VN MediagidsSusan Neiman: 'Ik geloof sterk dat we morele vooruit­gang boeken'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Wetenschap / filosofie 13.12.2008

Door Tomas Vanheste

Afbeelding bij Susan Neiman: 'Ik geloof sterk dat we morele vooruit­gang boeken'

Vanuit haar werk­kamer kijkt Susan Neiman uit over een verstild plein in het centrum van het museale stadje Potsdam. Als er even geen auto passeert, kun je je zo in de tijd wanen dat Frederik de Grote hier zijn penvriend Voltaire ontving.

Het is gewijde grond voor een filosofe die in haar nieuwe boek Morele helderheid wil laten zien hoe actueel de Verlichting is. Ze kwam naar Europa omdat ze het als de bakermat van de filosofie zag. Maar kort na de verkiezing van Barack Obama overheerst bij Neiman het gevoel dat het echte leven zich nu elders afspeelt.

Al onder het koffie zetten in de keuken brandt ze los met verhalen over haar tijd als vrijwilliger voor de campagne van Obama. Van deur tot deur heeft ze stemmen geworven. ‘Ik moest huilen toen ik zag dat mensen met krukken urenlang in de rij stonden om hun stem uit te brengen,’ vertelt ze met glimmende ogen.

In haar statige kamer grijpt Neiman meteen naar een nummer van Der Spiegel uit juli met een nogal geniepig kijkende Obama op het omslag. ‘Dit is een misselijke foto.’ De beeldkeuze van het Duitse blad illustreert volgens haar het cynisme aan deze zijde van de oceaan. ‘Ik snap de historische redenen waarom Europeanen zenuwachtig worden van alles wat op charisma lijkt. Vooral in Duitsland kan ik me voorstellen dat het beeld van hallen gevuld met mensen die roepen Yes, we can! nerveus maakt. Dat is een begrijpelijk scepsis over Obama. Minder goed te begrijpen is dat Europeanen de verleiding niet kunnen weerstaan zich af te vragen wie hij als eerste zal teleurstellen. Laten we niets hopen, laten we ons instellen op teleurstelling, is hun houding.’

Als realisme vermomde somberheid, Neiman heeft er een broertje dood aan. In Morele helderheid opent ze de aanval op politieke denkers als de Britse filosoof John Gray die zichzelf als realisten beschouwen omdat ze zich neerleggen bij Hobbes’ idee dat de mens voor de mens een wolf is. ‘Iedere bewering over hoe we van nature zijn, is pure speculatie,’ vindt de filosofe. Idealen zoals de universele rechten van de mens zijn niet minder werkelijk dan het idee dat alles draait om militaire en economische machtsverhoudingen. Die laatste vorm van pseudo-realisme ziet Neiman terug in de Amerikaanse minachting voor het Internationale Gerechtshof. Maar de Joods-Amerikaanse denker prijst zich gelukkig dat haar vaderland ook een sterke idealistische traditie kent. ‘Amerika is altijd het land van het ideaal geweest. Natuurlijk was het ook een plek waar genocide op de Indianen werd gepleegd en waar miljoenen Afrikanen heen werden gesleept als slaaf. Maar het Amerika van het ideaal was een oord waar je heen trok om vrijheid en geluk te vinden. Amerikanen zijn nu zo ontroerd door Obama omdat hij de Amerikaanse droom vervult op een manier die niemand sinds Abraham Lincoln meer heeft klaargespeeld. En zelfs beter dan Lincoln, want al was die van nederige komaf, hij was wel wit.’

Slechte grap
Vlak na de vorige Amerikaanse verkiezingen begon Neiman aan Morele helderheid te schrijven. In 2002 had ze internationale roem verworven met Het kwaad denken, een geschiedenis van de filosofie vanuit de vraag naar goed en kwaad. Aan actuele morele kwesties durfde ze haar vingers toen nog nauwelijks te branden. Haar woede over de herverkiezing van Bush gaf haar de moed zich er toch op te storten. Ze is nog steeds verbijsterd dat de kiezer destijds dacht bij de Republikeinen te moeten zijn als het ging om de verdediging van morele waarden. Rechts was erin geslaagd de aanslag op de Twin Towers te misbruiken om de Verlichting te kapen. Het toppunt van cynisme, vindt Neiman. ‘Voor 9/11 beschouwde iedereen Bush’ presidentschap als een slechte grap. Er was geen enkele kans dat hij herkozen zou worden. Toen 9/11 langskwam, zag hij zijn kans. Hij begon met zijn retoriek over vrijheid en democratie. Het was duidelijk dat hij verlichtingswaarden gebruikte als vijgenbladeren. Terwijl Bush en kompanen de democratie elders propageerden, vernietigden ze haar in eigen land en in de internationale gemeenschap. Toen hij zijn state of the union hield na zijn herverkiezing, was ik drie dagen gedeprimeerd. Hij sprak over opkomen voor waarden waar ik in geloof.’

