo’s vaste Hoofd Beeld.’
2004 was een uitermate productief jaar voor Column. Het bedrijf produceerde en Van Gogh regisseerde het Avro-interviewprogramma Krachtstroom, hij maakte drie (bekroonde) videoclips voor Zien, de Marco Borsato-dvd, de film Cool (scenario Theodor Holman), een korte film voor Lars von Triers Visions of Europe-project (geschreven door Hans Teeuwen), de zesdelige televisieserie Medea (script: Theodor Holman en Gijs van de Westelaken), Ayaan Hirsi Ali’s Submission en 06/05 (scenario Tomas Ross). Maarten Wansink regisseerde Voetbalmonologen (KRO) en dan waren er nog twee twaalfdelige series voor de Hartstichting (uit te zenden door de Avro), een in de regie van Allard Bekker, geschreven door Holman. En Ter ziele, bedacht en gemaakt door Van Gogh. Het jubilerende hartfonds was not amused over zijn met veel sigarettenrook omblazen dialogen tussen twee cynische ambulancebroeders. Sinds kort is deze Van Gogh-productie toch te zien. Hij is te koop als Column-dvd. Van de Westelaken: ‘Theo heeft vorig jaar zó veel gemaakt. Hij was ook wel moe, hoor, eind september, begin oktober. En weer stevig gaan drinken.
Begin dit jaar zouden we Ronald Gipharts Bad maken, een lesbische road movie met Katja Schuurman en Tara Elders. Had hij met Yoeri Albrecht bedacht. Een kleine film. Verder zouden we het in 2005 wat rustiger aan doen, meer een scenariojaar, dachten we.’
Hij pakt een Marlboro Light. ‘Op de dag van de moord, het was mistig, ik was lichtelijk humeurig gestemd weet ik nog, zouden we om 9 uur met de distributeur de ruwe versie van 06/05 bekijken. Ik fietste gehaast, omdat Theo zeer stipt was en altijd vijf minuten voor de afspraak begon te bellen waar je bleef. Toen belde Hans Teeuwen.’
Producer Natasja Möhrs: ‘Heeft Gijs er nog wel plezier in, zonder Theo? vroegen wij ons af. Al heel snel zei hij: we gaan gewoon door. We zien wel.’
We zijn als groep hechter geworden, zegt ze. ‘Er gebeurt zo veel dat je niet met anderen kunt delen. Het hele jaar heeft voor ons in het teken van 2 november 2004 gestaan. Toen Donner met zijn wetswijziging inzake godslastering kwam, hebben Hans, Theodor en Giphart ’s avonds onmiddellijk een open brief opgesteld. We hebben in één dag zeshonderd mensen gebeld. Andries Knevel, dat zal ik nooit vergeten, wilde niet tekenen.’
06/05 is uitgekomen, Medea, Allerzielen, de zestien filmpjes van Nederlandse scenaristen en filmers, Masterclass, binnenkort de documentaire van Katja waaraan nog hard wordt gewerkt, het Van Gogh-retrospectief op de Filmdagen, de dvd-box met al zijn werk plus filmografie. In het internationale festivalcircuit draaien drie Column-films. ‘Het is gewoon hartstikke druk. Nu worden we weer door de pers bestormd: wat doen jullie op 2 november aanstaande? Wat moet ik zeggen? Spelletjes doen? Met zijn allen naar Kernwasserwunderland? We hebben een documentaire gemaakt. Kijk daar maar naar.’
T heodor Holman komt binnen, rechtstreeks uit de Desmet Studio’s waar hij zijn live-radioprogramma heeft gepresenteerd. Even stoom afblazen. ‘Ik vrees dat ik weer wat mensen tegen me in het harnas heb gejaagd,’ zegt hij mismoedig. ‘Is er drank?’ vraagt iemand.
‘Ik ga naar de redactie, zeg ik altijd als ik naar Column ga,’ vertelt hij een paar dagen later. ‘Er wordt gewerkt, getikt, gebeld, er wordt gelachen en gehuild, lekker geouwehoerd en goed gedronken. De juiste ambiance voor journalistiek, actualiteit, columnistiek. We zijn eigenwijs, tegendraads, altijd boos op de film- en stimuleringsfondsen waarvan we keer op keer afwijzingen krijgen. Maar we komen er wel. De nominaties en prijzen zeggen genoeg. Het zou mooi zijn als we drie, vier films per jaar kunnen maken. Als je er dan nog wat naast doet, zouden we er met zijn allen van kunnen leven.’
