VN MediagidsSnijpunt - Nelleke Noordervliet
Recensie 29.01.2008
De tijdgeest gemist
02-02-2008
Door Jeroen Vullings
Nelleke Noordervliet lijkt met Snijpunt een ongemakkelijke roman over het nu te hebben willen schrijven. Maar De onwaarachtigheid van personages en verteltoon doet het realisme teniet.

Als er gedongen kon worden om een prijs voor ambitie, dan gooide Nelleke Noordervliet (62) hoge ogen. Met haar zevende roman Snijpunt heeft ze hoog willen reiken. Zoiets viel al op te maken uit haar gedegen opstel in het decembernummer van het literaire tijdschrift Dietsche Warande & Belfort. Noordervliet haalt daarin Milan Kundera aan, die stelt dat de (visionaire) roman als eerste een maatschappelijke ontwikkeling in de kern kan raken. Filosoferend over Kundera’s woorden, komt ze uit op dé recente maatschappelijk controversiële roman die diens definitie bewaarheidt: Disgrace van J.M. Coetzee. Dat boek zoekt volgens haar naar esthetische en morele waarden. ‘Disgrace dwingt. (…) Het is een ongemakkelijk boek.’ Wat zich laat raden: Noordervliet wil ook zo’n dwingende, ongemakkelijke roman schrijven.
Het is flauw om Disgrace en Snijpunt naast elkaar te leggen en te concluderen: Coetzee is beter. Literatuur is gelukkig geen sportwedstrijd, maar een eclectisch gebouwd huis, met gewelven, nissen en vele verdiepingen.
Minder letterlijk heeft zo’n vergelijking Coetzee-Noordervliet wél zin. Noordervliet heeft een roman over de tijdgeest willen schrijven. En zoals een eerbiedwaardige classicus, de rationalistische vader van het personage Nora Damave, terecht stelt: of je nou een boek schrijft dat de tijdgeest omhelst of juist een die diametraal daarop staat, in beide gevallen ontkom je niet aan die tijdgeest.
Op dat punt wuiven we Coetzee gevoeglijk uit en kunnen we voor een vergelijking beter terecht bij Oek de Jong met Cirkel in het gras (1985), een grote roman grotendeels gesitueerd in Italië, volop toentertijd modern relatiegewoel, zoektochten en schemerend terrorisme. Ook hij wilde de tijd vangen – in een levensgevoel. Net als (de immer voortredenerende) Noordervliet dat doet, doordat zij in Snijpunt toont dat woorden het afleggen tegen iets dat we maar bij gebrek aan beter ‘werkelijkheid’ moeten noemen. Ik kan dat aanduiden als het failliet van het humanisme en het stranden van verlichtingsidealen op de naar geloof hunkerende mens die een meester behoeft. Maar dan vertolk ik slechts Noordervliets intentie. De roman an sich maakt zo’n lezing niet waar.
Palaverende marionetten
Dat zit ’m vooral in de onwaarachtigheid, die het beoogde realisme teniet doet. Ik doel op de onwaarachtigheid van personages die out of character spreken, waarmee hun inconsistentie en daarmee ongeloofwaardigheid pijnlijk benadrukt worden. Zo is daar de zestienjarige Franca die eerst een geleerd woord niet begrijpt, even later spreekt met de taal van een mondige grootstedelijke intellectueel of termen bezigt uit grootmoeders doos: ‘spekkoper’. Later verhaalt een oud besje over vroeger, waarbij ze, in intiem bedoelde herinnering, waarlijk makkiaans toegankelijk geschiedenisles geeft – over ‘de Georgische despoot’, het monstrueuze fascisme en ‘die geheel andere ideologie’: het perfide communisme.
Maar die onwaarachtigheid zit ’m nog meer in de verteltoon. Telkens weer hoor je, dwars door de palaverende marionetten heen, de alwetende verteller spreken, achter wie Noordervliet zich ophoudt. Unisono en in uitwerking altijd even funest voor the willing suspension of disbelief. Dan komt de verteller weer met een chic, maar overbodig verwijzinkje naar Martha Nussbaum, of zegt hij over Franca: ‘De kleuren- en geurenmachine in Franca’s hoofd draaide op volle toeren. Want meer dan een komische contaminatie was de synesthetische ervaring een persoonlijk handboek voor de herinnering.’ Gewichtigdoenerij.