Met een verontwaardiging of hij die streek gisteren leverde zegt Neiman, terwijl ze woest met haar stoel heen en weer rolt door haar kamer: ‘Het is een shockerende, sluwe zet dat rechts de Verlichting heeft geclaimd. Dat kon gebeuren omdat links verstrikt was geraakt in identiteitspolitiek.’ Ze doelt op de strijd tegen de onderdrukking van mensen met verschillende religieuze, etnische en seksuele identiteiten. Het lovenswaardige verlangen naar de emancipatie van achtergestelde groepen mondde uit in waardenrelativisme. ‘Links was doodsbenauwd voor alles wat op een universele morele claim leek.’

De missie van Neiman is aan te tonen dat de Verlichting en links juist natuurlijke bondgenoten zijn. Maar wat verstaat ze eigenlijk onder links? ‘Ik bedoel niet een economisch systeem, al heb ik de voorkeur voor een vorm van sociaal-democratie. Als ik het woord gebruik, stel ik Abraham ten voorbeeld. Hij trachtte God ervan te weerhouden Sodom te vernietigen, omdat de Heer toch niet uit willekeur kon handelen en met de kwaden ook de onschuldigen doden. Links is het idee dat je opkomt voor de vreemdeling en je denkt in universele categorieën in plaats van tribale bondgenootschappen.’

Wat het begrip in de eenentwintigste eeuw nog kan betekenen, zal de toekomst moeten uitwijzen, vindt Neiman. ‘Ik koos voor het woord omdat ik het ironisch vond dat zoveel mensen die niet geloven in vooruitgang wel het woord progressief gebruiken. Nu overweeg ik het toch in progressief te veranderen, omdat Obama daar nieuw leven in heeft geblazen. Naar Europese maatstaven is het geen sociaal-democratie die hij voorstaat. De meesten van ons in Amerika zouden het prachtig vinden als hij enkele ingrediënten van de Europese sociaal-democratie in Amerika zou brengen. Maar nu ik meer dan acht jaar in Europa heb geleefd, weet ik niet meer zeker of ik alles wil overnemen. Er is hier een verwachting dat de staat voor je zorgt. Leg maar eens aan een Amerikaan uit dat in Frankrijk jongeren rellen veroorzaken omdat ze een vaste baan willen op hun vierentwintigste. Willen ze dood of zo? De aanname dat de staat je van wieg tot graf zekerheid moet verschaffen, lijkt mij niet de beste bron voor onafhankelijkheid en initiatief.’

Neiman voelt zich een geestverwant van de Amerikaanse politieke filosoof Michael Walzer (geïnterviewd in Vrij Nederland van 5 april 2008, zie: Politiek filosoof Michael Walzer: 'Links begint met een emotie'). In haar boek haalt ze zijn stelling aan dat het links niet ontbreekt aan morele waarden maar aan een samenhangend verhaal dat ze fundeert. Die lacune heeft ze met haar boek willen vullen. Wie denkt dat ze de sleutel biedt tot de oplossing van alle morele dilemma’s, komt evenwel bedrogen uit. ‘Het is geen moreel handboek,’ zegt Neiman. ‘Zoiets kan niet bestaan, want de les van de Verlichting is dat je de moed moet hebben zelf te denken. Het zou volkomen waardeloos zijn als ik een lijst morele regels zou verschaffen. Wel wil ik mensen helpen op eigen kracht te denken, door te laten zien wat voor soort vragen ze zich kunnen stellen en welk gereedschap ze kunnen gebruiken.’