De ogen van schrijver-programmamaker Holman twinkelen: ‘Daarom zijn we ook zo blij met Hans. Hij is financieel onafhankelijk, wil doorgaan met filmen. Doesjka gaat regisseren, Katja is hard bezig. We zijn back in business. Ik zie het ritme terugkomen van voordat Theo gestorven was. We zijn weer aan het produceren, en dat is mooi om te zien.’
Ook hij had vaak gedacht: hoe nu verder? ‘Theo bracht de interessante opdrachten binnen. “Nu willen ze ons niet meer.” Dat is niet zo, gelukkig. Interview is nu een theatervoorstelling in Bern, Parijs, Madrid. Duitsland is geïnteresseerd. Er komen Amerikaanse remakes van drie Theo-films. Ik heb gezien hoe anders in het buitenland Theo’s films worden bekeken. Interessant, Europees, maatschappelijk betrokken, met een voor film ongekend laag budget. De driecameraregie, een ontdekking van Theo en Thomas Kist. Steve Buscemi, Stanley Tucci en Bob Baladan, de jongens achter The Sopranos die remakes van Theo’s films gaan maken, zijn daar nieuwsgierig naar.’
Hij zucht. ‘Ik kwam elke dag op kantoor, om mijn dingetjes en dongetjes te doen. Dat was voor tachtig procent pilots maken. We waren dagelijks bezig met ideeën. Elkaar stimuleren. Opjutten. In het zitje. De week voordat Theo stierf, vertelde ik hem over het boek dat ik wilde maken, over een jongen van een jaar of vijftien. De leeftijd waarop je al een soort zelfreflectie hebt. Dat wilde Theo graag verfilmen, proberen dat naturel te krijgen. We waren echt heel goed op stoom.’
Van Goghs dood, hij wil er altijd nog eens over schrijven. ‘Het is een life-changing event. Het is je vriend die doodgaat, én het is een wereldgebeuren. Daar ben je onderdeel van. Die moord had niet misstaan in een Van Gogh-film. Schieten. En een mes. Nog een mes. En een brief. Moet dat? Theo zou zeggen: ja.’
De dag van de moord kwamen Dave en Stan Schram, jarenlange filmvrienden van Van Gogh, de trap in de Van Breestraat op. Met het duurste en lekkerste eten, de lekkerste wijnen en champagne. Holman kan zich niet herinneren waar hij en óf hij die nacht heeft geslapen. De dagen erna zijn vervaagd tot ‘een roes’. ‘Er was dat grote verdriet, en er is ook zó ongenadig gelachen. Hans heeft zijn beste voorstellingen ooit gegeven. Na die krankzinnige periode ben ik cynisch geworden. Mijn ambitie weer vinden, dat vind ik het moeilijkst. Dat voel ik ook heel duidelijk bij Hans. Waarom hij niet meer op tournee wil, en zegt: ik ga nu écht doen wat ik leuk en belangrijk vind. Dikke vinger allemaal. Ik was ook blij dat hij laatst bij mij thuis zei: en nu al die portretten van Theo van de muur. Ik leek wel een homo met zijn overleden vriend.’
Zaterdagavond 1 oktober jongstleden. In de grote zaal van het Louis Hartlooper Complex in Utrecht is zojuist Masterclass van Hans Teeuwen, ‘opgedragen aan Theo van Gogh’, in première gegaan. Verlegen buigt de maker voor het uitzinnige applaus en roept dan snel: ‘En nu: aan de drank! Allemaal!’ Iedereen is er, in het grand café. Blij met de meer dan geslaagde productie, blij voor Teeuwen, blij voor Column en voor de VPRO die de super lowbudget-telefilm financierde. Teeuwen danst van tafel naar tafel, steelt kusjes en is een en al bravoure.