De typeringen zijn nog helser. Loopt er een jonge Marokkaan met een crewcut rond, heet-ie gelijk: ‘Soldaat van Hannibal.’ Zijn zusje: ‘meisje uit Duizend-en-één-nacht’.
Die verteltoon verstikt de toch al schematische roman over Nora in de stress na een aanval, haar dochter in de stress omdat haar vader Guido niet uit Italië is teruggekeerd en Guido zelf in de stress omdat hij een verdwenen cultschrijver niet kan opsporen. Allemaal komt het in orde, uiteindelijk. De moraal: wie een ander zoekt, zoekt zichzelf.
Politiek-correct voorbereid
En het begon zo veelbelovend! De Marokkaanse scholier Ali snijdt met een vlindermes in de afwerend geheven arm van zijn conrectrice Nora. Ze toonde immers onvoldoende respect. Die scène van het mes had de hele roman moeten doen kantelen, had de lezer moeten raken, zelfs pijnigen. Ook had die scène hem moeten verrassen in zijn gedachten over de dader, het slachtoffer, zinloos geweld, de multiculturele samenleving. Noordervliet houdt het daarentegen nietszeggend, in die messcène en daarna, wanneer we ongeveer vijftig pagina’s lang in het universum van Nora Damave belanden, een saaie vrouw zonder eigenschappen en ideeën. Dat komt doordat de schrijfster haar op de huid zit, elk detail beschrijft ze, maar niets wezenlijks. Wie is ze in godsnaam? Noordervliet denkt een personage interessant te maken door het zwijgzaam en ondoorgrondelijk neer te zetten, maar dat komt hier neer op kleur- en reliëfloos.
Nora is teruggetrokken, ze verdiept zich amper in haar kind Franca, ex-man Guido, collega’s op school. Maar gaat ze op bezoek bij de vader van de dader, dan gaat het roer opeens om. Die oudere Marokkaan ontvangt haar hufterig en onbeleefd, om vervolgens te ontkennen dat zijn zoon, inmiddels in de bak, iets gedaan heeft. Dit is een sterke, goed geschreven scène, die controversieel kan zijn voor multiculti’s. Dús, en daar gaat het in de roman fout, moet dat goedgemaakt worden, politiek-correct voorbereid. De aanloop tot die ‘incorrecte’ scène beschrijft in extenso verzachtende omstandigheden: de vreedzame volksbuurt met al die leuke allochtonen; de aardige buurvrouw met hoofddoek en lief kind; de gebroken rug van de eertijds naar Nederland gelokte vader; zijn moeilijke, arbeidzame leven. Alsof Noordervliet wil schreeuwen: lezer, niet alle Marokkanen zijn even erg als deze schoft. Dat weten we heus wel, ook zonder de Doekle Terpstra’s dezer wereld die op Noordervliets schouder meetikken: ‘Onverschilligheid, egoïsme, ontworteling waren begrippen van alle tijden, aanwezig in alle klassen.’
Noordervliet stapt daarmee onnodig uit haar boek, ten gunste van een dogmatisch cliché. Regelmatig dacht ik: had de Joost Zwagerman van De buitenvrouw – wo bestu bleven? – dit boek maar geschreven, dan zat er vaart in, waren de platitudes overboord gegooid, de metaforen niet overdreven en misplaatst geweest, en was het materiaal beter gebruikt.
Toch: zelfs naverteld is Snijpunt geen dwingende, ongemakkelijke roman over nu. Guido’s zoektocht naar de B. Travenachtige cultschrijver komt het best uit de verf, maar had ook dertig jaar geleden kunnen plaatsvinden. Als Nora, Guido, Franca, Nora’s nieuwe vriend en de langgezochte schrijver uiteindelijk in Umbrië samenkomen, is Ali de messentrekker allang uit zicht. Eigen familie eerst, in deze veelbesproken tijden. Zo verwordt een roman die met heet krantennieuws inzette, tot een tranenloze aflevering van Spoorloos.
Nelleke Noordervliet, ‘Snijpunt’. Augustus, 383 pagina’s, € 29,90
- Republikeins extremisme De interessantste onafhankelijke bronnen over ultra-conservatief Amerika en de meest radicale sites en blogs
- Anton Corbijn De populaire cultuur van Anton Corbijn
- Framing Wat is de wetenschappelijke basis van politieke framing? En wat zijn bekende frames uit de Nederlandse politiek?
- Politieke satire in de VS De beste sketches van Republikeinse presidentskandidaten
- Kernbom Iran Hoe gevaarlijk is de Iraanse kernbom?