Recht op geluk
Aan de hand van een op het eerste gezicht wonderlijk viertal Verlichtingswaarden – geluk, rede, hoop en eerbied – gidst Neiman de lezer door het netelige landschap van de moraal. Wat geluk en ethiek met elkaar te maken hebben, illustreert ze aan de hand van het bijbelverhaal van de goede Job die wreed door het lot werd getroffen. ‘Voor de Verlichting nam iedereen het standpunt in van Jobs vrienden: of hij moet iets fout hebben gedaan, of hij zal in de hemel voor zijn gedrag worden beloond. Later begonnen we te twijfelen of God Job wel rechtvaardig behandelde. We geloofden dat we een recht op geluk hadden op aarde, tenzij we ons op een verschrikkelijke manier gedroegen. Sindsdien hebben we allemaal de plicht een poging te doen tekortkomingen in ons systeem te repareren. Als iemand ziek is, zoek je naar een remedie, en zeg je niet dat hij het is omdat hij gezondigd heeft. Claims op rechtvaardigheid zijn gebaseerd op het idee dat mensen een recht op geluk hebben.’

Dat klinkt als het credo van een moderne burger die meent overal recht op te hebben. Is geluk niet een geschenk dat geluksvogels toevalt? ‘De wereld is vol willekeurig ongeluk,’ erkent Neiman. ‘Mensen zijn eenzaam en arm, worden ziek of het slachtoffer van een aardbeving. De vraag is wat ons antwoord is op de wetenschap dat de wereld vol is van toevalligheden. Hebben we een recht op vrijheid? Op leven? Heeft een blinde het recht om te zien? Misschien niet. Maar hij heeft er wel recht op dat mensen om hen heen niet zeggen: pech jongen, je hebt verloren.’

Geluk is niet de vrucht van de arbeid, maar de voldoening van de inspanning zelf in Neimans ogen. ‘Een Verlichtingsvisie op geluk is zeker niet Paris Hiltons versie ervan. Geluk als consumptie.’ Laat onderzoek nu uitwijzen dat mensen gelukkiger zijn wanneer ze bier drinken met vrienden of voor de televisie hangen dan wanneer ze voor hun kinderen zorgen. Neiman gelooft er niets van. ‘Elke goede empirische studie van geluk wijst uit dat mensen gelukkig zijn als ze een bijdrage leveren aan de wereld. De algemene lijn die je in ieder lullig liedje terughoort is dat mensen andere mensen en een doel in hun leven nodig hebben.’

Als er één verwijt is dat de tegenstanders van de Verlichting haar juist telkens hebben gemaakt, is het dat ze met haar focus op de rede de mens in de kou liet staan als het ging om het doel van het bestaan. Ze zou een vorm van blinde, instrumentele rationaliteit voorstaan die zich enkel bezighield met de berekening van het juiste middel. Neiman vindt het een karikatuur. ‘Redelijk denken houdt juist het vermogen in de waaromvraag te stellen. Om die op te werpen, moet je je kunnen voorstellen dat de werkelijkheid ook anders had kunnen zijn. Al het wetenschappelijke en morele onderzoek vergt dat je ontstijgt aan wat gegeven is. Dat toont dat we absoluut “idealen van de rede” nodig hebben. Het zijn geen fantasieën, zonder die idealen komen we überhaupt niet van de grond.’

Hoe stel je die idealen nu op redelijke wijze vast? Een kant en klare procedure is er niet, zegt Neiman. ‘Filosofen hebben door de hele geschiedenis regels proberen te geven voor de juiste manier van denken. Die zijn meestal verschrikkelijk.’ Nog het meest bruikbaar vindt ze de regels van Immanuel Kant, de Verlichtingsdenker op wie ze in 1986 in Harvard promoveerde en die nog steeds haar lievelingsfilosoof is. ‘Probeer het standpunt van een ander in te nemen. Wees consistent met jezelf. Volg de regels van de logica. Dat klinkt eenvoudig. Maar feitelijk gezien schenden mensen de regels van de logica aan de lopende band, zijn ze voortdurend inconsistent en weigeren ze keer op keer dingen te bekijken vanuit een ander perspectief.’

Zonder idealen kunnen we niet leven, zonder hoop evenmin, denkt Neiman. Aan het eind van een ingewikkelde filosofische gedachtewisseling met een collega die haar te hoopvol vond in haar boek over het kwaad, verzuchtte ze ooit dat het simpele bestaan van haar drie kinderen het haar onmogelijk maakte te leven met het idee dat de wereld naar de verdoemenis gaat. Dat is misschien een praktische noodzaak, maar toch geen bewijs dat haar hoop grond heeft? ‘Het is wat Kant een “rationeel geloof” noemt,’ vindt de filosofe. ‘Als een zekere overtuiging nodig is om bepaalde dingen te doen die we moreel absoluut noodzakelijk vinden, is die overtuiging rationeel.’
De vierde waarde die Neiman hoog acht, is eerbied. Niet het eerste wat je met de Verlichting associeert, geeft de filosofe meteen toe. ‘Juist omdat de Verlichting zo vaak is beschuldigd van oneerbiedigheid, leek het mij extreem belangrijk dit te weerleggen.’ De onmogelijkheid zonder eerbied te leven illustreert ze met de MTV-personages Beavis en Butt-Head, die hun tijd verdoen met sarcastische conversaties en nergens om geven. ‘Bij dit voorbeeld schrikken mensen terug. Als het dat betekent om een nihilist te zijn...’