‘Column is een beetje mijn huiskamer geworden door Theo,’ zegt hij een paar dagen later bij een grote thee in het hoofdstedelijke Café Keyzer. ‘Op een dag heeft hij me meegenomen. Ik had er geen idee van dat het echt een kantoor was. Ik had nooit iets voor Column gedaan, alleen het idee voor Interview bedacht en een filmpje van vijf minuten geschreven. Het zitje bij Column is een leuke plek als je grapjes wilt maken, het nieuws wilt doornemen en roddelen, zoals ik. Theo, Theodor en ik waren echt een Cocktail Trio. Op vrijdagavond was het jongensavond, doorzakken met zijn drieën. Films kijken, vaak eerst met Gijs en Dave Schram erbij, dan naar Toomler en daarna liefst nog meer films kijken en becommentariëren.’
‘Op 2 november was ik thuis, klaar met mijn optredens, doodop. Iemand belde me, ik heb Gijs gebeld en ben meteen naar de Van Breestraat gegaan. Die dag kan ik me nog goed herinneren. Daarna is het een grote blur. Ik heb mijn best gedaan om mee te denken en de stemming erin te houden. Ik wist ook niet hoe het verder moest. Column was de enige plek waar je naartoe kon gaan. Iedereen was en is door hetzelfde drama met elkaar verbonden. Ook in creatieve zin. Voor mij de ideale omgeving om mijn film te maken: ik vertrouw hen, zij hebben vertrouwen in mij. Masterclass had ik als ideetje opgezet, en ineens ging het heel snel. Peer Mascini, mijn toneelgoeroe in de film, belde hoe het ermee stond en toen moest het gebeuren. Theodor vloog achter de computer, ik dicteerde, en voort maar. Alles klopte. We hebben goed met de spelers gerepeteerd en toen de film in vijf en een halve dag opgenomen. Met mijn theaterprogramma’s was ik bij elkaar toch wel twee jaar bezig. Het team van Theo is zó ervaren. Zó op elkaar ingespeeld. Het voelde als een soort bezegeling.’
Hij maakt niet elke dag zijn loopje naar de Van Breestraat. ‘Soms even niet, dan weer vaak. Als het te veel een familie wordt’, zegt Teeuwen, ‘krijg ik onafhankelijkheidsdrang, dan trek ik me terug.’
Op de hoek van de Emmalaan, een paar pedaalslagen van de Van Breestraat, zit Van Goghs favoriete editor Merel Notten de bioscoopfilm 06/05 uitzendklaar te maken voor de Avro. De omroep heeft besloten de politieke thriller in twee delen op het scherm te brengen. ‘Kan eigenlijk niet,’ zegt ze met ingehouden ergernis. ‘Nu maak ik voor de tweede avond een korte samenvatting van het voorafgaande. Anders wordt het te moeilijk voor de kijkers.’ Notten werd dit jaar genomineerd voor een Gouden Kalf voor haar montage van de film, Van Goghs laatste.
Cool was haar eerste intensieve samenwerking met de regisseur. ‘In het begin was ik even flink geïntimideerd door de manier van opnemen: drie camera’s, van alles drie beelden. Maar ik leerde daar snel gebruik van te maken. Montage is een heel persoonlijk gebeuren. De regisseur en ik moeten elkaar vertrouwen. Dat is er, of is er niet. Met Theo had ik het meteen.
Werkend aan Cool zag ik nog wel onvolkomenheden. Daar belde ik dan over met Thomas Kist, en zo is er een kruisbestuiving met de hele crew en groep gekomen. Ik raakte echt bij het team betrokken. Met 06/05 liep het als een trein. Na de moord heb ik, tussen het meehelpen, koken en de emotionele bijeenkomsten op Column door, mijn werk hier afgemaakt. Vervolgens ben ik in België zes weken dag en nacht bezig geweest met de eindmixage. Ik was totaal in shock en verschrikkelijk woedend. Ik wist: dit karwei ga ik zo mooi mogelijk doen. Niets zou aan mijn aandacht ontsnappen.