Het traditionele verwijt aan de Verlichting is dat ze door het vuur van de religie te doven ook de warmte van de eerbied heeft gesmoord. Met een gedachte-experiment van Kant probeert Neiman te tonen dat het ook zonder God kan. Een vorst wil een onschuldig man ophangen. Volgens het rechtssysteem van zijn land moet hij daarvoor over een getuigenverklaring beschikken dat de man een halsmisdrijf heeft begaan. De vorst draagt een ander op een valse getuigenis af te leggen. Als diegene dat niet doet, kost hem dat zijn leven. Misschien zal de arme man worstelen met de vraag wat te doen, maar geen mens zal erover twijfelen wat hij zou moeten doen. ‘Iedereen,’ becommentarieert de erfgename van Kant, ‘behalve Beavis en Butt-Head misschien, kan zich een held voorstellen die naar de galg gaat in plaats van een onschuldig iemand ter dood te veroordelen. Als je over zo iemand nadenkt, voel je eerbied voor hem, omdat je hem ziet als een belichaming van rechtvaardigheid en moed.’

Verlichtingshelden
Om de lezer een beeld te geven hoe haar kwartet Verlichtingswaarden in de praktijk te brengen, schetst Neiman in het slotdeel van Morele helderheid portretten van ‘Verlichtingshelden’. Ze ergert zich eraan dat slachtoffers in onze cultuur zoveel meer bewondering oproepen dan helden en pleit voor eerherstel van de held. De mensen die ze uitverkiest, belichamen haar vier Verlichtingswaarden: ze durven te hopen, nemen hun verantwoordelijkheid voor het geluk van anderen, beschikken over een formidabel vermogen redelijk te denken en raken bij alle confrontaties met de harde realiteit hun eerbied en verwondering nooit geheel kwijt. David Schulman, een Israëlische vredesactivist, is een van hen. Neiman citeert met instemming zijn uitspraak: ‘Het eerste waar je naar moet streven, is het vermogen om je voor te stellen hoe de wereld eruitziet door de ogen van de ander, de vijand, het toekomstige slachtoffer.’ Held twee is haar nichtje Sarah Chayes, die in Kandahar directeur is van de organisatie Afghans for Civil Society. Zij raakte in de normenloosheid van het murw gebeukte land bijna haar morele kompas kwijt, maar zag later in dat ‘elk moreel compromis dat ik gesloten heb, verkeerd is geweest’.

Nu lijkt Neimans ene held te prijzen wat de andere held verwerpt. Want wie zich verplaatst in het standpunt van de ander kan toch niet anders dan morele compromissen sluiten? ‘Wat Sarah daarbij in gedachte had, was dat ze iemand in haar kantoor had aangenomen die routinematig smeergeld aannam en de jonge jongens van het dorp misbruikte,’ licht Neiman toe. ‘Toen ze daarnaar vroeg, kreeg ze te horen: dat is de manier waarop het hier gaat. Aanvankelijk dacht ze: als ik het grotere doel in gedachten houd de Afghanen te helpen bij het opbouwen van een samenleving, kan ik iemand niet ontslaan om kleine corruptie die hier de norm is. Later ontsloeg ze hem toch. Je moet tot op zekere hoogte in andermans schoenen gaan staan, maar tegelijkertijd groeien we in grotere schoenen. Ik geloof sterk dat we morele vooruitgang boeken. Deel van die morele vooruitgang in het westen is dat we kritisch leren te zijn over eurocentrisme. In Rudyard Kiplings dagen dachten we dat alles wat de blanke man deed goed was om cultuur en fatsoen te verspreiden over de wereld. Nu realiseren we ons dat we een moorddadig kolonialisme en imperialisme hebben voortgebracht. Maar dat betekent niet je het volledig moet opgeven en zeggen dat alle waarden relatief zijn. Dat is wat het Westen helaas wel heeft gedaan.’

Neiman wijst op de Nederlandse omslag van haar boek waar een beeld van het offer van Izaak op staat. ‘Voor mensen uit de oudheid zou het verbazend zijn geweest als Abraham niet bereid was om zijn kind te offeren. Voor de cultus van Moloch werden baby’s bij dozijnen verbrand. Het was een tragedie dat Agamemnon Iphigenia offerde, maar het was nog steeds iets wat je kon doen. Hebben we nu vooruitgang geboekt of niet?’

Dat is misschien lastig te ontkennen. Maar toch zijn er mensen die de waarden die wij als universeel beschouwen niet onderschrijven. Hoe kunnen we hen overtuigen van hun ongelijk? ‘Ik ken zoveel mensen die zeggen: ik vind het offeren van mensen verkeerd, ik vind genocide verkeerd, maar hoe zit het met de anderen? Als je met die anderen praat, zul je ontdekken dat ze een heel eind met je meegaan. De rest is een kwestie van onderhandelen. Een zaak waar veel landen nogal traag in zijn geweest, is het tegengaan van de onderdrukking van vrouwen. Dat is een van de meest fundamentele, verstrekkende thema’s in de menselijke geschiedenis. De vooruitgang die is geboekt in de laatste honderd jaar is echt buitengewoon. Ik heb de hoop dat we in mijn leven of zeker dat van mijn dochter succes kunnen boeken in delen van de wereld waar vrouwen nu nog dood worden gestenigd. Mijn moeder was betrokken bij de burgerrechtenbeweging. Zij en miljoenen andere Amerikanen met haar hadden in die tijd nooit gedacht dat een Afro-Amerikaan president kon worden. The sky is the limit, als we in veertig jaar zo ver kunnen komen.’

Levenskracht
In Obama en de helden van wie ze in Morele helderheid de lof zingt, bewondert Neiman een zekere levenkracht. Ze heeft het over mensen die ‘méér denken, méér zien, méér voelen; intensiever, scherper, luider als je wilt, maar niet godgelijker’. Godenzonen zijn het dan misschien niet, maar toch lijkt ze de lof te zingen van een uitverkoren groep die een gave heeft die je niet met noeste arbeid kunt verwerven. ‘Dat is iets waarover ik eerlijk gezegd diep in verwarring ben,’ zegt Neiman. ‘Ik denk dat het een groot raadsel is wat aan die levenskracht bijdraagt. Het is heel duidelijk dat baby’s en jonge kinderen vol vitaliteit en belangstelling voor de wereld zitten die later uit hen wordt geslagen. We groeien op met zaken als de televisie, die de vitaliteit uit ons zuigen.

Natuurlijk leefden mensen vroeger al levens van stille wanhoop. Al is vitaliteit een gave, toch ben ik ervan overtuigd dat velen levendiger kunnen zijn dan ze verkiezen. Ik ben me ervan bewust dat ik er zelf meer mee gezegend ben dan met intelligentie, en dat het iets is om dankbaar voor te zijn. Het klinkt misschien haast mystiek, maar ik denk dat het leven een geschenk is. Er met vitaliteit op antwoorden en iets teruggeven aan de wereld is een vorm van dankbaarheid.’
Helden en gewone stervelingen moeten we vooral beoordelen op hun daden, vindt Neiman. Iemands ziel de maat nemen, hem als goed of slecht kwalificeren, is hoogmoed. Oordelen over wat iemand werkelijk doet of nalaat, mag wel. Met als getuige de filosofe Hannah Arendt – wier boek Eichmann in Jeruzalem prominent op haar bureau ligt – zegt ze dat daden slecht kunnen zijn zonder dat er kwade bedoelingen achter schuil gaan. Tegelijkertijd stelt Neiman in navolging van Kant dat het voor ethisch handelen cruciaal is dat je niet weet of je gestraft of beloond zult worden. Dat betekent toch dat intenties er wel toe doen? Want als ik louter iets doe omdat ik er een beloning voor verwacht, is het blijkbaar ethisch niet oké.

‘Dit is het tweede filosofische probleem waar ik nog mee worstel,’ erkent Neiman. ‘Natuurlijk is er een groot verschil tussen een situatie waarin je je netjes aan de verkeersregels houdt en onopzettelijk een kind doodrijdt, of wanneer je dat met opzet doet. Het maakt ter echt uit in ons juridische systeem. Maar waar in de hedendaagse filosofie nog niet goed genoeg over nagedacht is, is de wijze waarop intenties soms niet de beslissende factor zijn. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Kijk maar naar de Sovjet-Unie. En hoeveel kwaad in de wereld is veroorzaakt door mensen die nauwelijks bedoelingen hadden. Denk maar aan hen die stonden toe te kijken in nazi-Duitsland.’