Eind december zat ik op de Antillen, weg van de hectiek en het maatschappelijk geblaat. Op Bonaire merkte ik pas goed hoe woedend ik was. Ik kon maar niet geloven dat Theo weg was. Mijn dierbare maatje, mijn artistieke vriend. Ik wilde een excuus verzinnen om iedereen daarheen te krijgen.’
Als de twee laatste films van Van Gogh nu eens getoond zouden worden op Curaçao en Bonaire? Notten kreeg het voor elkaar. Van de deal konden de tickets deels betaald worden, de rest legde iedereen zelf bij, en gelogeerd werd er bij Dave Schram in diens vakantieverblijf. Opgetogen vertelt ze over de zegeweek die Cool op de scholen van de eilanden beleefde.
De combinatie van reünie en werk bleek een meesterlijke zet. ‘Theo is weg, maar Gijs wil deze groep, die Theo met zijn enorme neus voor wie bij hem paste, bijeen heeft gebracht, bij elkaar houden. Het grote gemis van de man die de kar trok laat ook zien wat de andere kant is: de kracht van ieder.’
Het is de middag voor de Avond van de Gouden Kalveren. In een plastic zak heeft Doesjka van Hoogdalem een paar knalgroene dansschoenen bij zich. In haar schoudertas zit een propje groengrijs gaas, de avondjurk. Voordat ze straks door vriend Thomas Kist opgehaald wordt om naar feestelijk Utrecht te gaan, moet er nog serieus gewerkt worden. Uit de acteurs die straks komen auditeren, hoopt ze het personeel van het verzorgingshuis in Oorlogsrust en de afknappende vriendin van de moederszoon te selecteren. De keuze van de hoofdpersonages, overlevenden van verschillende oorlogen, is al rond. Tegen zessen klapt ze tevreden haar map dicht, stopt de videobanden bij zich en snelt naar de wc om zich te verkleden. ‘Ik heb ze,’ zegt ze blij als Kist zich in rokkostuum meldt.
Sinds 2000, vanaf de film Baby Blue, werkte Van Hoogdalem met Van Gogh. Ze kwam van de Vara-televisie en was geïnteresseerd in film. Je kunt zo aan de slag, zei Van Gogh. Bel maar. Ze dacht een beetje mee te lopen, maar de ene ramp na de andere trof de productie. Voordat ze het wist, was Van Hoogdalem gebombardeerd tot opnameleider, susser en superproducer.
‘Daar, op de set, is onze eeuwige trouw ontstaan,’ vertelt ze. ‘Er heerste een rotsfeer. Theo was heel onzeker. De crew had het met elkaar gehad, én met hem. Intussen moesten er, we zaten op Curaçao, wél vierhonderd figuranten worden geregeld en helikopters boven zee vliegen. Theo is toen door een aantal mensen ontzettend bedrogen. Op een dag kwam hij aanzetten met een doosje van Lyppens: een ring met een grote jade-steen en een klein diamantje ernaast. Omdat ik zo loyaal was. Sindsdien heb ik alle films met hem gedaan.’
Ze was een van de weinigen die tegen ‘mannetje ongeduld’ konden zeggen: nu ga je te ver. Dit is onzin. Hoofdschuddend: ‘Ongeduld was zijn grootste vijand. Uiteindelijk hadden we een club bij elkaar die mee kon in zijn energie. Een topteam, dat kon inspringen op zijn nukken en grillen. Ik was vaak de go-between. Degene die het overzicht bewaarde. Die hem moest temperen. Hij was altijd vijf stappen verder dan wij. Als hij een maandje geen film onder handen had, sloeg de verveling toe. Op de set was hij in zijn element. Een pater familias die iedereen verwende.’
Na de moord en een flinke huilbui in de chaos bij Column aangekomen, wist ze: er moet wél iemand gecremeerd worden. ‘We moesten rare beslissingen nemen. Bloemstukken: ja of nee. Bordjes neerleggen wie waar zou zitten. Onderhandelen met de NOS. Theo’s zoon mocht niet in beeld. BN’ers moesten in een tent. Later zag ik de herhaling op AT5. Tot mijn verbazing was iedereen precies gaan zitten zoals wij bedacht hadden.