Geen Duitse naam
Duitsland, Neiman heeft er een dubbelzinnige verhouding mee. Gevraagd of ze Duitse wortels heeft, kan ze een lichte irritatie niet verbergen. ‘Neiman is helemaal geen Duitse naam, maar een Jiddische. Mijn overgrootouders kwamen uit Polen en Rusland.’ Later blijken we een scène na te spelen uit een boek dat uit de handel is en dat ze opstuurt, Slow Fire. Jewish Notes from Berlin (1992). Een hoofdstukje daarin opent met een serie minigesprekjes met mensen die zeggen dat haar naam Duits klinkt. Neiman worstelt in het literaire juweeltje Slow Fire met haar land van aankomst. Toen ze er in de jaren tachtig voor het eerst woonde, ontdekte ze dat het land van de dichters en denkers, van haar geliefde Kant, geen morele verbeeldingskracht had. Al in de openingszin van het boek geeft ze een sterk staaltje van dat gebrek. ‘Elke keer als ik je zie, moet ik aan Dachau denken, schat,’ riep een vriend naar haar in een Biergarten.

Toch ging ze er in 2000 opnieuw wonen. ‘Iedere intellectueel in Amerika kijkt naar Europa als het huis van de cultuur,’ legt ze uit. ‘Op een zeker moment wil je hier een tijd zitten. Dat was zeker waar voor mij in de jaren tachtig. Toen ik terugkeerde, kwam ik uit Tel Aviv waar ik vijf jaar filosofie had gedoceerd. Het Einstein Forum stelde me als centrum van intellectuele innovatie in de gelegenheid om in de internationale intellectuele gemeenschap te staan zonder opgesloten te zitten in de ivoren toren. Ik wilde meer van de wereld deel uitmaken dan me als professor gegeven was.’
In een interview in 2003 zei ze dat van de drie landen waar ze had gewoond – de Verenigde Staten, Israël en Duitsland – het toen groenrode Duitsland het beste aansloot bij de waarden die zij hoog achtte. Denkt ze er nog steeds zo over, nu in Duitsland Merkel aan de macht is en Obama in haar thuisland heeft gezegevierd? ‘Met zijn overwinning heb ik er een heel ander gevoel over Amerikaan te zijn. Ik ben al twee jaar zo betrokken bij zijn campagne als je maar kunt zijn als je daar niet de hele tijd woont. Ik heb gedoneerd, van deur tot deur stemmen geworven, stukken geschreven. Plannen om hier weg te gaan heb ik niet, maar ik zou wel een manier willen vinden om een meer permanente rol in de VS te krijgen. Wat ik hoop is dat Obama’s presidentschap een gelegenheid is voor de VS en Europa op te komen voor de waarden die ze delen en dat ik daar een bijdrage aan kan leveren.’

’s Avonds is er een event in het Einstein Forum. In het bovenzaaltje zijn tien mensen bijeengekomen. Terwijl buiten het vuurwerk losbarst om het einde van de eerste wereldoorlog te herdenken, wil het binnen niet echt spetteren. Een jonge filosofe, die de zomer in het tuinhuisje van Einstein op haar ideeën heeft mogen broeden, leest een verhaal over de Griekse en boeddhistische visie op geluk van papier. Als de gelijkmatige cadans van haar stem na ruim een uur stilvalt, toont Neiman haar onvervalste Amerikaanse karakter. ‘Dank je voor je buitengewoon creatieve verhaal! Einstein had het prachtig gevonden!’ Zelf heeft het haar er nog eens van doordrongen waarom ze geen boeddhist is. De nobele waarheid van het boeddhisme – alles wat bestaat is een wijze van lijden waarvoor maar één oplossing bestaat, loslaten – staat zo haaks op haar morele inzichten. ‘Waarom zou je naar alles wat vergankelijk is alleen kijken als een bron van leed en niet van vreugde?’ vraagt Neiman zich af. Als ze twee voorbeelden mag geven. ‘Laatst zag ik de zon opkomen boven de velden van Indiana. Zo mooi! En ik ben zo dankbaar dat ik de dag van 4 november heb mogen meemaken.’

Susan Neiman, ‘Morele helderheid. Goed en kwaad in de eenentwintigste eeuw’, Ambo|Anthos, 448 pagina’s, € 29,95

 





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?