Hoe vaak is het niet door me heen geschoten: Mijn god, nooit meer films maken. Nooit meer om zes uur ’s ochtends met de auto hem ophalen. Ik ben een heel goede vriend kwijt. Na Submission had ik een ontzettend naar voorgevoel. Maar er gebeurde niks. Totdat. Die rotfilm.’
De film van Hans, ons eerste nieuwe project, is echt een Column-film, zegt ze. ‘En nu mag ik. Het script van Oorlogsrust was er al, maar Theo wilde het niet doen. We hadden het erover gehad dat ik over een jaar of twee, als ik vijfendertig zou zijn, zelf ging regisseren. Dat vond Theo wel een mooie leeftijd. Dat moment is naar voren geschoven. Theodor heeft me gevraagd de film te maken.’
Vrijdagmorgen 21 oktober om half tien stapt Katja Schuurman bij Column binnen. Het wordt een lange dag. Eerst op stap met de crew voor de documentaire, later in de middag terug naar kantoor om promo’s op te nemen en de planning voor de komende week te maken. Geconcentreerd buigt ze zich over de researchmap. Haar mobiel rinkelt. BNN. En weer. Nog even snel bij Van de Westelaken naar binnen en dan is ze weg. Het is al donker als ze neervalt op een bank in de montagekamer. ‘Ik kan je niets over de inhoud van de documentaire vertellen. Dat hebben we zo afgesproken,’ verontschuldigt ze zich. ‘Het wordt een combinatie van mijn persoonlijke zoektocht en onderzoeksjournalistiek van Stan de Jong en anderen. In de weken na de moord leek er maar geen einde te komen aan de discussie over vrijheid van meningsuiting. Maar Theo was ook een mens, een filmmaker. Het ergerde me. Toen kwam de belegering van de Haagse Antheunisstraat, er verdwenen bandjes, de tegenstrijdigheden in Den Haag stapelden zich op en niemand sprong erop in.
Ik werd kwaad. Theo had erbovenop gezeten. Niemand had aan zijn scherpe blik kunnen ontsnappen. Ik hoorde hem van boven vloeken en bulderen: Waarom doet niemand iets! Voor BNN zou ik een nieuw format bedenken, maar had geen zin in iets leuks. Ik wil dat het iets te maken heeft met Theo, met het klimaat hier, zei ik. Ik kreeg carte blanche en mocht met Column een documentaire maken.’
Van Gogh en Schuurman hadden elkaar ooit, tot beider genoegen, voor hun eigen programma’s geïnterviewd. Door de latere film Interview had ze ook de mensen van het productiebedrijf leren kennen. Op de set van Medea was de grote liefde tussen haar en tegenspeler Thijs Römer opgebloeid.
‘Het is totaal schizofreen zoals ik nu bezig ben. Bijna alle avonden sta ik in het Betty Asfalt Complex te spelen, ik ben bezig voor Katja vs. Bridget de grappigste cabaretiers bij elkaar te krijgen, en dan is er de documentaire. Die film is nu het allerbelangrijkst, die moet klaar. Er is geen moment dat ik er niet emotioneel van word. Mijn maag draait om bij het woord moordenaar. Ik was op het OM, bij Van Straelen, de officier van het requisitoir. Daar lagen de moordwapens van Bouyeri nog. Wil je even kijken? vroeg hij. Nee. Dat trok ik niet.’
Toen ze met Bridget Maasland voor BNN Lijst Nul maakte, vond ze de guitige politici al geen ethisch hoogstaand gezelschap. Tijdens de Van Gogh-missie stuitte ze in alle partijen op leugens en zwartepieten. ‘Het was gênant om te zien hoe schichtig de grote leiders, compleet in het harnas, naar hun adviseurs keken, die allemaal gebaren stonden te maken: groter, kleiner, stoppen. Dit is niet serieus te nemen. Dit straalt geen vertrouwen uit.’
Op 2 november was ze net vier dagen met haar vriend in Argentinië. Voor een lange motorvakantie. ‘Theo had nog met Thijs gebeld. Hij vond mij te losbollerig en roekeloos. Pas toch op met die motor, waarschuwde hij. En toen kwam de dag dat ik tweeënnegentig gemiste oproepen op mijn mobiel vond.’
